Vanaf 1995 zijn op deze website vier verhalen verschenen rond  het kloosterdom. 

Hier de internetadressen van de vier verhalen:

Kloosterdagboek Westmalle/Westvleteren  (1995) : een eerste kennismaking van en met de trappistenkloosters in Westmalle en Westvleteren: dit verhaal heeft meer het karakter van een reisdagboek, voor  een introductie van het thema is het minder geschikt. Wat maak je zoal mee als je in een klooster verblijft? En wat voor associaties roept het op? En op welke wijze beïnvloedt het kloosterritme je dagelijkse activiteiten? (een lezer liet overigens weten dat hij vond dat het verhaal meer over het trappistenbier gaat dan over het trappistenleven) [DEZE WEBPAGINA]

Twee Sporen: het klooster en de Grote Oorlog (1995) : dit verhaal is geschreven tijdens het verblijf in de twee kloosters waar het vorige verhaal over gaat. Het is eigenlijk een drieluik: een kort historisch verhaal over de Cisterciënzer-orde, de Eerste Wereldoorlog en met name de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz. Vooral bekend vanwege haar beeld 'Trauerndes Elternpaar' op het Duitse soldatenkerkhof in Vladslo. 

Kloosterdagboek Westmalle (23 oktober- 27 oktober 1998) (1998) : studeren, indrukken, ervaringen, maar met name de rode draad van de 'rauwe' psalmteksten die in de gebedsdiensten van het klooster centraal staan. (meer klooster, minder bier dit keer)

Zo was het in den beginne, zo zij het thans en voor immer, tot in de eeuwen der eeuwen: Tijd in het kloosterleven (1999/2000) : het meest serieuze verhaal van de vier; bewerkte tekst van een lezing gehouden voor het Studium Generale over 'Aspecten van Tijd'. Aan de hand van ervaringen in het trappistinnenklooster van Brecht wordt een beeld geschetst van het functioneren van het begrip tijd binnen het kloosterleven. Dit verhaal is grotendeels geschreven tijdens een verblijf van vijf dagen in het Duitse trappistenklooster in Mariawald.

De tweede portal van het Bezinningscentrum is geheel gewijd aan websites met informatie over de kloostergeschiedenis, met name de Cisterciënzers en Trappisten. U kunt de portal vinden op de volgende link: http://www.bezinningscentrum.nl/links/special_links2.shtml  

 

KLOOSTERDAGBOEK
VERBLIJF IN DE ABDIJEN 
VAN WESTMALLE EN WESTVLETEREN

17 juli - 29 juli 1995

Wim Haan

Maandag 17 Juli 11:40 uur

Om tien uur gearriveerd voor mijn eerste 'retraite' in de cisterciënzer Abdij te Westmalle. De geschiedenis van de cisterciënzers begint circa 1100. In reactie op de kloosterhervorming van Cluny begint een aantal monniken een nieuwe gemeenschap met de bedoeling terug te gaan naar de 'bronnen'. Plaats van handeling: Citeaux, het toenmalige Cistercium. Bekende namen uit de beginfase van de orde: Robert du Molesme en met name Bernardus van Clairvaux, de grote inspirator van de verspreiding over geheel Europa. In Westmalle zijn de monniken eigenlijk min of meer bij toeval terechtgekomen. Tot twee maal toe zijn in de 18e en 19e eeuw de Cisterciënzers (net als de meeste andere kloosterordes) verboden geweest. In Val-Sainte (Zw.) heeft een aantal cisterciënzers onderdak gevonden. Toen de kust weer veilig was is men van daaruit begonnen om nieuwe 'stichtingen' op te zetten. Op doorreis naar Canada is een aantal monniken in het Belgische blijven steken. In 1794 is het klooster gesticht.

Een regenachtige rit door het Kempenlandschap doet mij uiteindelijk in een majestueus kloostercomplex belanden, met een geschiedenis waar menig andere kloostergemeenschap jaloers op zou zijn. Wordt ontvangen door de broeder portier die mij doorstuurt naar de gastenbroeder, broeder Eugenius, die mijn verblijfstijd noteert en mij naar mijn kamer brengt: nr. 22, helemaal aan de nok van het drie verdiepingen tellende gastenhuis. De sfeer is er één van verstilling en rust, zoals dat een klooster betaamt. In de kamer vind ik een overzicht van de dagorde. Van de gasten wordt verwacht dat zij de 'getijden' van de kloosterlingen meebeleven. De dag start om 4.00 uur 's ochtends, voor de nachtwake. Ben benieuwd of mijn door het stadse levensritme bepaalde constitutie dit aankan. De morgendienst om 7.00 uur moet in ieder geval haalbaar zijn. Dan is er nog de eucharistie om 10.45 uur, de namiddagdienst om 14.00 uur, de avonddienst om 17.30 uur en de dagsluiting om 19.30 uur.

De eucharistie meegemaakt, veel bezoekers van buiten, met name ouderen. Ik tel in totaal zo'n 18 paters, waarvan er acht 'celebreren'. Enige omzwervingen door het gebouw leren mij dat er een bescheiden bibliotheek in het gastenhuis is, een grote eetruimte en in ieder geval voldoende sanitair. In een kleine 'court' voor het gastenhuis kan gewandeld worden. De werk- en woonruimte van de paters dient men afzijdig te laten. Dus ook de brouwerij die binnen het kloostergebouwencomplex ligt.

**********

Maandag 17 Juli 14.20 uur

Middagmaal - sober doch voedzaam - in aanwezigheid van de circa dertig gasten. Divers pluimage. De afgestudeerde jurist, postacademisch bijgeschoold in Human Resources, de drie dames die een pastorale opleiding volgen, de docente die ieder jaar een tijd in het klooster verblijft.

Het tafelbier wekt nogal wat verwarring bij de aanwezigen als blijkt dat zelfs Westmalle-tafelbier nogal zwaar op de maag valt bij nuttiging tijdens het middagmaal. De eetzaal is aan de wanden voorzien met portretten van diverse illustere abten die van grote betekenis zijn geweest voor de opbouw van de orde en met name het klooster in Westmalle. Van de gasten wordt verwacht dat zij zich dienstig maken bij het 'afdienen' en afwassen. Ik beperk me deze eerste dag maar tot wat hand en spandiensten bij het afruimen. Daar kan ik het natuurlijk niet iedere dag bij laten, anders krijg ik nog een slechte naam... (luie Hollanders die de Belgen maar laten werken). De namiddagdienst om 14.00 uur is korter dan de ochtend-eucharistie. Twee psalmen worden gezongen en een lied uit de 'namiddagbundel'.

Oh ja, waar ik eigenlijk voor gekomen ben hier in België:

Käthe Kollwitz en de Eerste Wereldoorlog. Mijn fascinatie voor de (in Nederland vaak vergeten) Eerste Wereldoorlog. Käthe Kollwitz is de kunstenares die het beroemde 'Mahnmal' heeft gemaakt, dat op dit moment op de Duitse oorlogsbegraafplaats bij Vladslo te bewonderen is. Deze Duitse kunstenares heeft me geraakt vanaf de eerste kennismaking met haar werk en met name met haar gebundelde dagboeken 'Ich sah die Welt mit liebevollen Blicken'. Kollwitz heeft binnen de ontwikkeling van de kunst door en vanaf de Eerste Wereldoorlog een specifieke positie ingenomen. Zij is de schilderes van de lijdende mens, de mens getroffen door ellende, hongersnood, oorlog. Zij schildert met expressieve lijnen verstilde uitdrukkingen van geslagenheid, van moedeloosheid, maar tegelijkertijd is haar werk vol van opstand, verzet.

Vanmiddag een eerste artikel gelezen over het werk van Käthe Kollwitz als religieuze kunst. Religieuze kunst van iemand die niets met godsdienst ophad, maar die volgens de auteur van een artikel uit 1908/1909 toch overduidelijk trekken vertoont van het godsdienstige: de auteur ziet dat verband op vele manieren: 'Trotzdem nennen wir diese Kunst religiös, weil sie uns berührt, als beginne die Seele der Dinge Stimme zu gewinnen, als sprache die Schöpfung selbst, die des Alten wieder einmal satt ist und die Notwendigkeit eines Neuen verkündet'. Via een vrij abstracte theorie van het verschil tussen mens en dier, de diverse verschijningsvormen van het religieuze, komt de auteur op een religieuze duiding van het werk van Kollwitz. Wat te denken van deze bij de tijdse kanttekeningen: 'Es gibt im Grunde nur zwei Sprachen: Wissenschaft, die Sprache des Gewordenen, und Prophetie, die Sprache des Werdenden und der Zukunft'. Het werk van Kollwitz wordt verder met een zinsnede uit een van de Luther-koralen getypeerd: 'Mitten wir im Leben sind von dem Tod umfangen'. Het artikel irriteert me een beetje en ondanks die af en toe rake opmerkingen proef ik er iets in van religieuze kolonisatie van 'scheppingen' die niets met godsdienst te maken (willen) hebben. Verder maar weer met de dagboeken waarvan ik me heb voorgenomen ze hier nog eens helemaal door te lezen.

**********

Maandag 17 Juli 20.10 uur

Aan het bureautafeltje op mijn kamer, voorzien van een Westmalle Dubbel en een Westmalle Speciaal (gemengd: heerlijk!), een laatste bijdrage van deze eerste dag aan dit 'kloosterdagboek'.

Zo, de eerste dag is 'achter de rug'. Na een middagdutje (niet de ouderdom, maar de vermoeidheid van de reis en een slechte nachtrust!!!), de avonddienst bijgewoond (17.30 uur). Telkens weer dienen in de hal van de kerk andere bundels meegenomen te worden om de liederen te kunnen zingen. Aan de gasten wordt verzocht vooral niet te luid te zingen. Dit keer zijn het er drie. De melodieën liggen niet goed in het gehoor. Ook de pauzes in de stukken leveren me de nodige problemen op. Deze dienst wordt afgesloten door een broeder die de aanwezigen om medeleven vraagt voor een overleden tante, en voor twee zieke broeders. Vreemde ervaring, die plotse religieuze intimiteit... De 'medelevende stilte' van de broeders maakt indruk.

Het avondeten, aanvang 18.15 (als er iets stipt is dan is het wel de dagorde van broeders!). Brood van eigen maaksel en thee van lindebloesem uit de eigen tuinen. Na deze maaltijd toch maar even de handen uit de mouwen gestoken. Opruimen van de tafel en vervolgens de tafels gedekt voor de volgende dag. De keukenbroeder - de taken zijn goed verdeeld - laat nog weten dat we morgen na de afwas van het middagmaal dia's kunnen bekijken van het klooster.

Tot de dagsluiting (19.30 uur) nog wat rondgewandeld en gesproken met een vaste gast van het klooster. Iemand, gegrepen door het kloosterleven, en veelvuldig bezoeker van diverse cisterciënzer kloosters (de eigenlijke benaming van de Trappisten). En een kenner van het klooster, zoals zal blijken.

De paters zijn vrij strikt in het beschermen van hun eigen contemplatieve leven: de terreinen links van de kerk zijn verboden terrein voor bezoekers. Dus ook het kerkhof van de paters, de bibliotheek (een belangrijke kloosterbibliotheek) en uiteraard de brouwerij. Er blijken in totaal zo'n dertig paters in dit klooster te wonen. De broeder-portier heeft onlangs zijn vijftigjarige professie gevierd. Het verhaal dat hij over die broeder vertelt doet mij denken aan een soort Franciscus-figuur: een broeder die helemaal een is met de natuur, die speciale banden heeft met de vogels in de tuin en die flora en fauna op een voorbeeldige wijze verzorgt.

Sinds 1987 is er een nieuwe abt. De vorige is overleden aan leukemie. Het klooster heeft nauwelijks jonge aanwas. De jongste broeder is 42. Misschien dat ik de komende dagen toch probeer om via de gastenbroeder een 'audiëntie' aan te vragen bij een van de monniken, want zo gaat dat hier. Hoe is dat, te leven met de wetenschap dat datgene waar je je hele leven voor hebt gegeven, waarin je idealen, je hoogte- en dieptepunten liggen opgeslagen', tot uitsterven is gedoemd'.

Westvleteren, waar ik volgende week naar toe ga, schijnt wel nog verse aanwas te hebben. Een relatief jonge abdij. Mijn gespreksgenoot is jaloers op me dat ik daar een week mag verblijven.

Het loopt tegen half acht. De dagsluiting. Deze keer een klein boekje van stencilformaat. Dus geen gesleep met dikke liedbundels. Voor de echte 'sluiting' gaat het licht uit en draait iedereen zich om. Het duurt enige tijd voor het tot me door dringt dat het niet de bedoeling is om tegen de muur aan te staren. In een nis in de achtergevel bevindt zich een Mariabeeld. Voor de cisterciënzer orde is Maria als 'richtpunt' zeer belangrijk. Beide avonddiensten worden besloten met tien minuten stilte.

Opnieuw een vreemde ervaring: ik realiseer me hoe vreemd me deze wereld geworden is. Tien minuten stilte, waarin je verstand maar doormaalt, het voelt allemaal vreemd aan. Het is mogelijk om na de dagsluiting in een sociale ruimte de avond met een gezelligheidselement af te sluiten. De sociale ruimte blijkt een kamer naast de ingangspoort plus de kloostertuinen aan de linker kant van de ingang te beslaan: hier kan gesport worden, allemaal gezellige hoekjes en prieeltjes en ga zo maar door. Het religieus leven in België is waarlijk niet te vergelijken met wat ik van de Nederlandse situatie weet. Retraite hoort er hier echt bij. Het gezelschap in het gastenhuis blijkt ook zeer gemêleerd: zelfs een romantisch liefdespaartje, innig tegen elkaar aan gedrukt in een prieeltje. Op een of andere manier ligt me dat Belgische: overdag serieus bezig met alle contemplatieve aspecten van het kloosterleven en 's avonds een gezellige babbel met een tripeltje erbij.

************************************************************

Dinsdag 18 Juli 9.55 uur

Deze nacht ben ik niet geschoond door muggen. De ellendige beesten bleven maar lastig vallen. Daarom ook maar de beker van de nachtwake (om 4.00 uur) aan mij voorbij laten gaan. Om kwart over zes opgestaan, me aan de wasbak gewassen, tanden gepoetst en op naar de ochtenddienst om 7.00 uur. De diensten verlopen op een wijze die typerend lijkt voor het leven van de monniken: orde en regelmaat.

Gisterenavond nog wat gelezen in de dagboeken van Kollwitz. Een vreemd gevoel van gespletenheid komt over me heen: wat Kollwitz beschrijft (genadeloos eerlijk) over haar eigen ontwikkeling, over zekerheid, onzekerheid... Over rampen die haar overkomen, het verloren vertrouwen in haar relatie en ook het telkens opnieuw hervinden van datzelfde vertrouwen... Het lijkt allemaal zo echt en herkenbaar.

En dan deze oase van rust, dit afgezonderde eilandje van de woelige buitenwereld. Wat is de plaats en de functie van dit alles in het 'echte' leven. Het vergt denk ik enige tijd om greep te krijgen op de bezieling van deze monniken. Hoe gaan ze hier om met de woelingen van dag?

Om 7.30 uur ontbijt. Broeder Benedictus is een hele tijd in Japan geweest en heeft daar kennis gemaakt met het zen-boeddhisme. Het is hem aan zijn strakke houding en 'zen-zit' in de diensten aan te zien. Hij lijkt de enige pater hier die door het oosten is beïnvloed.

Broeder Renaat is de bibliothecaris. Ik heb me via de gastenbroeder tot hem gewend met het verzoek om de bibliotheek te mogen bezoeken. Dat zal niet makkelijk zijn, gezien de strikte regels hier. Maar een verwijzing naar de polyglottenbijbel van Plantin zal hem mogelijkerwijs mild kunnen stemmen. Ben ook zeer benieuwd hoe men in dit klooster denkt over het toegankelijk maken van indrukwekkende verzamelingen zoals die in kloosterbibliotheken liggen opgeslagen.

Na het ontbijt een poging ondernomen om mijn automatiserings-contactpersoon bij de Vrije Universiteit Brussel te bereiken. Ik ben benieuwd of het me nog lukt om vanuit het Belgische het electronische thuisland te bereiken.

Mijn aanvankelijke twijfel en in de weken voor mijn vertrek toch enigszins gegroeide aarzelingen over het kloosterverblijf, zijn zowat verdwenen.

Verder gelezen in de dagboeken. Het is geen literatuur waar je makkelijk en fluks doorheen stoomt. Overigens, over spirituele literatuur gesproken... Ik begin zo langzamerhand een voorstelling te krijgen van hoe belangrijk het dagboek als tijdsdocument en als bron van kennis kan zijn.

**********

Dinsdag 18 Juli 20.20 uur

Nul op mijn rekwest van de bibliothecaris. Een ding is me al duidelijk: je moet hier geen kapsones hebben. Gewoon doen waarvoor je hier bent: rust en gebed, en voor de rest niet zeuren. De waarde broeder heeft deze week geen tijd: ik moet maar ooit speciaal eens een afspraak maken.

Vanmiddag na de opnieuw sobere doch voedzame maaltijd een diareeks bekeken over de abdij. Mooie beelden van het monnikenleven. Maar raakt het jonge mensen nog, doordrenkt in een volstrekt geseculariseerde wereld?

Na de middagdienst dus de negatieve konde over mijn mogelijk bibliotheekbezoek. Weer een hele tijd gelezen in de dagboeken en opnieuw een middagdutje gedaan. De avonddienst loopt soms door tot na het aanvangstijdstip van het avondmaal. Merkwaardig wat zich allemaal in je hoofd afspeelt in die - opgelegde - stilte.

De dagboeken van Kollwitz. Ben inmiddels bij het hoofdstuk aanbeland van de kunstenares als moeder en grootmoeder. De zoon van Käthe Kollwitz, Peter, is in de eerste maand van zijn soldatenbestaan gevallen aan het front in de Ieper-streek. Dat gegeven heeft de kunstenares haar hele verdere leven sterk beïnvloed, op een wijze die op de lezer van haar dagboeken sterke indruk maakt. De verwerking van de pijn van dit verlies heeft haar kunstzinnige ontwikkeling ook sterk bepaald. Dood en moeder en kind zijn telkens terugkomende thema's in het werk. De grafieken en etsen ontroeren.

Ik zit nu weer aan de computer, opnieuw voorzien van de opwekkende combinatie van Westmalle Dubbel en Westmalle Extra. De discman speelt Trompetmuziek uit de barok, Torelli en Telemann. (En daarna de Mauthausenliederen gezongen door Liesbeth List, wat een combinatie!!!) Vanmiddag kwam nog even de gedachte bij me op dat door de concentratie op het religieuze toch ook heel wat inspiratie buiten 'beschouwing' blijft, die ik zelf als een sterk gemis zou ervaren. De weldaad van klassieke muziek omwille van de schoonheid van de muziek, l'art pour l'art, het genieten van een trappistje, gewoon om te genieten, niet als tafelbier, de poëzie en de kunst, het hoeft allemaal zo nodig niet religieus te zijn.

Dat is misschien wat een collega van me bedoelde toen hij mijn aanvankelijk enthousiasme over het abdijenbezoek met enige kritische kanttekeningen dempte. Het bestaan hier is doordrenkt van het religieuze. Bij een van de dia's vanmiddag werd door de commentator opgemerkt: alles heeft met eredienst te maken, het werken in de boerderij, het vegen van de gangen, allerlei objecten die je in het dagelijks leven tegenkomt. Het is het omgekeerde van wat ik zelf, in alle voorzichtigheid, soms onder het religieuze versta: hier de regelmaat, de orde, de systematische beoefening; voor mij: de toevallige ontroering, de diepe geraaktheid door het onverwachte, de openheid voor het nieuwe, de spiritualiteit ook van confrontatie met menselijke ellende.

Oh ja, veel leraren van het lager en middelbaar onderwijs hier op retraite. Het soelaas voor de hectische onderwijssituatie van dit moment??

************************************************************

Woensdag 19 Juli 9.10 uur

Niet zo goed geslapen. Om half vier wakker geworden, dus toch maar eens de nachtwake bijwonen. Drie collega-gasten kunnen het ook opbrengen, de rest niet. Het blijkt geen kort intermezzo, maar een 'overbezette' dienst van ongeveer een uur te zijn. Het heeft wel wat, zo midden in de nacht. Maar de nachtrust is wel foetsie na zo'n lange onderbreking.

In de ochtenddienst blijkt de groep gasten sterk uitgedund. Gisteren waren het er nog dertig, vandaag zijn er het nog maar 18. Gedoucht (perfecte douches overigens, vijf op een rij), ontbijt en daarna een korte wandeling naar de brouwerij. Rondleidingen in de brouwerij zijn niet meer mogelijk, verneem ik bij de receptie. De dienstdoende medewerker is wel bereid me een kratje Westmalle Extra te verkopen (als ik er niet te veel ophef over maak, de Extra is niet voor de verkoop, maar alleen voor de paters om te nuttigen tijdens het eten). Ik dien me morgenochtend bij hem te vervoegen.

Gisterenavond kwam nog een merkwaardige gedachte bij me op. Mijn verblijf bij de Hare Krishna gemeenschap, zo'n tien jaar geleden, vertoonde toch wel heel veel overeenkomsten met het monnikenleven hier. In psalmteksten en 'antifonen' wordt regelmatig hel en verdoemenis over heidenen en hen die andere goden aanbidden afgeroepen. De kloostertradities hebben toch wel heel wat gemeen. Realiseert men zich dat bij het uitspreken van de rituele teksten?

Heb vannacht gedroomd over Broeder William in De naam van de roos van Umberto Eco.

**********

Woensdag 19 Juli 13.35 uur

Een afspraak gemaakt met iemand van het Academisch Rekencentrum van de UIA (Antwerpen). Ik kan morgen proberen wat electronische post af te handelen.

De pater verantwoordelijk voor de was, doet de was altijd 's maandags. Ik val dus buiten de boot om nog een wasje te doen hier in de abdij. Broeder Gert (assistent-gastenbroeder) zal navraag doen of in Westmalle een wasserette bestaat (in Belgische termen zoiets als 'Kuis en droogkuis-etablissement'). Blijkt niet het geval. Moet daar helemaal voor naar Schilde. Niet zo'n probleem, want ik rij toch langs Schilde als ik naar de Antwerpse universiteit ga.

Het middagmaal bestond dit keer uit voortreffelijk gemaakte hazepeper met frites. Met de Westmalle Extra erbij een kostelijke combinatie. Een culinaire ervaring van hoog niveau.

Broeder Gert heeft nog een keer met broeder Renaat (de bibliothecaris) gesproken. Mogelijk heeft hij toch tijd voor een gesprek op donderdagnamiddag of zaterdagnamiddag. Het kloosterleven kent zijn eigen wetmatigheid en ondoorgrondelijkheid.

Kollwitz. Het gedeelte van de dagboeken dat handelt over politiek en oorlog. Haar eigen worsteling met de Eerste Wereldoorlog. Allereerst de totale afwijzing van en verbijstering over de zinloze vernietiging van tienduizende, honderdduizende jonge mensen. Anderzijds de angst om haar zoon te verraden als ze zich totaal tegen de oorlog keert. De opoffering van de jongen zou daarmee ook een totaal zinloos en voor haar onacceptabel gegeven worden. Die strijd met haarzelf heeft ze eigenlijk nooit echt overwonnen. In haar latere jaren neigt ze steeds meer tot het pacifisme.

Op mijn discman gregoriaanse gezangen uitgevoerd door professionele zangers. De kwaliteit van de zang overtreft die van de monniken hier. Het enigszins iele stemgeluid van een van de cantores doet daarentegen 'echter' aan. Soms kan authenticiteit blijkbaar schoonheid en kwaliteit doen verbleken. Maar die vlekkeloos uitgevoerde liederen op mijn CD hebben toch zeker ook wel hun charme. Er is weer een nieuwe lichting gasten gearriveerd.

**********

Woensdag 19 Juli 19.00 uur

Honderden hommels kassiewijlen van de lindeboombloesem. Een ellendig gezicht, al die gestorven of op sterven liggende insekten. Ze hebben zich overeten, althans dat is de officiële verklaring. Mijn beste Adson, aldus William van Baskerville, kijk altijd door het voor-de-hand-liggende heen ....

Mijn vriendelijke gesprekspartner en onuitputtelijke bron van informatie van de afgelopen dagen vertrekt vanavond. Ik heb beloofd hem mijn bevindingen van Westvleteren op te sturen. Hij was nogal verstoord toen hij hoorde dat het onmogelijk was om de bibliotheek te bezoeken. Kloosterbibliotheken zijn mysterieuze fenomenen. Dat moge o.a. blijken uit het feit dat de afspraak met de broeder bibliothecaris a.s. zaterdag om 14.15 uur, niet op zijn grondgebied, maar op het mijne plaatsvindt. Foetsie bezichtiging bibliotheek. Zal het mij toch nog lukken het raadsel van het bibliotheeklabyrinth te ontrafelen?

Even serieus nu. Verschillende malen is in de diensten naar voren gekomen dat mensen die denken slim te zijn en wijs, niets kunnen begrijpen van de gelovige inspiratie van de monniken. Slechts voor eenvoudigen van geest, die open staan voor geloof en God, is er iets van te snappen. Blijft een merkwaardig dilemma: is de kritische geest incompatibel met het monnikenleven? Het is een leven van eenvoud, van absolute gehoorzaamheid aan de autoriteit van de abt. Ik vraag me af hoe dat gegaan is bij al die kritische theologen uit monnikenkring. Is het kritisch inzicht gekomen na de 'professie' (de officiële belofte om het kloosterleven voor het gehele leven te volgen). Wat is dan de juiste 'attitude' van de kloosterling? Die vraag zoeken we op.

Nog even ter informatie: Westmalle is een van de zes abdijen in de Benelux die bier brouwen dat de naam 'Trappist' mag dragen. Van de overige vijf bevinden zich er vier in België en een in Nederland (Chimay, Orval, Rochefort, Westvleteren (B) en Koningshoeven (Tilburg) in NL).

**********

Woensdag 19 Juli 20.25 uur

Zojuist afscheid genomen van een aantal 'vertrekkenden'. Ik heb vandaag dus alle 'getijden' van de paters meegemaakt. Wanneer de dag van de kloosterlingen 18 uur duurt, dan is er vijf uur slapen en vier uur religieuze diensten. De zegswijze is toch 'een monnikenbestaan leiden'? Ik kan me er wel iets bij voorstellen.

Vanavond maar weer eens 'onversneden' Westmalle Extra en Westmalle Dubbel genuttigd. Bij nader inzien weet ik niet meer precies wat ik het lekkerste vind.

Jacques Brel staat nu aan op mijn discman. De 'nuttelozen der nacht': passend lied voor een avond in het klooster, niet waar?

************************************************************

Donderdag 20 Juli 9.45 uur

Muggen? Één mug is al ruim voldoende om de nachtrust te verstieren. Vanochtend wat boodschapjes gedaan: in Schilde gezocht naar een wasserette, niet gevonden, in Westmalle, niet gevonden. Ik vrees dat ik mijn voorraden vers goed moet gaan uitputten. De temperatuur loopt hier vrij snel omhoog naar circa dertig graden. Tot op dit moment was het hier vrij aangenaam, ik ben benieuwd hoe het in de nieuwe weersomstandigheden zal zijn. Bij de brouwerij mijn kratje 'extra' ingeslagen. Mijn was-mislukking gemeld aan de beide gastenbroeders: zij weten nu ook geen raad meer.

Vanochtend ontbraken bij de ochtenddienst de abt en de prior (de plaatsvervanger van de abt). De korte tekstlezing van broeder Benedict ging over het gevaar dat je je als monnik afsluit van de buitenwereld en dat je hen die het wat minder doen met hun religieuze ijver, dreigt te minachten.

Oh ja, de oude mevrouw Miedema uit Breda, 84 en springlevend. 's Ochtends om zes uur al in de wandel in de kloostertuinen. Heeft in haar familie negen pastoors. Komt hier al zo'n 25 jaar. Haar verhalen, want die vertelt ze nog volop, deden me denken aan een naamgenoot van haar, een Limburgse priester-rebel, een van de eerste die zich van de officiële katholieke kerk afsplitsten en een 'kritische gemeente' begonnen. Zij blijkt een nicht van hem te zijn en kende hem goed. Een onverwachte verrassing.

Aan het ontbijt nog gesproken met twee collega-gasten, beide priester. De een lid van de Franciscanen-orde, de ander 'regulier'. Thema: vergrijzing van het priesterbestand, problemen met instandhouding van kerkgebouwen. Volgens de franciscaan is er ergens in Nederland een kerk waar nu houseparty's worden gegeven. Het altaar in die kerk heet nu 'offerplaats voor de godin der liefde'. Het kan verkeren.

************************************************************

Vrijdag 21 Juli 8.20 uur

Gisteren wat achter geraakt met de notities in dit dagboek. In de vroege middag naar Antwerpen gereisd om het eerste deel van het dagboek door te mailen naar het Nederlandse. Heeft nogal wat moeite gekost om de UIA (Universitaire Instelling Antwerpen) te vinden. Er zijn drie universiteiten. Met een hitte van circa 33 graden is het sowieso niet erg prettig lang in de auto te zitten. Niet erg soepel, maar na enige tijd wel met succes, het dagboek doorgemaild. Ook op de terugweg weer een foute route genomen. Om circa 16.00 uur terug in Westmalle. Een pintje gaan vatten in Café De Trappisten (aan de overzijde van de abdij). De half om half die hier wordt gedronken is een combinatie van dubbel met een beetje tripel. Minder lekker dan de combinatie van dubbel en extra. Éen van die kolossale drinkhallen, die je veel ziet bij Belgische abdijen. 'De Trappisten' is eigendom van de monniken, maar wordt niet door henzelf 'uitgebaat'. Ik denk wel dat het naast de brouwerij een belangrijke inkomstenbron voor de paters vormt.

Bij het afrijden van de parkeerplaats zie ik de gastenbroeder, Eugenius, bij de bushalte staan. Hij ziet mij ook. Wat moet een gast op retraite 's middags om vier uur in de kroeg? Betrapt!

Ik geef hem geen gelegenheid die vraag überhaupt te stellen, maar vraag of ik hem ergens naar toe kan brengen. Hij blijkt naar de ogendokter te moeten in Schilde. Ik breng hem daar naar toe. Hij is 75 jaar en al langer dan twintig jaar gastenbroeder (en al 55 jaar geprofest). Vorig jaar heeft hij een 'attaque' gehad, moet het dus wat rustiger aan doen. Hij maakt zich zorgen over de vergrijzing van de abdij. Veel pijn doet het als af en toe ook nog broeders het klooster verlaten. Over de reden van het ontbreken van belangstelling van jongeren tast hij in het duister. In het klooster wordt veel gesproken over het feit dat Westvleteren wel jongeren trekt. Volgens Eugenius is de aanwezigheid van jongeren op zichzelf al weer een trekpleister voor andere jongeren. Een soort vicieuze cirkel dus. In Schilde aangekomen vertel ik hem dat ik op hem wacht en hem daarna weer terug rij naar de abdij. Een uurtje rondgewaard in het kleine stadje en de krant weer eens goed gelezen. Ook de conversatie op de terugweg is aangenaam. Een bijzonder aimabele persoonlijkheid! Ben niet op tijd terug voor de avonddienst, maar wel voor het eten. Er wordt ons verteld dat de volgende dag circa dertig wandelaars vanwege het Davidsfonds mee zullen ontbijten. Dat betekent extra werk bij het dekken van de tafels, één van de corveetaken die op gasten rust.

's Avonds in plaats van 'terugtrekking' op mijn kamer een hele tijd gezellig gebabbeld met de drie dames van de 'pastorale opleiding'. We hebben het over de positie van de vrouw in de kerk, maar met name ook over welke mensen nu precies als gast in het klooster verblijven en waarom. Moeder aarde heeft vreemde vogels van diverse pluimage rondlopen - zie mezelf - (sic!). Dat weerspiegelt zich in het 'clientèle' van het gastenhuis. Mensen die hier meer zoeken dan rust alleen. Maar of het klooster hen dat meer kan geven? Het 'aangenaam gesprek' loopt tot half elf uit. Mijn vers opgemaakt bed en de afwezigheid van muggenbeesten zorgen voor de eerste echte goede nachtrust hier in Westmalle. 's Ochtends om half zeven wakker geworden en me vlug naar de douche gespoed. Heerlijk opgefrist verschijn ik weer bij de ochtenddienst, die dit keer inderdaad heel vol is. Zelfs liedbundels te kort. De wandelaars sluiten zich ook bij het ontbijt aan. De abt, pater Ivo, komt hen welkom heten en maakt een praatje met een aantal van hen. Na het ontbijt onttrek ik me aan de afwas om, zolang de hitte nog niet helemaal heeft toegeslagen, enige dagboekaantekeningen te maken. Oh ja, heb gisteren nog een 'feestbundeltje' over het klooster van Westmalle gekocht, met daarin een alleraardigste introductie van het kloosterleven in Westmalle en een overzicht van de hier aanwezige paters. Misschien dat ik nog probeer om een afspraak te maken met de abt voor een gesprek, maar misschien ook niet (de kapsones-kwestie!).

**********

Vrijdag 21 Juli 9.45 uur

Nog enige nagekomen aantekeningen. Zojuist het boekje 'Omtrent de Trappisten' helemaal uitgelezen. Zeer informatief. Het interview met Broeder Benedict over het monnikenleven indrukwekkend. Eenvoud, realisme, ook over de toekomst die er mogelijk niet zal zijn. Leuk om te ervaren dat eigen vragen die ik de afgelopen dagen in dit kloosterdagboek heb gesteld niet erg origineel zijn. Kijk van monniken op eigen leven, zelfverstaan, en relatie monnikenleven met 'buitenwereld' wat inzichtelijker geworden. Temperatuur in 'mijn' prieeltje begint inmiddels wat op te lopen. 't Zal vandaag weer echt heet worden.

**********

Vrijdag 21 Juli 20.10 uur

Een aantal vertrouwde gezichten vertrokken. Zo de drie dames, zo ook Karine, een onderwijzeres die hier vaak komt en bepaald iets sereens uitstraalt. Ook weer een nieuwe lichting. Een Chinese jongen, die alleen Engels praat en er dus wat geïsoleerd bij zit. Broeder Benedict heeft zich over hem ontfermd. In een gesprek tijdens het avondeten begrijp ik dat hij in Antwerpen iets van 'Management' studeert. Hij werkt in China in een design-instituut. Zal dus wel gesubsidieerd hier aanwezig zijn. Heeft vrienden die de abdij kennen en hij vindt de liederen mooi.

Bij de nieuwe lichting hoort ook een groep jongeren (circa 10) die overigens op het moment van schrijven dezes aan het 'confereren' zijn, tegenover me in het park naast de ingang van de abdij. Er zit ook een jong nonnetje bij (nog geen twintig schat ik) die af en toe in onbedaarlijke schaterbuien schiet. Een waarlijk professioneel beoefenaar van het 'Tractaat van de Lach' waar Eco over schrijft in zijn In de Naam van de Roos. Zo hoort het, geloven is een plezante zaak, niet waar?

Ik realiseerde me straks tijdens de dagsluiting dat dit kloosterdagboek bepaald niet doorstoot tot indrukwekkende religieuze diepten en ontboezemingen hoe schrijver dezes wordt geraakt door het kloosterleven.

Ik weet niet zo goed waar dat aan ligt. Allereerst kan ik me moeilijk forceren, merk ik, tot het verplicht de diepte ingaan. Ik had het er gisterenavond over tijdens de babbel waar ik boven over berichtte. Wat vind ik hier zelf? Rust, tijd om te lezen, tijd om na te denken. Veel is hier niet te doen, je bent dus wel redelijk op jezelf teruggeworpen. De ideale situatie dus om dingen boven te laten komen die door de routine en de drukte van het werkend leven verborgen blijven. Maar er komt nu eenmaal niet veel boven. Flarden soms. Een enkele keer een herkenningspunt, dan weer een herinnering, een moment van verdriet en alleen zijn. De stemming is over het algemeen die van een aangename rust. Aan te bevelen voor gestresste Amsterdammers!

Jos (uitspreken op zijn Belgisch: dzjos) komt zich aan mijn tafeltje voegen. Een van die rare vogels was mijn aanvankelijke indruk. Blijkt een boeiend persoon. Met een bijzonder relativerende kijk op de dingen, komt hier al vijftien jaar. Kent de meeste paters meer dan oppervlakkig. Ook met hem weer gesproken over het probleem van de vergrijzing hier. Is een groot liefhebber van Gregoriaans en met name ook orgelmuziek. We hebben samen een aantal 'aangename titels' door geëxerceerd. Hij beveelt me de muziek aan van de broer van Marie Claire Alain (Jean ... Alain). Ook Messiaen, maar dan met name zijn wat vroegere werk.

Dat is toch wel een van de opvallende kanten van zo'n retraite. Telkens weer die onverwachte ontmoetingen met boeiende personen. Een klooster heeft een magneet-functie in de richting van 'ongewone' maar daardoor des te aantrekkelijkere types.

Westvleteren schijnt een stuk strenger te zijn dan Westmalle. Zwijgen aan de maaltijd bijvoorbeeld. Ik heb dus nog maar twee dagen om mijn babbels kwijt te kunnen. 

************************************************************

Zaterdag 22 Juli 16.35 uur

Op mijn discman de Carmina Burana (de originele liederen uit de 11e en 12e eeuw, gevonden in de Abdij Benediktbüren). Zeer passend in de kloostersfeer. Na een goede nacht komt .... Door toedoen van een op insektengebied onkundige kuisdame hebben de muggen via een deurspleet een nieuwe toegang tot mijn slaapvertrek gevonden. Smullen dus. Vier om zeep geholpen. Muur bloederig bevlekt. Zelf toe aan een bloedtransfusie. Het (nacht-)leven kan hard zijn hier in Westmalle.

Afwezig gebleven van de ochtend-'officie', zoals dat hier door de insiders wordt genoemd. Nog een praatje proberen te maken met de Chinese gast. Hij blijkt geïnteresseerd in klederdrachten en vraagt me hoe het zit met de diverse outfits van de monniken. Een Haan die het niet voor de volledige 100% weet kan het restpercentage er altijd wel bij verzinnen. Het lukt me dus om een afdoend antwoord te geven.

De ochtend verder besteed aan studie van de Cisterciënzers. Een van de boeken die ik van de Vu-bibliotheek heb geleend is een Duitstalig standaardwerk over de orde. Met name de beginfase van de cisterciënzers met klinkende namen als Robert du Molesme, Albericus en Stephan Harding is intrigerend. Groot is de orde geworden onder Bernardus van Clairvaux, die op zijn vierentwintigste al abt werd. Onder zijn leiding hebben zo'n 130 nieuwe stichtingen plaats gevonden. Heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de kerkgeschiedenis wegens zijn goede contacten met diverse pausen. Iemand met een enorme schriftelijke productie, waarvan veel is 'overgeleverd'.

Vandaag is het feest van Maria Magdalena. De eucharistieviering om 10.45 uur staat dus in haar teken. Het middagmaal is vergeleken met de voorgaande dagen vrij sober: bloemkoolsoep, kip, rijst en een zoete saus. 

Vanmiddag om 14.15, na de middagdienst, is het dus zo ver. Het gesprek met de bibliothecaris, broeder Renaat. 'Ik heb begrepen dat u enige vragen heeft over de bibliotheek' ... is zijn inleiding. Zenuwachtig gris ik naar mijn blad papier waarop ik nog enige krabbels van op intelligente vragen lijkende zinsneden heb gezet. Ik ben er in vijf minuten doorheen. 'Als u het op prijs stelt wil ik u het door u bedoelde boek nog wel even laten zien' .... De broeder bibliothecaris heeft klaarblijkelijk medelijden met mijn stuntelige pogingen. Vervolgens krijg ik een rondleiding van circa twee uur door de bibliotheek. We beginnen met een leeszaal waar de monniken de krant en wat bijbelse literatuur kunnen lezen. Broeder bibliothecaris vertelt dat hij ook enige abonnementen heeft op tijdschriften. Buiten de abonnementen op dagbladen, opinie-tijdschriften, voegt hij er aan toe. In totaal is het klooster geabonneerd op zo'n tweehonderd vijftig theologische, filosofische, politicologische en ga-zo-maar-door tijdschriften. Een trap omhoog en we komen in een aantal ruimtes waar de vaktijdschriften liggen opgeslagen (drie verdiepingen hoog in enige honderden meters kastruimte). De derde zaal is de eigenlijke bibliotheek. Wat te denken van een twaalfdelige reeks boeken over kruiden uit 1670. Een tiendelige encyclopedie over vogels, 1890, alle illustraties handgetekend. Bijbels in uitvoeringen met bijv. een recente druk uit 1993, maar ook uit 1920, 1870, 1830, 1795, 1730 en nog ettelijke jaren daartussen. Nadat ik enigszins confuus ben geworden door de enorme overdaad aan zeldzame drukken, buigt hij af naar een klein trapje dat naar een kamertje leidt met circa 250 boeken van voor 1600. Daarbij ook nogal wat wiegedrukken, uit de beginfase van de boekdrukkunst. Hier tref ik ook de polyglottenbijbel van Plantin aan, in vijf talen allemaal letterlijk terugvertaald naar het latijn (1593).

Alsof dat nog niet genoeg is opent de pater een stalen deur om toegang te geven tot de ruimte met de handgeschreven manuscripten. Alles handgeschreven op perkament. Een zevendelige bijbel, verluchtigd met prachtige miniaturen. Waar naar de indruk van de broeder toch minstens zo'n duizend schapen het leven voor hebben moeten laten. En waar naar schatting zo'n 25 jaar aan is gewerkt. Gedateerd in 1490. De handgeschreven boeken gaan nog verder terug. Een begijnenbijbeltje van geaborteerde lammetjes stamt uit de dertiende eeuw. Ook hier weer wonderschone miniaturen en alles in perfecte staat. Een wat zwaardere uitvoering is op ezelsvel beschreven. Letterlijk met stomheid geslagen wordt mij door de bibliothecaris uitgeleide gedaan naar de gastenvleugel. Een korte wandeling naar Café De Trappisten en een tweetal Stellatjes zijn echt noodzakelijk om bij weer enigszins boven Jan te brengen.

************************************************************

Zondag 23 Juli 8.05 uur

Nog enige nagekomen aantekeningen over gisteren. Aan het avondeten plots een luid gekuch van de tafel naast ons: de groep jongeren die gisteren is gearriveerd wil voor de maaltijd een magnificat zingen. Dat is nu relieu-vervuiling! De trappistenkaas schiet me haast het verkeerde keelgat in.

's Avonds in het park komt Jos weer bij me zitten. Lang gesproken over de positie van de abt, die als een soort alleenheerser regeert in de abdijen. Een abt is zeer bepalend voor het kloosterleven. Ik begreep dat gisteren ook al tijdens het gesprek met de bibliothecaris. Als je een abt hebt die veel waarde hecht aan studie, dan zal ook de bibliotheek veel aandacht krijgen. Een meer op werk en contemplatie ingestelde abt zal weinig prioriteit toekennen aan het op peil houden van de bibliotheekverzamelingen. Voor zo ongeveer alles moet goedkeuring worden gevraagd aan de abt. 

Vanochtend de zondagochtenddienst. De echte voorzanger, broeder Antonius, is weer van retraite teruggekeerd. Dat komt de kwaliteit van de zang zeker ten goede! 

**********

Zondag 23 Juli 21.25 uur

De laatste aantekeningen hier in Westmalle. De eucharistieviering is voor de zondag natuurlijk 'een echte'. Anderhalf uur met veel latijn en wierook. De toespraak is door de merkwaardige accentuëringen nauwelijks te verstaan.

Met Dzjos wezen wandelen door de bossen hier. Twee uur lang zwerven door dreven, bossen, vennen, met een aangename conversatie in de trant van 'Nathanael heeft hier nogal wat koeien lopen, hè'. Dzjos: 'Ehwel, ze vliegen niet, zulle?' Zijn wijsheid doet mij in nederigheid neerzinken.

************************************************************

Maandag 24 Juli, 13.30 uur, Westvleteren

Vanochtend na het ontbijt afscheid genomen van Westmalle. Ping blijkt op zoek naar de bus, hij moet naar Antwerpen. Ik neem hem een eind mee. Nog een tijdje over de 'toestand in China' gesproken. Hij verklaart moeite te hebben met het 'ieder voor zich' in België. Als je in China ergens naar toe gaat, je hebt hulp, woongelegenheid of wat dan ook nodig: de 'unit' staat voor je klaar. Het is voor hem wennen dat je hier alles op je eigen houtje moet organiseren. Na een hartelijk afscheid bij een bushalte vlak bij het centrum van Antwerpen, rij ik naar de ring en via een spoedige reis via Gent, Kortrijk, Ieper beland ik in Westvleteren.

Toch een soort cultuurshock. Westvleteren is inderdaad aanmerkelijk jonger dan Westmalle. Het lijkt er in eerste instantie ook een stuk ongedwongener toe te gaan. De broeder portier is aan het verven en heeft enige tijd nodig voor hij in de gaten heeft dat ik hier een nieuweling ben. Hij brengt me door enige gangen naar de gastenbroeder die er meteen 'u moet Wim Haan zijn' uitbrengt. Hij brengt me naar mijn kamer (in Westmalle nr. 22), hier nr. 11. Een kamer met uitzicht op de gastentuin. Een jonge, energieke gastenbroeder, zeer behulpzaam. Hij geeft meteen een korte rondleiding door het gastengebouw. Nadat ik wat rondgelopen heb door de tuin kom ik hem weer tegen. Hij vraagt of ik de weg naar het bos al heb gevonden. Als ik ontkennend antwoord vraagt hij een van de andere gasten om me de weg te wijzen.

Een kijkje genomen bij het bier-verkooppunt. Op een bord staat aangeduid welke biersoorten vandaag in de verkoop zijn. De 'Abt' dus niet. Ik hoop dat ze deze week nog aan een brouwsel toekomen.

De tuinen zijn wat kleiner en de sfeer is duidelijk verschillend. Tijdens de 'sexten' (12.15) blijkt hoe jong de gemeenschap hier is. Maar liefst drie jonge mannen die zich blijkbaar voorbereiden op het kloosterleven en gewoon 'in burger' gekleed tussen de monniken zitten tijdens de liturgie. Op bepaalde tijdstippen luidt een broeder handmatig de klokken. Voor de ingang van de kerk is het touw bevestigd.

Je moet natuurlijk aan alles even wennen, maar op mijn aanvankelijke indruk over de 'informaliteit' ben ik toch teruggekomen. Het lijkt hier er wat formeler en strikter aan toe te gaan. Dat blijkt ook tijdens het middagmaal. De gasten dienen te blijven staan totdat de gastenbroeder heeft voorgebeden. Onder de gasten bevinden zich veel religieuzen uit alle uithoeken van België en een klein aantal jongeren.

Een zuster die schuin tegenover me zit werkt in een weeshuis. Maar liefst driehonderd pupillen, waarvan ze er een heeft geadopteerd. De andere aanwezige religieuzen kijken verbaasd op: mag dat? 'Ik heb het niemand gevraagd' ... is het antwoord. Echt zorgen voor het kind mag ze niet binnen de regels van de kloostergemeenschap waar ze woont. Geëmotioneerd vertelt ze dat ze het kind niet heel vaak ziet. Maar toch. 'Het is iets van het hart' ...

Ontroerend, haar verhaal.

Tijdens de ochtend- en avondmaaltijd mag niet gesproken worden. 's Middags wel. Ook een trappistje wordt tijdens het hoofdgerecht aangevoerd. Het bier hier is aanmerkelijk bitterder dan dat van Westmalle. Meer en een andersoortige hop, denk ik. Ook aan de smaak van het bier moet ik nog wennen.

**********

Maandag 24 Juli, 21.05 uur

Het middagmaal is me blijkbaar zwaar bekomen. Darmen helemaal van streek. Een middagdutje blijkt ook niet echt uitkomst te bieden. Daarom maar stoïcijns naar alle diensten, en de rest van de dag niets meer eten.

Er zit meer 'enthousiasme' hier in de kloosterleven in Westvleteren. De zang schalt door de sobere kerkruimte. Bij de voorbeden worden hier ook de stokoude paters betrokken. Met nauwelijks verstaanbaar, krakend iel stemgeluid, vragen ze de broeder voor hun 'intenties' te bidden. Zo zie je maar weer, in Westmalle was ik enigszins geïrriteerd door de onverstaanbare lezingen, hier ben ik onder de indruk van de oude broeders.

De trappisten-kerken zijn overigens zeer sober, zonder veel gedoe aan de wanden en zo. In Westvleteren is in het plafond over de volledige lengte van de kerk een schip-vormige houtpartij verwerkt. Doet een beetje denken aan de ark van Noah. De tuinen zijn intiemer en kleiner dan in Westmalle. Heerlijk om te zitten in de ondergaande zon. Het is hier gelukkig ook wat koeler dan in de Kempen. Het heetste deel van België.

Het 'salve regina' van de dagafsluiting wordt in het Nederlands gezongen. Het Latijn in Westmalle 'heeft wat meer'. Ook hier gasten die al jaren Westvleteren bezoeken. Twee broers, een van Poperingen, een van Roeselaere, ik schat ze tegen de zeventig, komen ieder jaar een paar dagen.

Rond zeven uur een goede inval. Ik ga bij In de Vrede, het bierlokaal tegenover de abdij, een abt drinken. Dat moet mijn darmprobleem snel oplossen. Ik had de gastenbroeder gevraagd hoe laat de deuren dicht gaan. Blijven de hele nacht open, volgens broeder Godfried. Ja, maar helaas alleen in de richting van de landerijen van de monniken. En om nu de broeder portier uit bed te bellen vanwege een gedronken trappistje ... Dat gaat toch wel heel ver.

Vandaag weer een flink stuk gelezen in Annegret Juergens-Kirchhoff 'Schreckensbilder: Krieg und Kunst im 20. Jahrhundert'. Bijna alle Duitse kunstenaars hebben het losbreken van de Eerste Wereldoorlog met veel enthousiasme bejegend. Er zijn nogal wat bekendheden die zich vrijwillig hebben aangemeld om aan het front te vechten: Otto Dix, Franz Marc, August Macke en nogal wat andere Duitse expressionisten. De oorlog wordt gezien als een oplossing van alle problemen van de tijd. De soldaten willen doden, zo wordt treffend opgemerkt, om in de vijand eigenlijk de kwalen en ellende van hun eigen tijdsgewricht 'te doden'. De schrijfster legt interessante analogieën met het apocalyptische denken: de komst van een Nieuw Jeruzalem wordt door het uitbreken van de oorlog verwacht. Oorlog wordt een soort 'godsdienst', een gedachte die ook aangetroffen kan worden in de dagboeken van Kollwitz.

Uit de gastenbibliotheek het standaardwerk over de cisterciënzers geleend: De orde van Citeaux van Louis Lekai. Deze kenner van de cisterciënzers en ook zelf ordelid heeft het niet zo op de ontwikkelingen zoals die via De Rance en Lestrange (de stichter van Westmalle) zijn geïnitieerd. Hij bekritiseert met name het rigorisme en de fanatieke strengheid van hetgeen deze vernieuwingen hebben opgeleverd. Wanneer ik zijn beschrijvingen lees van de begindagen dan de 'trappisten' in België, dan is er inmiddels toch weer het een en ander 'genormaliseerd'. Die extreem harde ascese is toch wel grotendeels afgeschaft.

************************************************************

Dinsdag 25 Juli, 13.35 uur

Een harde matras is gezond, zeggen ze. Zeggen ze ... Om half zeven opgestaan, op de kamer gewassen. En om zeven uur weer paraat bij de 'lauden'. Zo stipt zijn de gasten in ieder geval ook niet. Ik denk dat maar de helft aanwezig is.

Om acht uur ontbijt, dat in stilzwijgen wordt genoten. De monniken hebben zich iets in laten vallen als substituut voor het stilzwijgen: muziek. Wanneer de je concerti grossi van Händel of de concerten voor viool van Vivaldi zachtjes op de achtergrond laat horen, kunnen ze heel mooi zijn bij het eten. Wie echter onvoldoende kennis heeft van het omgaan met de volumeknop, veroorzaakt een bepaald onrustige sfeer. Händel en Vivaldi hebben dan meer weg van de Sturm und Drang muziek, die niet bepaald bijdraagt aan een rustige maaltijd.

Om negen uur de terts en de eucharistie. De eucharistie wordt in een kring gevierd, rond het altaar. Ook de gasten worden op die manier betrokken bij het 'meevieren'. Je voelt een grotere betrokkenheid. Voor mij ligt de grens bij het ten hemel heffen van de handen bij het bidden van het Onze Vader. Ik ben de enige van het gezelschap die de handen bij elkaar houdt, maar het voelt bepaald niet ongemakkelijk! Ook het uitdelen van de hostie gebeurt in de kring. De goede wensen tussen de paters worden in broederlijke omarming uitgewisseld. De goede wensen tussen de gasten worden 'aangereikt' door een monnik, en vervolgens doorgegeven door de gasten.

Om tien uur vertrokken voor een uitstapje. Poperingen staat op mijn programma (circa 5 km van de abdij). Ik bezoek het Talbot House. Tijdens de eerste wereldoorlog beheerd door een Engelse predikant, die er een ontmoetingsplaats van maakte voor officieren en soldaten. De militaire term voor het huis was 'Toc H'. Na de oorlog is een Vereniging Toc H gevormd, die naast liefdadigheid, ook het onderhouden van het pand tot doel heeft.

Over sfeer gesproken! Het huis is nu museum en hotel. Het complete pand is in de oude staat gelaten, alleen het sanitair en het meubilair op de kamers is vernieuwd. Je kunt het pand bezichtigen en wordt als bezoeker net zo vriendelijk onthaald als de hotelgasten. Die hotelgasten bestaan overigens met name uit jongeren van Engelse afkomst. Op dit moment ook veel geestelijk gehandicapten. Je bezoekt het museum, maar komt dus regelmatig 'bij abuis' de hotelkamers binnen. Prachtige foto's en teksten uit de oorlog. Op zolder is een authentieke kapel, die via een steil trapje bereikbaar is. De inrichting is nog compleet in de oude stijl. Een grote tuin, prachtig onderhouden met spelende kinderen en ouderen die aan het schrijven zijn. Een aanrader voor wie West Vlaanderen bezoekt.

Van Poperingen door naar Wattou. Een klein plaatsje met maar liefst twee bierbrouwerijen: Van Eecke (van het 'Poperings Hommelbier') en St. Bernardus (ofwel 'Het Kapittel') van de commerciële varianten van het St. Sixtus bier. Recentelijk zijn de banden tussen de abdij en brouwerij verbroken. St. Bernardus zal dan de bieren onder eigen naam gaan brouwen. Op het pleintje een 'Prior' van het Kapittel uit het vat gedronken. Daarna via de Hoppenland-route (in Poperingen is een zeer intensieve hopteelt) terug naar Westvleteren. Mooie route, door bossen, landerijen en kastelen. Om twaalf uur weer aanwezig in de abdij, ruim op tijd voor de sekst. Het middagmaal (Vlaamse stoofschotel met groente-ratatouille) smaakt goed. Opnieuw enige moeite met de Dubbel van het klooster. Het bier heeft een bitterige aandronk, bitterige smaak en zelfs een uitvloeiende bittere nasmaak. Bij veel dorst, wanneer het bier vrij koud wordt geserveerd, kan het ermee door. Het zal nooit een van mijn lievelingsbieren worden.

**********

Dinsdag 25 Juli, 19.40 uur

Ja, je leest het goed: 19.40 uur. Een tijdstip dat ik eigenlijk in de kerk zou moeten zitten voor de dagafsluiting. De klok blijft onheilspellende geluiden maken, alsof de monniken weten dat ik hier in absolute zelfzucht zit te lezen en te schrijven.

Een korte wandeling gemaakt van de abdij tot de Maria-grot: zo'n 500 meter afstand van de abdij. Een dankbetuiging voor het feit dat de abdij zo veel voor Belgen, Engelsen en andere geallieerden heeft gedaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. De keren dat ik in Westvleteren ben geweest heb ik vaker de korte wandeling gemaakt. Alleen: toen stond ik voor het hek, en nu erachter. Ik zal het eerlijk opbiechten: voor het hek voelt toch wel comfortabeler. Te meer omdat daar de weg naar In de Vrede open ligt!

Vanmiddag een flink eind gelezen in Juergens-Kirchhoff, 'Der Weltkrieg und die Künstler der Weimarer Republik' en nu 'The Great War and Women's Consciousness': een boeiende studie over de verwerking door vrouwen van de Eerste Wereldoorlog, met name in de literatuur, journalistiek etc.

Het avondeten was vrij zwaar. Wanneer je in de trappistenkloosters in België overigens aan alle maaltijden deelneemt en nog goed dooreet ook, moet je echt oppassen voor de lijn: uitgebreid ontbijt, stevig middagmaal, om half vier nog eens een kleine maaltijd en om kwart over zes weer een avondmaal. De dubbel die ook bij de avondmaaltijd geserveerd wordt, begint me steeds beter te smaken. 

Donderdag zal ik aan de KULAK (Katholieke Universiteit Leuven Afdeling Kortrijk) nog gebruik mogen maken van een computer voor het doormailen van het tweede en grootste deel van mijn kloosterdagboek.

Morgen wil ik proberen om nog een uitstapje te maken naar de trappistenabdij 'Katsberg' vlak over de grens hier in Frankrijk. Mont des Cats heet het eigenlijk. Daar zit een zeer bekende abt: André Louf, bekend van heel wat boeken over meditatie en christelijke spiritualiteit.

************************************************************

Woensdag 26 Juli, 9.50 uur

Vannacht besloten om mijn artikel over Kunst en de Eerste Wereldoorlog anders vorm te geven. Onder de titel: 'Twee sporen: het klooster en de Grote Oorlog' wil ik proberen de twee lijnen (verblijf van twee weken in Trappistenkloosters en mijn belangstelling voor de 1e Wereldoorlog en kunst) samen te laten komen. Ik merk dat de afgelopen dagen de twee voortdurend door elkaar heen lopen. De geschiedenis van de cisterciënzers en de literatuur over de eerste wereldoorlog. Hoewel een synthese van de twee enigszins geforceerd is, lijkt het me toch meer natuurlijk om beide in het artikel terug te laten komen.

**********

Woensdag 26 Juli, 13.40 uur

Alle hoop op medeneming van enige bakjes Abt vervlogen. De officiële bier-verkooppater is niet te vermurwen. En een bakske groen kan ik ook vergeten. Dat is het voorrecht van de gasten, geniet er maar van ... Schrale troost. Blauw en rood zijn beschikbaar, daar moet ik het maar mee doen. Het is onrechtvaardig verdeeld in de wereld. In 'In de Vrede' wordt de abt nog driftig geschonken, zo merk ik een half uur later. Maar als ik helemaal eerlijk ben: eigenlijk smaakt hij hier beter, zeker wanneer je 's ochtend 11 uur tussen een zaal vol plaatselijke gasten zit, jong en oud, die hier hun dagelijks trappistje verorberen.

Tijdens het middagmaal met mijn disgenoten over politiek gesproken. Twee ervan, beide in het onderwijs actief, komen uit Leuven. Op mijn vroeg hoe Louis Tobback bevalt wordt gemengd gereageerd. Een echte populist, zo begrijp ik van de een. Met name zijn boerse manier van praten, recht voor zijn raap, brengt hem veel sympathie van het gewone volk.

De vaat na het middagmaal houdt niet op. Toch zijn we 'maar' met zijn dertigen. Boze tongen beweren dat de paters hun afwas via een zijdeurtje ook doorschuiven naar de gasten-afwas. Een dame naast me, die naar haar eigen gevoel al aan de honderdste vork bezig is, schrikt merkbaar wanneer het zij-deurtje piepend open gaat .... Het is enkel de wind ...

Onweersbeestjes. Duizenden op mijn kamer. Een echte plaag hier. Bidden helpt niet, spuiten wel. Dit keer een insecticide met de verwarrende naam 'Zoumm..', weliswaar ozon-vriendelijk, maar toch.

************************************************************

Donderdag 27 Juli, 9.50 uur

Gisterenavond regen en onweer, dat zorgt tenminste voor enige afkoeling. In enigszins onaangename stemming terecht gekomen. Zal wel met het weer te maken hebben. Zoek mijn heil in opbeurende klanken van mijn discman. Het hoboconcert van Cimarosa: een weldaad voor het oor en de geest!

Vanochtend de vloer bezaaid met lijken van onweersbeestjes. Shame on me, ik heb met mijn 'Zoumm' een slachting aangericht onder deze onschadelijke insekten.

De muziek tijdens de maaltijden is gevarieerd. Eergisteren Chopin met zijn Rondo Krakowiac of hoe het ook heten mag. De volgende dag de hoornconcerten van Mozart. Daarna weer wat concerten van Vivaldi, maar dit keer minder luid. En vanochtend een latijns-amerikaanse zangeres die ongetwijfeld met haar romantisch stemgeluid religieuze liederen zingt.

Gisteren overigens nog een wandeling gemaakt over het kerkhof van de monniken, dat hier naast de kerk gelegen is, dus op het voor gasten toegankelijk gedeelte van de abdij. Alle bekende abten gevonden, behalve de voorganger van de huidige abt, Gerardus Deleye, die van 1941 tot ergens in de zeventiger jaren abt is geweest. Het kerkhof lijkt inderdaad vrij vol, hij zal dus wel ergens anders begraven zijn.

Vanochtend tijdens de eucharistie blijkt dat ik hem op de verkeerde plek heb gezocht, hij zit namelijk schuin tegenover me, op een van de vaste plekken van de rij broeders. Is dus nu 90 jaar. 

Tijdens de eucharistie vandaag stond ik naast een in deze abdij inmiddels vermaarde krasse knar. Zijn stemvolume is fff (fortissimo), maar dat is niet het speciale. Ook niet dat hij een houten been heeft. Evenmin dat hij inmiddels al 85 jaar is. Maar wel dat hij inmiddels al 30 jaar iedere dag zo'n 20 kilometer fietst om hier de eucharistie bij te wonen. Dat zijn van die fenomenen: daar moet je toch echt voor naar een trappistenklooster komen, om zoiets mee te maken.

Vanmiddag ga ik naar Kortrijk om dit dagboek door te mailen. Aansluitend probeer ik over Frankrijk terug te rijden en een bezoek te brengen aan de Trappistenabdij Mont des Cats.

**********

Donderdag 27 Juli, 19.00 uur

Nog een aantal korte aantekeningen. De reis naar Kortrijk verliep voorspoedig hoewel ik me hier in België telkens weer verrijd. Zal wel met mijn oriëntatievermogen te maken hebben, of met de bewegwijzering.

Ook hier verliep het mailen weer moeizaam. De connectie was snel gemaakt en het was ook een snelle verbinding. Alleen: de machine waarmee ik moest werken was een oude IBM­386 met cruciale toetsen op een onbereikbare plek. Daarom maar opnieuw de hulp van Sjaak ingeroepen, die de verhalen hopelijk doormailt naar de mensen in Amsterdam.

Op de terugtocht een flinke omweg gemaakt (dit keer bewust) via Armentieres, Balleuil om uiteindelijk in Mont des Cats terecht te komen. Daar vinden we een ouderwetse Trappistenabdij met een enorme poespas erom heen. De kloosterkerk is stampvol als ik er arriveer. Ik ben net op tijd. Ik had van de gastenbroeder een verkeerde tijd doorgekregen. Meerstemmig gezongen, veel monniken, doet me denken aan de Naam van de Roos. Er hangt me een zeer indrukwekkend sfeertje. Daar bekruipen je de religieuze rillingen van. De pater portier zit achter een balie waar de Vrije Universiteit jaloers op zou zijn, compleet gecomputeriseerd en wat dies meer zij. De abdij is prachtig gelegen, boven op een berg en trekt veel bezoekers. Ik ben nog net getuige van het vertrek van een grote stoet dagjesmensen.

Onderweg in Ballieul nog gestopt voor een verfrissing. Ik begin de Franse horeca-maffiosi steeds onsympathieker te vinden. Je wordt besodemieterd waar je bijstaat en krijgt nog een grote mond ook als je er iets van zegt. Maar voor een Leffe-blonde van de tap (in Frankrijk vak een tapbier) circa een tientje betalen, dat verdom ik. Na veel gedoe en gelazer krijg ik het bedrag terug waar ik nog recht op heb.

Weer ruim op tijd voor de dagsluiting terug in Westvleteren.

**********

Donderdag 27 Juli, 21.20 uur

Over drukte gesproken. De dagsluiting hier werd bijgewoond door zo'n veertig scholieren. Een van de monniken (degene die de klokken luidt) heeft altijd zijn puntmuts op. Ze hebben zich sterk gehouden, die jongeren, hoewel er toch nogal wat verdrongen proestgeluiden hoorbaar waren.

Ik kan me nog herinneren van mijn vroege jeugd (sic!) dat wanneer je ergens voor op de kop krijgt, meteen probeert om iets te verzinnen om het te vergoelijken. De gastenbroeder klopt vanmiddag aan op mijn deur. 'Gaat u elke dag douchen in hok 1' ... Ik schrik me wezenloos. Waarschijnlijk niet goed schoon gemaakt. Daar gaat mijn goede naam. 'Euh, ja gisteren, vandaag in hok 2' probeer ik nog met een leugen voor bestwil. 'Er ligt namelijk nog een onderbroek in hok 1', is de vriendelijke, doch tegelijkertijd vernietigende opmerking van de broeder. 'Euh, euh, hoe kan dat nou?', probeer ik nog. Minzaam glimlachend gaat de broeder zijns weegs.

Het weer is inmiddels grauw, met motregen. Op de achtergrond met enige regelmaat schoten van jagers. Klein- of grootwild, ik weet het niet. Het is wel precies het sfeertje dat ik me voorstel zo'n tachtig jaar geleden. Grauw, grijs, nat en voortdurend dat 'gedonder' op de achtergrond. Ik ijsbeer vanavond nog wat rond. Dan weer even buiten. Dan weer binnen door de gebouwen. Ik krijg nog een 'rode' aangereikt door de gastenbroeder, met het verzoek om de deuren te sluiten naar de voor en achtertuin. Men verwacht onweer.

************************************************************

Vrijdag 28 Juli, 14.00 uur

Een eerste versie van het artikel gereed. Het is toch ongemakkelijk om het niet op schrift te hebben. Ik merk dat bij de correctie van het dagboek. Het stikt van de fouten.

Een theologisch probleem: in de Psalmenboeken is overal het woordje 'Jahwe' overgeplakt met 'de Heer'. Dat is echt een monnikenwerk. Want elk boek telt zo'n driehonderd pagina's en ik heb al een pagina gezien met maar liefst 30 plakkertjes. Een liturgisch, muzikaal of theologisch strijdpunt? Ik zal eens informeren.

**********

Vrijdag 28 Juli, 16.35 uur

Vanmiddag nog wat gesnuffeld in de gastenbibliotheek. Gestoten op een klein drukwerkje getiteld 'Constitutie en Statuten' van de Cisterciënzer-orde, Vastgesteld op een Generaal Kapittel in 1984. Interessant om te lezen hoe intern in deze orde alles geregeld is. De benoeming van een abt, diens rechten en plichten. Het noviciaat, de tijdelijke professie en daarna de eeuwige professie en de regelingen intern in een klooster. Bij een aantal zaken moet de abt de verzamelde monniken (genoemd constitutioneel kapittel horen en soms om goedkeuring vragen). Zo bijv. bij de toelating van een novice tot het tijdelijke professie. Ook artikelen over materiële voorzieningen in geval van uitstoting of uittreding. Hoewel er niets verplichtends is opgelegd, zou het conform de statuten toch niet mogelijk zijn dat een uitgetredene echt 'op straat' komt te staan. Er is een generale abt, een soort algemene overste van de orde, die in Rome gezeteld is. Die heeft de bevoegdheid alle abdijen te 'visiteren'. En doet ook de contacten met de H.S., zoals dat in religieuze kringen wordt aangeduid. De regeling voor allerlei raden is er tot in detail vastgelegd: door zou de VU nog wat van kunnen leren.

Mijn eigen constitutie is na het middagmaal weer eens fors van streek. En dat terwijl op de vrijdag geen (vet) vlees wordt geserveerd. Het weer is nogal wisselvallig. Zal daar wel mee te maken hebben.

**********

Vrijdag 28 Juli, 20.10 uur

Laatste aantekeningen van deze dag. Zojuist de dagsluiting bijgewoond. Van 19.00­19.30 kregen de monniken zangles van de broeder-organist. Streng hoor! Hij waarschuwde dat het zondag waarschijnlijk fout zou gaan met Psalm 122. Volume matigen, dat was zijn advies.

Zojuist met behulp van een collega-gast een zware plant binnengezet en (als dank?) een 8 van de gastenbroeder gekregen.

Tijdens de dagsluiting nog heel wat nagedacht over allerlei kritische gedachten die bij me boven komen. Eigenlijk ongepast bij alle hartelijkheid die hier geboden wordt. Het is nota bene ook nog allemaal 'meta-kritiek', niet naar aanleiding van mijn ervaringen, maar kanttekeningen bij. Die merkwaardige neiging toch altijd om, om het maar eens chique te zeggen, 'de werkelijkheid kritisch te percipiëren'.

************************************************************

Zaterdag 29 Juli, 8.40 uur

Nog een klein dispuut aan de eettafel. Naast me zit een 'witte pater' (ja, sorry, zo heten ze nu eenmaal), die na zo'n 25 jaar Kongo in Amerika docent is geworden aan de staatsuniversiteit van Boston. Hij vertelt dat er een grote spirituele behoefte is in Amerika. Een cursus over Paulus die hij organiseert voor de parochie waar hij woonachtig is, trekt 300 bezoekers. Zijn stelling: in Amerika is het nog veel beter gesteld met de religieuze toestand als in België.

Maar wat is dat voor behoefte waar de pater het over heeft. In een 'culture of nothingness' is ook de aandacht voor de electronic-church, de extreem conservatieve televisie-preachers kolossaal. Wil daarmee gezegd zijn dat de VS in spiritueel opzicht het een 'stuk beter doet' dan Europese landen als België en Nederland? Werd ook nogal fors geattaqueerd door de pater toen ik het had over een 'Amerikaanse aard', sprekend over de Mormonen en het gedachtengoed waar zij zich met name op baseren. 'Ik woon er al zes jaar', maar ik zou nooit over een typisch Amerikaanse trek durven spreken. Hoe zit het dan met 'Amerika als het verkozen volk', de politie-agent van de wereld?

**********

Zaterdag 29 Juli, 14.00 uur

Vanochtend alvast mijn financiële verplichtingen geregeld met de gastenbroeder. Ook iets verteld over de 'objectieve blik' waarmee ik toch de afgelopen dagen het leven in Westvleteren heb gevolgd. Hij heeft er alle begrip voor: het is moeilijk om je te identificeren met het leven hier, wanneer er niet een sterke gerichtheid is op het geloof van de monniken. Ik heb hem beloofd mijn artikel en mijn kloosterdagboek (in gekuiste versie) toe te sturen.

Bij de bier-broeder twee kratjes blauw (8) ingekocht. Een flesje Westmalle Extra geruild voor een Westvleteren Dubbel. Hij heeft het niet makkelijk, die bierbroeder. Boze klanten beklagen zich over de afgelegde kilometers om hier de abt te kunnen kopen, en dan geen voorraad .... 'De mensen zijn alleen geïnteresseerd in het bier', brengt hij er wat terneergeslagen en vertwijfeld uit. 'Hoe de monniken leven en wat er allemaal hier gebeurt, dat interesseert hen niet'. Hij is vastbesloten om de dosering aan te gaan passen (op dit moment max. 10 kratten). Hij gaat dat halveren. In de hoop daarmee het probleem van de uitverkochte soorten op te lossen.

In 'In de Vrede' nog een abt gedronken. De kroegbaas heeft een nieuwe auto die hij een aantal vertrouwde bezoekers vol trots toont: een mercedes van het betere soort. De horeca vaart wel bij de trappistenbieren van Westvleteren! Maar indirect de abdij ook, want 'In de Vrede' is eigendom van de monniken.

**********

Zaterdag, 29 Juli, 18.55 uur

Mijn kloosterverblijf is zo langzamerhand ten einde gekomen. Zo dadelijk nog een dagsluiting, hopelijk nog een trappistje voor het slapen gaan en morgenochtend vertrekken. Het is zeker geen slecht idee om vroeg te vertrekken. De wegen zullen morgen vol zitten met toeristen die van vakantie terugkomen.

Een verblijf in een trappistenabdij is zeker aan te raden. Dat zou zo een zeer beknopte eindconclusie van twee weken Westmalle en Westvleteren kunnen zijn. Een eilandje van rust en orde in een wereld van hektiek en wanorde. Zo straks tijdens het middagmaal vroeg een oudere dame me nog wat ik dacht over de toekomst van de trappistenabdijen. Ik heb toen eerlijk gezegd dat ik daar zeer somber over ben. De harde eisen aan het monnikenleven zijn, zo vrees ik, een grote hinderpaal voor een gestage toevloed van jonge krachten. Westmalle kijkt nu al aan tegen een 'nakend' einde. Ik heb wel het gevoel dat daarmee iets kostbaars weg zou vallen. Het is niet voor niets dat het monnikendom zo lange geschiedenis heeft gehad. Maar dat kun je net zo goed zeggen van de kerk. Daar kun je ook eindeloos over filosoferen.

Dat betekent overigens niet dat ik met spijt vertrek. Het verblijf in een abdij is iets voor een paar dagen. Terug naar de hektiek, naar Amsterdam waar geleefd wordt met ups en downs, gewoon, zoals het hoort.

[alle informatie linken zijn ondergebracht in een speciale linkenrubriek op deze website: http://www.bezinningscentrum.nl/links/special_links2.shtml ]

 

P.S.

Dit verhaal is in april 2002 bewerkt, veel persoonsverwijzingen zijn eruit gehaald, de toonzetting is hier en daar aangepast. 

 

 

 

Reacties welkom: wtg.haan@mdw.vu.nl

Sluit dit venster