Vanaf 1995 zijn op deze website vier verhalen verschenen rond het kloosterdom.
Hier de internetadressen van de vier verhalen:
Kloosterdagboek Westmalle/Westvleteren (1995) : een eerste kennismaking van en met de trappistenkloosters in Westmalle en Westvleteren: dit verhaal heeft meer het karakter van een reisdagboek, voor een introductie van het thema is het minder geschikt. Wat maak je zoal mee als je in een klooster verblijft? En wat voor associaties roept het op? En op welke wijze beïnvloedt het kloosterritme je dagelijkse activiteiten? (een lezer liet overigens weten dat hij vond dat het verhaal meer over het trappistenbier gaat dan over het trappistenleven)
Twee
Sporen: het klooster en de Grote Oorlog (1995) : dit verhaal is
geschreven tijdens het verblijf in de twee kloosters waar het vorige verhaal
over gaat. Het is eigenlijk een drieluik: een kort historisch verhaal over
de Cisterciënzer-orde, de Eerste Wereldoorlog en met name de Duitse
kunstenares Käthe Kollwitz. Vooral bekend vanwege haar beeld 'Trauerndes
Elternpaar' op het Duitse soldatenkerkhof in Vladslo.
Kloosterdagboek
Westmalle (23 oktober- 27 oktober 1998) (1998) : studeren, indrukken,
ervaringen, maar met name de rode draad van de 'rauwe' psalmteksten die in
de gebedsdiensten van het klooster centraal staan. (meer klooster, minder
bier dit keer)
[DEZE WEBPAGINA]
Zo was het in den beginne, zo zij het thans en voor immer, tot in de eeuwen der eeuwen: Tijd in het kloosterleven (1999/2000) : het meest serieuze verhaal van de vier; bewerkte tekst van een lezing gehouden voor het Studium Generale over 'Aspecten van Tijd'. Aan de hand van ervaringen in het trappistinnenklooster van Brecht wordt een beeld geschetst van het functioneren van het begrip tijd binnen het kloosterleven. Dit verhaal is grotendeels geschreven tijdens een verblijf van vijf dagen in het Duitse trappistenklooster in Mariawald.
De tweede portal van het Bezinningscentrum is geheel gewijd aan websites met informatie over de kloostergeschiedenis, met name de Cisterciënzers en Trappisten. U kunt de portal vinden op de volgende link: http://www.bezinningscentrum.nl/links/special_links2.shtml
Kloosterdagboek Westmalle 23 oktober - 27 oktober 1998
Wim Haan
In 1998 verblijf ik opnieuw een vijftal dagen in een Cisterciënzer abdij, dit keer in Westmalle. Voor studie en bezinning, zoals men dat zo mooi kan zeggen. Studie in verband met een artikel dat ik ga schrijven over "Hoe tolerant zijn wij Nederlanders?" en dan met name in relatie tot mijn eigen interessesfeer, de nieuwe religieuze bewegingen. Bezinning omdat ik eindelijk mijn plan moet gaan trekken voor mijn "post-docentschap"-periode: de studiereis die ik in 1999 voornemens ben te gaan maken. En natuurlijk is er ook weer het meemaken van de gebedsgetijden waar het in een klooster toch uiteindelijk om gaat.
Vrijdag 23 oktober 1998, 13.30 uur.
Rond tienen in Westmalle gearriveerd. Het weer is honds, het ideale klimaat dus om toe te kunnen komen aan de rust en discipline om te lezen, denken en te schrijven. Wanneer je één keer in een klooster bent geweest, dan is de tweede keer meteen vertrouwd. De klepper op de kloosterpoort activeert de broeder portier, die me blijkbaar nog kent, want hij wijst me meteen door naar broeder Eugenius, de gastenbroeder, die achter een majestueus bureau presideert in het kantoortje van het gastenverblijf. Na de standaardvraag of ik mijn lakens bij me heb word ik doorverwezen naar kamer 8, de kamer recht onder die ik de vorige keer tot mijn beschikking had. Ik ben ruim op tijd om mijn kamer nog in te ruimen voordat ik om 10.45 uur aan kan schuiven in de kloosterkerk voor de eucharistieviering.
Het is vrij rustig in deze doordeweekse dienst. Een vijftiental mensen van buiten en een drietal gasten. Geel, bruin, zwart en rood zijn de kleurcodes van de liedboeken die we voor deze dienst nodig hebben. Psalm 119, de delen 3 en 4 staan op de agenda. "Mij valt licht de weg uwer geboden; Gij neemt de druk van mijn hart". Het delen van brood en wijn gebeurt in Westmalle nu ook in een kring van monniken en andere aanwezigen.
Na de dienst me maar meteen op het eerste boek gestort: Tolerantie van Michael Walzer. "hoe te schrijven over tolerantie" is de titel van de inleiding van zijn boek. Dat is een goede starter voor mij. "Te verdedigen dat verschillende groepen en/of individuen moet worden toegestaan in vrede samen te leven, is geen verdediging dat ieder feitelijk en voorstelbaar verschil moet worden getolereerd" en even verder: "De tolerantie van problematische gewoonten verschilt op complexe wijze in de verschillende regimes en de oordelen die wij vellen over deze verschillen, zijn naar alle waarschijnlijkheid even complex". Dat belooft voor de inspanningen die ik mij voor dit artikel moet getroosten.
Om 12.30 wordt de warme maaltijd opgediend. Het is inderdaad vrij uitgestorven in de eetzaal van het gastenhuis. Er is hier ruimte voor ongeveer 45 mensen. Aan mijn tafel zitten er vier, waaronder Rogier, een gehandicapte met begeleider zoals de assistent-gastenbroeder aankondigt. Rogier komt samen met Wilfried regelmatig in het klooster en verblijft er altijd een lang weekend, van vrijdag tot maandag. Rogier is motorisch gehandicapt, zit in een rolstoel en kan nauwelijks spreken. Maar hij is wel een bekend figuur hier, want de directeur van de brouwerij, die in de eetzaal een eindje verderop een vergadering heeft, komt hem verwelkomen. Er worden nog cassettebandjes met Gregoriaanse muziek gebracht, waarnaar Rogier kan luisteren. Het weer is grof klote, dus genieten van de buitenlucht zal er niet bij zijn. Het was een tijdje geleden kantjeboord met Rogier, zo vertelt Wilfried die onderwijl Rogier helpt met eten. Rogier heeft gevochten voor zijn leven, en overwonnen! Daarom zitten ze hier nu weer met hun tweetjes. Het eten gaat niet echt van een leien dakje, maar ik denk dat Rogier en Wilfried daar niet veel last van hebben. Een Limburgs/Amsterdamse kaaskop die nauwelijks iets gewend is echter wel. Ik heb geen kinderen die over de tafel spugen en rare geluiden maken, geen leerschool dus en dat wreekt zich nu.
Afruimen en afwassen. Dat zijn de huishoudelijke taken van de gasten. Ik houd me bezig met de afwas en de andere twee drogen af. Rogier kijkt gezellig toe.
Om 14.00 uur de middagdienst. Psalm 129, "Hoe hebben ze mij van mijn jeugd af bekneld, maar zij hielden geen macht over mij". Het vergaat hen niet goed, de "haters van Sion", immers "Zij zullen zijn als het gras op het dak, dat, eer het aar maakt, verdort".
Teruggekeerd op mijn kamer gaat plots de snerpende piep van mijn GSM. Een dame van de RVU die Amancio Bata voor een radioprogramma wil uitnodigen, en die zijn adres zoekt. Mag ik u vijf minuten storen? Shit. Dat is ook nog op mijn kosten ook.
Vrijdag 23 oktober 20.15 uur
Om 16.00 uur koffie met eenvoudige broodmaaltijd. Wanneer je het complete eetritme van het klooster volgt, dan kan het niet anders dat dat gevolgen heeft voor je gewicht. Ik zit alleen met Rogier en Wilfried. Je kunt Rogier best wel verstaan, maar je moet er wel moeite voor doen, en Wilfried heeft natuurlijk ook geleerd om te letten op mimiek en gebaren. Dat vergemakkelijkt een en ander. Broeder Leonardus komt melden dat de monniken hebben meegeleefd en gebeden voor Rogier in zijn moeilijke periode. Ze zijn allen weer zeer opgelucht dat het beter gaat. Tijdens mijn gesprekje met Wilfried maakt Rogier af en toe een opmerking. Zo wanneer ik vertel dat ik in Amsterdam woon. Hij is recent ook in Nederland geweest. Een opmerking van Rogier kunnen we echt niet ontcijferen. Het lijkt op voef, of vijf. Maar na verloop van tijd blijkt dat hij fuif bedoelt. Hij viert volgend jaar een grote fuif: hij wordt namelijk vijftig. Broederlijk staat Wilfried me bij in de afwas. Naast het vele eten is helaas ook de tijdsfactor van de follow-up van de maaltijden problematisch. Zo blijft echt te weinig tijd over voor studie en schrijven.
De Vespers, of avonddienst in de termen van Westmalle. 17.30 uur is het tijdstip. "Doch ik - een worm en geen mens, spot der schare, veracht door het volk", psalm 22. "Als water dat wegloopt verga ik, alsof heel mijn gebeente is ontwricht; mijn hart lijkt geworden tot was, het begint te begeven van binnen". Opruiende, haast revolutionaire taal die psalmen.
Verder nog psalm 93. "Hoog boven het daveren der machtige wateren, de baren vervaarlijk der zee, vervaarlijk de Heer in den hoge". Het taalgebruik van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde maakt van de psalmen een mysterieus, doordringend geheel, het is moeilijk om er woorden voor te vinden. De teksten geven iets vertrouwds en tegelijk iets verontrustends.
De avondmaaltijd is vervroegd omdat de monniken een overleg hebben van kwart voor zeven tot half acht. Zes uur dus. Ik besluit om de maaltijd (beker en brood) aan me voorbij te laten gaan. En lees Walzer uit, een tweetal artikelen uit een boek over Religies en (On)gelijkheid en het begin van het Sociaal en Cultureel Rapport 1998. Dat schiet dus lekker op!
In zijn introductie van de tolerantieproblematiek maakt Walzer een treffende vergelijking wanneer hij de complexiteit van het probleem beschrijft. Hij doet dat aan de hand van een analogie met een basketballwedstrijd: "Problemen ontstaan alleen in het geval van mensen die de wedstrijd willen verstoren of beëindigen, terwijl zij wel de rechten van de spelers en de bescherming van de spelregels opeisen". En ietsjes verder wanneer hij spreekt over religieuze gemeenschappen: "Maar hun belangrijkste doel is een levenswijze te handhaven onder hun eigen leden om hun eigen cultuur of geloof door te geven aan de komende generaties".
Op pagina 69 de alinea: "... wordt vaak gezegd dat tolerantie een relatie van ongelijkheid inhoudt, waarbij de getolereerde groepen of individuen een ondergeschikte positie wordt toegewezen. Iemand tolereren is een machtsdaad; getolereerd worden is acceptatie van eigen zwakte".
Veel aandacht in het boek ook voor het probleem van clitoridectomie (besnijdenis van meisjes waar in veel gevallen de clitoris wordt verwijderd). Het beleid van de Franse overheid wordt in het boek beschreven: "Wat individuen aangaat, mag tolerantie zich zeker niet uitstrekken tot rituele verminking, net zomin als rituele zelfmoord wordt getolereerd". Bij de bespreking van de Amerikaanse tolerantie t.a.v. marginale godsdienstige groepen wordt beschreven dat tal van gebruiken, die hun legitimiteit ontlenen aan het feit dat het godsdienstige gebruiken betreft, geaccepteerd omdat ze aspecten van een collectieve levenswijze zijn. Dergelijke gebruiken zouden absoluut niet legitiem worden geacht als ze op individuele gronden naar voren werden gebracht, zelfs wanneer de individuen erop zouden aandringen dat hun begrip van wat zij doen (of niet doen) een gewetenskwestie was, een morele wetenschap, gedeeld door ieder van hen en zijn of haar God.
Op pagina 91 tenslotte een zeer vruchtbare vaststelling voor mijn artikel: "Bijna alle getolereerde godsdiensten zijn er immers op gericht de vrijheid van het individu in te perken. ...De meeste godsdiensten zijn erop ingesteld gedrag te controleren. Wanneer wij van de religies verlangen dit doel op te geven, of de middelen om dat doel te bereiken, verlangen we een transformatie waarvan we het eindresultaat niet kunnen beschrijven".
Zo, dat kunnen sektetegenstanders mooi in hun zak steken ...!!!
Om half acht de dagsluiting.
Net als alle diensten in Westmalle starten de completen met:
God, kom mij te hulp. (door de voorzanger)
Met het antwoord van allen: Heer, haast u mij te helpen..
Het: Eer zij de heerlijkheid Gods: Vader, Zoon en heilige Geest, dat ook aan het eind van elke psalm wordt gezongen, wordt door de monniken diep voorovergebogen ten gehore gebracht.
Wat volgt is natuurlijk zeer passend voor de continue traditie van 1500 jaar monnikenbestaan:
"Zo was het in den beginne,
zo zij het thans en voor immer;
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen".
Psalm 4 vormt vast onderdeel van de Westmallecompleten: "Geef uw wederwoord op mijn aanroep, God die immer mij recht hebt gedaan, die in nood mij ruimte kan scheppen; ontferm U - hoor mijn gebed".
Ook psalm 91 "Want Hij is het die u bewaart voor de strik van de vogelvanger, bewaart voor de gruwelijke pest" is in het Dagafsluiting boekje afgedrukt. Tot slot van de dagsluiting worden de lichten gedoofd en keren alle monniken zich naar een nis met een Maria-beeld. Het Salve Regina wordt gezongen: "Salve Regina, Mater misericordia, vita, dulcedo, et spes nostra salve. Ad te clamamus exules, filii Evae. Ad te suspiramus gementes et flentes in hac lacrimarum valle. Eia ergo advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos con verte. Et Jesum benedictum fructum ventris tui, nobis post hoc exilium ostende. O clemens, o pia, o dulcis Virgo Maria. Alleluia".
Na het zingen van het Salve Regina is er tien minuten stilte. Lang voor diegenen die stilte niet gewend zijn. Je verstand maakt overuren en draait op volle toeren!
Om 8 uur nog even langs de gastenbroeder gelopen en voor de somma van 30 Belgische franken een Dubbele Trappist aangekocht. Ter begeleiding van het schrijven van dit verhaal en als slaapmutsje.
Om twintig over negen gaat de laptop uit. Nog een half uurtje lezen (dit keer wat lichter materiaal, over de brouwwijze van het Trappistenbier).
Zaterdag 24 oktober 1998, 5.05 uur
Ja hoor, echt de nachtwake bijgewoond die om vier uur begint. Dat betekent om half vier het bed uit, wassen, tanden poetsen, aankleden en op naar de kapel! Er zijn nog twee gasten die net als ik de moed kunnen opbrengen. De nachtwake is de langste dienst in de getijden van de broeders. Dus ook een vol psalmenprogramma. We beginnen met psalm 95 "Komt, maakt thans muziek voor de Heer; de bazuin voor de rots onzer vrijheid". De abt, broeder Ivo, en broeder Gert (de assistent-gastenbroeder) functioneren vanochtend als voorzangers.
Na een kort lied uit de bundel Code Zwart, volgend de drie psalmen voor de Zaterdag:
Psalm 11, "Rechtvaardig is Hij, de Heer, Hij heeft de gerechtigheid lief. Wie oprecht is zal Hem aanschouwen". Psalm 10, "Waarom blijft Gij, o Heer, zo onbereikbaar ver?, waarom verbergt Gij U in tijden dat het nijpt? Verhef U, Heer! Grijp in met machtige hand, o God! Vergeet Gij dezen niet die neergebogen zijn" en nog Psalm 79 "Zij gaven de lijken uwer knechten als aas aan de vogelen des hemels, het lichaam van uw getrouwen het wild gedierte ten prooi". Na een korte lezing uit Ezechiel en een beurtzang uit Code Rood, nog eens drie psalmen. Psalm 62 "En huichelen doen zij al te graag: de zegenwens ligt in de mond, het hart bergt de vervloeking". Psalm 105, die voorgelezen wordt i.p.v. gezongen. De psalm van het verbond met Abraham, Jakob en Jozef in Egypte, en tenslotte Mozes en Aaron en de plagen die God heeft gezonden naar de Egyptenaren "Hij veranderde het water in bloed en deed hun vissenvolk sterven; van kikvorsen wemelde hun land tot in de vertrekken der vorsten". En tenslotte Psalm 62, "God breng de zege met machtige hand: o, verhoor ons! Wend eindelijk ons lot". Alvorens de dienst wordt afgesloten met een mariagedachtenis volgt nog een lezing uit een boekje met teksten van het Tweede Vatikaans concilie. Het betreft een vrij vermoeiende beschouwing over de theologische betekenis van de Maria-verering. Zware stof voor zon vroeg uur! Om vijf uur hebben we het gehad. We zullen zien of we dit ook de volgende dagen volhouden.
Een voordeel is wel dat ik mij weer vroeg aan de studie en het schrijven kan begeven.
Reender Kranenborg meldt in een stuk onder de titel Het denken over Sekten. Grond van ongelijke behandeling dat er de laatste jaren een publieke mentaliteit is ontstaan die steeds minder ruimte laat voor nieuwere religieuze bewegingen. Ze worden per definitie gewantrouwd en hun bestaan wordt in feite onacceptabel gevonden. De tolerantie ten aanzien van religieuze bewegingen wordt geringer en zal nog wel geringer worden. In hetzelfde boek treffen we nog een lezenswaardig artikel aan van Alies Struys over liberaal overheidsbeleid ten aanzien van minderheidsgroepen. Er wordt in ons land een scheiding aangebracht tussen de publieke sfeer en de privésfeer, tussen zaken waarin mensen zelf mogen uitmaken wat ze goed vinden om te doen en zaken waarmee anderen en de overheid zich mogen bemoeien. Ze gaat in op twee casussen: poliovaccinatie, waarbij besloten is om geen dwingende plicht tot inenting op te leggen, en vrouwenbesnijdenis, waarbij de overheid het stadpunt heeft ingenomen dat cliterodectomie een vorm van vrouwenonderdrukking is en daarmee een aantasting van de gelijkwaardigheid van vrouwen. De overheid heeft in deze kwestie een algeheel verbod op vrouwenbesnijdenis uitgevaardigd. Struys plaatst kritische kanttekeningen bij deze rigide ingreep van de overheid. Er komt me nog een korte passage in het boek van Walzer in herinnering die bij de vergelijking van besnijdenis van vrouwen met de besnijden van mannen fijntjes opmerkt dat vrouwenbesnijdenis vergeleken moet worden met verwijdering van de penis van de man. Struys heeft als belangrijkste argument de culturele identiteit van vrouwen die voor een besnijdenis kiezen en de sociale positie van de vrouwen wanneer ze zich niet laten besnijden.
Wie zich niet laat afschrikken door de saaiheid van de kaft en het volume van het Sociaal en Cultureel Rapport 1998 (bijna 800 paginas), treft hier een bijzonder boeiend en toegankelijk overzicht van de toestand in Nederland en de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar. Eigenlijk best wel een hebbedingetje, een soort encyclopedie van Nederland, maar dan wel eentje met uitgebreide, diepgravende informatie over allerlei zaken die in ons land zijn gepasseerd. Het biedt in ieder geval ook de nodige achtergrondinformatie die noodzakelijk is wanneer je een fatsoenlijk oordeel wil vellen over de tolerantie van Nederlanders op een groot aantal terreinen. Bijzonder boeiend is de verhandeling over de multi-etnische samenleving waarin de mythe van de multiculturele samenleving volledig onderuit wordt gehaald. Eigenlijk bevat elk van de 17 hoofdstukken wel interessante passages. Wie in korte tijd zicht wil hebben op de centrale ontwikkelingen kan zich tot de Samenvatting van circa 40 paginas beperken.
Zaterdag 24 oktober, 13.35 uur
Van zes tot zeven een uurtje geslapen. Nog een kwartiertje eraan vastgeknoopt waardoor ik de ochtenddienst van 7.00 uur heb gemist. Shame on me. Nu is er ook een gat gevallen in mijn Psalmen-geschiedenis. Ik zal enige navraag doen. Tijdens het ontbijt verschijnt een andere gast uit Amsterdam. Iemand met eenongelovige achtergrond, die steeds meer respect en bewondering voor religie krijgt. Hij heeft een aantal dagen in het Cisterciënzer-klooster van Echt verbleven. Dit is zijn tweede bezoek. Ook bij een recent ander kloosterbezoek ontmoette ik een vrouw van 28 die recent is gedoopt. Mensen zonder religieuze achtergrond hebben vaak niet de religieuze ballast die velen (zoals ik) met zich meetorsen. Ze staan veel onbevangener tegenover zaken waar mij de haren te berge rijzen, zoals hiërarchie, conservatisme en andere hete hangijzers.
Na het ontbijt een tochtje gemaakt om een geldautomaat op te sporen. Heeft nogal wat moeite gekost, maar uiteindelijk wel eentje gevonden in Oost-Malle. Ik kan nu in ieder geval mijn verblijfsrekening voldoen en hopelijk ook nog wat bakskes Tripel of Speciaal, het tafelbier van Westmalle, aanschaffen.
Daarna doorgekoerst naar Brecht, Nazareth, het klooster van de Trappistinnen. Ik verwachtte een klein klooster. Maar ook Nazareth is een enorm imposante abdij. Eventjes aan de poort van de abdij aangebeld om informatie over de gebedstijden te ontvangen. Ik krijg een folder mee, waar alles wat ik wil weten in staat. Ik vertel dat ik zeker van plan ben om de Vespers bij te wonen, en misschien morgen de eucharistieviering in plaats van in Westmalle. De Abdij Nazareth maakt gebruik van de priester-broeders van Westmalle om daar de mis te lezen.
Voor de onderlinge banden zal het wel goed zijn, maar voor een buitenstaander is het toch nog steeds haast onbegrijpelijk dat oude r.k. regels de noodzaak van een mannelijke priester voorschrijven voor de eucharistieviering.
Via een binnenwegje weer teruggekeerd in Westmalle. Om kwart voor elf is er weer de dagelijkse eucharistieviering. Er is weer een FFF-er in de kerk (grande fortissimo). Hij loopt mee naar het gastenhuis. Hij blijkt een nieuwe gast te zijn, die samen met zijn moeder in het klooster logeert. Wanneer ik geen fruit wil is hij helemaal verbaasd: daar heeft u toch recht op, op een stuks fruit? De moeder van de fff-er reageert assertief op de eetgewoontes van Rogier. Ze verzekert Wilfried dat die toch echt beter een beker kan gebruiken om Rogier de soep te laten drinken. Maar behoudens het gekuch, gehoest en een spuugje hier en daar lukt het eten uitstekend. Een kniesoor die daar op let.
Nog een uurtje tijd voor lezen en typen. Om 14.00 uur is de middagdienst er weer. En om vier uur weer de volgende maaltijd. Mijn Vesper-bezoek aan Nazareth is een goed excuus om de avondmaaltijd te missen. Ik moet wel even de broeder portier waarschuwen dat hij mij straks nog binnen laat. De poorten gaan al om half acht dicht. Daarna moet worden aangeklopt, gebeld.
Zaterdag 24 oktober, 18.10 uur
De middagdienst was kort en krachtig. Dus ruim de tijd tot het tussendoortje om 16.00 uur om weer voort te gaan met mijn leeswerk. Mijn ogen beginnen bijkans dubbel te zien van de tolerantie. Je zou er haast intolerant van worden! Daarom maar even wat verstrooiende literatuur ter hand genomen: Geschiedenis van de Trappistenabdij te Westmalle. Ik had het boek ook al in 1995 meegenomen en (deels) doorgenomen. De laatste hoofdstukken geven fascinerende beschrijvingen van de abten-levens. Een abt is van enorm belang voor de continuïteit van het kloosterleven. De geschiedenis van Westmalle getuigt hier heel sterk van. In de refter (eetzaal) hangen de portretten van diverse illustere abten. Sommige zijn met name bekend geworden als bouwheer omdat ze de uitbreiding van het gebouwencomplex hebben gecoördineerd en bijv. ook een belangrijke rol hebben gespeeld bij de modernisering en schaalvergroting van de brouwerij. Andere hebben vanwege hun persoonlijke, karakterkwaliteit een stempel gedrukt op Westmalle. Er hebben zich ook wel strubbelingen voorgedaan tussen abten en monniken. Vaak eindigden die in het voordeel van de abt, een enkele keer ook in het voordeel van de monniken, zodat er naast de zittende abt een coadjutor wordt benoemd. Dan weet je als abt wel hoe laat het is! Abten worden gekozen voor het leven. Hoewel de schrijver van het boek, Jan van Damme, zelf Cisterciënzer was, en nergens echt een kwaad woord aan het papier heeft toevertrouwd, kun je soms toch wel door de regels heen lezen dat sommige abten doorgaan tot het bittere einde, en dan wel heel bitter, hetgeen uiteraard de cohesie binnen de monnikengemeenschap niet ten goede komt. Er is ook ooit een echte Amsterdammer abt geweest van Westmalle, Tarcisius van der Kamp. Een hele fidele als je Van Dam mag geloven en voorzien van een gezonde dosis Hollandse nuchterheid hetgeen mag blijken uit een dagboekaantekening: Zaterdag 17 augustus 1929. Abt gekozen. Installatie s middags. Dat is zijn verslag van zijn benoeming op de belangrijkste post in het abdijleven. Een Westmalle-abt heeft het ooit tot generaalabt van de orde geschopt. Herman Jozef Smets werd op 16 juli benoemd tot hoogste baas van de Trappistenorde. Hij heeft deze eervolle functie op een indrukwekkende wijze gedurende 10 jaar vervuld. Smets heeft zich met name als een behoeder van de Cistercienzer traditie ontpopt. Wars van veel vernieuwingsdrift van diverse kloostergemeenschappen.
Om 16.00 uur naar de refter voor de kleine broodmaaltijd. De moeder van de fffer blijkt een gezellige praatster. Ze komt uit Neerpelt, maar woont al veertig jaar in Antwerpen. Haar zoon houdt van een gezonde levenswandel. Drie stuks fruit verorbert hij iedere ochtend voordat hij naar zijn werk gaat. Koffie drinkt hij niet, wel koffievervanger, Cicorei of zoiets. Ze houdt van kweeperen en mispels. Zelfs haar meest gedetailleerde beschrijvingen van met name het laatste brengen mij geen helderheid waar ze het nu over heeft. Dat is nu toch echt wel een van de heel leuke dingen van Westmalle. Ook als je alleen komt, eenzaam hoef je hier nooit te voelen. De abdij trekt bijzondere mensen. Het is een (t)huis met ruimte voor iedereen.
Ik kan me vergissen, maar op de een of andere manier lijkt het dat Rogier geweldig geniet van zijn verblijf hier. In de diensten schiet hij soms omhoog vanuit zijn rolstoel. Tevredenheid, extase of gewoon een spierreactie, wie zal het zeggen. Het is vaak ontroerend hoe Wilfried zich om hem bekommert.
Om kwart voor vijf richting Nazareth vertrokken. Je bereikt de kerk via het abdij-gebouw. Helaas zitten de overige kerkgangers nogal ver van de monialen. Maar de sfeer en met name de zang maken veel goed! De stemmen zijn zo zuiver, van sommige meerstemmige stukken lopen je echt de rillingen over de rug. Ik had echt associaties met La Mystère de la Voix Bulgare. Roman-katholic version dan natuurlijk. Het enige nadeel is dat je niet mee durft te zingen met de psalmen. Ik zou als enige (krakende en enigszins onzuivere) mannenstem een bijzonder onaangenaam contrast realiseren.
Er leven ongeveer veertig zusters in de Abdij. Vrij groot dus, en nogal wat jongere zusters. Ik wil morgen nog de eucharistieviering bijwonen. Die vindt daar om 11.00 plaats, een herhaling van de eucharistie van Westmalle, want dezelfde pater gaat voor.
Ik kom hier zeker terug, het beste is ongetwijfeld voor een kort verblijf in het gastenhuis. Misschien een aanrader om weer met een groep van de VU te gaan. Ik zal morgen informeren bij de gastenzuster wat de mogelijkheden zijn.
Het zal wel een fiemel in mijn hoofd zijn, maar op een of andere manier voelt de spiritualiteit bij de monialen, de nonnen van de Cisterciënzer-orde, dieper, authentieker, vanzelfsprekender misschien. Ze lijken er ook veel meer plezier in te hebben. In Westmalle gaat het er allemaal nogal serieus aan toe.
De weersomstandigheden zijn inmiddels hels. Zware storm. Een regenton of zoiets kiepert voor me op de weg. Stuurbekrachtiging en indrukwekkende remperformance geven de ton het nakijken en mij het doorrijden. Het is inmiddels bijna zeven uur. Om half acht is er weer de dagsluiting. Ik ga even oefenen met de tekst van het Salve Regina.
Zondag 25 oktober, 13.35 uur
Na de avondsluiting, die zondagse Salve Regina bevat, met mijn collega-Amsterdammer recreatie genomen in de recreatiezaal die in het poortgebouw ligt. Tot elf uur kunnen mensen hier wat kletsen, spelletjes doen, of zich bezig houden met meer serieuze zaken, zoals een avondprogramma van een retraite. We laten ons de Westmalle Speciaal en Dubbel goed smaken. Na een uur voegen zich ook Tiny en Teun Tuyp bij ons. Teun heeft een opleiding tot Diaken gevolgd en wordt regelmatig ingeschakeld in situaties wanneer geen priester beschikbaar is, of plotseling is ziek geworden. De hele wereld passeert zo ongeveer de revue tijdens onze babbel. We blijken allerlei gemeenschappelijke kennissen te hebben, mede omdat ik theologie heb gestudeerd in Heerlen. Hij kent diverse personen die van de HTP afkomstig zijn.
Ik verneem ook tijdens de babbel dat de fffer tot de orde is geroepen, omdat hij te luid praat en de rust verstoort. We maken het niet te laat, want morgenvroeg weer met het krieken van de dag eruit. Het voordeel is wel dat vanacht de tijd met een uur wordt teruggezet. Dat opent perspectieven voor nog een keer bijwonen van de nachtwake.
Veel komt er niet van terecht, want ik slaap vanacht vrij goed. Zelfs zo goed dat ik een mug die me fors toegetakeld heeft pas in de ochtend ontdek. Een flinke bloedvlek dus op de helderwitte muur. Om zes uur nieuwe tijd sta ik op, om na een grondige waspartij met koud water (daar word je hard van) en een cleanshave, me in een nieuwe outfit hijs om de ochtenddienst bij te wonen. Het is een vrij lange dienst met vier psalmen en nog enige liederen. Een van de monniken dreunt het takenschema op dat de monniken voor de komende week op zich moeten nemen.
Het ontbijt valt me slecht. Misschien is de Westmalle Dubbel/Speciaal niet goed gevallen. Verder lezen in het Sociaal Cultureel Rapport en het rapport van de sektencommissie van de Tweede Kamer (1984) over overheid en nieuwe religieuze bewegingen.
Om 9.00 uur (Zondagen kennen afwijkende gebedstijden) de eucharistieviering hier in het klooster. Abt Ivo is de voorganger. Hij meldt om te beginnen dat er twee broeders, Alphonsus en Eugenius vandaag hun 60 jarige professie vieren. Zestig jaar in het klooster. Een eeuwigheid lijkt het wel.
Broeder Ivo leest zijn tekst voor. Helder, maar niet echt levendig. Dat is overigens een beetje jammer van een aantal broeders. Ze lezen afwisselend teksten voor, maar sommigen doen dat zo saai en onbeholpen dat enige educatie van presentatietechnieken op zijn plaats zou zijn. Er wordt klaarblijkelijk meer waarde gelegd op dat er iets gebeurt, dan op hoe het gebeurt.
Voor de communie snel de kerk uit en op weg naar de Abdij Nazareth. Daar aangekomen kan ik nog een gastenzuster spreken. Bijna lukt het om toch nog een etmaal in deze abdij te verblijven. (Ze zijn aan het verbouwen, en eigenlijk zijn geen gasten toegelaten.) Maar uiteindelijke wegen de principes toch zwaarder, dan de praktische mogelijkheden. Wanneer er zou toestemming moeten worden gevraagd, en dat is toch misschien te veel van het goede.
Ik houd ook niet aan. Het is natuurlijk een beetje een overval wanneer je in een klooster binnenkomt en vraag of je er morgen kunt verblijven.
De gastenzuster laat me nog het gastenverblijf zien. Een gebouw met drie vleugels met kamers, en goede voorzieningen voor de gasten. Voor de prijs hoef je het echt niet te laten. Een verblijf van een etmaal kost 750 Bfr. Lakens wel zelf meebrengen natuurlijk. Het klooster bruist van het leven. Het is denk ik met zijn circa veertig zusters het grootste nonnenklooster in België. En vrij veel jongere zusters.
De eucharistieviering die ik meemaak is inderdaad een kopie van de vorige (wat de bijdrage van de celebrant betreft, want dat is weer broeder Ivo, die vandaag dus een dubbel programma heeft). Er zitten wat passages in die betrekking hebben op het monnikenleven. Een kleine moeite dus om de hij van de monnik waar hij het om negen uur over heeft gehad, te vervangen door de zij van de kloosterzusters waarvoor hij nu spreekt. Maar nee hoor, overal hij-en. Een gemiste kans om de afstand tussen de celebrant en de zusters wat te verkleinen.
De eucharistie wordt hier niet in een kring gevierd. Misschien ook weer vanwege de zondag. Maar ook het elkaar vrede toewensen is hier nog niet ingeburgerd. Mogelijk juist door het opgelegde systeem van een celebrant van buiten lijkt de liturgische vernieuwing hier nog geen goede kansen te hebben gehad. De meerstemmige zang onder leiding van de koor-zuster is weer hemels. Dat moet ook wel, want er wordt hier hard gewerkt om het peil van de zang hoog te houden.
Na de dienst weer rap met de auto naar Westmalle. De afstand van Westmalle tot Brecht is zon kwartiertje.
Ik ben dus ruim op tijd voor de warme maaltijd, waar we vandaag met een volle eetzaal worden geconfronteerd. Eventjes dachten we nog dat dat de gasten van broeder Eugenius waren (vanwege zijn 60 jarige professie). Maar dat blijkt zonder veel poeha voorbij te zijn gegaan. Ik verneem s avond van Eugenius dat zijn familieleden zelfs niet weten van het heuglijk feit. Zijn broers zijn 85 en 86 en de kinderen en kleinkinderen zijn niet geïnteresseerd.
Weer wat nieuwe mensen gearriveerd. En een aantal oude staat op het punt te vertrekken.
Na het middagmaal een dutje gedaan. Wat is er met me aan de hand? Word ik oud?
Maar hoe het ook zij, het is bijzonder aangenaam. Om 16.00 uur (afwijkende tijd!!, Zondag!!) de avonddienst. Dit keer met veel wierook en ritueel. En vijftien minuten stilte. Nogmaals, wat er in stilte allemaal door je heen gaat, ongelooflijk!
Na de dienst weer eens een beetje ondeugend: een bezoekje aan een andere plaats van bezinning, Café De Trappist, tegenover de abdij. Iedereen die ooit horeca-aspiraties heeft gehad (waaronder ondergetekende) moet wel jaloers worden wanneer hij ziet hoe goed dit etablissement loopt. Het hoeft niet te verbazen dat dit een belangrijke inkomstenbron van het klooster vormt. Teruggekeerd weer verder gelezen. Het Sociaal en Cultureel Rapport 1998. Over ontwikkelingen in de zorg, sociale zekerheid en criminaliteit. Wat dit allemaal te maken heeft met het onderwerp waar ik hier voor kom, is me inmiddels ook niet meer helemaal duidelijk.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven, lief kloosterdagboek, dat me eigenlijk weer hetzelfde overkomt als tijdens mijn vorig kloosterbezoek. Het kloosterritme, het bijwonen van de diensten, het proeven van de sfeer etc. gaat gewoon niet zo goed samen met het geconcentreerd bezig zijn met andere zaken. Een kloosterverblijf is heerlijk, de rust, het vaste ritme, de stilte. Maar studeren en schrijven (anders dan dit kloosterdagboek!) is toch echt een verschillende aangelegenheid. We moeten er maar in berusten. Dat is misschien de juiste houding in een klooster!
De avondmaaltijd: 18.15 uur. Ik ga vanavond aan een andere tafel zitten. Bij zuster Angelique en Els. Angelique is een jonge novice van Brecht, die een paar dagen retraite doorbrengt in Westmalle. Een ongecompliceerd nonnetje, met een presentatie die door zijn eenvoud indruk maakt. Ze zegt niet veel, maar het meest komt er met een gulle glimlach uit. Ik heb het over de uitmuntende kwaliteiten van de zang van de zusters. En ik was er niet eens bij! is haar antwoord.
Met andere disgenoten hebben we nog een gesprek over de jonge aanwas, die in Brecht groot is: een kwart van de zusters zijn dertigers. De oudste is 75. Alleen de categorie veertigers is ondervertegenwoordigd.
Westmalle: gemiddelde leeftijd stokoud.
Waar zit hem dat nu in, ook wanneer je het afzet tegen een ontwikkeling dat andere kloosters van de Trappisten wel jonge aanwas hebben. De persoon van de abt fluistert iemand: hij is nogal conservatief, en daardoor een sfeer creërend die weinig aantrekkelijk is voor nieuwe aanwas.
s Avonds tijdens de recreatie hoor ik dat broeder Ivo met name als invalshoek had om de orde weer terug te brengen na een periode dat alles wat losser was georganiseerd. Zijn visie schijnt te zijn dat het monnikenleven in golven verloopt. Dat slechts door strikt vast te houden aan de traditie de continuïteit van het monnikenleven kan worden gegarandeerd. Waar dat Westmalle zal brengen moeten we afwachten. De perspectieven zijn op dit moment toch wel erg somber.
Tegelijkertijd hebben we het s avond ook over de positieve aspecten van deze abdij. Iedereen wordt geaccepteerd zoals hij/zij is. Veel gasten verblijven hier vaker per jaar, vanwege de vertrouwde omgeving, en juist omdat ze zich geaccepteerd weten. En wat ik eerder al heb gesignaleerd: een verblijf in Westmalle kan nooit saai zijn, vanwege het gemêleerde publiek dat zich hier ophoudt. Het is en blijft een boeiende ervaring om hier te zijn.
Nog een nakomertje. Gisterennacht een merkwaardige nachtmerrie gehad. Mijn ex verscheen in een droom als een beoefenaarster van occulte krachten. Ik droomde heel duidelijk over een aangename woning die ik bewoon, die onveilig wordt gemaakt door tovenarij en onaangenaam gegoochel van mijn ex. Ze laat stalen objecten verschijnen waarmee ze me prikt en op mijn tv-scherm zie ik plots allerlei occulte symbolen (van Voodoo tot Metselarij) verschijnen. Dit moet een interessante kluif zijn voor een droomuitlegger. Ik zal eens informeren bij familie van haar, misschien heeft ze zich aangesloten bij een spiritistisch genootschap en experimenteert ze occulte machten en krachten die ze loslaat op exen en ander interessant experimenteel materiaal.
Het is kwart over tien (22.15 uur). Bedtijd!! Benieuwd wat morgen brengt.
Maandag 26 oktober 1998, 8.45 uur
Vlak voor het slapen gaan nog een mug gesignaleerd. Oh nee, hè. Een moeilijke keuze: of leeggezogen worden door een muggebeest of vergiftigd raken door het bestrijdingsmiddel. Uiteraard kies ik voor het tweede. En ja hoor, vanochtend leef ik nog, en is de mug kasjeweile.
Om 7.00 uur stipt op tijd bij de ochtenddienst. O.a. Psalm 36 "Zelfkennis, eerlijk handelen het is hem vreemd geworden: op bed denkt hij zijn kwaad uit.." De meest gasten zijn vertrokken, de kerk is dus vrijwel leeg. Rogier en Wilfried zijn er nog, ze vertrekken vanavond weer. Wilfried vertelt nog dat Rogier toch wel problemen heeft met de overgang van zomer naar wintertijd. Het weer was ook te slecht om wandelingen te maken. Ze waren er dit jaar later dan andere jaren. Maar het waren al met al toch goede dagen.
Bij het ontbijt gezellig gekeuveld met Tiny en Teun, die nog tot woensdag blijven. Tiny wil Westmalle Trappistenkaas kopen. Teun beweert dat die ook te koop is in de supermarkt bij hen op de hoek. Broeder Jozef komt even een praatje maken, hij moet vandaag de lange gangen schrobben. Teun pest hem een beetje door te zeggen dat je daar toch goeie machines voor hebt. Tja, zegt de broeder, maar ge weet het .... Wat is iets dat ikzelf en de lezer wel kan invullen.
Na het ontbijt me naar de brouwerijpoort vervoegd. Er heerst al een enorm bedrijf om kwart over acht. Bij de receptie staat een bord met de tekst: Verkoop aan individuelen alleen vrijdagmiddag. Door zon deprimerende tekst laat een Limburgs-Amsterdammer zich natuurlijk niet ontmoedigen. De medewerker van de receptie blijkt bereid me toch wat bakskes te verkopen, wanneer ik vanmiddag om vier uur hier weer terugkeer. De Tripel kan ik beter elders aanschaffen, want die is hier veel duurder.
In het gastenhuis teruggekeerd ben ik getuige van de aankomst van de kuisdame. Arme broeder Gerd krijgt nog een enorme schrobbering wanneer hij met de aansturing begint. Stofzuigen daar begint ze vandaag niet aan, ze heeft het al druk genoeg. "Dat is toch een kleine moeite om zelf even te doen", zegt ze broeder Gerd, "u moet wel een beetje uw best doen". Niets helpt, dus ten einde raad belooft broeder Gerd zelf maar te gaan stofzuigen. "Zo goed mogelijk" voegt hij eraan toe. Die toevoeging wordt door de kuisdame met een waarderende knik beluisterd. Moraal: Belgische kuisdames zijn van het gevaarlijk soort, wanneer je ze niet duidelijk maakt wie de baas is, dan nemen ze het heft in handen en gaat de zweep erover.
Maandag 26 oktober, 17.00 uur
Ik heb het rapport van de subcommissie Sekten uit 1984 al minstens vijf keer gelezen. Maar het werkstuk van de griffier van de Tweede Kamer, Tobias Witteveen, blijft boeien. Het is leuk om te lezen hoe een ambtenaar die nauwelijks iets van godsdienst had zich steeds meer is gaan inleven in de materie. En hier en daar zijn onverholen bewondering voor bepaalde groeperingen niet onder stoelen of banken kan steken. Ik heb me neergelegd bij het gegeven dat mijn productiviteit hier beperkt blijft tot veel lezen, eten, drinken, corvee, huishoudelijke taken en dit dagboek bijhouden. Meer komt er echt niet uit.
In de eucharistieviering werd uit een stuk voorgelezen uit de Wijsheid van Jezus Sirach. Dat ging over "de mens die te veel, tegelijkertijd wil". Hij is een gruwel in de ogen des Heren, meldt het bijbelboek. Zo diep ben ik dus gevallen.
Tiny en Teun blijven heel gezellige kletsers, maar ik vrees dat het ontbreken van nogal wat gasten aan de eettafel mogelijk een gevolg is van hun al te vergaande welsprekendheid. Arme Rogier wordt er ook al helemaal onrustig van. De stille hint van Wilfried komt helaas niet over. Ik probeer via een grapje een wenk te geven. "In de regels voor de gast, die op alle kamers liggen, wordt gezegd niet al te druk te zijn tijdens het eten", waarop Tiny antwoordt dat ze dat helemaal niet heeft gelezen en dat ze zich heel schuldig voelt. Waarop Teun vaststelt "Ben je gek, dat staat helemaal nergens". En ik maar diplomatiek afsluit met: "Iedereen moet zichzelf kunnen zijn". Wie die iedereen is, laat ik maar in het midden.
Wanneer ik met broeder Eugenius over het lawaai in de keuken spreek (de keuken van het klooster wordt verbouwd, de gehele dag wordt er gebroken en geboord) meldt hij "en ze blijft maar praten".... "ik doe net alsof ik niets hoor door het geboor, ze zal een goede diacones worden". Maar mogelijk niet zo geschikt voor het kloosterleven, opper ik al. Dat zou de eerste dag van noviciaat al duidelijk worden, meent Eugenius. We realiseren ons beiden niet dat Tiny 12 jaar in het klooster heeft gezeten. Ik verneem later het traumatische verhaal van haar.
Eugenius is een krasse knar van 80, met een broer die ook in dit klooster zit. Zijn broeder is al 85, maar die is bedlegerig geworden. De gastenbroeder is een bijzonder aangenaam mens, met een grote eenvoud en relativeringsvermogen. Zijn gezondheid is nog vrij goed, maar dat kan van de ene op de andere dag radicaal veranderen, zo is hij zich zelf ook bewust. Ik voldoe al vast mijn financiële verplichtingen. Circa 3700 Bfr via vier dagen kost en inwoning. Ongeveer 45 gulden per dag. Daar zal niemand failliet van raken.
Het is me gelukt om twee kratjes Speciale te verkrijgen. Het bier dat wordt verkocht aan de brouwerij is eigenlijk voor familieleden van de monniken bedoeld, krijg ik te horen. Maar maximaal twee Speciale (die alleen hier te koop is, omdat het het tafelbier van de broeders is), dat mag hij me wel leveren. Morgen nog wat kaas kopen en kijken of ik nog een bierhal tegenkom, zodat ik nog wat specialiteiten kan inslaan.
Maandag 26 oktober, 21.30 uur
Het resterend deel van de dag staat voor een groot deel in het teken van het afscheid. Het afscheid van Rogier en Wilfried, die vanavond weer vertrekken.
De laatste dienst die zij meemaken is de Vespers. Op sommige momenten schakelen je kritische geest en je rationele benadering zich vanzelf uit. Zon moment is het slot van de Vespers van vandaag, wanneer de abt en broeder Gerd in hun gedachtenis een gebed vragen voor het woonproject Eigen Thuis en voor Rogier. Ze bidden voor het beste naar lichaam en hart voor Rogier (die inderdaad in een soort Belgische versie van Ons dorp woonachtig is).
Die attentie snijdt je echt door merg en been. Dat de monniken voor zon concrete mens en zijn begeleider, Wilfried, een grote betekenis hebben, dat is op zichzelf al een bestaansrecht voor zon kloosterorde. (Hoor mij nu!!!)
De completen, dagsluiting in de termen van Westmalle, worden bezocht door circa 100 (ja hoor, echt, honderd) mensen. Scholieren, van zeer jong tot puber, die blijkbaar hier in de buurt een bezinningsdag hebben. Dat is vrij gebruikelijk in België. Het merkwaardige fenomeen doet zich voor dat ik zelf bij tijd en wijle naar aanleiding van mijn kloosterdagboek op internet uitnodigingen krijg om een lezing te verzorgen in een Belgische school ter voorbereiding op een bezinningsdag in een klooster.
Het kleine gastengedeelte van de kapel is dus bomvol. En wat opvalt is dat alle kinderen echt muisstil de avondsluiting meemaken. Geen gegiechel, geen lacherige reacties op de discutabele zangkunsten van broeders en gasten. Neen, alles gaat even gesmeerd.
De avondmaaltijd is het laatste moment dat we Rogier en Wilfried nog kunnen meemaken. Het afscheid is hartelijk. Broeder Gerd geeft Rogier een warme omhelzing. (Een broederlijke pakkerd zoals hij het zelf noemt.)
Ik vertel Wilfried dat hij en Rogier mijn verblijf hier enorm hebben verrijkt door hun aanwezigheid. Zijn handdruk en schouderklop geven herkenning weer.
Het kloosterleven gaat door. Nog een laatste recreatie met Tiny en Teun, die ik ook steeds meer begin te waarderen. (Sorry lezer, mijn dagboek begint sentimentele trekken aan te nemen.) Iedereen die je hier ontmoet in Westmalle is zo uniek, dat het klooster in dat opzicht een echte leerschool is. Het haalt je helemaal uit je eigen levenssfeer, en plaatst je midden in compleet andere verhoudingen, confronteert je met mensen die elk (in de beslotenheid van de spiritualiteit die nu eenmaal eigen is aan het kloosterleven) iets unieks met zich meedragen.
Nog een nachtje en mijn verblijf hier is weer ten einde.
Dit is dus zo ongeveer de laatste indraging (zoals de kinderen van Walter het zouden noemen, tweetalig duits/nederlands opgevoed) in dit dagboek. Misschien nog een nawoordje wanneer ik weer in Amsterdam ben teruggekeerd.
Dinsdag, 27 oktober 1998, 14.15 uur
Weer veilig in Amsterdam gearriveerd. Het vertrek vanmorgen uit Westmalle verliep soepel. Om 6 uur opgestaan, gewassen en vervolgens de spullen ingepakt. Alles was al gereed om zeven uur, vóór de lauden. Ik hoor vanochtend tijdens het ontbijt nog het verhaal van Tinys kloosterjaren. Ze doen me denken aan het boek van Karen Armstrong, Door de nauwe Poort, dat een weergave is van Armstrongs zeven traumatische kloosterjaren.
Als ik afscheid wil nemen van de broeders, kan ik alleen met enige moeite broeder Gerd achterhalen. Ik koop nog een stuk kaas bij broeder Modest, de portier. En wie tref ik daar aan: inderdaad, Eugenius, die rustig een krantje aan het lezen is. Hij heeft geen dienst, vertelt hij verexcuserend. Ik druk hem de hand en vertrek. Met enige weemoed.
Onderweg in Zoersel een supermarkt aangedaan, om nog wat speciaalbiertjes te kopen. Ik heb a.s. vrijdag een reünie van een kloosterweekend dat ik een maand geleden met enige VU-medewerkers heb doorgebracht. Het is natuurlijk leuk wanneer diverse kloosterbieren beschikbaar zijn.
[alle informatie linken zijn ondergebracht in een speciale linkenrubriek op deze website: http://www.bezinningscentrum.nl/links/special_links2.shtml ]
Reacties welkom: wtg.haan@mdw.vu.nl