VU Blaise Pascal Instituut > Portal Studiekring René Girard > Studiekring
Wiel Eggen
In het kader van de voorbereiding voor de COV&R conferentie met thema tolerantie (en met aandacht voor de moorden op Fortuyn en van Gogh) wil ik even reflecteren op het gedoe rond Ayaan Hirsi Ali en de girardaanse analyse van het gedoe rond haar. Als het offer, in Girards visie, een katharsis werking heeft om sociale spanningen te neutraliseren, kun je niet rond de vraag of de gebeurtenissen rond de heilige Ayaan (zoals ze in de documentaire werd genoemd) niet een aantal van die zuiveringsdoelen gediend heeft. Die titel, en uitspraken in Twan Huys NOVA-reportage die aangaven dat Nederland wel van haar af wilde, zou ons als Girard-werkgroep moeten uitdagen het ritueel rond haar vertrek te analyseren, mede in het kader van ons omgaan met (moslim) migranten. Vooral de complexe relatie tot de onwennige (moslim) vreemden met zijn politieke actualiteit nodigt ons daartoe uit.
Het bizarre spel voorafgaand aan de val van Balkenende II had diverse aspecten die vanuit Girards gezichtspunt opvallend zijn, met een typisch slachtoffer. Sindsdien heb ik vaak het veelzeggend commentaar gehoord: In ieder geval zijn we die vreemde vogel met haar grote mond kwijt. Inderdaad had het parlementaire vertoon veel van het offerritueel,zoals Girard dat universeel aan het werk ziet. Ayaan was als de mooie Griekse slaaf die Girard beschrijft. Maanden lang met guirlandes behangen en alom gefêteerd, werd die vervolgens vanwege het gekif dat dit opriep geslachtofferd. Als een koloniaal speeltje heeft die beeldschone vrouw een tijd lang tussen de politici mogen dansen en diende als middel om het smeulende conflict tot een crisis te voeren, en de katharsis van een interregnum te bewerken. De brandende vraag daarbij is in hoeverre zij en haar strijd iets van doen had met een breder conflict.
In de NRC (1 juli 2006) spreken enkele filosofen over haar schijn van heiligheid en de titel van die pagina zelf spreekt boekdelen. Haar heldere oogopslag en morele integriteit zat heel moeilijk. Tegelijk zegt Groot terecht dat zij symbool werd van het westers-liberaal superioriteitsgevoel tegenover alle achterlijke (religieuze) tradities. De contouren van het drama werden zichtbaar toen zij in de chaos rond Fortuyn van de PvdA overstapte naar de VVD. Dat verraad is haar nooit vergeven en ligt duidelijk achter de Zembla-uitzending, die het spel op de wagen zette. Die uitzending draaide rond haar leugen die Verdonk knel zette. Toch was zij daar altijd open over geweest en had ze Verdonk er zelf op attent had gemaakt n.a.v de studente Taida Pasic. Opvallend is dat ook Huys dit aspect in zijn rapportage (onder druk? Omdat hij NOVA presentator moest worden?) afgezwakt heeft. Die leugen die er geen was, is allereerst in een partijpolitieke rite uitgespeeld, waarin de VVD en het kabinet klem werd gezet, maar is verder gebruikt voor de sociale reiniging op een breder vlak.
Afgezien van de vele offermotieven die we hier kunnen ontdekken, is het vooral van belang te zien welk doel dit maatschappelijk heeft gediend. De Fortuyn-revolte had zeker een wijdere doelstelling dan het vreemdelingen- (lees: moslim)-probleem aan de orde te stellen. Toch is dit de kernzaak geworden, waarrond het maatschappelijke debat zich is gaan centreren. Dit heeft zware implicaties omdat het verband houdt met een wereldwijde confrontatie, die mij in het teken lijkt te staan van een vereffening van de koloniale erfenis, die zelf gebouwd was op een (sacrificiële) uitbanning van de primitieve offercultuur.
De barbaarsheid van de primitieve samenleving was de schijnreden die het Verlichte Westen aanvoerde om de wereldwijde kolonisatie te verdedigen als humanistisch vooruitgangsideaal, waarbij ratio (wetenschap) en geloof (zending) een monsterverbond sloten. Er is vooral uit de communistische hoek op gewezen dat dit allereerst een intern Westers doel diende, om de ontwikkeling van het kapitalisme en de (gesloten) nationalistische Staat mogelijk te maken, na het uiteenvallen van de (religieuze) eenheid. De gekoloniseerde (slaaf!) was het offerdier van de koloniale wereld, en Lenin wilde dit aan ontmaskeren.
Ideologisch is het belangrijk te zien dat het offeren van de primitieven ervoor nodig was om in de Verlichte wereld de offergedachte te ontzenuwen. Een schijnheilig gebeuren dat, na het falen van de communistische aanval, nu onder religieuze vlag aangevallen wordt door de islamistische beweging die zich wereldwijd (vooral ook in Afrika) opdoet als dé voorvechter van gerechtigheid en bevrijding. Maar die eretitel wil het Westen haar niet geven, vooral uit secularistische overwegingen. Men vereenzelvigt Islam en het primitief zondebokdenken (zie Delcambre in Trouw 19-8-2006). Er is dus een patstelling binnen de eigen samenleving en wereldwijd, waarin twee rivalen elkaar bekampen die nauwelijks te onderscheiden zijn, en elkaar uit naam van het allerhoogste betichten van primitief offerhandelen. Ayaan verloor haar weg in dit kluwen en werd zelf offerdier, maar dan tevens als vertegenwoordigster van al die andere Alis..
Het lijkt mij geboden de onuitroeibare werking van het offermechanisme in de maatschappij onder ogen te zien, met al zijn varianten van Allahu akbar-geroep (bijv. nadat Ayaan eruit is gewerkt) en te erkennen dat we samen moeten worstelen met het controleren hiervan. De COV&R-conferentie in 2007 zou hier een boeiende bijdrage aan kunnen leveren. Persoonlijk vraag ik me af wat het betekent dat ontwikkeling in culturele zin (na religieus-missionair en economisch-humanitair) nu militaire bewerkt moet worden. Was Ayaans leugen misschien toch een echte leugen, die onze eigen historisch-politieke leugen ontmaskerde?
mailadres auteur: wmgeggen@hetnet.nl