VU Blaise Pascal Instituut > Portal Studiekring René Girard > Online teksten
Korte samenvatting La route antique des hommes pervers (Paris: Grasset, 1985). Engelse vertaling Job the Victim of his People (Baltimore: Johns Hopkins UP; London: Athlone Press, 1988). Nederlandse vertaling De aloude weg der boosdoeners (Kampen: Kok Agora, 1987).
I HET GEVAL JOB
Girards studie over het bijbelboek Job bestaat uit vijf delen. Het eerste opent met een polemiek: exegeten hebben in het verleden hun lezers er weliswaar voor gewaarschuwd dat de proloog het niveau van de dialogen niet haalt, maar consequenties hebben ze daar niet aan verbonden. Girard zelf wil dat wel doen en poneert de stelling dat de klachten van Job gericht zijn tegen de gemeenschap die hem heeft uitgestoten: hij is de zondebok, de onschuldige die de haat van allen naar zich toetrekt, het slachtoffer van talloze grofheden, omringd door vijanden. Job behoort tot de mensen wie eerst een enorme verering ten deel viel en die vervolgens opeens vallen en veracht worden. De omkering van het lot maakt een diepe indruk op mensen. Aan de vraag van 'vriend' Elifaz "Wil je dus die aloude weg volgen waar de boosdoeners op liepen?" is de titel van het boek ontleend.
II MYTHOLOGIE EN WAARHEID
De hoofdstukken in Deel II trekken een lijn naar andere, vergelijkbare documenten uit onze cultuurgeschiedenis. Girard heeft verhalen op het oog, waarin het mishandelen van een eenzaam slachtoffer door een grote hoeveelheid vijanden aan de orde is. Het karakter van de redevoeringen, de poging om iemand 'met woorden aan stukken te snijden' brengt hij in verband met de heilige razernij en de dionysische diasparagmos (uiteenrijten), waarbij het eensgezinde geweld van de groep zich transfigureert tot de verschijning van de godheid. Dit thema had hij eerder uitgewerkt in zijn boek La violence et le sacré (Nederlandse vertaling God en geweld) en ook hier benadrukt Girard het fundamentele verschil tussen de bijbelse Job en de Griekse mythen. Aan de hand van Oedipus laat hij zien dat daar de visie luidt: Oedipus is een geslaagde zondebok, schuldig aan vadermoord en incest, ook al ontbreken de bewijzen. Job daarentegen brengt de mythologische beschuldigingen in de war door vast te houden aan zijn gezichtspunt.
III HET MIMETISME
In Girards mimetische theorie (mimesis [Gr.] = nabootsing) is Job een model voor zijn omgeving: men wil zijn als hij, maar omdat het leiderschap niet deelbaar is, wordt hij tevens een obstakel. De nabootsing in verering wordt nabootsing in afgunst: in beide gevallen verenigt ze de gemeenschap. Degenen die nu de volkshaat tegen Job aanblazen, gebruikten gisteren nog de ellebogen om in de voorste rijen van zijn vleiers te komen. De afgunst die Girard met betrekking tot Jobs carrière postuleert, is niet te vinden in het boek Job zelf, maar ontleent hij aan een interpretatie van psalm 73. De verteller daarin verheugt zich over de afgang van hen die meer succes hebben dan hijzelf: het ressentiment is vergelijkbaar met dat in de koren uit de grote Griekse tragedies.
IV VAN HET MECHANISME NAAR HET RITUEEL
In dit deel bespreekt Girard hoe naar zijn opvatting het ritueel zich heeft ontwikkeld uit dergelijke mechanismen. Uitgangspunt is dat het lijden en de vernedering van het slachtoffer een bron zijn voor morele stichting, een geneesmiddel voor het maatschappelijk leven, een troost voor de rechtvaardigen. Het zondebokmechanisme is de oervorm van iedere heilige, goddelijke verschijning. De vrienden zijn bij Job om erover te waken dat het proces goed verloopt. Elifaz doet denken aan een soort priester: hij spreekt altijd als eerste en bereidt als het ware het offer voor. Job is het type van de heilige koning, aangewezen om alle misdaden die zijn voorgangers worden toegeschreven, te begaan. Hem wordt gevraagd zich schuldig te verklaren aan een willekeurige verscheidenheid van misdaden: later zijn deze 'misdaden van de zondebok' troonsbestijgingsriten geworden. Voor de moderne mens is het intellectueel bijna onmogelijk geworden om in de koning en het slachtoffer een gemeenschappelijke oorsprong te ontdekken.V DE BEKENTENIS VAN HET SLACHTOFFER
Het totalitaire proces is gericht op volmaakte overeenstemming tussen het gezichtspunt van de beul en het slachtoffer. De hersenspoeling is pas geslaagd als de zondebok erkent dat hij niet door feilbare mensen, maar door een god geslagen is. Ook Job kent zijn zwakke ogenblikken, wanneer hij zich in zekere zin overgeeft aan het drieste godsbeeld van zijn vervolgers. Een moeilijk moment voor de exegese, want zodra een slachtoffer de taal van zijn vervolgers overneemt, wordt het lastiger hem als zodanig te herkennen. In het hoofdstuk 'Mijn verdediger leeft' schetst Girard de tegenstelling in het boek Job tussen de god van het vox populi, vox dei en de bijbelse JHWH. Het boek sluit af met een beschouwing over de God van de slachtoffers, zoals die in de Paracleet gestalte heeft gekregen. Alles wat een wezen goddelijk maakt in de ogen van de mensen, wijzen de Evangeliën, in de lijn van Job, radicaal af. In het lijden is Jezus het volmaakte slachtoffer, omdat hij altijd heeft gesproken en zich altijd heeft gedragen in overeenstemming met de Logos van de God van de slachtoffers.
(Michael Elias, oktober 1994)