Vrije Universiteit > Blaise Pascal Instituut > Studiekring René Girard > Online teksten  

RENÉ GIRARD BEWIEROOKT EN VERGUISD

Recensie Trouw 30 september 1994

René Girard, Quand ces choses commenceront ... Entretiens avec Michel Treguer. Arléa. Parijs; 199 blz. - f 47.30.

Dirk Kloosterboer

Van de Azteken wordt beweerd dat ze tijdens één enkel ritueel twintigduizend mensen naar het altaar sleepten. Daar werd hun het hart uit de borstkas gerukt, waarna hun bloed werd geofferd aan de goden. Dit was niet zomaar een ruwe vorm van tijdverdrijf; de Azteken waren er heilig van overtuigd dat dit de enige manier was om het voortbestaan van de wereld te verzekeren.

Gelukkig denkt niet iedereen er zo over. Tenminste, dat zou je hopen. Volgens René Girard zijn de Aztekenrituelen al­leen in getalsmatige zin uitzonderlijk, de achterliggende redenering  zou univer­seel zijn. Sterker nog, het zondebokme­chanisme·is volgens Girard het funda­ment van de menselijke samenleving.

Girard beschrijft mythen, rituelen en ta­boes uit de meest uiteenlopende cultu­ren om zijn beweringen te onderbou­wen. Of het nu gaat om verhalen over monsters of over het ontstaan van de zon en de maan, om kroningsrituelen of ta­boes rond menstruatiebloed - telkens weer blijkt een zwart schaap een essen­tiële rol te spelen.

De oorsprong van alle culturen ligt vol­gens Girard ineen collectieve lynchpartij. Die gebeurtenis zou een stempel hebben gedrukt op de manier waarop samenle­vingen in elkaar zitten. De manier waarop mensen denken, hoe ze met elkaar omgaan, de dingen waar ze in geloven - het zou allemaal gebaseerd zijn op de overtuiging dat het noodzakelijk is om een persoon, of een bepaalde groep mensen, apart te zetten. Of je die dan vervolgt of vereert, maakt niet eens zo verschrikkelijk veel uit.  

In principe gaat Girard ervan uit dat deze interpretatie opgaat voor alle culturen, maar hij maakt een uitzondering voor het christendom. Met name het Nieuwe Tes­tament zou revolutionair zijn omdat het uitgaat van het perspectief van het slachtoffer. Op het eerste gezicht ver­schilt het verhaal over Jezus' kruisiging weinig van de 'primitieve' mythen die Girard beschrijft. Het begint allemaal met een onrustige sfeer, er hangt een crisis in de lucht. Op een gegeven moment wordt iemand om vrij onduidelijke redenen ergens van beschuldigd. Het effect is besmettelijk; iedereen keert zich tegen hem, zelfs zijn beste vrienden laten hem in de steek. Uiteindelijk wordt hij met algemene instemming uit de weg geruimd.  

Tot zover niets nieuws. Wat volgens Girard wèl nieuw is, is dat de Bijbel het offer niet goedpraat. Het verhaal laat zich niet meeslepen door de koortsachtige lynch-sfeer, maar houdt vast aan Jezus' onschuld. Daardoor wordt de werking van het zondebokmechanisme onthuld en ondergraven. De wereld zou nooit meer hetzelfde zijn.  

Voordat Girard over de Bijbel ging schrijven, was hij al controversieel, maar sindsdien schijnt het alleen maar moeilijker te zijn geworden om zijn theorie serieus te nemen. Aan de ene kant zijn sommige lezers zo enthousiast over de centrale rol die Girard toekent aan de blijde boodschap, dat ze de theorie die eraan vastzit op, de koop toe nemen. Voor andere lezers is Girards christelijke inspiratie juist een gemakkelijk excuus om hem als conservatieve zeiker van de tafel te vegen. Dat laatste werkt hij zelf ook wel een beetje in de hand. Zo zoekt hij in zijn laatste boek de zin van de ziekte aids hierin dat ze ons eraan herinnert dat primitieve seksuele verboden hun bestaansrecht hadden.

Girard begeeft zich ook op glad ijs door zijn theorie nogal dicht in de buurt te laten komen van zijn geloof. Zijn persoonlijke betrokkenheid kan ten koste gaan van een evenwichtige behandeling van zijn onderwerp. Wel moet gezegd worden dat hij daar vrij zorgvuldig mee omgaat. Hij geeft ronduit toe dat zijn ideeën niet voor honderd procent voortkomen uit 'intellectuele' inzichten, maar hij verlangt wel dat het resultaat aan 'wetenschappelijke' criteria wordt getoetst. De vraag of de theorie klopt, dient los te staan van de persoonlijke opvattingen van de auteur.  

'Girards boeken waren tot nog toe dan ook vrij zakelijk. Het is daarom enigszins verrassend dat hij in 'Quand ces choses commenceront…' wèl ingaat·op per­soonlijke zaken. Zo vertelt hij bijvoorbeeld uitge­breid hoe hij katholiek is geworden. Dat dit soort onderwerpen ter sprake komen, heeft waarschijnlijk te maken met de vorm van het boek; het is gebaseerd op een serie gesprekken met de radio- en tv-journalist Michel Treguer.  

Het is niet voor het eerst dat Girard gesprekken verwerkt tot een boek. 'Des choses cachées depuis la fondation du monde' (1978) had ook al zo'n opzet. Destijds leidde dat tot een van Girards meest stijve, programmatische boeken. Zijn gesprekspartners leken er vooral bij te zijn gehaald om op een kruiperige manier de gangbare stokpaardjes ter sprake te brengen. Gelukkig past Treguer ervoor, die rol te spelen. Hij vraagt stug door als het moet, desnoods komt hij na meer dan 100 bladzijden terug op een onderwerp dat hem dwars is blijven zitten. Het resultaat is een levendig boek, waarin Girard regelmatig verrassende, dingen zegt, ook over onderwerpen waar hij het toch al vaker over heeft gehad. Wie zomaar een boek van Girard wil ko­pen, heeft de meeste waar voor zijn geld met een goedkope herdruk van een van zijn oudere boeken. Voor wie er meer van wil weten is 'Quand ces choses commenceront…' zeker de moeite waard.  

E-mail adres auteur Dirk Kloosterboer

 
 SITEMAP Girard Studiekring