Studiekring René Girard >
Online teksten
Erik Buys, Vrouwen, Jezus en rock-‘n –roll. Met René Girard naar een dialoog tussen het christelijk verhaal en de populaire cultuur. Averbode 2009.
André Lascaris
Christendom en popsongs.
De Vlaamse godsdienstleraar Erik Buys zoekt in zijn boek Vrouwen, Jezus en rock-‘n –roll naar een manier waarop het christelijk verhaal van betekenis kan zijn in de huidige populaire cultuur. Als brug tussen christelijk geloof en hedendaagse cultuur gebruikt hij de theorie van de Franse literatuurwetenschapper René Girard. Mensen onderscheiden zich volgens Girard van andere levende wezens door hun buitengewoon groot nabootsend vermogen. Deze eigenschap betekent onder meer dat zij begeren door de begeerten van anderen te imiteren. Wanneer mensen echter hetzelfde (ambt, huis, partner) begeren, dreigt er rivaliteit, chaos en geweld. Mensen vinden vrede door een gemeenschappelijke vijand, een zondebok, aan te wijzen. De vrede die zo geschonken wordt, is de bron van de religie. De Bijbelse geschriften ontmaskeren echter dit zondebokmechanisme. Het verhaal van de moord van Kaïn op Abel loopt als een rode draad door het boek van Buys heen: Abel is niet schuldig aan de frustratie van Kaïn die een moordenaar wordt.
In de drie ‘dossiers’ van ontmoetingen tussen Bijbelse verhalen en uitingen van de populaire cultuur stelt Buys de volgende thema’s aan de orde: de rol van de vrouw, de strijd van jongeren om een identiteit en het gevecht van mannen in een midlifecrisis. Hij gebruikt hiervoor teksten van popsongs, films, de Bijbel en moderne interpretaties van klassieke literatuur zoals van de Ilias. In het eerste dossier wil Jezus het zich aan elkaar spiegelen van mannen en vrouwen vervangen door de erkenning van elkanders ‘andersheid’. Een popzanger als Bruce Springsteen blijkt deze gedachte in zijn liederen te verwerken. In het tweede dossier komt het verhaal van Kaïn en Abel op een eigen wijze terug in de wereldhit ‘Stan’(2000) Daarin leidt de cultus van het idool tot zelfmoord. De Bijbelse God ontkracht zulke kettingreacties. Wie streeft naar onafhankelijkheid, naar een sterrenstatus, wordt afhankelijk: vele liedjes gaan over zulke ‘gevallen engelen’. Buys noemt hier zangers als Eminem, Madonna, Tori Amos en de filmmakers F. Frankel en B. Wilder.
Het derde dossier is opgebouwd rond de film ‘American Beauty’ en enige popculturele verwerkingen (Metallica, J.Buckley, The Killers). Thema’s als verraad, erfzonde, vergeving, verrijzenis en het rijk van God komen hier aan bod. Buys sluit zijn boek af met de conclusie dat niet de vraag of het christendom zal overleven, belangrijk is maar of de mensheid zal groeien in de ervaring van de liefde.
Dit boek is een voorbeeld van een nieuwe vorm van gesprek tussen evangelie en hedendaagse cultuur. Girard blijkt daarbij een bruikbare bemiddelaar te zijn. Het is mij echter niet zo duidelijk welk lezerspubliek Buys voor ogen heeft: zijn collega’s of eerder zijn leerlingen. Hij had mijn inziens het gebruikte materiaal meer kunnen uitbuiten. De sprong van popsong of filmfragment naar Bijbeltekst lijkt me groter dan Buys suggereert. Ik kan me voorstellen dat een lezer zich soms wat overvallen voelt. Een christelijke terminologie als de ‘erfzonde’ vraagt meer kennis dan men van een ‘gewone’ lezer mag verwachten. Het is een poging die navolging verdient.
Email: a.lascaris@hetnet.nl