VU Blaise Pascal Instituut > Portal Studiekring René Girard > Online teksten
Afzien van geweld als machtsmiddel
Ernst Stern
De
volgende passage is ontleend aan "Wat zal men doen? Een filosofie van de
Rechten van de Mens" door Ernst Stern, uitgegeven door Olive Press,
Amsterdam 2002. (In dat werk is ze te vinden onder het kopje
"Literatuur", paragraaf 3 van hoofdstuk 3.)
Stern
wil in dit boek laten zien dat het recht in de zin van gerechtigheid,
rechtvaardigheid, de essentie van de Rechten van de Mens dus, werkelijk
fundamenteel is - hoe je het ook bekijkt. Hij bekijkt het uit zestien
gezichtspunten, veelal vakwetenschappen. Niet de markt, niet de wapens, alleen
gelijk recht voor alle mensen is basis voor mogelijke beschaving en
ontwikkeling. Dat
betekent o.m. dat de mensheid moet afzien van geweld als machtsmiddel. Daarom is
René Girard belangrijk voor de schrijver. In het volgende fragment komt Girard
dan ook meer dan eens ter sprake.
Dikwijls wordt de lezer in dit boek verwezen naar literatuur van een
kwaliteit die men wereldliteratuur noemt, hetzij schone letteren van grote vermaardheid of filosofische werken die tot nadenken
hebben gestemd. Een grens tussen deze twee is niet exact aan te geven omdat
filosofen dikwijls ware kunstenaars zijn en schrijvers niets betekenen als zij
geen denkers zijn.
Soms echter verwijs ik naar publikaties van zeer tijdelijke of geringe
waarde, ook wel naar eigen werk. Niet alles wat ik aanhaal is literatuur. Bij
gebrek aan universeel erkende maatstaven voor wat literatuur is ga ik af op mijn
eigen smaak en indruk, voorzover mijn beperkte kennis toestaat. Dat doe ik ook
als ik bijbelboeken behandel als wereldliteratuur.
Het is overigens een gevolg van mijn studierichting en werkkring dat ik
onevenredig veel uit de bijbel aanhaal. Niet dat ik andere auteurs op een lager
plan zou waarderen. Al of niet hagiograaf[1]
zijn zegt niets over kwaliteit. Sommige bijbelboeken (Kronieken, Openbaring)
vind ik alleen als hof-geschiedschrijving of verzetstekst interessant, niet uit
literair oogpunt. En menigmaal overtreft heidense literatuur de hoogtepunten van
de hebreeuwse, zoals Homerus met de Ilias, zijn ongeëvenaard meesterwerk over
de krankzinnige Trojaanse oorlog. Simone Weil citeert hem dan ook zoals René
Girard Jezus citeert, namelijk om ons op een openbaring te wijzen van de enige
uitweg uit de vicieuze cirkel van het geweld.[2]
Niet dat Weil Jezus niet zou citeren of Girard Sophocles niet... Zeker, ook dat
doen zij. Maar toch is er een nuanceverschil: voor Girard is de bijbel unieke
openbaring der waarheid, voor Weil is de waarheid, waar ook vandaan, de
hoofdzaak.
Niet alleen om mijn leermeester Paulus trouw te blijven die mij heeft
ingeprent "Er is geen onderscheid tussen Jood en Griek"[3]
maar ook uit een soort spijtig bewustzijn van incompetentie tot oordelen
over een hele literatuurverzameling tegelijk, wat de bijbel toch is, schaar ik
me graag aan de zijde van Simone Weil. Waarheid is de maatstaf voor alle denken,
ook als het gedachten van bijbelschrijvers zijn.
Een geloofsconflict met vromen die bijbelboeken a priori boven andere
boeken stellen kan ik dan niet vermijden. Mijn argument is, dat ik niet in een
jury zit die de bijbel laat winnen en zo ja, dat ik geen bijbelschrijver daarmee
een passende eer zou bewijzen. Of is dit nu de "heilige vrees voor de
bijbeltekst" die Girard aan Weil en alle humanisten verwijt?[4]
Zelf heb ik werken van hen beiden, van nog anderen en van een aantal
bijbelschrijvers met dezelfde ongegeneerde kritische belangstelling bestudeerd.
(Daarin verschil ik trouwens niet van mijn vader die voorin zijn bijbeltje
schreef "een mijner studieboeken".) Weer zo'n bijkomstigheid! Maar dat
zegt niets; de lezeres of lezer oordele zelf.
Intussen blijft interpretatie van de literatuur beslissend voor de
invloed die ze uitoefent. We zagen in voorgaande hoofdstukken al dat, sinds de
machtsverhoudingen onder de mensen scheef zijn, alle op die verhoudingen
betrekking hebbende teksten interpretatie nodig hebben, zodat de ene tekst de
andere blijft voortbrengen. Ik heb mijn brood verdiend met het uitleggen van
bijbelteksten waarvan ik nu weet dat die teksten mij uitleggen. Als Kierkegaard
nog leefde en aan mij als theoloog werd voorgesteld zou hij misschien weer
zeggen: "jij bent er dus knap in, dat Jezus voor jouw zonden gestorven
is." (Voor jouw zonden: Kierkegaard had nog een sacrificiële
vertaling. De onverbloemde vertaling van Romeinen 4:25 luidt: "die is
uitgeleverd tengevolge van onze overtredingen", evenals de tekst van
Deuterojesaja waar dit een toespeling op is).[5]
Onze jongste zoon schaamde zich voor deze afkomst, zei op school dat zijn
vader knikkerfabrikant was, bewees dit met glazen knikkers die hij thuis in het
vuur "gepoft" had en hoopte later oprecht dat ik nog tijdig
fietsenmaker zou worden. In plaats van fietsen te maken heb ik, samen met hem en
anderen, geprobeerd werk te maken van geruisloze systematische schendingen van
mensenrechten in Nederland.
Wie naar Zuid-Frankrijk reist, passeert de waterscheiding tussen de
Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee als hij van het stroomgebied van de
Loire in dat van de Rhône terecht komt. Als je precies op die grens in de regen
gaat staan en naar het zuidwesten kijkt, kun je veilig beweren dat het
regenwater van je rechterhand naar de oceaan loopt en van je linkerhand naar de
Middellandse Zee.
Als men zich op het standpunt van de mensenrechten stelt, die voor
iedereen gelijk zijn, kan men alle literatuur en ook alle interpretaties daarvan
verdelen in voor en tegen aan de hand van een soort waterscheiding. Ik neem
Bonhoeffer en Girard als getuigen van dit inzicht. Dit ligt temeer voor de hand
omdat ik sinds jaren deelneem aan discussies in de nederlandse secties van de
International Bonhoeffer Society en van het Colloquium on Violence and Religion,
organisaties die gewijd zijn aan multidisciplinair onderzoek naar de betekenis
van deze twee denkers voor het begrijpen wat er gebeurt.
Die waterscheiding loopt tussen, aan de ene kant, sacrificiële (Girard)
of religieuze (Bonhoeffer) literatuur en, aan de andere kant, niet-sacrificiële
of niet-religieuze. Beide auteurs wantrouwen de eerste soort en kiezen de
tweede. Zij interpreteren de bijbel, de grote dichters en romanschrijvers, de
joodse en de christelijke tradities op belangrijke punten als anti-religieus,
anti-sacrificiëel en bestrijden religieuze, sacrificiële interpretaties ervan.
De overeenkomst tussen beide denkers zit hierin dat zij met hun termen
sacrificiëel en religieus in principe hetzelfde bedoelen, namelijk:
discriminerend, met twee maten metend. Hoewel zij nergens naar de Rechten van de
Mens verwijzen zijn zij van grote betekenis voor de bescherming ervan, omdat zij
consequenties van het definitief breken met discriminerend denken hebben
uitgewerkt. Dit bracht beiden ver buiten hun vakgebied. Hun werk beweegt mensen
van diverse vakgebieden om dit radicaal nieuwe denken zo kritisch mogelijk, dus
in gezamenlijk overleg, voort te zetten. Vele anderen denken in dezelfde
richting.[6]
Een sacrificiële interpretatie daarentegen van Bonhoeffer's werk
wordt verdedigd door Eberhard Bethge, vriend en biograaf van Bonhoeffer. Volgens
Bethge moet Bonhoeffers Ethik begrepen worden in het licht van zijn toenmalige
betrokkenheid bij de voorbereidingen van de aanslag op Hitler.[7]
Tirannenmoord
is echter een mensenoffer terwille van de openbare veiligheid, het beramen ervan
een vorm van sacrificiëel ofwel religieus denken; hetzelfde 'entzweite' denken
dat Bonhoeffer bestreed. Die "betrokkenheid" van Bonhoeffer bij de
aanslag op Hitler moet dan ook, andersom, begrepen worden in het licht van zijn
niet-religieuze Ethik én zijn latere werk, dus: als inconsequentie. Precies
zoals Girard schreef over Dostojevsky: "Men kan Dostojevsky's oeuvre niet
verklaren uit zijn leven. Maar wellicht zal men er aan de hand van zijn oeuvre
ooit in slagen zijn leven werkelijk te begrijpen."[8]
Met andere woorden: het feit dat Bonhoeffer zijn complotterende vrienden
niet liet vallen betekent niet dat hij zelf geen pacifist meer was.
Een religieuze interpretatie van Girard's werk wordt gepresenteerd
door Dr.Frits de Lange. In een recensie van het laatst aangehaalde werk van
Girard ("Wat vanaf het begin der tijden verborgen was...") schreef
hij: "Girard komt met de wichelroede van zijn niet-sacrificiële lezing in
de hand tot een tweedeling in de joods-christelijke traditie, waarvan alleen de
geweldloze helft (zeg maar de johannesche) aanvaardbaar is. Ongemerkt is zijn
beschrijvende cultuurtheorie daarmee in religieuze ethiek overgegaan en
vereenzelvigt hij het door hem beschreven wetenschappelijk 'ware' met het
evangelische 'goede'. (...) Voor de wetenschap de stukjes en beetjes, voor de
religie de grote greep. Maar beide tegelijk? Dat kan niet goed gaan."[9]
Een sacrificiële interpretatie van Bonhoeffer en een religieuze van
Girard, gepresenteerd door twee van de meest deskundigen! Ja, maar niet
volgelingen. Bethge heeft tijdens congressen meermalen gezegd dat zijn
vriendschap met Dietrich Bonhoeffer als een noodlot zijn verdere leven bepaald
heeft. En De Lange noemde René Girard in zijn recensie een bemoeial.
De niet congeniale interpretaties die Bethge en De Lange van deze
wereldberoemde auteurs geven zijn te verklaren indien zijzelf, in tegenstelling
tot die auteurs, niet kunnen of mogen geloven dat de mensheid zonder geweld
verder kan leven. Girard, Bonhoeffer en velen met hen kunnen juist het tegendeel
niet geloven, namelijk dat zij mèt geweld verder kan leven. Het is inderdaad
een kwestie van geloven, maar dat wil niet zeggen dat men deze a-religieus geïnspireerde
denkers, Girard en Bonhoeffer, religieuze aandoeningen mag aanwrijven als
interpretatiesleutel voor hun werk; hoogstens als handicap. Niemand is vrij van
religieuze aandoeningen.
De vergelijking met de waterscheiding was serieus bedoeld - precies even
serieus als De Lange's correcte vergelijking van Girard's theorie met een
wichelroede, aan de hand waarvan Girard tot een tweedeling kwam tussen
geweldplegend en geweldloos denken in de bijbel. Inderdaad geldt dit
interpretatiedilemma voor alle belangrijke (bijbel)teksten. Ik kan niet nalaten,
daarvan zelf een voorbeeld te geven.
In een artikel in Militia Christi had ik geschreven dat God de Vader
nooit de dood van God de Zoon beoogd had en dat Jesaja 53:10 zulk een vertaling
niet toelaat. De classis Harderwijk van de Nederlandse Hervormde Kerk diende
naar aanleiding daarvan een aanklacht tegen mij in. De tekstinterpretatie van
deze aanklagers vloeit voort uit hun geloof in een straffende God; hun aanklacht
tegen mij rijst uit het onoverbrugbare verschil tussen deze gewelddadige en een
geweldloze God. Bij deze Jesaja II zelf, daar heeft Girard gelijk in, spelen
beide onverenigbare geloofsvoorstellingen door elkaar heen. Men mòet dus wel
interpreteren: in de ene of de andere richting. Geweldloosheid is de sleutel der
kennis!
Het feit dat Israël als volk een geweldloze interpretatie van zijn
geloof ruim achttien eeuwen lang politiek gemanifesteerd heeft in zijn
ongewapend optreden, van 135 tot 1942, is een volstrekt unieke prestatie waarvan
de betekenis voor de mensheid nauwelijks beseft wordt.[10]
Voor mij echter is niet Israël's interpretatie beslissend; voor mij, ik
schreef het al, zijn de gevolgen, die anderen ondervinden van mijn denken, mijn
maatstaf voor interpretatie.[11]
Over de lugubere gevolgen van een geloof in een god die de onschuldige
straft hoef ik hier niet uit te weiden. Ernst Cassirer schreef al: de mens
verstaat zichzelf in het beeld van zijn god,[12]
probeert dus op die god te lijken. De god staat model. Als die god niet humaan
is, berg je dan!
Theologen zullen hier opnieuw vaststellen dat voor mij de ethiek het
geloof bepaalt, niet omgekeerd. Als zij met ethiek mijn rechtsopvatting
bedoelen, dan is dat juist. Ik ga uit van de Rechten van de Mens, niet van een
nog heersende opvatting die men bij Paulus meent aan te treffen waar deze
schreef: "Wat niet uit het geloof is, is zonde."[13]
Paulus was echter een Jood en zijn begrip "geloof" is geen religieus
doch een moreel begrip, afgeleid van het hebreeuwse werkwoord "betrouwbaar
zijn." Daarmee bedoel ik: het geloof van Paulus is wel integrerend (moreel)
en transcendent (hoopvol), doch niet dubbelzinnig, niet ritueel, en niet ijverig
of autoritair. Gevolg daarvan is, dat ook bij Paulus de ethiek (lees: recht en
moraal) het geloof bepaalt. Nooit wordt hij moe, juist dit te betogen.[14]
De godsdienstvrijheid vindt, blijkens de desbetreffende internationale
verdragen, haar grenzen in de onvoorwaardelijke eerbied voor de fundamentele
rechten van anderen. In dit land mogen christelijke scholen islamitische
kinderen en openlijk homofiel levende leerkrachten nog weren omdat zulke
discriminatie op grond van religie en van seksuele geaardheid, hoewel in de
beschaafde wereld verboden, met hun type christendom strookt. Ook het roomse
embargo op anticonceptiva bestaat nog.
Het recht bepaalt de moraal en het geloof; deze bepalen op hun beurt de
tekstopvatting. Men moet dus orthodoxie en strafrecht trotseren om tot een
betere tekstopvatting te komen. De Nederlandse achterstand in
mensenrechten-wetgeving wreekt zich tot in de Nederlandse bijbelinterpretatie.
...tu tisseras la toile pour une autre
Et
tu porteras l'eau de la Mésséis ou l'Hyperée,
Bien
malgré toi, sous la pression d'une dure nécessité.
(Simone
Weil, La Condition Ouvrière, Parijs 1951 p. 120.)
René
Girard (Wat vanaf het begin der tijden verborgen was, Kampen 1990 p.243)
citeerde Jezus in de volgende passage:
Omdat geweld mimetisch is, omdat niemand zich ooit
verantwoordelijk voelt voor de eerste keer dat het uitbreekt, kan alleen een
onvoorwaardelijk afzien ervan tot het gewenste resultaat leiden:
"Want
indien gij goed doet aan wie u goed doen, wat hebt gij vóór? Ook de
zondaars doen dat. En indien gij leent aan hen van wie gij hoopt iets terug
te ontvangen, wat hebt gij vóór? Ook zondaars lenen aan zondaars om
evenveel terug te ontvangen. Neen, hebt uw vijanden lief, en doet hun goed
en leent zonder op vergelding te hopen." (Lucas 6,33-35).
[4]
Girard, Wat vanaf het begin der tijden verborgen was, p.293.
Wat
de canon van de Heilige Schrift betreft en de vraag, in hoeverre ieder
evenveel recht heeft om haar of zijn eigen canon van waardevolle literatuur
bijeen te selecteren, maak ik graag melding van de theologische dissertatie
van Dr Jonneke Bekkenkamp, Canon en Keuze. Zij pleit voor "een
multi-perspectivische leeswijze, waarbij de lezeres niet in het middelpunt
van een interpretatieve gemeenschap staat maar zich haar eigen cirkel
trekkend, door verschillende circuits beweegt. Daarbij komt zij in botsing
met teksten die daarbinnen als heilige teksten circuleren. Die boeken
veranderen haar of laten haar koud." (Ik citeer uit een door haar op 11
april 1994 voor het Amsterdamse Ministerie van Predikanten gehouden
referaat.)
[5]
Vakliteratuur hierover o.a. bij Herman Wiersinga, De verzoening in de
theologische discussie, Kampen 1971, en in mijn Macht door Gehoorzaamheid,
Baarn 1973.
[6]
Ook in Nederland zijn zulke denkers te signaleren. Ik denk aan Jan Pronk,
die in mei 1993 in Utrecht een rede hield over de herijking van alle normen
en waarden met als toetssteen de vraag of die waarden open zijn voor alle
mensen of gesloten zijn rondom de eigen soort mensen. Ik denk ook aan Feitse
Boerwinkel die in zijn Inclusief Denken, Bussum 1966, hetzelfde betoogde.
Beiden verwijzen noch naar elkaar noch naar Bonhoeffer of Girard.
[7]
Hij zei dit in de discussie die mijn bijdrage aan het Internationale
Bonhoeffercongres in Kaiserswerth uitlokte, in 1982. Die bijdrage kon
overigens niet in de congresbundel worden opgenomen, omdat de strekking
ervan, zei Pfeiffer, "te ver naast het kerkpolitieke accent van het
congresthema" lag.
[10]
"Het achterwege blijven van georganiseerd gewapend optreden van Joodse
zijde in de lange periode van 135 tot 1942 vertegenwoordigt, tegenover het
optreden van christenen in dezelfde periode, een alternatieve traditie die
nog onvoldoende ernstig genomen is." E.Ed.Stern, Macht door
Gehoorzaamheid, Baarn 1973, stelling 10 bij dit proefschrift.
E-mail adres auteur: ernstern@dds.nl