Judith
Butler
Loes Derksen
Judith Butler is
een hedendaagse Amerikaanse filosofe, geboren in 1956. Ze is hoogleraar aan de
Universiteit van California, Berkeley. In 1990 werd zij beroemd met haar boek Gender
Trouble. In een voorwoord geschreven in 1999 om tien jaar Gender Trouble
te vieren, vertelt zij dat haar interesse in de genderproblematiek een
autobiografische basis heeft. Op 16-jarige leeftijd ontdekte zij dat haar
lesbische seksualiteit niet past in de heteroseksuele normen van de
maatschappij. Na 1976 werd zij actief in de homoseksuele en lesbische wereld.
Zij ging naar vergaderingen, bijeenkomsten, kroegen, en deed mee aan
demonstraties. Zij
schrijft dat zij ...saw many kinds of genders, understood myself to be at the
crossroads of some of them, and encountered sexuality at several of its cultural
edges. Zij vindt dat zij een dubbelleven leidt: enerzijds
vanwege haar seksualiteit uitgesloten uit de maatschappij en anderzijds als
academicus werkzaam aan de universiteit volop deel uitmakend van de
maatschappij.
De
betekenis van de titel van haar boek Gender Trouble is dat zij
trouble wil veroorzaken over het begrip gender. Zij wil filosofische
vragen stellen over vanzelfsprekendheden die in de cultuur aanwezig zijn met
betrekking tot gender, bijvoorbeeld dat het iets vaststaands is, dat het een
basis heeft in de natuur, dat het gegeven wordt met onze identiteit, en dat het
dient voor heteroseksuele geslachtsgemeenschap en voortplanting.
Na Gender
Trouble heeft Butler nog een aantal andere boeken geschreven, waaronder Bodies
that Matter, The Psychic Life of Power, Excitable Speech, en Antigone's
Claim.
Man- of vrouwzijn
lijkt iets vanzelfsprekends omdat de meeste mensen mannelijke of vrouwelijke
geslachtsdelen hebben. Maar niet alle mannen en niet alle vrouwen hebben
dezelfde seksuele neigingen en vertonen hetzelfde gedrag. Omdat er een verschil
kan bestaan tussen lichamelijke kenmerken en gedrag, wordt er een onderscheid
gemaakt tussen sekse en gender. Sekse verwijst naar biologische kenmerken,
gender naar gedrag.
Judith
Butler bespreekt uitvoerig het onderscheid tussen sekse en gender. Zij wil dit
onderscheid radicaliseren en vervolgens opheffen. Butler stelt dat het spreken
van een vaste gender identiteit van mensen een illusie is. Niemand voldoet
helemaal aan normen voor man- of vrouwzijn, er zijn mensen die zich man én
vrouw voelen en er zijn mensen die continu verward zijn over de vraag welke
gender ze hebben. Waarom bestaat dan het idee dat mensen gezien kunnen worden
als man en vrouw? Zij stelt dat dit het gevolg is van wat zij noemt de
heteroseksuele matrix. De heteroseksuele matrix ligt ten grondslag aan de
vooronderstelling dat mensen een vaste seksuele en gender identiteit hebben en
dat deze identiteit wordt gevormd door het aangetrokken zijn tot het andere
geslacht. Heel ons denken over sekse en gender is binair. Zelfs homoseksualiteit
wordt gezien als een variant op heteroseksualiteit, waarin de partners in een
homoseksuele relatie mannelijke en vrouwelijke rollen hebben. De heteroseksuele
matrix heeft ook een proces van naturalisation tot gevolg: het lijkt alsof
wij het over de natuur hebben als we het over mannen en vrouwen hebben
terwijl we het in feite hebben over talige constructies.
Butler
bestrijdt ook het idee dat sekse op de eigenschappen van een natuurlijk
lichaam slaat en dat gender iets cultureels is dat later op of aan of door
het lichaam tot stand komt. Butler stelt dat sekse en gender allebei cultureel
bepaald zijn. Zelfs ons lichaam wordt volgens haar gevormd door culturele
invloeden. Zij stelt dat ons lichaam niet zo maar materie is, maar altijd al
betekenis heeft. Onze geslachtsdelen zijn niet zo maar dingen, maar hebben een
erotische betekenis die ook weer cultureel bepaald is.
Het
belang van de culturele bepaaldheid van sekse en gender illustreert Butler door
middel van haar theorie van performativity. Sekse en gender worden gevormd en
bevestigd door gedrag dat zich steeds herhaalt. Performativity associeert zij
met vertoon, het theatrale, spel en acteren. Mensen gaan zich gedragen in de rol
waarin ze denken dat ze passen. Een voorbeeld hiervan is het dragen van bepaalde
kleding die bij een gender lijkt te horen. Een vrouw in een chique avondjurk en
hoge hakken bevestigt een bepaald rolpatroon. Ook seksuele omgang met anderen is
een voorbeeld van gedrag dat zich herhaalt en gender bevestigt.
Met
het begrip performativity gaat het verhaal over sekse en gender weer terug naar
het begin, de twijfels van Butler over het bestaan van een vaste sekse- of
genderidentiteit. Een van de inspiraties voor het gebruik van het begrip
performativity is travestie, waarin niet alleen sprake is van het uiten van
sekse en gender in kleding en gedrag, maar ook van verwarring in de begrippen
sekse en gender. Een man die zich kleedt als vrouw roept de vraag op: is dat
iemand met een mannenlichaam die doet alsof hij vrouw is of iemand die vrouw is
die in een mannenlichaam zit?
Het
feit dat Judith Butler het onderscheid tussen sekse en gender niet maakt en dat
zij zegt dat sekse en gender gevormd worden en tot uiting komen in
performativity betekent niet dat iedereen alle seksen en genders kan hebben of
krijgen. Met welk geslacht wij ons identificeren en de manier waarop wij dat
uiten is niet zo maar te veranderen omdat het voortkomt uit onze vroegste
kinderjaren en omdat het door herhaling steeds wordt bevestigd.
Butler
gaat uit van Freuds theorie over de ontwikkeling van seksuele identiteit. Deze
wordt gevormd in de relatie die kinderen hebben met volwassen mannen en vrouwen,
meestal de ouders, en wordt bepaald door de manier waarop het kind zich met de
ouders identificeert. Volgens Freud is het de bedoeling dat jongetjes mannen
worden die op vrouwen vallen en meisjes vrouwen die op mannen vallen. Bij Butler
ligt de nadruk niet zozeer op het ontstaan van eenduidige geslachtelijke
identiteiten en heterosekualiteit, maar op onduidelijke identiteiten en
biseksuele en homoseksuele neigingen.
Volgens
Freud moet het kind de liefde voor de ouder van hetzelfde geslacht loslaten en
zich richten op een partner van het andere geslacht. Freud ziet dit als een
uiting van een dispositie van het kind. In tegenstelling tot Freud, stelt Butler
dat het kind niet fundamenteel heteroseksueel is maar biseksueel. Het kind wordt
seksueel aangetrokken door de ouders van beide geslachten. Al wordt een gender
mogelijkheid losgelaten, dan kan die nog wel een rol blijven spelen in het leven
van de persoon. Vandaar dat elk mens diverse identiteiten in zich kan hebben.
Butler
noemt in haar analyses van het Oedipus- en Elektracomplex het fenomeen
melancholie, een thema waar Freud ook over heeft geschreven. Zij maakt een
onderscheid tussen rouw en melancholie. Als de ouder van hetzelfde geslacht
losgelaten wordt als liefdesobject, is sprake van rouw. In het rouwproces wordt
het verloren object vervangen door iets nieuws waar de rouwende persoon zich op
richt. Als het niet mogelijk is om afstand te nemen van de ouder van hetzelfde
geslacht is het gevolg melancholie. Het kind raakt verliefd op de ouder van
hetzelfde geslacht en wordt homoseksueel. Homoseksualiteit is dus melancholisch,
maar volgens Butler is het ook mogelijk dat heteroseksuele mensen melancholisch
zijn over de gender mogelijkheden die zijn afgevallen.
Een
voorbeeld van heteroseksuele melancholie is macho gedrag. Macho mannen
verdringen de vrouwelijke kant in hun persoonlijkheid. Zij hebben het niet goed
kunnen verwerken dat zij deze kant moesten opgeven. In plaats dat zij dit
verlies door middel van rouw verwerken, verzetten zij zich ertegen door extreem
mannelijk over te willen komen.
Butler bespreekt
ook uitvoerig de verhouding tussen gender en macht. Dit heeft opnieuw te maken
met haar opvatting dat zij deel uitmaakt van een groepering die door de
maatschappij gemarginaliseerd wordt. Maar het heeft ook een filosofische basis
in het denken van Michel Foucault. Foucault gelooft dat sekse, gender en
seksualiteit producten zijn van machtsstructuren die ordenen en reguleren. Ik
zal hier een voorbeeld van geven.
In Gender
Trouble bespreekt Butler Michel Foucaults uitgave van het dagboek van de
hermafrodiet Herculine Barbin. Herculine Barbin wordt geboren als Adélaïde
Herculine Barbin op 8 november 1838. Zij wordt Alexina genoemd en wordt
beschouwd als een meisje. Zij gaat naar een aantal meisjesscholen in kloosters.
Het blijkt dat zij goed kan leren en veel belangstelling heeft voor lezen. Haar
familie besluit daarom haar naar een lerarenopleiding te sturen, een opleiding
voor meisjes, ook in een klooster. Daarna krijgt zij een baan als docente aan
een meisjesschool en internaat. Hier krijgt zij een verhouding met een
mededocente die de dochter van de directrice is, Sara. Omdat Alexina na verloop
van tijd hevige pijn krijgt in haar buik, wordt de hulp ingeroepen van een
dokter. Die constateert dat zij afwijkende seksuele organen heeft maar hij
onderneemt geen verdere actie. Alexina verbaast zich dat niemand iets doet aan
deze situatie. Zij heeft een verhouding met Sara, maar Sara's moeder vermoedt
niets; zij heeft al diverse keren aan priesters opgebiecht dat zij een seksuele
verhouding heeft met een vrouw maar er wordt niet op gereageerd. Tot slot gaat
zij naar de bisschop in haar woonplaats die haar bekentenis hoort en de hulp
inroept van zijn eigen arts. Die constateert dat Alexina geen vrouw is: zij
heeft geen borsten en een doodlopende vagina. Daarentegen heeft ze wel een
kleine penis of vergrote clitoris die op kan zwellen en urineert ze horizontaal.
De penis heeft geen opening, maar er komt wel een uitscheiding uit haar vagina.
Daarnaast heeft zij geen vrouwelijke heupen of benen, heeft zij een mannelijk
aandoend gezicht en is zij behaard over haar lichaam. Besloten wordt om een
aanvraag in te dienen bij het gerechtshof om haar te laten registeren als man.
Haar nieuwe voornaam wordt Abel.
Alexina heeft echter de grootste moeite om zich aan te passen aan haar
nieuwe identiteit. Zij moet haar baan op de meisjesschool opgeven en haar
relatie met Sara beëindigen. De kranten staan vol over het merkwaardige geval
en er wordt van alles gesuggereerd, bijvoorbeeld dat zij misbruik heeft gemaakt
van het feit dat zij altijd in de omgeving van meisjes is geweest. Alexina
besluit de roddel te ontlopen door te verhuizen naar Parijs en een baan te nemen
bij de financiële administratie van de spoorwegen. Deze baan wordt echter snel
weer weg bezuinigd omdat het niet goed gaat met het bedrijf. Werkloos, arm en
eenzaam woont zij in een klein kamertje in een onpersoonlijke stad. Zij maakt
plannen om te werken op een schip, haar oude baan krijgt ze weer aangeboden,
maar zij ziet het leven niet meer zitten. Op dertigjarige leeftijd, in 1868,
pleegt zij zelfmoord. In haar kamer wordt haar dagboek gevonden. Na haar dood
wordt sectie gedaan op het lichaam om te zien hoe de geslachtsorganen er precies
uitzien.
Foucault
wijst er in de inleiding op het dagboek op dat er in Alexina's leven twee fasen
zijn: in de eerste fase is sprake van naïeviteit met betrekking tot haar
seksuele identiteit, gevoelens en handelen. Deze naïeviteit is niet alleen
aanwezig bij Alexina zelf maar ook in haar omgeving. In de tweede fase is sprake
van de medische en rechterlijke macht die uitmaakt wat haar aard is en haar rol
in de maatschappij. In tegenstelling tot Foucault stelt Butler dat er geen
eerste naïeve fase is geweest waarin Alexina buiten de machtsstructuren om haar
seksualiteit heeft beleefd. Butler wijst op de mogelijkheid van lesbische
contacten in de meisjesscholen en de kloosters. Een lesbische verhouding in een
dergelijke omgeving wordt ervaren als een overtreding van regels. Dit geldt ook
voor de liefdesrelatie tussen Alexina en Sara. Ook toont Butler aan dat de
romantische gevoelens tussen de twee vrouwen cultureel bepaald zijn, mede door
de literatuur die Alexina heeft gelezen. Verder wijst Butler op het feit dat het
dagboek is geschreven in een duidelijk te herkennen historische periode, met
alle conventies van dien. Sekse, gender en seksualiteit worden volgens Butler
altijd bepaald door sociale verhoudingen en machtsstructuren.
Butler stelt dat
sekserollen keurslijven kunnen zijn. Zij spreekt provocerend in termen van
compulsory heterosexuality en the heterosexual matrix die mensen
bepaalde sekserollen opdringen. Deze normen stellen rolpatronen voor mannen en
vrouwen vast en bepalen de identiteit van man en vrouw. Zo ontstaat er naturalization:
sociale constructies van gender worden gezien als natuurlijk, terwijl ze dat
niet zijn. De gedragscodes voor mannen, vrouwen en mensen van alternatieve
genders leiden tot onderdrukking en uitsluiting.
Er
is volgens Butler één belangrijke mogelijkheid waarin sekserollen geen
keurslijven zijn, namelijk als er
acceptatie komt in de maatschappij voor alle invullingen van sekse en gender.
Butler wil vaste categorieën van sekse en gender ondermijnen en een plaats in
de maatschappij scheppen voor iedereen. Toch kan deze emancipatie nooit een
bevrijding uit machtsstructuren zijn. Volgens Butler worden mensen altijd
bepaald door het discours en de machtsstructuren waarin zij leven. Waar het
Butler om gaat is het ontwikkelen van subversieve strategieën om nieuwe
discoursen tot stand te laten komen. Door bijvoorbeeld gender trouble te
maken, vragen te stellen over sekse en gender, komen nieuwe manieren van spreken
over sekse en gender tot stand. Deze nieuwe manieren van spreken brengen
verschuivingen teweeg in meer traditionele benaderingen.
De
boeken van Butler zijn niet makkelijk te lezen. Haar stijl van schrijven is
moeizaam. Zij ontwikkelt haar ideeën in gesprek met andere filosofen zonder
uitvoerig uit te leggen wat hun theorieën zijn. De keuzen die Butler maakt zijn
tegendraads: Freud wordt vandaag de dag niet meer als toonaangevend beschouwd
door veel psychologen en psychiaters en Foucaults structuralisme wordt de
laatste jaren bekritiseerd vanwege een te weinig substantieel begrip van het
subject. Het constructivisme van Butler gaat in tegen de meer naturalistische
tendensen in de hedendaagse filosofie en biologie. Het denken van Butler is
echter nieuw en uitdagend. Zij heeft veel invloed gehad op
emancipatiebewegingen. De hedendaagse discussie over gender, subjectiviteit en
macht heeft veel te danken aan het werk van Judith Butler.
Literatuurlijst
Barbin,
Herculine, Being the Recently Discovered
Memoirs of a Nineteenth-Century Hermaphrodite. vert. R. McDougall, inl. M.
Foucault. New York, Pantheon Books, 1980.
Butler,
Judith, Gender Trouble. Feminism and the
Subversion of Identity. New York/London, Routledge, 1990/1999.
Butler,
Judith, Bodies that Matter. On the
Discursive Limits of `Sex. New York/London, Routledge, 1993.
Butler,
Judith, The Psychic Life of Power.
Theories in Subjection. Stanford, Stanford University Press, 1997.
Butler,
Judith, Excitable Speech. A Politics of
the Performative. New York/London, Routledge, 1997.
Butler,
Judith, Antigones Claim. Kinship
Between Life and Death. New York, Columbia University Press, 2000.
Butler, Judith, Genderturbulentie. vert. I. van der Burg en N. Helsloot, inl. A.
Halsema. Amsterdam, Boom/Parrèsia, 2000.
Nicholson,
Linda, red. Feminist Contentions. A
Philosophical Exchange. New York/London, Routledge, 1995