VU Blaise Pascal Instituut > Portal Studiekring René Girard > Online teksten  

Trouw - 24 januari, 7 en 21 februari 2006

Navolging is de sterkste menselijke drijfveer

door Yoram Stein  

24 januari 2006  

René Girard werd onlangs verkozen tot een der 'onsterfelijken' in de Académie Française. In Frankrijk geldt dit als een grote eer. Wat is er waardevol aan de ideeën van Girard voor de tijd waarin we leven? Vandaag het eerste deel: mimetische rivaliteit.

 'Wees origineel!', viel enige tijd geleden op talloze billboards te lezen. Een bekend sigarettenmerk riep een ieder op om authentiek en creatief te zijn. Deze reclamecampagne getuigde - naast het verlangen om meer sigaretten te verkopen - van de nog immer sterke aantrekkingskracht van een romantische illusie. Verlang niet wat de massa verlangt, leert de Romantiek, maar zoek je unieke weg door het bestaan. Jij bent niet als al die miljoenen mensen die er zijn geweest of nog zullen komen. Iedereen is volstrekt verschillend van alle anderen. De sigarettenreclame bevestigde dit romantische mensbeeld, maar vernietigde het gelijktijdig. Wie kan zich immers nog uniek en tegendraads wanen als deze idealen ook als marketingstrategie dienen om zoveel mogelijk sigaretten te verkopen? Wie kan nog in het unieke individu geloven als de massa in koor roept: “We zijn allemaal unieke individuen?“  

Een van de verdiensten van de Franse denker René Girard is dat hij dergelijke romantische ideeën als pseudowaarheden ontmaskerde. Het boek waarmee hij in 1961 doorbrak - in het Nederlands vertaald onder de titel: 'De romantische leugen en de romaneske waarheid' - toont de 'romaneske waarheid', de waarheid over de mens die Girard vindt in de romans van Cervantes, Stendhal, Proust en Dostojewski. Deze waarheid luidt dat ik niet begeer wat ikzelf ten diepste wil hebben, zoals de romantici beweren, maar dat ik telkens weer verlang naar wat een ander wil. Als zou blijken dat Girard hierin gelijk heeft - dat onze begeerte niet voortkomt uit onszelf maar uit het imiteren van anderen - dan moeten we onze verlangens eigenlijk minder waarde toedichten. Niemand tobt dan meer over de vraag: wat wil ik nu eigenlijk? Ook zou bijvoorbeeld in het onderwijs niet langer gedacht worden dat de leus 'de leerling centraal' betekent, dat scholen moeten aanbieden wat leerlingen willen. Ieder zou dan begrijpen, dat leerlingen simpelweg anderen (met name elkaar) imiteren, zowel om te leren, als om te weten waar hun verlangens naar uit moeten gaan. Goed onderwijs zou dan alleen moeten gaan over de vraag wat nu goede voorbeelden zijn. Wie moeten we imiteren en wie niet?  

Om te weten hoe we mensen imiteren, hoeven we niet noodzakelijkerwijs de grote werken uit de wereldliteratuur te bestuderen. We kunnen ook kijken naar twee spelende kinderen. Het stuk speelgoed dat het meest begerenswaardig is, is het stuk speelgoed waar het buurjongetje net zijn handen naar uitstrekt. Of we kunnen kijken naar reclame, waarin het product slechts een middel is om de mooie en gelukkige mensen te kunnen imiteren die je in de reclame ziet. Je wilt niet de shampoo, maar je wilt de vrouw zijn die haar haren ermee wast. Door Girard te lezen, begrijp je waarom er zoiets bestaat als een 'parenclub', waar paren in een ruimte de liefde kunnen bedrijven: via de begeerte van anderen, is het mogelijk om je eigen partner te begeren.

Maar iemand begint toch met begeren? In de mode lijken bijvoorbeeld trendsetters en modellen origineel te zijn en het proces van nabootsing in gang te zetten. Maar volgens Girard bestaan trendsetters en modellen alleen bij de gratie van navolgers en imitaties. Ook degene die als eerste ergens zijn zinnen op zet, doet dat vaak onbewust met in zijn achterhoofd dat er anderen zijn die hetzelfde begeren. Een simpel gebaar of een haastige blik van een ander kan al genoeg zijn om het idee te krijgen, dat die ander iets wil. En wat die ander wil, dat wil jij ook.

De televisie is een goede bron voor het bestuderen van mimetische begeerte. Neem een programma op MTV waarin getoond wordt hoe rappers hun geld over de balk smijten. Alleen thuis met je gouden ketting en je dure fles champagne in het donker zitten, zou in het geheel niet begeerlijk zijn. Je kunt deze dingen alleen begeren, dankzij de begeerte van anderen. De mimetische begeerte is besmettelijk en leidt vaak tot rivaliteit, haat, strijd en geweld. Steeds meer mensen gaan elkaar imiteren en op een gegeven moment wil iedereen hetzelfde. Nu leiden sommige begeertes, zoals die naar sportschoenen en spijkerbroeken, niet noodzakelijk tot ruzie. Het streven om ergens uniek in te zijn doet dat echter wel. Een vrouw die in de opera een andere vrouw tegenkomt met precies hetzelfde pakje aan zal toch op zijn minst even moeten slikken.

In standenmaatschappijen of in verzuilde samenlevingen is de kans op ontsporing van de mimetische rivaliteit minder groot, omdat daarin niet alle mensen potentiële rivalen van elkaar zijn. Maar in onze egalitaire samenleving is iedereen een potentiële rivaal van een ander. De globalisering heeft dit erger gemaakt. Wat we volgens Girard nu dan ook meemaken, is mimetische rivaliteit op wereldschaal. De moslims die zich tegen het Westen keren, doen dat niet omdat zij van de mensen in het Westen verschillen, maar omdat zij er steeds meer op gaan lijken. Ook op het niveau van de wereldpolitiek zijn het volgens Girard de gelijkgeschakelde verlangens die tot de rivaliteit en het geweld leiden.

Met dank aan Michael Elias van de Girard Studiekring, www.girard.nl.

Copyright: Trouw


Trouw - dinsdag 7 februari 2006

Mechanisme van zondebok voorkomt de totale oorlog

Trouw 7 februari 2006

door Yoram Stein  

René Girard werd onlangs verkozen tot een der ’onsterfelijken’ in de Académie Française, in Frankrijk een grote eer. Wat is er waardevol aan de ideeën van Girard voor deze tijd? Vandaag het tweede deel: de zondebok.

Na zijn ontdekking van de mimetische – nabootsende – begeerte, is het zondebokmechanisme de volgende ontdekking die Girard doet in zijn onderzoek naar de menselijke natuur. Hij bestrijdt het cultuurrelativisme, de gedachte dat de mens bepaald wordt door de cultuur waar hij in zit, en dat mensen in verschillende culturen zich daarom ook niet kunnen beroepen op dezelfde maatstaven voor goed en kwaad. Girard laat juist zien wat universeel is. Zijn werkterrein verlegt hij hiertoe.  

Van literatuur naar antropologie, en van antropologie naar de Bijbel. In zijn eerste belangrijke boek, ’De romantische leugen en de romaneske waarheid’, ontmaskerde hij de romantische leugen van het individualisme. De mens is geen individu, hij is altijd betrokken op en geobsedeerd door de ander, hij is daarom een ’interdividu’. De waarheid omtrent mijzelf is dat mijn denkbeelden, gedragingen en verlangens niet authentiek zijn, maar kopieën van anderen. Simpel gezegd: de mens onderscheidt zich van de aap, omdat hij een betere na-aper is.

 Verscheidene wetenschappelijke ontdekkingen ondersteunen deze hypothese waartoe Girard kwam vanuit zijn literatuuronderzoek. Zo ontdekten leerpsychologen in de jaren zestig dat baby’s van enkele dagen oud al het vermogen tot nabootsing hebben, en dat ook actief gebruiken. Tien jaar geleden kwam daar nog de ontdekking bij van de zogeheten ’spiegelneuronen’: het viel hersenonderzoekers op dat dezelfde neuronen (hersencellen) geactiveerd werden bij apen die naar iets lekkers grepen als bij apen die in rust waren en alleen maar toekeken hoe de andere apen verlangend naar iets grepen. Wij kennen dezelfde sensatie uit eigen ervaring wanneer we meeleven met de hoofdpersoon in een film.

Mimesis (nabootsing) is niet alleen negatief. We danken er onder meer ons empathisch vermogen en ons vermogen tot leren aan. Maar uit de mimesis ontstaat ook onvermijdelijk rivaliteit en strijd. Twee vrienden kunnen elkaar geruime tijd probleemloos imiteren. Tot op het moment dat ze beiden verliefd worden op dezelfde vrouw. De mimetische rivaliteit is bovendien besmettelijk. Mensen kiezen partij. Dreigementen en scheldkanonnades worden eveneens geïmiteerd. Geweld lokt geweld uit, het onbehagen breidt zich als een olievlek uit over de samenleving.

In zijn tweede belangrijke boek, ’God en Geweld’ (1972), wil Girard laten zien hoe de mimetische crisis wordt bezworen door het zondebokmechanisme. Op het moment dat bijna iedereen elkaar gekopieerd heeft, en vrijwel alle mensen rivalen van elkaar zijn geworden, dreigt de oorlog van allen tegen allen. Op dat moment kan het zondebokmechanisme in werking treden. De oorlog van allen tegen allen wordt dan omgevormd tot een oorlog van allen tegen één. Alle opgekropte frustraties richten zich op één persoon die wordt aangewezen als de bron van het kwaad. Vervolgens wordt dit individu collectief uitgedreven. Het principe van de zondebok is in alle culturen terug te vinden. In heksenvervolgingen, zoals die bijvoorbeeld ook vandaag nog in Zuid-Afrika voorkomen, is het patroon heel herkenbaar: slechte omstandigheden, bijvoorbeeld het mislukken van de oogst, worden toegeschreven aan de boze invloed van oudere vrouwen, heksen, die dan verdreven of gedood worden, waarna de vrede tijdelijk terugkeert. Maar ook in Nederland zijn er nog genoeg voorbeelden van het zondebokmechanisme te vinden. In de voetballerij is het heel gebruikelijk om de slechte prestaties te wijten aan één persoon, speler of trainer, die dan vervolgens wordt verjaagd door de woedende massa fans. Op school wordt vaak het meisje of jongetje dat slimmer of lelijker is dan de anderen tot zondebok gemaakt, waardoor de rest van de klas verbroedert en waardoor de docent zelf even geen zondebok meer hoeft te zijn. Of denk aan een feestje waarin er over een bepaalde kennis geroddeld wordt: opeens ontstaat er een sfeer van gemeenschappelijkheid, te danken aan de uitgestoten zondebok.  

Van oudsher zijn het vooral de vreemdelingen geweest, de gehandicapten, de uitzonderlijken, die als zondebok worden aangewezen. De collectieve moord op een of meerdere van deze zondebokken is volgens Girard het geheim waarop samenlevingen gebouwd worden. Het offeren dat in traditionele religies en culturen centraal staat, refereert aan deze oorspronkelijke moord.

Het is op dit cruciale punt van het offer dat Girard zich ontpopt tot de antropoloog van het religieuze. Het offer is heilig, omdat het verwijst naar iets dat zowel verschrikking als vrede brengt. Voordat de zondebok geofferd wordt, is hij verantwoordelijk voor al het kwaad. Na zijn offer is hij verantwoordelijk voor het nieuwe gemeenschapsgevoel. Heilig, dat wil zeggen: angstaanjagend en helend tegelijk.

 Aan de basis van elke menselijke samenleving plaatst Girard zo het gewelddadig uitsluiten van anderen. Door een gemeenschappelijke vijand ontstaat pas de gemeenschap. Maar anders dan de politiek correcte opvatting wil, is dit niet iets waar alleen het kolonialistische en racistische Westen van beschuldigd kan worden. Nee, dit is dit volgens Girard iets van alle culturen.

Het thema van de behaaglijke leugen en de harde waarheid blijft zo het thema van Girard. Het maakt hem tot een tegendraads figuur. Zijn denken past niet in de toonaangevende Franse filosofie van de tweede helft van de twintigste eeuw, die het geloof in een cultuuroverstijgende waarheid lijkt te hebben opgegeven.  

Met dank aan Michael Elias, www.girard.nl. De eerste aflevering over René Girard is verschenen op 24 januari 2006.

Trouw - dinsdag 21 februari 2006  

De keus voor de vervolgden

 René Girard werd onlangs verkozen tot een der ’onsterfelijken’ in de Académie Française. In Frankrijk geldt dit als een grote eer. Wat is er waardevol aan de ideeën van Girard voor de tijd waarin we leven? Vandaag het derde en laatste deel: de superioriteit van de joods-christelijke traditie.

 door Yoram Stein

Behaaglijke leugens met de harde waarheid confronteren, daar is het Girard telkens weer om te doen. In het eerste deel hebben we gezien hoe hij dit deed ten aanzien van onze begeertes: we denken het liefst over onszelf dat we authentieke individuen zijn, terwijl wij in werkelijkheid elkaar naapen. Van romans leren we inzien dat de begeerte uitgaat naar datgene wat anderen begeren, en dat we daardoor gedoemd lijken om elkaar te haten en te willen vermoorden.    

Ook het in het tweede deel besproken idee van een zondebok is een behaaglijke leugen. Niet alleen voelt het voor ieder persoonlijk prettig om een ander de schuld te kunnen geven. Het zondebokmechanisme is ook in maatschappelijk opzicht effectief om de interne vrede te bewaren. Door de oorlog van allen tegen allen om te vormen tot een oorlog van allen tegen één, wordt een gemeenschap gecreëerd. Opnieuw zijn het hierbij teksten die ons helpen om de waarheid te achterhalen.  

In ’De Zondebok’(1982) laat Girard aan de hand van het gedicht ’Jugement de Roy de Navarre, een tekst uit het midden van de veertiende eeuw van de Franse dichter Guillaume de Machaut, zien dat het mogelijk is om een onderscheid te maken tussen ware en onware gedeelten in een tekst. ’Verachtelijk jodenvolk’, schrijft De Machaut, heeft de rivier vergiftigd, waardoor duizenden mensen plotseling de dood gevonden hebben. De anti-joodse mythe is in het gedicht voor een moderne lezer als behaaglijke leugen te herkennen die dient om het lijden te verklaren en de spanningen in de gemeenschap af te leiden, terwijl het tweede gedeelte, dat vertelt hoe de zondebok wordt uitgebannen – ’elke Jood bracht men ter dood’ – de gewelddadige en onbehaaglijke waarheid aan het licht brengt. Een tekst als deze verwijst volgens Girard naar iets dat van wezenlijk belang is buiten de tekst: naar misdaden die mensen met behulp van leugens trachten te legitimeren. Met dit inzicht gaat hij lijnrecht in tegen het poststructuralisme en het postmodernisme die stellen dat teksten altijd alleen maar verwijzen naar andere teksten.  

In ’De dingen die sinds het begin der tijden verborgen waren’ (1978) – een boek in de vorm van een gesprek met twee psychiaters – blijkt voor het eerst hoe belangrijk de joods-christelijke traditie is geworden voor Girard om de waarheid over de zondebok aan het licht te brengen. Het verband tussen nabootsing, geweld en zondebok wordt in dit boek niet als onontkoombaar voorgesteld. De joodschristelijke traditie opent ons – door verhalen te vertellen over onschuldige slachtoffers als Job en Jezus – de ogen voor de slachtoffers die wij zelf maken. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.  

De oude mythes namen wel het perspectief van de vervolgers in. Zij legitimeerden het zondebokmechanisme door de leugen te herhalen dat de zondebok schuldig is. Zo wordt de kreupele vreemdeling Oedipus verbannen, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de ergste misdaden: hij zou zijn vader hebben vermoord en seksuele omgang hebben gehad met zijn moeder. De Thora en het Evangelie tonen ons daarentegen het perspectief van de onschuldige vervolgden.

Humanistische critici, die wijzen op de slachtoffers van jodendom en christendom, vergeten volgens Girard dat zij dit morele inzicht dat je geen slachtoffers mag maken, aan de religies danken die ze zo sterk bekritiseren. Het lijkt nu immers zo vanzelfsprekend om op te komen voor de rechten van vervolgden en uitgestotenen, maar dergelijke gevoeligheden zijn historisch of cultureel-antropologisch gezien helemaal niet zo vanzelfsprekend. Een zondebok aanwijzen en die vervolgen, dat is de gewone gang van zaken in de geschiedenis van de culturen, maakt Girard duidelijk.            

In de westerse cultuur is door de verschuiving van het perspectief van dat van de vervolgers naar dat van de vervolgden, geleidelijk het bewustzijn ontstaan dat het verkeerd is om je te verenigen ten koste van anderen. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom velen in onze (post)-christelijke cultuur bezorgd zijn om de positie van moslims in onze samenleving. Er is een diep bewustzijn dat het verkeerd is om een persoon of een bevolkingsgroep tot zondebok te maken. Omgekeerd maken binnen de islamitische wereld maar zeer weinigen zich zorgen over de manier waarop zijzelf met hun minderheden omgaan. Het perspectief van de vervolgden is met name sinds de Tweede Wereldoorlog zo vanzelfsprekend voor ons geworden dat wij in het Westen niet meer zien hoe uitzonderlijk het is dat wij in onze cultuur de bereidheid hebben om de zaken vanuit dit perspectief te bekijken. Het gevaar is dat we ons politiek-correct concentreren op de slachtoffers die door onze cultuur gemaakt worden, terwijl wij de ogen sluiten voor de slachtoffers die andere culturen maken.

Paus Benedictus XVI heeft dan ook gelijk om te waarschuwen voor ’de dictatuur van het relativisme’, zegt Girard in een recent interview met Global Viewpoint-redacteur Nathan Gardels. „Paradoxaal genoeg zijn wij zo etnocentrisch geworden in ons relativisme dat we het goed vinden dat anderen – maar niet wijzelf – denken dat de eigen religie superieur is. (…) Maar in al mijn werk probeer ik te laten zien dat het christendom superieur is en niet weer een andere mythologie.”  

Met dank aan Michael Elias: www.girard.nl. De vorige afleveringen over Girard zijn verschenen op 24/1 en 7/2 2006.