VU Blaise Pascal Instituut > Portal Studiekring René Girard > Online teksten

verschenen in: Lust en Gratie, themanummer over oorlog’, 11e jaargang,nr.2, lente 1995, p.47-53.  

HET ONTSTAAN VAN VERVOLGING EN GEWELD

De opzienbarende visie van Rene Girard

Sonja Pos

   In de studie van Rene Girard, Des choses cachees depuis la fondation du monde., Wat verborgen bleef sinds het begin  der tijden, ontdekte ik tien jaar geleden een fascinerende uiteenzetting over aspecten van het menselijk functioneren die leiden tot het ontstaan van geweld. Ik had de indruk dat ik hier iets wezenlijks leerde. Waar gaat het om?

   De hypothese die Rene Girard inmiddels in talrijke boeken uiteen heeft gezet, gaat uit van het instinctieve vermogen waardoor mensen vanaf hun geboorte de volwassenen nabootsen die hen opvoeden. Dit heet ‘mimesis’, te vertalen met nabootsing en navolging, waarbij 'nabootsing' gebruikt kan worden voor lichamelijke handelingen en 'navolging' voor symbolisch beladen gedrag.

   Maar wat komt uit die mimesis voort?

   Wie navolgt, bootst het gedrag na van een bemiddelaar en komt terecht in een mimetisch proces. De ander kan een model worden en dan ontstaat een streven elk verschil met hem of haar weg te werken. Afgedwongen navolging door een model dat naar zichzelf wijst, leidt echter tot terreur. Dit vermogen om na te bootsen — door Plato al mimesis genoemd — is bij mensen zelfs veel sterker ontwikkeld dan bij de hogere mensapen. Specifiek menselijk is het feit dat een baby van zeven maanden al het kijken van een volwassene volgt, dat wil zeggen: hij wendt het hoofd en volgt de blikrichting van de volwassene die zich vlak voor hem bevindt en iets aanwijst. Hij ontdekt waar die ander op gericht is. Een babyaap kan dit niet. Kinderen met hersenstoornissen, zoals autisten, zijn hiertoe slecht in staat en ontwikkelen zich nauwelijks tot een zelfstandig mens. Om waarlijk mens te worden is blijkbaar een krachtig navolgen nodig van ouders of verzorgers die duidelijk en zo mogelijk eenduidig aangeven waar het om gaat. Daarbij worden ook impliciet complexe velden van subjectieve en cultureel bepaalde betekenissen overgedragen. Mensenkinderen kunnen gewoon niet anders. Wie een baby bij het voeren ooit 'hap' heeft voorgedaan, kent de tevredenheid van de baby die met het hapje in de mond ervaart dat nabootsen de moeite loont.

   Wat is nu het determinerende belang van deze mimesis? En waarom is het een dubbelzinnig geschenk?

   Het navolgen stelt ons weliswaar in staat onze vermogens op unieke wijze te ontwikkelen, maar het brengt ons ook rechtstreeks in konflict met soortgenoten, leidend tot geweld. Aan mimesis is namelijk onlosmakelijk het navolgen van de begeerte van de bemiddelaar gekoppeld waardoor wij ook gaan begeren wat de bemiddelaar zelf begeert. Dit levert de driehoek van de mimetische begeerte op.

   Wie begeert wat een ander begeert, komt met die ander in conflict. Er ontstaat afgunst en nijd. Dit nu vormt de grote ontdekking van Girard. De verbijsterde bemiddelaar die niet beseft dat het de eigen begeerte is die de verblinde navolger op hetzelfde idee bracht, zal zijn bezit verdedigen. Voedsel, wapens, land, water, partners, vee, kostbaarheden: aanleidingen tot begeren te over. In tijden van rust en orde worden bij voldoende voedsel en te begeren bezittingen, dergelijke conflicten dankzij het redelijk functioneren van normen en taboes, in het algemeen opgelost. Maar tijdens krises — natuurgeweld, terreur van buitenaf door oorlog of van binnenuit door tirannie, hongersnood of epidemieën - ontstaat in de strijd om te overleven een op hol slaand mimetisch navolgen van iedereen door iedereen. Door de algehele machteloosheid ontstaat bovendien de waangedachte dat iemand schuld heeft aan alle ellende. Wie schond taboes waardoor als straf de hele gemeenschap ten onder dreigt te gaan? Welke verdorvene heeft het op zijn geweten en brengt onheil over de gemeen­schap?

   In een blinde poging de krisis te bezweren wordt dan tijdens het zoeken naar een schuldige juist die groepering uitgekozen die reeds als 'marginaal' werd ervaren. Op de leden daarvan wordt allerlei schuld geprojecteerd die tot de taboes behoort. Zij zouden zich met opzet schuldig hebben gemaakt aan bedrog, overspel, diefstal, incest, kindermoord, het boze oog, etcetera. Zij die nauwelijks beantwoorden aan het geldend ideaal, dat wil zeggen: de zwakken of afwijkenden — geestelijk of lichamelijk gehandicapten, andersdenkenden, joden, zigeuners, homofielen, vrouwen — laden de toorn op zich. Zij die dus slachtofferkenmerken vertonen — zoals Girard die treffend noemt — worden de zondebokken. In het daarop volgend nietsontziend proces worden zij uit de gemeenschap gestoten en vaak vermoord.

   Na het uitdrijven van de onschuldige doch als slecht en schuldig ervaren zondebok(ken), kan de rust tijdens een milde krisis binnen de gemeenschap terugkeren vanuit de waan dat de oorzaak is verwijderd. Girard stelt radikaal dat het functioneren van gemeenschappen sinds mensenheugenis berust op dit collectief plegen van geweld waardoor een broos en illusoir saamhorigheidsgevoel tijdelijk wordt hersteld. Blijft de krisis voortduren - de oorzaak ligt uiteraard. elders — dan gaat het moorden door en de ene zondebok wordt gevolgd door meerderen, ja, zoals wijzelf sinds de Tweede Wereldoorlog weten en dagelijks via de media leren, door hele volkeren. Het plegen van genocide berust dus op mechanismen die niet begrepen worden door degenen die ertoe overgaan, een enkele begaafde waarnemer daargelaten. Het is bekend dat sommige nazi's beseften dat het moorden slechts gegarandeerd werd zolang de joden, homofielen, gehandicapten en andersdenkenden die zij..naar de gaskamers stuurden, niet meer als gewone mensen werden beschouwd maar als onheil.

   Ook kinderen op school begrijpen dat je, om niet te worden gepest, er maar beter 'bij kunt horen'. Niet de 'verkeerde' kleren dragen, niet het afwijkende kapsel, niet te dom zijn, maar evenmin al te knap of, erger nog, te weerloos. Wij mensen zijn primitieve wezens, onbewust om ons heen slaand en in den blinde overgaand tot het collectief verstoten van leden van de eigen soort die worden beschouwd als een andere soort: 'Dat zijn geen mensen.'

   Het gaat om twee soorten geweld. Het eerste denkbeeldige geweld dat de zondebokken zogenaamd met opzet aanwendden om de gemeenschap te schaden. Ten tweede het als heilzaam ervaren doch echte collectieve geweld, toegepast bij het verstoten van de onschuldigen als belichaming van het kwaad. Zij die moorden, ervaren dit als 'een goede daad' vanuit de waan dat zij de gemeenschap redden door het uitdrijven van het kwade. Je moet er maar op komen: alleen de duivel kan zoiets verzinnen.
  
Daar de moord zich voltrekt door kollectief optreden, zoals bij lynchen, kan ieder apart zich onttrekken aan schuldgevoel. Aangevoerd wordt dat hij of zij er wel aan heeft meegedaan maar 'tegen zijn zin', of 'omdat het wel moest' of 'uit angst zelf vermoord te worden'. De persoon in kwestie kan niet inzien dat hij overging tot gedrag dat is bepaald of afgedwongen door navolging van moordende anderen.
  
Maar wie moordt als eerste? En wie is sterk genoeg om niet mee te doen — met gevaar voor eigen leven - en tot inzicht te komen? Wie - en om die persoon gaat het - wie doet de beslissende stap en helpt het onschuldige slachtoffer? Wie komt in opstand? Wie heeft de moed de menigte te wijzen op wat zij doet? Wie onthult het heilloze proces? Sommigen.

   Wat kan zich echter in een gemeenschap voordoen kort na de moord op de zondebokken?

   Door een louter toevallige samenloop van omstandigheden treedt soms plotseling een wending ten goede op. Na droogte valt ineens regen, bij belegering trekken vijanden weg, of de zieken genezen. Kort na het doden van de slachtoffers verdwijnt dus het onheil: een en ander wordt als oorzaak en gevolg aan elkaar gekoppeld! Blijkbaar had het doden van de zondebok(ken) het gewenste effect, dat wil zeggen, met één foutieve denkstap verder: het was juist. De slachtoffers hebben heil en zegen gebracht. Dan moeten ze eigenlijk goed zijn geweest. Dan zijn de slachtoffers die na hersenspoeling en marteling wellicht hun 'schuld' bekenden en ermee instemden dat ze werden gedood als hun rechtvaardige straf (zie de processen eertijds in Sovjet-Rusland tegen joodse artsen en het proces tegen Slansky en anderen), niet voor niets ter dood gebracht. Ze kunnen vereerd worden.

   Een duivels moment in het proces dat leidt naar de moord, is dus de fase waarin het slachtoffer ertoe wordt gebracht 'schuld te bekennen'. Daar de vervolgers zichzelf niet als uitvoerders van kwaad kunnen beschouwen, wordt juist dit 'schuld bekennen' met groot fanatisme nagejaagd en bewerkstelligd.

   Girard zegt - en ook dit is nieuw - dat onze 'beschaving' niet of slechts in geringe mate berust op een proces waarbij primitieve gedragingen zich geleidelijk ontwikkelden naar een hoger niveau. Hij bewijst dat het wankele evenwicht van elke beschaving op aarde niet alleen berust op het plegen van geweld maar, wat erger is, ook op het verhullen daarvan. De camou­flage van de moord op de slachtoffers voltrekt zich door middel van een merkwaardige 'heiligverklaring' van de slachtoffers die zich zogenaamd vrijwillig(!) opoffer-den. De verhalen daarover zijn de mythen. Achter elke mythe schuilt een onschuldige zondebok.

   Het feit dat de slachtoffers door de eeuwen heen juist vaak vrouwen waren, is binnen het aanwezige patriarchaat niet verwonderlijk, getuige het eertijds offeren van jonge meisjes en later de heksenprocessen. Dat ook de als tweederangs ervaren mannen dit lot trof, toont eveneens hoezeer onze maatschappijen berusten op een systeem dat uitgaat van categorieën van inclusief versus exclusief. De uitsluiting van bepaalde groeperingen, ook in onze westerse 'demokratie', is geen bijverschijnsel, nee, het hele systeem berust daarop. De privileges van 'wie erbij horen' bestaan ten koste van 'wie er niet bij horen'. De Franse filosoof Jacques Derrida wees hier ook op en zijn begrip 'deconstructie' houdt in dat de werking van het bestaande systeem, zoals neergelegd in teksten,  ‘onthuld' kan worden.

   Rene Girard zelf — lange tijd ex-katholiek en atheïst — kwam via een omweg tot zijn eigen verbazing op de bijbel uit en hij wijst er op dat hierin sprake is van een proces van bewustwording. Joden kwamen vanuit hun ervaring met vervolging tot inzichten die vanaf het gebod: 'Gij zult niet begeren wat uws naaste is' tot de aansporing van Jezus: 'Heb uw naaste lief gelijk uzelf een unieke uitweg tonen uit de mimesis. Volgens Girard is dit niet alleen de boodschap van de Evangeliën maar vormt de hele bijbel een reservoir van werkelijke kennis omtrent ons handelen, zonder breuk tussen de Tora en het Nieuwe Testament. De Openbaring is dan niet anders dan het 'onthullen' van het zondebokmechanisme. Andrew McKenna formuleert het in zijn studie Violence and Difference als:’In den beginne was er het slachtoffer’ met de eerste aanzet tot deze bewustwor­ding in de Thora. Na het verhaal over de Schepping volgt al snel de moord van Kaïn op Abel en de toorn van God hierover. Brengt Kaïn met de vraag: 'Ben ik mijn broeders hoeder?' niet al de essentie aan de orde? Recentelijk heeft Girard zijn inzichten toegespitst en hij wijst erop dat het zondebokmechanisme in de wereld steeds gruwelijker werkt door de permanente krisis: economische teruggang, milieuvervuiling, kernrampen met effecten op eeuwenlange termijn, ondervoeding in de Derde Wereld, de aids-epidemie en drugsgebruik. Dit verklaart de genociden en talloze gewelddadige conflicten, waarbij bedreigde meerder- en minderheden dwangmatig grijpen naar eigen 'traditionele' iden-titeiten en tot paranoïde nationalisme vervallen, zoals in ex-Joegoslavië

   Het blijft een raadsel waardoor wij mensen een van de weinige soorten op aarde vormen die onderling tot moord en doodslag komt. Het ontbreekt ons aan de bij vele dieren aanwezige instinctieve gedragingen waardoor de zwakste tijdens een gevecht door middel van een symbolische overgave de agressie van de sterkste afremt. Vormen wij mensen eigenlijk een verdorven soort die - ondanks alle begaafdheden - ook nog overgaat tot het goedpraten en verhullen van de moorden die ze pleegt? Zijn wij slechts in staat tot enige pseudo-beschaving die bij bedreiging wegvalt en overgaat in moordlustige waanzin? Zijn wij als soort gekker dan we zelf denken? Ongetwijfeld. Volgens Girard bestaat zelfs ons denken uit een voortdurend onderscheiden van hetgeen wij aanhangen tegenover hetgeen wij verwerpen en dit drijft ons voort. Slechts het aanvaarden van deze tweespalt, kan een uitgangspunt vormen voor bevrijdend handelen. De inzichten van Girard sluiten in dit opzicht aan bij de joodse mystiek en de leer van Boeddha.

   Maar is er ook een uitweg uit het begeren en het geweld? Zo ja, waaruit bestaat die dan? Waarom werken de geboden en de aansporingen in de praktijk nauwelijks? Slechts grondige bestudering van alle aspecten die een rol spelen tijdens het ontstaan van geweld, kunnen leiden tot het opstellen van strategieën waarmee een zondebokmechanisme ontzenuwd kan worden. Hoe en op welk moment dient er ingegrepen te worden? Door de emancipatiebewegingen is vanuit de praktijk al bekend dat men de weerbaarheid van minderheden moet versterken en de onderdrukkingsmechanismen moet duiden en uiteenzetten.

   Vanuit de visie van Girard is het van belang ook inzicht te verwerven in de eigen potentiële slachtofferkenmerken binnen de gegeven gemeenschap en deze te ontkrachten door andere vermogens te ontwikkelen. Daarbij is het tevens belangrijk tactieken te ontwikkelen om machthebbers te wijzen op de processen waarvan zij onbewust een speelbal zijn, en te benadrukken welke effecten hun gedrag onbedoeld voortbrengt. Men dient echter nooit te onderschatten waartoe machthebbers in de ban van het zondebokmechanisme in staat zijn door het projecteren van denkbeeldige boosaardigheid op minderheden. En wie of wat maken wijzelf in ons den­ken onbedoeld tot zondebok?

   Hoopgevend is dat inmiddels wereldwijd ontelbare studies zijn gepubliceerd die de hypothesen van Girard verfijnen. Onderzoekers doen in studiekringen verslag van hun bevindingen. Vele aspecten worden thans bestudeerd. In een baanbrekend betoog, gehouden tijdens een conferentie aan de Universiteit van North-Carolina in de Verenigde Staten in juni 1993 wees Susan Nowak erop dat ook het element 'verschil', zoals Girard dat hanteert, voor vrouwen een belangrijk uitgangspunt kan vormen waardoor 'het geslachtelijke verschil' niet langer tot de allesoverheersende indeling hoeft te leiden van 'man' of 'vrouw' als tegenover elkaar geplaatste categorieën mensen. Verschil tussen mensen dient opgevat te worden als waarde en niet als kenmerk van 'goed' of 'minder goed'. Uitkomst biedt slechts een open benadering van ieder als een uniek persoon, die volgens de lerse Mairead Maguire, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede, 'a gift to the world'  kan zijn.

   Om te overleven dient de mensheid te gaan denken in categorieën van 'dit' en 'dat', of nog beter 'dit' samen met 'dat', om tegenstellingen te overstijgen in een vreedzaam samengaan omdat de een niet kan zonder de ander.

   Dank zij de inzichten van Girard ontstaan er wellicht nieuwe mogelijkheden tot actief ingrijpen bij dreigende escalades tijdens conflicten. Een brandende vraag is daarbij of de mensheid op zulke momenten overspoeld zal blijven door driftmatig nabootsend gedrag dat leidt tot verstoting of dat zij toch op dit gebied iets kan leren.

BIBLIOGRAFIE (bijgewerkt)

Van René Girard verschenen vertaald in het Nederlands bij Kok/Agora in Kampen en Uitgeverij Pelckmans -Kapelle, België:

Romantische leugen en romaneske waarheid.

De zondebok.

Wat vanaf het begin verborgen bleef

De aloude weg der booswichten.

Ik zie Satan als een bliksem vallen

Dubbels en demonen

God en geweld

Nederlandse beschouwingen over het werk van René Girard

Andre Lascaris en Hans Weigand (eds.). Nabootsing.

R.Kaptein en P. Tijmes, De ander als model en obstakel, Kok/Agora, 1986

W.van Beek (red) Mimese en geweld, Kok/Agora, 1987

André Lascaris  Het soevereine slachtoffer  

Hans Achterhuis Het rijk van de schaarste

Paul Pelckmans en Guido Vanheeswijck (red) René Girard Het labyrinth van het verlangen, uitgeverij Pelckmans-Kapellen en uitgeverij Kok Agora, Kampen, 1996.

Hans Weigand(red) Naäpers en zondebokken,CS, ICS, 2001

Zie voorts Andrew J. Mckenna Violence and difference,Girard,Derrida and Deconstruction, University of Illinois Press, Urbana and Chicago,1992.  

E-mail adres soniapos@xs4all.nl