VU Blaise Pascal Instituut ' Portal Studiekring René Girard > Online teksten
Nancy Hoogsteder-Kattenburg Schuler, Franz Kafka; Mimesis und Gewalt. 24
Erzählungen im Lichte von René Girards Theorie
Dissertatie Universiteit Utrecht (Maastricht: Shaker Publishing, 2003). ISBN 90-423-0213-5.
SAMENVATTING
Al
geruime tijd is men de mening toegedaan, dat aan het werk van Kafka niets wezenlijks meer te ontdekken valt. Alle
invalshoeken zouden uitgeput zijn. In de jaren 50 en 60 verscheen een groot
aantal interpretaties van Kafka's romans en verhalen. Zijn werk week kennelijk
zo af van de toenmalige literatuur, dat men er een uitleg, een interpretatie
bij nodig scheen te hebben. De interpretaties van bekende wetenschappers werden
over de hele wereld gelezen. Zij zijn op een gegeven moment zelfs de kijk op Kafka's werk gaan bepalen. Wat telkens opvalt, is
het hoge speculatieve gehalte in de duidingen.
Opmerkelijk is bovendien dat veel interpretatoren niet alleen verbanden leggen
tussen de tekst en Kafka's
eigen leven, maar in hun duidingen daarna verwijzen en de teksten niet los van
de auteur kunnen lezen. Gewezen wordt op situaties in teksten, die betrekking
zouden hebben op de problemen, die hij met zijn vader had, of wijzen naar zijn
angst een huwelijk aan te gaan, weer andere situaties zouden betrekking hebben
op zijn eetgewoontes, zijn tuberculose, zijn zus Ottla
of zijn vriendin Dora Diamant. Er zijn ook
wetenschappers die van mening zijn, dat men zonder kennis van het joodse geloof
en de gebruiken ervan, Kafka's
werk niet kan begrijpen.
Via
projecten om het pesten in schoolklassen tegen te gaan maakte ik kennis met
René Girardstheorie van het mimetische begeren en het
zondebokmechanisme. René Girard, hoogleraar in de Franse taal, letterkunde en
cultuur aan de Stanford Universiteit Californië U.S.A. (sinds enkele
jaren met emeritaat) nam in de jaren 60 bij het bestuderen van een aantal
gerenommeerde romans een gemeenschappelijk element waar in de handelingen van
de personages. Dat gemeenschappelijke element noemde hij 'mimesis'.
Girards theorie komt er in het
kort op neer dat de mens begeert, maar een ander nodig heeft om aan dat begeren
gestalte te geven.
ik (subject) ---------------- > rood haar (object)
Volgens
Girard is het menselijk begeren echter geen subject - object relatie. Misschien
heb je iemand gezien met mooi rood haar, of je vriendin heeft haar haar rood laten verven of je hebt in een blad gelezen dat
de kleur rood het dit jaar helemaal gaat maken.
vriendin / modeblad (bemiddelaar)
ik (subject) rood
haar
Onze
begeerten zijn dus driehoekig ('triangulair' ). Nu is het niet zo, dat wij
domweg iedereen kopiëren. Die ander moet voor ons gevoel een ze-kere status bezitten. De reclame is er zelfs helemaal op
gericht om onze wensen 'gestalte te geven'.
Wij mensen imiteren dus (mimesis), wij zijn na-apers en zijn niet die autonome
wezens, die wij denken te zijn.
Toch
is dit mimetische begeren'
helemaal niet zo onschuldig als het lijkt. In feite kan die bemiddeling zich
ook voordoen als wij verliefd worden op de partner van onze vriendin, of als
wij een bepaalde positie in een bedrijf willen bekleden, die al door iemand
bezet wordt, of als wij in een twistgesprek gelijk willen hebben. In de
genoemde voorbeelden is het object ondeelbaar. De ander, die ons het
object aanreikte', kan
ons ook beletten dat idee te kopiëren. In dat stadium komt het tot problemen.
Girard praat daarom vaak over model /obstakel'.
Girard
ontdekte dat het uitdrijven van de zondebok telkens op dezelfde manier
gebeurde. Er was (1) een crisis, (2) geweld, (3) een persoon, die
van de misdaad werd verdacht, die vaak over slachtofferkenmerken beschikte
en (4) een uitstoting of een moord.
Tijdens
het project tegen pesten in de klas werd het mij duidelijk dat 'pesten' voortkomt uit het
zondebokmechanisme. De onvrede in de klas (de gemeenschap) brengt leerlingen
ertoe iemand weg te pesten, dat kan een leerling, maar natuurlijk ook een
docent zijn. Ook in een klas wordt een leerling voordat hij eruit gewerkt wordt
uitgebuit. Hij of zij wordt afgeperst en moet uit stelen gaan. De betreffende
leerling ontkent het gebeuren uit schaamte maar ook omdat hij bang is dat het
alleen maar erger zal worden. Als de diefstal bekend wordt of door de pesters bekend wordt gemaakt wordt de dief', in feite dus het
slachtoffer, door de schoolleiding uit de klas verwijderd. De reden is dan de
diefstal, want groepsgeweld is moeilijk op te sporen.
Uit het laatste voorbeeld wordt duidelijk dat het genoemde schema dus niet alleen inzetbaar is om gecamoufleerd groepsgeweld in mythen op te sporen, maar ook bruikbaar is in het dagelijkse leven. Ik vroeg mij af wat er zichtbaar zou worden als ik het schema van de stereotypen van de vervolging zou gebruiken om verhalen van Kafka te toetsen. Te meer omdat beweerd wordt, dat aan het werk van Kafka niets meer te ontdekken valt.
Girard
zelf heeft romans van Cervantes, Dostojewskij,
Proust en later ook toneelstukken van Shakespeare aan de hand van zijn theorie van de mimetische
begeerte onderzocht, maar heeft het genoemde schema niet op romans
toegepast.
In
mijn analyses heb ik dit schema consequent toegepast. Bij het analyseren van
teksten bleek mij, dat door het screenen aan de hand van dit schema de tekst
zorgvuldiger wordt bekeken dan wanneer je alleen op zoek gaat naar mimetische
configuraties (driehoeken). De verschillende stadia van disharmonie komen één
voor één aan bod, en je wordt gedwongen bij elk stereotype stil te staan en de tekst nog eens
goed erop na te lezen, alvorens je het punt af kunt vinken. Alleen
als de opbouw van de tekst het niet toeliet heb ik mij beperkt tot het zoeken
naar driehoeken.
In
een onderzoek dat ik voor mijn doctoraalscriptie heb gedaan, kon ik bij auteurs
uit de Duitse literatuur, verspreid over
een periode van 200 jaar,
mimetisch begeren vaststellen. Ik
veronderstelde echter dat ik literaire werken had gekozen die zich voor zo'n
onderzoek kennelijk goed leenden. Voor mijn dissertatie besloot ik me daarom te
concentreren op het werk van één enkele auteur, omdat er dan zeker teksten bij
konden zitten, die waarschijnlijk immuun zouden zijn voor Girards
theorie. De keuze viel op Franz
Kafka. Ik had al eerder een verhaal van hem op het
schema van de stereotype van de vervolging getoetst en daarbij mimetisch geweld kunnen vaststellen.
Bij een onderzoek naar aspecten in het werk van Kafka ligt het voor de hand een roman van hem als onderwerp nemen. Maar omdat Girard waarde hecht aan de slothoofdstukken van romans (romaneske einden) en ik deze bewering eveneens in mijn onderzoek wilde betrekken, heb ik mij op de verhalen van Kafka gericht. Het probleem met Kafka's romans is namelijk dat Das Schloß onvoltooid is gebleven en Der Verschollene een romanfragment is. Ook Der Prozeß was ongeschikt. De volgorde van de hoofdstukken klopt niet en een omvangrijk computer-onderzoek heeft uitgewezen dat de hoofdstukken inhoudelijk incoherent zijn. Met de huidige volgorde valt te leven maar voor een promotieonderzoek leek mij dat een riskante onderneming. Ook de keuze voor verhalen plaatste mij voor de nodige problemen. Het is een bekend feit dat e l k e keuze - hoe zorgvuldig ook samengesteld - op kritiek stuit. Bij de samenstelling van de verhalen ben ik van de volgende overwegingen uitgegaan.
Wat
de kwaliteit' van de
teksten betreft heb ik me op Kafka zelf verlaten.
Tijdens zijn leven heeft hij er op aangedrongen dat onder de titel Strafe de verhalen Die Verwandlung, Das Urteil en In der
Strafkolonie gepubliceerd zouden worden. Onder de titel Hungerkünstler moesten de verhalen Erstes
Leid, Eine kleine Frau en Josefine, die Sängerin oder Das
Volk der Mäuse verschijnen. Kennelijk vond hij dat deze verhalen de
toets der kritiek
konden doorstaan.
Nu
is het bijzonder moeilijk om verhalen te vinden die verspreid liggen over zijn
hele leven. Kafka was soms heel productief, maar had
ook periodes waarin hij niet schreef. Bovendien is van een aantal teksten niet p r e c i e s bekend wanneer zij tot stand zijn
gekomen. Eine kleine Frau moet in
Berlijn zijn geschreven en Josefine heeft hij aan het eind van zijn
leven nog gecorrigeerd. Dat moeten dus zijn laatste teksten zijn geweest.
Genoemde
titels heb ik aangevuld met verhalen, die over een einde, een slot beschikten,
in verband met Girards opmerking over
slothoofdstukken. Daarnaast heb ik verhalen opgenomen, die als problematisch
gelden, nl. Prometheus , Die Sirenen en Die Sorge
des Hausvaters. Het leek mij passend om ook
fragmentarisch gebleven teksten bij het onderzoek te betrekken, zoals Hochzeitsvorbereitungenen
auf dem Lande en Der Nachbar.
Hele korte teksten mochten m.i. ook niet ontbreken: Ik koos Der Geier en Die Wahrheit über Sancho Pansa,
die ook mooi aansloot op de analyse, die Girard van Don Quixote van la Man-cha
maakte. Beschreibung eines
Kampfes en Ein
Landarzt nam
ik in de rij verhalen op, omdat ik er dubbelgangers in kon ontdekken, een
onderwerp waaraan Girard ook aandacht heeft besteed. In totaal heb ik 24
verhalen van Franz Kafka op
Girards theorie getoetst.
Bij
zijn verhalen heb ik mij beperkt tot de handelwijzen en interacties van de
personages. Ik heb uitsluitend gebruik gemaakt van de verhalen, zoals zij
afgedrukt zijn in Sämtliche Erzählungen, zoals
ze door Paul Raabe in 1970 in de Fischer
Bücherei zijn uitgegeven. Dit kwam deels omdat de
kritische uitgaven lang op zich hebben laten wachten en deels omdat ik later
kon vaststellen, dat je met Girards theorie in feite slechts grote lijnen blootlegt.
Maar
wat heeft de toetsing met Girards theorie
in de analyses van Kafka's
verhalen opgeleverd? Laat ik voorop stellen dat het in de eerste plaats voor
mij van voordeel was dat ik uit het keurslijf van de literatuurwetenschap los
kon breken, dat ik de meeste ingenomen standpunten van grote interpretatoren
van me af kon schudden en een interdisciplinair onderzoek kon starten. De
mening dat aan het werk van Kafka niets wezenlijks
meer te ontdekken valt wordt
door het geboekte resultaat weersproken.
De
analyses leverden verrassend nieuwe aspecten op. Terwijl in Die Verwandlung al jaren in mevrouw Samsa
de liefhebbende moeder en in Grete de bezorgde zus
van Gregor wordt gezien, die hem tot aan zijn dood
liefdevol van eten en drinken voorziet, ontdekte ik nu dat we eigenlijk met een detective verhaal
van doen hebben. Gregor is door z'n ouders en z'n lieve zus uitgebuit. Vader
is bankroet gegaan of is een oplichter of beide. Zus Grete is een gifmengster die tenslotte
haar broer alleen, of samen met vader heeft vermoord. Alleen moeder was bij de
moord niet actief betrokken want als het pijnlijk werd, keek ze een andere kant uit.
Ook
in Das Urteil bood de theorie van het
mimetische begeren een nieuwe kijk op de vreemde situatie tussen vader en zoon.
De zoon schrijft briefjes aan een imaginaire vriend. Vader schijnt ook briefjes
te schrijven (aapt kennelijk zijn zoon na, mimesis). Vader veroordeelt aan het
eind van het verhaal zijn zoon tot de verdrinkingsdood. Deze straf staat in
geen proportie tot de vergrijpen die de zoon in zijn ogen zou hebben begaan.
Met Girards theorie krijg je
meer inzicht in dit op zich absurde gebeuren.
model
(?)
zoon (model)
zoon vriend in
R. vader vriend in R.
Deze
twee driehoeken kun je op elkaar leggen'
en dan wordt zichtbaar hoe de situatie is.
De
tekst laat bovendien twee verhaallijnen zien. In de ene wordt beschreven hoe de
hardwerkende zoon en z'n
vader, die nog steeds op de zaak werkt, tussen de middag altijd samen in een
restaurant eten. s Avonds lezen zij elk
hun eigen krantje in de gemeenschappelijke huiskamer. De andere lijn laat zien,
dat beiden elkaar helemaal niet elke dag zien. Vader
schijnt seniel te zijn en kwijnt weg in een donker achterkamertje. Das Urteil 'illustreert'
a.h.w. de titel van Girards eerste boek: De
romantische leugen en de romaneske waarheid.
Leerzaam vond ik het resultaat van de analyse van het bekende verhaal In de Strafkolonie. Er zijn nogal wat lezers die van oordeel zijn dat Kafka een visionaire blik had toen hij dit schreef. Zij zijn van mening dat uit dit gruwelijke verhaal zou blijken dat hij de holocaust heeft voorzien. Onthutsend vind ik dat uit de analyse blijkt, dat de jonge officier de veroordeelde man alleen martelt om te demonstreren hoe schitterend de foltermachine werkt. Hij zet alles op alles om te voorkomen dat de machine wordt afgeschaft. Het gaat om het ingenieuze ontwerp' van de oude commandant, z i j n grote voorbeeld (de oude commandant was zijn model, mimesis). Een folterwerktuig dat mensen op een efficiënte en bovendien esthetische wijze dood martelt! Als hij merkt dat de ontdekkingsreiziger kennelijk toch niet van plan is, bij de nieuwe commandant een goed woordje voor hem en de machine te doen, denkt hij, dat de man niet overtuigd is van de genialiteit van deze uitvinding. Voor een perfecte demonstratie offert hij zich zelf op, gaat zelf in het martelwerktuig liggen, en zet de machine in werking. Het is een misselijkmakend verhaal. Maar alhoewel de officier al honderden mannen in de foltermachine een gruwelijke dood heeft laten sterven, kun je zien dat het hem niet om het martelen zelf gaat. Het gaat om de nagedachtenis aan de grote commandant en diens uitvinding. Leerzaam is de uitkomst van deze analyse, omdat - nu het woord holocaust gevallen is - dit resultaat misschien een antwoord geeft op de vraag, hoe mensen tot gruweldaden kunnen komen.
Interessant
is verder dat je ziet, dat de mimesis infectueus is. De man die op die
bewuste dag gefolterd had moeten worden en door de jonge officier uit de
machine is getrokken, omdat deze bang was dat hij de demonstratie zou
verpesten, neemt niet de benen. Ook hij heeft grote belangstelling voor de
foltermachine gekregen. Als de officier zelf plaats neemt in de machine helpt hij n
handje. Hij blijft en kijkt belangstellend naar het gruwelijke gebeuren.
Wat
ik nog ter sprake wil brengen zijn de dubbelgangers, die in Kafka's verhalen zichtbaar zijn.
Girard besteedt heel veel aandacht aan dubbelgangers. Ik kon echter vaststellen
dat Kafkas dubbelgangers noch iets met Girards dubbelgangers noch
met de dubbelgangers uit de romantiek van doen hebben. Kafka
gaf met zo'n
fantasiefiguur weer, wat hij voelde, welke keuze hij op dat ogenblik o o k nog had. Zo'n fantasiefiguur liet hij die andere
optie s p e l e n. Opmerkelijk is bij
Kafka's dubbelgangers
dat die ander vaak een loser' is. Kafka's
personages hebben naast zich zo'
n figuur kennelijk nodig.
Tot slot nog iets over de laatste hoofdstukken van romans, waaraan Girard zo'n waarde hecht. Girard stelt dat in een slothoofdstuk de hoofdfiguur vaak aan het eind van zijn leven staat. Hij doet of zegt dan hele andere dingen dan in de voorafgaande hoofdstukken.
Alle romaneske slothoofdstukken zijn bekeringen zegt Girard. Hij bedoelt
hiermee, dat de hoofdpersoon aan het eind beseft, dat hij een slaaf was van de
mimetische begeerte en dat hij daar nu afstand van doet. Als voorbeeld noemt
hij de roman Don Quixote van Cervantes, die op zijn sterfbed vertelt dat hij zijn leven
eigenlijk heeft vergooit, omdat hij zich heeft laten beïnvloeden door ridderromans,
die hij had gelezen (mimesis).
Zulke einden bieden Kafka's verhalen echter niet. Je zou hoogstens kunnen denken aan het verhaal Josefine, de zangeres of het muizenvolk. Josefine komt tot de slotsom, dat zij het muizenvolk niet meer onder controle heeft. Zij beeldt zich niet in, dat zij de enige is die het volk kan redden. Bovendien is het opmerkelijk, dat zij kennelijk 'weet' hoe het zondebok-mechanisme werkt, want zij gaat er - waarschijnlijk net op tijd - vandoor.
E-mail adres
auteur: nancy.hoogsteder@xs4all.nl