Gender en godsdienst: never the twain shall meet?

 

Hans Fortuin

 

 

Gender en godsdienst: never the twain shall meet?

O nee? U ziet mij hier toch staan? U hoort mij hier toch spreken? Ik bekleed toch een kerkelijk ambt, met vol medeweten en met volle instemming van de kerk? Ik ben mijn weg om een man uit één stuk te worden gegaan in geloof en gebed. Oh yes, the twain do meet – gelukkig wel! Quod erat Demonstrandum.

 

 

 

Is er behoefte aan een transgender – theologie?

Ja, want iemand die de ingrijpende ervaring heeft dat wat voor de overgrote meerderheid van de mensen het meest vanzelfsprekende is, hem of haar niet past, moet een hele nieuwe taal vinden om vat te krijgen op die ervaring en om een weg te vinden in het leven. Als zo iemand een gelovige is, moet hij ook een nieuwe weg zien te vinden in de Schriften. Als je niets meer hebt om je aan vast te houden – en je kunt geen weg vinden om te geloven dat God je vasthoudt, waar blijf je dan?

Ja, als je zo vecht om te overleven, als je een nieuwe weg, nieuwe woorden moet vinden tegen alle gevestigde vanzelfsprekendheden in, dan heb je behoefte aan een transgender – theologie! Daarover straks meer.

Is er behoefte aan een transgender – theologie? Nee, alsjeblieft niet! Ik ben nu eindelijk een man uit één stuk geworden. Ik ga onopvallend mijn weg in het leven samen met de andere mensen. Ik word gekend door mijzelf en door anderen als de mens die ik ben. Eindelijk kom ik aan leven toe. Transseksualiteit is godzijdank niet meer het allesbeheersende en allesbedervende thema in mijn leven en ik heb er geen belang bij om het in de theologie te blijven thematiseren. Nee, er is geen behoefte aan transgender – theologie!

 

Transgender – theologie: ja, want het is een tijdje nodig!

Eén van de eerste aanknopingspunten om mijn weg in geloof en gebed te kunnen gaan was mijn naam. Het was de theologie die me op dat spoor bracht. In de bijbel staat ergens: "Hij heeft haar geschreven in de palm van zijn hand." Dat gaat over Jeruzalem dat denkt dat de Here haar vergeten en verlaten heeft. Er staat ook, over de Heer van de schepping: "Wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept…" Je maak de stap van theologie naar geloof als je je door deze woorden laat raken. Als hij Jeruzalem heeft geschreven in de palm van zijn hand – waarom zou dat niet voor mij gelden? Zo dichtbij God, zo geborgen! Als hij de hele schepping kent, allen, bij name – dan kent hij ook mij, deel van de schepping, bij name – bij mijn eigen naam!

In de Bijbel betekent je naam meer dan alleen maar een betrekkelijk willekeurig woord aan de buitenkant waarmee je wordt aangeduid. Je naam zegt wie je in diepste wezen bent. God die jouw naam kent, weet dus wie je bent – hij wist allang dat mijn naam niet "Johanna" was, maar "Johannes", of "Johan". Hij wist het voor ik het zelf wist – hij wist het voor de anderen het wisten! Die konden alleen maar afgaan op wat ze tussen mijn beentjes zagen toen ik geboren was.

In het evangelie van Johannes spreekt Jezus over zichzelf als de herder, de goede herder van de schapen. Weer gaat het over mensen die bij hun naam geroepen worden:

"… en de schapen horen naar zijn stem

"en hij roept zijn eigen schapen bij name

"en hij leidt ze uit."

 

Die naam, je eigen naam – de naam waarmee hij je roept mag je met trots en vreugde dragen. Hoeveel dokters je ook nodig hebt totdat je lijf hetzelfde tegen je zegt als je naam, de naam waarmee de Heer je in het leven roept – de naam waarmee hij je uit de dood tot aanzijn roept! Hoe raar de mensen in je omgeving het misschien vinden, hoe moeilijk ze het ermee hebben, hoeveel verdriet het hun ook kost.

 

"Transgender – theologie" als een "contextuele theologie": Zelf lezen en uitgeleid worden uit het slavenhuis.

We kunnen dit een voorbeeld van "transgender – theologie" noemen. Deze theologie heeft haar plaats in een grote familie van zogenaamde "contextuele theologie". In de jaren zeventig en tachtig heeft die grote opgang gemaakt. Zo kennen we de zwarte theologie, de karbouwentheologie, de feministische theologie, de flikkertheologie, de bevrijdingstheologie… en er zijn er vast nog wel meer te noemen. Al de theologieën hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze zijn ontwikkeld door mensen die in hun leven moesten ervaren dat hun leven voortdurend in het nauw werd gebracht. Niet zijzelf konden beslissen over hun leven, maar blanken, Europese imperialisten, mannen, heteroseksuelen, economische machthebbers en structuren maakten de dienst uit.

Tot overmaat van ramp was er een theologie die als algemeen geldige universele waarheid werd gezien. De contextuele theologieën hebben ons leren zien dat er helemaal geen algemeen geldige universele theologie was. De heersende theologie die daar voor doorging was vrijwel helemaal ontwikkeld door mannen, uit Europa, blanken, geschapen voor een huwelijk met een vrouw en uit een sociale klasse die welgesteld genoeg was om aan de universiteit te studeren! Zij werden door de contextuele theologieën ontmaskerd als overheersers die de Bijbel lazen door dezelfde bril waarmee gewoon waren de hele werkelijkheid te bekijken. Zo hielden zij niet alleen met menselijke middelen hun bevoorrechte posities in stand, zij legitimeerden die ook nog eens door in de bijbel te lezen dat God het zo gewild had…

Er gingen wonderen gebeuren toen mensen de moed hadden om in te zien hoe de heersende theologie altijd de Bijbel had gelezen door de bril van de onderdrukkende klasse. Er gingen nog grotere wonderen gebeuren toen ze besloten zich niet langer door die theologie te laten ringeloren, maar voortaan zelf te lezen en daarbij hun eigen bril van hun eigen ervaring in het leven en in de wereld op te zetten. Het was in dat stadium tijd van groot belang dat mensen die dezelfde ervaringen deelden ook samen de Schrift konden lezen en hun eigen vragen stellen zonder verantwoording af te hoeven leggen aan buitenstaanders. Tot grote ergernis van die buitenstaanders! Die hadden intuïtief in de gaten dat de bestaande bezits- en gezagsverhoudingen niet zo gehandhaafd zouden blijven als ze waren! In zulke groepen bleek de Bijbel niet een boek dat de positie van de heersende klasse bevestigde, maar een boek dat mensen de weg wees naar een uittocht uit het slavenhuis, een weg uit de dood naar het leven! Ik heb zelf in de jaren tachtig meegedaan in een groepje van het Werkverband van homotheologen dat volgens deze methode een aanzet heeft gegeven tot "flikkertheologie" en ik heb ook nog meegedaan met vrouwen die bezig waren met feministische theologie. Dat mocht, want niemand wist toen nog dat ik geen vrouw was – ik zelf ook niet!

Het verhaal van de Uittocht van het volk Israël uit Egypte kreeg in de contextuele theologie een heel nieuwe, actuele betekenis. De verhalen over vrouwen en hun relaties tot mannen wierpen een nieuw licht over de bestaande verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Het was niet meer mogelijk rassendiscriminatie nog te funderen in het verhaal van de zonen van Noach. De profeten die fulmineerden tegen de uitbuiting van de armen werden opnieuw gehoord. De armen in de wereld bleken de dragers van Gods beloften te zijn… De theologie kwam met beide benen op de aarde te staan. En al die contextuele theologieën werden hevig bestreden door de heren van de algemeen geldige universele theologie die vooral boos waren dat zij er helemaal niet aan te pas mochten komen…

In dat perspectief gezien kunnen we van transgender-theologie zeggen dat zij een plaats en een functie heeft om mensen die gevangen zitten in de dodelijke verscheurdheid tussen lichaam en ziel de weg te wijzen om hun leven te bewaren en ze de vrijmoedigheid te geven die weg ook te gaan zonder zich daarbij te hoeven storen aan vragen van anderen die niet hun eigen vragen zijn.

En daarna? Als je eenmaal deze weg in je leven en in de theologie gegaan bent is het ondenkbaar dat daarvan in de rest van je leven en je theologiseren geen sporen achterblijven. Dan zul je je er altijd rekenschap van geven dat je de wereld bekijkt en de Bijbel leest door jouw eigen gekleurde bril. Soms zul je daardoor blind zijn voor dingen die anderen zien, soms zul je daardoor dingen zien die anderen ontgaan. Je zult je altijd rekenschap geven van je eigen vragen en je eigen belangen bij wat je ziet en leest en daaraan ook de moed ontlenen om de weg te gaan die voor jou de juiste weg is. Dat is niet noodzakelijk de juiste weg voor allen – je hebt afgeleerd je te verbeelden dat jij de universele maat van alle dingen bent!

Zo kan een transgender – juist door zijn bijzondere levenservaring – vragen stellen die anderen niet stellen en dingen zien die anderen niet zien. Zo kan hij tot in lengte van jaren een bijdrage aan de theologie leveren die voor anderen niet mogelijk is. Zo heb ik kunnen formuleren dat "Schepping" toch iets heel anders is dan de natuurlijke biologische orde der dingen.

 

"Je bent toch zo geschapen, Je mag toch niet zomaar in de schepping ingrijpen?"

Het is niet een vraag die een transseksueel uit zichzelf zal stellen. Het is weer dat vanzelfsprekende denken van de meerderheid die denkt dat hun lichaamservaring (die op zich positief is) de enige en universele is, de enig mogelijke. Natuurlijk mogen die niet aan een "geslachtsverandering" beginnen: ze zouden eindigen in dezelfde verscheurdheid waar transseksuelen in moeten beginnen – en als er iets geen schepping is dan is het dat wel. Ik ben in een biologisch vrouwelijk lijf geboren en als ik zo had moeten blijven leven dan was ik daar inmiddels hartstikke aan dood gegaan. Ik ben daar inmiddels ook aan dood gegaan, letterlijk. Ik ben daaraan gestorven. Toen is Johan Thomas geboren.

Die ervaring geeft mij aanleiding om toch iets anders te zeggen over de schepping dan meestal gebruikelijk is. Schepping valt niet samen met het biologisch ontstaan – schepping is net zo vreemd aan de natuurlijke biologische gang van zaken als de opstanding van de doden dat is. Het is te kort door de bocht om het etiket "schepping" maar op alles te plakken wat we uit de natuur kennen. Van Karl Barth hebben we kunnen leren dat je God niet in de natuur kunt zien, tenzij je hem uit de openbaring in Jezus Christus hebt leren kennen. Allerlei theologen belijden dat wel met de mond, maar tegelijkertijd blijven ze de hele natuurlijke wereld "schepping" noemen.

Maar als je goed leest, zie je dat het scheppingsverhaal in de bijbel begint met een natuurlijke situatie waar geen leven mogelijk is: de aarde is woest en ledig. Duisternis ligt op de vloed. Dan roept de Eeuwige: "Licht!" en dan begint het...

In mijn eigen leven was er sprake van een natuurlijke situatie waarin geen leven mogelijk was. Toen werd er geroepen: "Johan Thomas!" Toen ik dat hoorde en zei: "Hier ben ik!" begon het. Als er in mijn leven al sprake is van schepping dan is het daar geweest en dus niet bij de conceptie. Die was gewoon een uitvloeisel van de natuurlijke loop der dingen tussen de man en de vrouw die mijn vader en moeder zijn geworden – zeker, de biologische voortplanting is iets waar je je als mens over blijft verwonderen. Maar je kunt toch niet serieus volhouden dat de Eeuwige zo af en toe als derde aanwezig is bij een vrijpartij om net dan een nieuwe mens te scheppen!

In elk geval heeft "schepping" in mijn leven niet te maken met ontvangen en geboren worden in een onleefbare natuurlijke situatie, met de natuurlijke orde der dingen, maar met geroepen worden om te gaan leven. Dat geldt niet alleen voor mij, het geldt ook voor anderen. Het licht werd geroepen. De schepping van het volk Israël als volk vond plaats toen het uit Egypte, dat slavenhuis, werd geroepen. Abraham werd pas interessant toen hij uit Haran geroepen werd. Want zolang hij daar lekker in Haran zat, met die goden en die familie was hij helemaal niet belangrijk. Pas toen hij geroepen werd en ook ging, werd hij interessant. Een mens wordt geschapen als hij zijn naam hoort roepen om te gaan leven en dan zegt: "Hier ben ik!"

"Als God Johan Thomas roept, wie ben ik dan om niet te komen?" Met die gedachte op de achtergrond is het passend dat juist aan de VU, een christelijke universiteit een leerstoel Transseksuologie is gevestigd. Professor Bouwman, de plastisch chirurg die op dit gebied veel pionierswerk heeft verricht, een goed gereformeerd ouderling, zei het kort en bondig: "Christus is de heelmeester en ik moet deze mensen dus heelmaken!" Niemand anders dan een ouderling kan het zo zeggen en zo behoort een ouderling het ook te zeggen.

 

…………………..

 

Enige liturgische elementen die me door de moeilijke tijden heen hebben geholpen:

 

Gezang 484

Waarom moest ik uw stem verstaan?

Waarom, Heer moet ik tot U gaan

zo ongewende paden?

Waarom bracht Gij

die onrust mij

in 't bloed - is dat genade?

 

Gij maakt mij steeds meer vreemdeling.

Ontvreemdt Ge mij dan, ding voor ding,

al 't oude en vertrouwde?

O blinde schrik –

mijn God, mag ik

niet eens mijzelf behouden?

 

Want ik zie voor mij kruis na kruis

mijn weg langs en geen enkel huis

waar ik nog rust zou vinden.

Kom ik zo echt

bij U terecht,

ben ik wel uw beminde?

 

Het lied eindigt met de bede die om troost vraagt:

Spreek Gij dan in mijn hart en zeg,

dat het zo goed is, dat die weg

ook door uw Zoon gegaan is,

en dat uw land

naar alle kant

niet ver bij mij vandaan is.

 

 

Maar waar dat land te zoeken? Hoe het te vinden?

 

Gebed van Huub Oosterhuis:

Gij die me tot hiertoe bewaard hebt,

dat ik nog leef…

 

Tot op de dag van vandaag ontroert het me diep.

 

Als toegift nog een losse gedachte.

dit naar aanleiding Justin Tanis, die de mens steeds opvoert als "medeschepper" naast God :

Er is er maar een die Schepper is: God zelf. mensen zijn schepselen en ze blijven schepselen. Ze kunnen wel de schepping bewerken en bewaren, ze kunnen binnen de schepping nieuwe dingen doen met wat voorhanden is. Maar ze kunnen net zo min medeschepper van God zijn als dat ze doden kunnen terugroepen in het leven. Dan grijpen ze boven hun macht, dan willen ze als God zijn en dat zijn ze niet.

Het is te gemakkelijk om het etiket "schepping" maar op alles te plakken wat we uit de natuur kennen. Van Karl Barth hebben we kunnen leren dat je God niet in de natuur kunt zien, tenzij je hem uit de openbaring in Jezus Christus hebt leren kennen.

Nog een toegift,

naar aanleiding van de vraag hoe het toch komt dat er nauwelijks een academische transgender-theologie is ontwikkeld

Voor mij zijn de theologie en de bijbel vooral belangrijk (geweest) omdat ik daar woorden vond om de absurde ervaring van wonen in een vreemd lichaam onder woorden te brengen. Zo kon ik er vat op krijgen om mijn weg te zoeken.

Theologie of de bijbel gebruiken als bron van toestemming of autoriteit om je weg te gaan is niet goed. Voor zulke ingrijpende beslissingen in je leven moet je op eigen benen staan en maar een klein beetje ruggesteun van een of andere autoriteit willen (i.c. God, de bijbel of de theologie). Ik zal dus met het oog daarop geen uitgebreide transgender-theologie ontwikkelen of aanbevelen.