Fatale aantrekkingskracht ?
Over een (onverwachte?) opleving van de
sekten-discussie
Wim Haan
Op 13 juni j.l. heeft in Driebergen een conferentie plaatsgevonden onder de titel Sektes of Nieuwe Religieuze Bewegingen: Inspiratie of bedreiging. Wim Haan, lid van de redactie, heeft tijdens deze werkconferentie een korte voordracht verzorgd. In het volgende geeft hij enige achtergrondinformatie over de conferentie en gaat hij nader in op de aantrekkingskracht van radicale religieuze groepen.
Het is alweer 14 jaar geleden dat in Nederland een Onderzoekcommissie van de Tweede Kamer een omvangrijk rapport publiceerde over sekten, met als (globale) eindconclusie dat we met een fenomeen van doen hebben waarbij zich weliswaar incidentele excessen voordoen, maar waar geen sprake is van een voor de Nederlandse samenleving (en de overheid) verontrustende ontwikkeling.
In het buitenland echter kunnen we een opleving van de discussie waarnemen. In België werd in 1997 het verslag van de Onderzoekcommissie Sekten geaccordeerd - een lijvig document van circa 650 paginas - , na een heftige en emotionele discussie in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Eerder verscheen een rapport van de Franse Assemblée Nationale (december 1995). De Duitse Bundestag liet zich ook niet onbetuigd met de instelling van een Enquete-Kommission Sogenannte Sekten und Psychogruppen, die in juli 1997 een Zwischenbericht liet verschijnen. En tenslotte mocht in december 1997 het Verslag over de sekten in de Europese Unie van de Commissie openbare vrijheden en binnenlandse zaken van het Europese Parlement het licht zien. Misschien is het zo dat Nederland niet kon achterblijven bij de opleving van de aandacht die zich in de ons omringende landen heeft voltrokken.
Kunnen we uit het feit dat Nederland vooralsnog buiten de woelige wateren van de opleving van de discussie is gebleven concluderen, dat ons recente gevaarlijke ontwikkelingen zijn ontgaan? Of is het zo dat wij ons hoofd koel houden, terwijl in de ons omringende landen de sekte-emoties weer op hol zijn geslagen? Een aantal recente gebeurtenissen kunnen misschien enige helderheid verschaffen.
Recente ontsporingen
De discussie is in ieder geval weer opgelaaid door verontrustende gebeurtenissen in het buitenland. In Frankrijk, Zwitserland en Canada heeft de Orde van de Zonnetempel de burgers en de overheden verbijsterd met een aantal collectieve (zelf) moorden. De activiteiten van de Aum-groepering in Japan (gifgas in de metro van Tokyo) illustreerden het geweldspotentieel dat zich incidenteel kan ontwikkelen in gesloten radicale religieuze stromingen. En tenslotte heeft de collectieve zelfdoding van de Amerikaanse Heavens Gate groepering veel mensen geschokt .
Wanneer we echter de enige tientallen doden van de genoemde gevallen afzetten tegen de duizenden doden die vallen door fundamentalisch geweld (bijvoorbeeld in Algerije), terroristische aanslagen overal ter wereld en de talloze slachtoffers van maffia- of crimineel geweld, of tegen de duizenden zelfdodingen die zich jaarlijks voltrekken (soms onder mysterieuze omstandigheden), dan moeten we concluderen dat we met een onbetekenend verschijnsel van doen hebben. Maar toch halen sekten iedere keer weer de voorpagina en lijkt het dat excessen in religieus verband langer blijven hangen in de herinnering van mensen dan het kwaad dat zich overal (en door de media letterlijk voor onze ogen) voltrekt. Mensen hebben blijkbaar iets met sektarische wantoestanden. Religieus gefundeerd geweld wordt door velen afschrikwekkender ervaren dan gewelddadigheden waarmee we iedere dag worden geconfronteerd en waarvoor we misschien al wat afgestompt zijn. Ook de media storten zich met graagte op de materie: de boeken zijn al verschenen en de laatste shot van de film is al genomen voordat het onderzoek is afgerond.
De genoemde excessen vormen echter slechts een deel van het verhaal, want ook zonder dat er (zelf)moord in het spel is heeft de aansluiting van iemand bij een radicale religieuze groepering een enorme impact op zijn of haar directe omgeving. Een impact op de onderlinge verhoudingen, die soms compleet verstoord raken, maar ook op het begripsvermogen van mensen: men is verbijsterd over de onverwachte en onbegrijpelijke keuze.
Machteloosheid
De vaststelling dat een bepaald probleem voor de samenleving als geheel geen verontrustende vormen heeft aangenomen, laat natuurlijk onverlet dat zich in individuele gevallen wel degelijk ingrijpende conflicten kunnen voordoen. En wanneer zich geen adequate hulpverleningsstructuur heeft ontwikkeld, dreigt de probleem-ontkenning nieuwe problemen op te leveren. Geen wonder dat de afgelopen jaren allerlei zelfhulpgroepen van betrokkenen en lotgenoten zijn ontstaan, die in sommige landen de vorm van een (machtige) anti-sekten lobby hebben aangenomen. Wie de rapporten van de diverse genoemde overheden aandachtig doorleest treft op vele plekken de sporen van de anti-sekten beweging aan. Zo hebben we al een mogelijk verklaring voor de heroplevende andacht ontdekt. De ervaringsverhalen van betrokkenen hebben op politiek verantwoordelijken een impact die het beste met de woorden Hier moet wel iets van waar zijn kan worden aangeduid.
Daar komt nog wat bij. Er dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan wanneer geen adequate hulpverlening beschikbaar is. Mensen komen uiteindelijk terecht bij lotgenoten die de gruwelijkheid van het sektarisch fenomeen alleen maar bevestigen. Ze komen ook terecht in een wereld waar relativering en redelijke proporties niet meer tot de mogelijkheden behoren. Zo ontstaan in zichzelf opgesloten verbanden die het risico in zich dragen zelf trekken aan te nemen van hetgeen ze zo in de sekten verafschuwen: verkettering van andere meningen en de wereld enkel nog in zwart-wit tegenstellingen kunnen zien: zij die onze problemen niet onderkennen, zijn tegen ons
Het zou hypocriet zijn om te volstaan met een beschuldigend vingertje in de richting van de betrokkenen te wijzen. Het culturele isolement waarin ze verkeren, is niet alleen te wijten aan een gebrek aan hulpverlening, maar is ook voor een deel te wijten aan de bepaald arrogante opstelling die sommige wetenschappelijke kringen ten toon spreiden. Immers met een macrovisie op de problematiek worden individuele drama's soms compleet weggeredeneerd. Wanneer ouders wier kinderen seksueel zijn misbruikt door een op hol geslagen religieus leider van wetenschappers te horen krijgen dat in het overgrote deel van de religieuze groepen mensen fatsoenlijk met elkaar omgaan, werkt die vaststelling niet echt geruststellend.
Tenslotte kun je soms de indruk krijgen dat de overmaat aan rücksichtslose kritiek vanuit anti-sektenhoek, vanuit academische kring wordt beantwoord met een overmaataan sympathie. Een gevolg is dat wetenschappers wel eens wordt verweten dat zij zich zo zeer inleven in de groepen waarover zij schrijven, dat zij zich tot echte medestanders ontpoppen. En dat maakt de kloof tussen een academische benadering van de problematiek en de ervaringswijsheid van de antisektenbeweging welhaast onoverbrugbaar.
Conferentie
Wanneer je in het spanningsveld van bovengenoemde tegenstellingen een conferentie over de problematiek organiseert, dienen zich als vanzelf grote valkuilen aan. Afhankelijk van welke richting je bij de voorbereiding betrekt, zal zich een onevenwichtigheid in het programma voordoen. Het programma van het symposium Sektes of Nieuwe religieuze bewegingen, inspiratie of bedreiging weerspiegelt duidelijk de invloed van een sterk negatieve invalshoek van de problematiek. Twee van de vijf sprekers zijn afkomstig uit de anti-sektenbeweging. Twee andere hebben politiek bemoeienis gehad met de problematiek (één vanuit de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, één vanuit het Europese Parlement), hetgeen een genuanceerde kijk op de materie niet vanzelfsprekend maakt. Dat alles hoeft natuurlijk niet aanleiding te zijn om de bijeenkomst bij voorbaat als mislukt te beschouwen.
Aantrekkingskracht
Mijn invalshoek, De aantrekkingskracht van radicale religieuze groepen, staat niet toe om volledig recht te doen aan de complexiteit van het vraagstuk, zowel voor zover het gaat om positieve en kwalijke kanten van het lidmaatschap van dergelijke groepen, als waar het de antithesen tussen voor- en tegenstanders betreft. Het biedt wel de mogelijkheid om een middenpositie te kiezen tussen vóór en tégen, door te wijzen op aspecten van het aanbod van radicale religieuze groepen, die een serieuze kritiek inhouden op onze eigen vanzelfsprekendheden en die schaduwzijden van onze prestatiemaatschappij zichtbaar maken.
Those who do not remember the past, are condemned to repeat it ... stond op een groot bord in Jonestown, een enclave in Frans Guyana waar in 1978 circa 900 leden van een religieuze groepering zelfmoord pleegden. Dat bord was daar door Jim Jones zelf neergezet. Dat deze tekst zon belangrijke rol speelde in de groepering die zich had gevormd rond de Amerikaanse predikant Jim Jones is eigenlijk dubbel wrang. In de tekst zit iets vanzelfsprekends, maar we kunnen er ook een waarschuwing in lezen die in verschillende richtingen wijst: naar diegenen die hun ziel en zaligheid overleveren aan radicale religieuze groeperingen, maar ook naar degenen die te vuur en te zwaard ten strijde trekken tegen een in hun ogen bijzonder gevaarlijk fenomeen.
Karikaturen en sjablonen
In algemene termen iets te berde brengen over de aantrekkingskracht van radicale religieuze groepen is eigenlijk onmogelijk. Het aanbod op de religieuze markt is dermate overweldigend en de verscheidenheid zo groot dat elke generalisering onzinnig lijkt. Wat voor Scientology geldt, kan moeilijk van toepassing worden verklaard op de Jehovas Getuigen, Transcendente Meditatie of de School voor Filosofie; de wervingstechnieken van de Hare Krishna beweging lijken in de verste verte niet op de rekruteringstechnieken van Opus Dei (een radicale stroming van orthodox R.K. signatuur).
En dan hebben we het nog niet over de enorme spraakverwarring over wat nu wel en niet tot het fenomeen gerekend moet worden. Wat de één religieus noemt, noemt de ander neutraal of therapeutisch. En geen enkele stroming zal verguld zijn met de aanduiding sekte. In het boven genoemde rapport van het Belgisch parlement veroorzaakte de synoptische tabel aan het eind van het rapport met een opsomming van religieuze sekten de meeste ophef. Terecht, dunkt me, want elke opsomming betekent een karikatuur van de complexiteit van de problematiek. Hoewel met man en macht werd geprobeerd het belang van de voornoemde lijst te bagatelliseren, is het toch wel veelzeggend dat satansekte, charismatische vernieuwing, antroposofie, soefi en tai chi broederlijk naast elkaar worden opgesomd.
Wanneer het om de aantrekkingskracht gaat van radicale religieuze groepen, wordt bij oppervlakkige beschouwing vooral gedacht aan de vermeende ingenieuze technieken die deze bewegingen er op na houden om nieuwe rekruten te ronselen. Men is van mening dat er sprake is van een boosaardig complot van een gewiekste sekteleider, die de zwakheden van met name jonge mensen uitbuit om ze de sekte binnen te lokken, onder valse voorwensels en met veel lovebombing. Voordat het slachtoffer in de gaten krijgt dat hij/zij een gevaarlijke sekte is binnengeloodst, is het al te laat. Met hersenspoelingstechnieken en psychische manipulatie is de rekruut al tot een willoze zombie getransformeerd, aldus menig horrorverhaal uit anti-sekte hoek.
Hoewel we hier te maken hebben met de perfecte ingrediënten van een spannende thriller, waarvan je de koude rillingen over de rug lopen, dragen zij niet veel bij aan een verklaring van de aantrekkingskracht van radicale religieuze groepen. Deze opvattingen houden helaas wel hardnekkig stand, misschien ook omdat het de meest eenvoudige verklaring vormt, een verklaring ook die onszelf (de buitenwereld) buiten schot laat. Problemen oplossen door een zondebok aan te wijzen is overigens niet zelden de reactie van de maatschappij op eigen innerlijke onzekerheid.
Wanneer we ons eerst op die buitenwereld richten, dan kunnen we vaststellen dat de keerzijde van onze open en gefragmentariseerde samenleving is dat ze met al die openheid, keuzevrijheid en verdeeldheid voor veel mensen een verwarrende samenleving is geworden. Daarbij komt nog dat mét alle geboden vrijheden toch tevens een sterk aanpassingsvermogen aan onze prestatiemaatschappij wordt gevergd. En die aanpassingsdrang begint vroeg: binnen het onderwijssysteem moet in minder tijd meer worden gepresteerd. Bij de afweging van wat wel en niet een directe relevantie heeft voor het beroepsleven en de carrièremogelijkheden, vallen zaken als levensbeschouwing en spirituele ontwikkeling al vrij snel uit de boot. Daartegenover staat de opvallende tendens dat een toenemende secularisatie met name bij jongeren zeker niet betekent dat de belangstelling voor levensbeschouwing en spiritualiteit afneemt.
Het succes en de aantrekkingskracht van radicale religieuze groepen zou voor een deel wel eens gebaseerd kunnen zijn op dat tegen-karakter. En dat tegen bestaat in ieder geval uit een allesomvattend alternatief voor de vanzelfsprekendheden én de onzekermakende vrijheid van onze samenleving.
Het grote antwoord
Vrije keuzemogelijkheden beschouwen we in de regel als een groot goed. Veel aanbieders van kleine keuzemogelijkheden verdringen zich op de maatschappelijke markt met hun aanbod van een klein antwoord op een klein deelgebied van het leven. Grote antwoorden zijn suspect geworden. De grote vragen waar iedereen bij tijd en wijle mee zit zijn echter niet verdwenen. En dat is nu meteen weer een ander aspect van de aantrekkingskracht van religieuze groepen. Het levensbeschouwelijk-spirituele antwoord dat wordt geboden heeft niet alleen betrekking op een deelaspect van het leven, maar wordt gepresenteerd als een overkoepelend antwoord op alle levensvragen. Het grote antwoord, waarnaar veel mensen - ondanks alles - nog steeds hunkeren. Het antwoord dat aan alle onzekerheid een einde maakt.
Een ander aspect van het protestkarakter van radicale religieuze groepen verdient nog onze aandacht: de maatschappelijke omgangsvormen zijn vaak dermate functioneel en doordrongen van de belangentegenstellingen waarbinnen eenieder zijn eigen rol vervult, dat ook het privéleven van veel mensen getekend wordt door functionaliteit en de daarbij horende vormen van communicatie. Men is zo gewend geraakt aan functionele relaties, afgestompt zelfs, dat het communiceren van mensen ongemerkt is afgegleden tot het koetjes-en-kalfjes niveau. Men leeft vele jaren functionel samen, maar helaas vaak langs elkaar heen. Ook hier weer presenteren religieuze groepen een alternatief: relaties die gebaseerd zijn op innigheid en echtheid, waarbij de totale persoon wordt aangesproken.
Voor nogal wat mensen is het een grote, veelal onaangename, verrassing wanneer ze van een bekende of familielid vernemen dat die is toegetreden tot een radicale religieuze beweging. Sterker nog: men is verbijsterd omdat men geen enkel aanknopingspunt vinden kan, dat een verklaring zou kunnen leveren voor de keuze voor de totaal verschillende leefwijze en ideeënwereld van de religieuze groepering. De verklaring dat er sprake zou kunnen zijn van een soort hersenspoeling ligt voor de hand. Maar opnieuw: het is een makkelijke verklaring, die voorbijgaat aan meer wezenlijke aspecten, zoals de vraag of we elkaar wel echt kennen en weet hebben van elkaars verborgen wensen en behoeftes als warmte, geborgenheid en betrokkenheid.
Fascinatie
Wanneer je je al ongeveer twintig jaar intensief bezig houdt met een fenomeen waar velen schouderophalend aan voorbijgaan, dan doet zich natuurlijk de vraag voor wat voor jou persoonlijk de aantrekkingskracht is van de radicale religieuze groepen.
Greeley heeft het in zijn boekje over extase zo geformuleerd: Het bleek dat het geen vreemde vogels of krankzinnigen waren, geen pedante types, misantropen, of saaie, gelijkhebberige lomperds. Integendeel, ze behoorden tot de interessantste en aantrekkelijkste mensen die ik ooit ontmoet heb. De formulering is me uit het hart gegrepen. Ik zie het ook een beetje als een variant op de slogan die de Stichting Pandora in de jaren zeventig propageerde: Ooit een normaal mens ontmoet ? ... en beviel het? Mensen die het grote antwoord op alle vragen hebben gevonden, hebben een uitstraling die aanstekelijk werkt, nieuwsgierig en jaloers maakt. Ook wanneer je zelf gruwelt van die wereld van zekerheden en grote antwoorden.
Enigszins banaal misschien, maar ook in de fysieke factor ligt naar mijn vaste overtuiging één van de belangrijke redenen voor de aantrekkingskracht van radicale religieuze groepen. Wanneer je leden van radicale religieuze groepen vraagt wat ze nu precies hebben gevonden, dan verneem je in de regel een legitimatie die ongeveer als volgt luidt: Ik heb de waarheid gevonden (of één van de vele varianten van deze uitspraak). De echte motivatie, die je soms ontdekt wanneer je blijft doorvragen, blijkt vaak te maken te hebben met het feit dat de betrokkene smoorverliefd is geraakt op (de uitstraling van?) een lid van de groepering waarin men vervolgens zelf toetreedt. Socio-affectieve stimuli hebben wetenschappers dit aspect wel genoemd.
Herkenning en erkenning
In het eerste boek van Karen Armstrong, Door de nauwe poortt, beschrijft ze de zeven jaar die zij vanaf haar zeventiende tot haar vierentwintigste als non in een klooster heeft doorgebracht. Verbluffend zijn de overeenkomsten tussen haar ervaringen tijdens het kloosterleven en alle sjablonen die we kennen van de sekteproblematiek. Armstrong schrijft in 1994, zon vijfentwintig jaar later, dat ze nooit spijt heeft gehad van deze (meest traumatische) periode in haar leven. Zowel de ellende als de positieve ervaringen hebben haar gevormd en gesterkt en haar gemaakt tot de persoon die zij nu is.
Een soortgelijke boodschap, maar meer polemisch verpakt, treffen we aan bij Anne Morelli, docente aan het Institut dhistoire des religions aan de ULB te België, die een boekje schreef met de titel Open brief aan de sekte van de sekte-tegenstanders. Ook zij verwijst naar allerlei parallellen tussen het kloosterleven en radicale religieuze groepen. Het bestrijden van sekten neemt volgens Morelli vaak dezelfde vorm aan als het sektarische wat men in radicale religieuze groepen meent waar te nemen.
Het is diep treurig dat zich allerlei problemen voordoen tussen mensen die in een radicale religieuze groepering geraken en hun familieleden en vrienden. Ik denk dat de problemen voor een deel opgelost kunnen worden door een groter vertrouwen: het vertrouwen dat mensen op eigen kracht hun weg vinden en op eigen kracht weer andere sporen kunnen inslaan, wanneer de frustraties over de gekozen weg te overheersend worden. Zowel op de (blijvende) relatie met de persoon die voor een religieuze beweging gekozen heeft, als op de relatie tussen de beweging en de buitenwereld zou zon vertrouwen positief kunnen uitwerken. Al te agressieve reacties zullen immers alleen maar contraproductief werken en radicale religieuze groepen in een nog groter isolement dringen. Zo bewerkstelligen de harde sektebestrijders juist het tegenovergestelde van wat ze willen. En dat is tragisch, in twee richtingen: zij die het verleden vergeten, zijn gedoemd het te herhalen ...
Literatuur
Armstrong, K., Door de nauwe poort. Mijn zeven kloosterjaren ? een spirituele ontdekkingsreis, Amsterdam (Anthos) 1997.
Greeley, Andrew M., Extase. Een vorm van gewaarworden, Haarlem (De Toorts) 1975.
Morelli, Anne, Open brief aan de sekte van de sekte-tegenstanders, Berchem (EPO) 1997.
De rapporten:
Witteveen, T.A.M., Overheid en nieuwe religieuze bewegingen (rapport van de vaste commissie voor de volksgezondheid), Den Haag (SDU) 1984.
Rapport fait au nom de la commission denquête sur les sectes, (président Alain Gest, rapporteur Jacques Guyard), Les rapports ASSEMBLEE NATIONALE, 22 december 1995.
(Internet: http://lapphp0.in2p3.fr/~chopin/rapport/rapport.html)
Verslag Parlementair Onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen, (rapporteurs: de heren A. Duquesne en L. Willems), Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Gewone Zitting van 28 april 1997. (Internet (downloadbaar van de Website van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers: http://www.dekamer.be/cgi-bin/docs.bat?l=n&dir=313)).
Zwischenbericht der Enquete-Kommission Sogenannte Sekten und Psychogruppen, (Vorsitzende: Ortrun Schätzle), Deutscher Bundestag DIP Volltexte, 7 juli 1997. (Internet: http://dip.bundestag.de/, opvragen via zoekmachine van de Website (Dip Nummer: 13/8170).
Verslag over de sekten in de Europese Unie, Commissie openbare vrijheden en binnenlandse zaken, (Rapporteur: Maria Berger, voorzitter: Hedy dAncona). (Via e-mail op te vragen bij de informatieve afdeling van het Europese Parlement in Den Haag: http://www.europarl.eu.int/denhaag/default.htm).
Reacties welkom: wtg.haan@mdw.vu.nl