VU
Blaise
Pascal Instituut > Portal
Studiekring René Girard > Online teksten
GEEF VOORAL DE ANDER DE SCHULD
André
Lascaris
"Ze
was zes of zeven toen het gefluister van de kinderen en het zwijgen van de
volwassenen kristalliseerde in een woord dat ze
niet begreep
Op een dag hing een moeder uit het raam. Ze boog zich
naar voren, en riep: hé, Robbie, wat is dat? Laat ik niet merken dat je met
dat moffenkind omgaat. Weg jij. Ga naar je rotmoer, die stinkende moffenhoer.
Ze droomde in die tijd vaak dat ze vastgebonden lag in een ondiepe kuil
Vanachter de horizon kwam een geluid, een zoemen een steeds harder en dreigend
zoemen, totdat er gestalten zichtbaar werden aan de rand van haar blikveld. De
mensen zonder gezichten trokken op totdat zij een haag vormden rondom haar kuil.
Van angst werd ze wakker. Tenslotte durfde ze het aan oom Bert te vragen
Jouw moeder had een Duitse soldaat. Kort daarna werd jij geboren.
Nu
wist ze het, maar het was veel te groot voor haar om te begrijpen en het
schelden ging door. Toen begon ze boete te doen. Ze nam de schuld op zich. Haar
lichaam was het levende bewijs van moeders verraad.
Aldus
tamelijk aan het begin van de roman De naam van de Vader van Nelleke
Noordervliet uit 1993. (blz. 42-45) We vinden in deze door mij ingekorte passage
talrijke elementen van het zogenaamde zondebokmechanisme. De vele mensen die
zich sterk voelen in hun gezamenlijk schelden en uitdrijven van die ene, in dit
geval een kind, maar die geen van allen een eigen gezicht hebben. Het kind, tot
zondebok gemaakt, neemt de schuldtoewijzing van hen over en probeert haar
zogenaamde schuld uit te boeten.
De tijd is tekort om alle kanten
van het zondebokmechanisme te laten zien. Ik
zal door een paar voorbeelden uit het leven gegrepen aangeven hoe het
zondebokmechanisme werkt en wat het bewerkt. Vervolgens zal ik iets zeggen
waarom dit zo succesrijk is, en tenslotte kort iets over een alternatief.
Het
meest bekende voorbeeld van het zondebokmechanisme is roddelen. Stel, je viert
je verjaardag, er komen aardig wat mensen over de vloer, maar het feestje komt
niet van de grond. Er hangt iets van onbehagen in de lucht, er zijn spanningen,
waarvan niemand goed weet waar ze vandaan komen. Dan krijgt U een schitterende
ingeving. , Herinner je nog, zegt U tegen uw buurvrouw/man, die dominee
die we hier in de gemeente hadden, nou die heeft
enz. U begint een smeuïg verhaal over deze man of vrouw te
vertellen. Anderen luisteren mee, vullen aan, uiten hun verbazing, worden
nieuwsgierig, en het wonder geschiedt, het wordt opeens gezellig. Na afloop gaat
iedereen weg met een gevoel van dat was nog eens een leuke verjaardag.
In
Noord-Ierland maken de Ieren of katholieken de niet-Ieren of protestanten tot
zondebok, en andersom, de protestanten maken de katholieken tot zondebok. In
landen en organisaties met mensen van een verschillende geschiedenis, herkomst
en misschien taal, ligt het voor de hand dat elke groep haar eigen identiteit
bevestigt en overeind houdt door zich af te zetten tegen de andere groep. In Noord-Ierland geldt dit voor de protestanten nog meer dan
voor de katholieken. De katholieken
hebben een duidelijke identiteit. Ik herinner me een discussie tussen
Noord-Ieren over de vraag hoe je je noemt wanneer je de paspoortcontrole
passeert. De katholieken zeggen desgevraagd dat zij Ieren zijn. Maar wat moeten
de protestanten zeggen? Zij zijn geen Ieren, maar ook geen Engelsen, Welshmen of
Schotten. Zij zijn een etnische groep zonder een naam, en dus hebben ze een
onzekere identiteit. Ze zijn bovendien verdeeld over verschillende
kerkgenootschappen. Protestanten in Noord-Ierland voelen zich met elkaar
verbonden door het delen van de overtuiging dat de katholieken het probleem
zijn. Hoe geweldig zou Noord-Ierland zijn zonder katholieken? Een paradijs zou
het zijn. Deze onzekere identiteit maakt het uiterst moeilijk veranderingen
teweeg te brengen: de protestante groep zou uit elkaar kunnen gaan vallen.
De
meest gebruikelijke en betrouwbare weg naar een vorm van samenleven is het
aanwijzen van een zondebok: geef de ander de schuld. President Bush werpt de
schuld van vele problemen op het terrorisme. De joden zijn van oudsher de
zondebokken van de westerse wereld. Worden ze nu vervangen door de moslims?
Hoewel
het zondebokmechanisme het duidelijks zichtbaar is op het gebied van het
samenleven en daar zijn oorsprong heeft, kunnen individuele mensen het toepassen
om hun identiteit te vinden en te bewaren. Zij kunnen persoonlijke zondebokken
hebben. Mijn psychische problemen? Nou dat komt door mijn moeder (of
vader.) Daarmee heb ik ze een
plaats gegeven. Mijn vader of moeder is al dood of te oud om me nog te kunnen
wreken, maar ik weet nu hoe alles in elkaar zit.
Het
gebruik maken van een zondebok is waarschijnlijk even oud als de mensheid. In
het evangelie van Johannes 8, 1-11 lezen we: schriftgeleerden en Farizeeën
brachten een vrouw naar Jezus die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in
het midden en zeiden tot hem:
Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt
terwijl ze overspel bedreef. Nu
heeft Mozes ons in de wet bevolen zulke vrouwen te stenigen, Maar, gij, wat zegt
gij ervan? Voor een goed begrip van de tekst: schriftgeleerden en Farizeeën
waren aartsrivalen. Hier zijn ze het eens omdat ze hun pijlen gezamenlijk via
die vrouw gericht houden op Jezus. Wanneer Jezus zegt dat zij inderdaad mogen
stenigen, maar dat de eerste steen geworpen moet worden door degene die zonder
zonde is, valt de groep uiteen: de mensen in de kring verlaten haar, een voor
een, staat er. De groep smelt weg, mensen worden individuen, het moderne
individualisme begint onder meer vanaf hier. Het woord zondebok is
ontleend aan de bijbel: in het boek Leviticus, het zestiende hoofdstuk, wordt
een rite van uitdrijving beschreven.
Kennis
van dit mechanisme is van belang voor het verstaan van de werking van onze
samenleving en van ons individueel handelen. Hiervoor ben ik schatplichtig aan
de Franse literatuurwetenschapper René Girard, geboren in 1924 in Avignon.
Girard verwijst ons naar de Griekse wijsgeer Aristoteles. Deze maakt zijn lezers
attent op een van de meest fundamentele wetten van het menselijk bestaan: de
'mimesis', mimese, uitbeelding, nabootsing, navolging, imitatie.
In een vrije vertaling van mijn hand stelt hij: 'mensen verschillen van
apen doordat zij, beter dan apen, in staat zijn na te apen.' Mensen verwerven
hun kennis door andere mensen na te doen. Wij moeten bijna alles leren en dat
doen we door anderen na te volgen. Het gebruik van taal laat zien hoe veel beter
we zijn dan dieren in het imiteren van elkaar. Ons denken, vervuld van taal, is
afhankelijk van de mimese. Het menszijn is dus fundamenteel gebonden aan de
mimesis, aan de navolging, de nabootsing; ook creativiteit en originaliteit
blijven binnen de mimese. Ons gevoel voor rechtvaardigheid ontstaat in eerste
instantie vanuit de mimetische wederkerigheid: voor wat, hoort wat, een oog voor
een oog, een tand voor een tand. De manier waarop we op anderen reageren, hangt
sterk af van onze persoonlijke boekhouding waarin wij de weldaden en kwetsuren
tegenover elkaar plaatsen, zowel die we in ons eigen leven ontvangen hebben, als
die we geërfd hebben van de vorige generatie. (Mevrouw Meulink-Korf zal op dit
overerven nader ingaan.) Onze cultuur, al onze pogingen samen te leven,
veronderstellen dit grote vermogen van mensen elkaar na te bootsen. Volwassen
worden betekent waarden, normen en praktijken van
onze cultuur navolgen, imiteren, overnemen.
Voor een lange tijd zijn ouders voor hun kinderen het belangrijkste
voorbeeld of model, maar naast hen zijn er spoedig anderen die als model
fungeren.
Rivaliteit
René
Girard heeft laten zien dat de mimese ook werkzaam is wanneer wij dingen
begeren, verlangen, willen hebben. Wij begeren niet spontaan, maar begeren wat
anderen begeren: onze ouders, vrienden, collega's, geliefden, mensen die voor
ons belangrijk zijn. Wanneer U straks thuiskomt, laat uw buurman/vrouw de
nieuwe, net vandaag gekochte auto aan U zien. De auto is een juweel. En U voelt
bij Uzelf prompt het verlangen opkomen ook zon wagen te hebben, en liefst een
die nog net een beetje beter is. Uw begeert via uw buurman/buurvrouw. Toch
ervaren we onze begeerte als zeer persoonlijk: we volgen na, maar het is ónze
begeerte.
Het gegeven dat wij elkaar imiteren in denken, begeren en doen kan echter
leiden tot chaos en geweld. We imiteren elkaar, ik koop precies zon auto of
een iets betere. Uw buur voelt zich in zijn hemd staan: iedereen wist: die auto,
dat is mijnheer de Vries. Maar nu heeft Jansen dat bent U ook zon
wagen gekocht, en aan de overkant gaat Pietersen hetzelfde doen. We willen niet
voor elkaar onderdoen. Kijkend naar elkaar hebben we dezelfde soort kleren
gekocht, steunen we dezelfde voetbalclub, en sturen we onze kinderen naar
dezelfde school. We dreigen zó op elkaar te gaan lijken, dat we onze identiteit
verliezen. We raken het zicht kwijt op wie we zelf zijn. De rivaliteit met en
van anderen doet ons meer en meer lijken op elkaar. De rivaliteit wordt nog veel
intenser, als het niet over autos, een massaproduct, gaat, maar over iets
unieks, een unieke partner, baan,
huis.
Die grote gave om te imiteren verleidt mij dus te begeren wat anderen
bezitten of vóór mij begeerden, en brengt hen ertoe te willen bezitten, wat ik
heb: mijn bezit, mijn partner, mijn
eigen ik. Dit werd in de zeventiende eeuw verwoord door de Engelse wijsgeer
Thomas Hobbes. Hij gaat uit van het moderne beginsel dat 'de natuur alle mensen
in gelijke mate met lichamelijke en geestelijke vermogens heeft bedeeld.' De
rivaliteit ligt dan voor de hand, immers: 'uit deze gelijkheid in mogelijkheden
wordt de gelijke hoop geboren onze doelen te bereiken. En daarom als twee mensen
hetzelfde begeren en daarvan niettemin niet beiden kunnen genieten, worden zij
vijanden; en op hun weg naar hun doel (dat hoofdzakelijk bestaat in hun
zelfbehoud en soms alleen in hun
genot) proberen zij elkaar te vernietigen of te onderwerpen.'
De
rivaliteit is zelf zeer mimetisch, imiterend. Het woord 'rivaal' komt van het
Franse woord 'riverain' dat bewoner van de oever betekent: rivalen volgen
elkaar na als oevers van een rivier. De rivalen denken dat het duidelijk is
waarin ze verschillen, voor een buitenstaander is dit veel minder duidelijk. De
rivalen doen immers dezelfde dingen, zij het vaak in spiegelbeeld, vallen aan en
verdedigen zich met soortgelijke woorden en gebaren, reageren op elkaar, volgen
elkaar na. Ze worden vaak net als degenen die zij bestrijden. Het mimetisch
karakter van de rivaliteit vermeerdert zelf op haar beurt weer de chaos als in
een 'cybernetische cirkel' waarin A invloed uitoefent op B, en B weer op A,
zodat begin en einde zoek raken. De verschillen vallen weg. Het geweld loert om
de hoek. Want geweld is juist dat de verschillen wegvallen: dat ik toeeigen wat
van een ander is, zijn (haar)
bezit, zijn leven, zijn lichaam.
Hoe
voorkomen we dit alles vernietigend geweld? Hoe overwinnen we chaos? Het
antwoord is duidelijk. We moeten orde scheppen zowel in ons samenleven als in
ons innerlijk leven, willen we kunnen bestaan en overleven. Dit doen we door
verschillen aan te brengen: door te zeggen: dit is dit, dat is dat, dit is niet
dat. 'Verschillen' bestaan niet in zichzelf, maar bij de gratie van de
aanwezigheid van minstens twee dingen.
Veronderstel nu eens:
dat pleintje met de families de Vries, Pietersen en Jansen en nog enkele
gezinnen die allemaal dezelfde auto wilen hebben, sterker nog, allemaal onder
die ene, unieke kastanjeboom op het pleintje willen zitten, wordt een chaos.
Vroeger hadden ze s zomers een barbecue, de kinderen speelden samen, iedereen
zorgde voor een deel van het plein, maar nu staan mensen elkaar bijna naar het
leven. Niemand weet hoe dit
eigenlijk komt. Maar ze vertrouwen elkaar niet meer. Ieder van hen poogt zich te
onderscheiden van een ander, maar zo gauw hij meent daarin te slagen, wordt hij
al weer ingehaald door een ander die min of meer hetzelfde doet. En dan
plotseling zegt iemand men weet later vaak niet eens meer wie -
dat komt allemaal door die nieuwe bewoner op de hoek. Is dat eigenlijk
geen buitenlander? Hij heeft in elk geval een buitenlandse naam. Ja, volgens mij
is het sinds zijn komst niet meer zo plezierig op ons plein. Alle ogen richten
zich op die man of op dat gezin op de hoek. Ja, natuurlijk dat is het. En het
wonder geschiedt. Allen kijken in dezelfde richting. We imiteren elkaar immers
voortdurend. Nu dus ook. De pleinbewoners staan al kijkende en misschien met hun
vinger wijzende weer gericht op hetzelfde. Ze zijn het met elkaar weer eens.
Blij vallen ze elkaar in de armen. Ze weten nu weer wie ze zijn, ze zijn niet
zoals die hoekbewoner, zij horen bij elkaar. En ze gaan het leven van die man of
vrouw zo zuur maken dat deze zo snel mogelijk probeert te verhuizen.
Al gauw hebben ze weer onze
gezamenlijke barbecue. Ze praten over wat er gebeurd is. Al pratende krijgt die
man op de hoek die ze uit ons midden hebben verwijderd, steeds grotere
proporties. Sjonge, wat een man was dat. Een
lange vent, en zag je zijn handen? Als kolenschoppen. Een kleerkast van een
kerel. En die hebben zij er toch maar mooi uit gewerkt. Ze
praten nog verder door. En een gevoel van dankbaarheid komt in hen op.
Die man was vreselijk, en de schuld van alles. Maar het is wel zo dat ze hun
vrede gevonden hebben dankzij het
uitdrijven van hem. Je zou kunnen zeggen dat hij naast de schuldige ook de
vredebrenger is. Zo kan het gebeuren dat ze nog jaren later elk jaar op 23 april
een strooien pop verbranden die de weggejaagde man voorstelt, zoals ze in Derry,
Noord-Ierland, elk jaar een pop verbranden van de gouverneur die ooit Derry
wilde uitleveren aan de katholieke koning James II. Maar het kan ook zijn dat er
een standbeeld van hem wordt opgericht als voor een held omdat hij vrede bracht.
Want de zondebok heeft twee
gezichten. Hij is een gruwelijk iemand, een monster, de oorzaak van onze chaos;
uitgedreven wordt hij echter de oorzaak van onze vrede. In jouw ogen is de
vijand altijd groter dan jij. Ook helden die we scheppen functioneren als
zondebokken. We richten ons allen op hen. Zij kunnen diep vallen.
Het
zondebokmechanisme is een vorm van geweld. Dit mechanisme schept orde, brengt
mensen samen, geeft ze een gevoel van verbondenheid. Het sticht vrede en
gerechtigheid door geweld. Iedereen
betaalt echter een prijs. De uitdrijvers voelen zich vereend en sterk, maar
maken zich afhankelijk van het hebben van een zondebok. Ze gaan bovendien op in
de groep en verliezen hun gezicht, hun individualiteit. De zondebok lijdt en kan
onder de druk van de meerderheid gaan geloven inderdaad schuldig te zijn. Hij of
zij gaat boete doen. Ook als het niet zo ver komt, kan hij levenslang met een
trauma moeten leven. De held kan elk moment van zijn voetstuk vallen.
De functie van het
zondebokmechanisme is dus dat het een verschil aanbrengt tussen hij (of ze) en
wij. De ander (of anderen) hoeft niet wezenlijk anders te zijn,
een klein verschil - lengte, kleding, een vreemde naam, rood haar - is genoeg om
een onderscheid te maken. Op dit onderscheid kunnen we vervolgens onze omgeving
(en ons zelf) ordenen en structureren. De emotionele betekenis van het vinden en
hebben van een zondebok is groot. We leggen onze onzekerheid, angst, schuld,
agressie en geweld, die altijd al van kindsbeen aan in ons sluimerend aanwezig
zijn, op een bepaald persoon. Deze zetten we buiten. De uitdrijvers voelen
zich een vitale groep. Ze weten: hij/zij is het, is de 'mislukte', de
'schuldige', de 'vreemde', de indo, of wat er ook gezegd mag worden. Wij
zijn dus dat alles niet. Wij horen bij de groep, wij zijn goed en onschuldig.
Wanneer de zondebok verdwijnt, dreigt de chaos terug te komen, er moet een
andere zondebok gezocht worden.
Wat
doe je als je zelf zondebok bent of dreigt te worden? De meest gebruikelijke weg
is te proberen een ander tot zondebok te maken. We pogen winnaar te worden in
plaats van verliezer. Dat is geen echt alternatief. Er zijn creatievere
oplossingen, maar die zijn moeilijk te vinden. Het is belangrijk te proberen de
rol van zondebok te weigeren zonder tegelijk een ander tot zondebok aan te
wijzen. In ieder geval moeten we niet de schuld op ons nemen. We kunnen proberen
de meerderheid te overtuigen van haar ongelijk.
En soms vinden we een zogenaamde paradoxale
oplossing. Toen ik zelf als dertienjarige na de grote vakantie op school
terugkwam, bood een jongen in mijn ogen een lange slungel me een stuk
chocolade aan. Het was natuurlijk zeep. Het is inderdaad erg lekker zei ik
tegen hem. Nog zie ik zijn teleurgesteld gelaat, toen hij zich van mij afkeerde
en ik viezigheid uit mijn mond nam. Ik bevestigde wat die jongen zei, ging niet
in op wat hij bedoelde, zodat zijn daad in een soort luchtledig terechtkwam. Het
is een soort judo techniek. In het geciteerde evangelieverhaal doet Jezus
hetzelfde.
We kunnen voorkomen dat anderen
zondebok worden door ons niet met anderen te vergelijken en door
niet te rivaliseren - door
niet te begeren wat de ander toebehoort (het tiende gebod). We kunnen
afleren dat heerlijke woord ze te gebruiken: ze hebben de
afwas niet gedaan, ze hebben de verkeerd sprekers uitgenodigd, ze
Leven zonder zondebokmechanisme
is moeilijk. Het is leven zonder demonen, op eigen benen staan zonder de steun
van een eenstemmige groep, zonder afgoden, zonder idolen, - het tv programma
idols is typisch zondebokmechanistisch. Als je de groep verlaat, leef je
een voor een- zie het evangelieverhaal als mensen die samen naast
elkaar op een perron op de trein wachten, niets met elkaar te maken hebben, maar
als de trein komt de anderen als rivalen opzij duwen om als eerste de trein in
te komen.
Misschien is er nog een derde
mogelijkheid naast een gezichtsloos lid te zijn van een groep of
individualistisch te leven. In het verhaal van het evangelie blijven van de
kring alleen Jezus en de vrouw over. En Jezus toont mee-leven, mee-lijden. Jezus
wil mens mét en vóór mensen zijn en niet slechts een eenling naast eenlingen.
Gezien het lot van Jezus is deze keuze vol risicos. Maar ze is het enige
echte alternatief: mens te zijn met en voor mensen.
T.
Wibaut-Guilonard lezing, Thema: Schuld en schaamte 23 april 2004 te
Utrecht,
Voor
KOMBI: Kinderen van de Oorlog voor Onderlinge en Maatschappelijke Begeleiding en
Integratie.
E-mail adres auteur a.lascaris@hetnet.nl - Dominicaans Studiecentrum