VRIJE UNIVERSITEIT Blaise Pascal Instituut > Studiekring René Girard > Online teksten
Het talmoedische concept jetser hara in relatie tot Girards mimetische begeerte
Michael Elias (elias@blaisepascal.nl)
Bewerkte tekst van een lezing gehouden op een gemeenschappelijke bijeenkomst van de Levinas en Girard studiekringen, Universiteit voor Humanistiek, Utrecht, 26 oktober 2007. Verschenen in: Mededelingen van de Levinas Studiekring 12 (december 2007): 40-50.
Opvattingen over jetser hara en jetser tov
Kort gezegd verstaan de rabbijnen onder de jetser hara
de neiging, de impuls, de aandrift ten kwade. Ter illustratie een een
verhaal uit de Talmoed: 'Eens had het volk Israël drie dagen gevast en toen
werd de jetser hara aan hen overgeleverd. Hij kwam uit het Heilige der
Heilige als een trotse jonge leeuw. De profeet zei: "Dit is de jetser
hara, die de mensen tot afgoderij brengt." Terwijl de mensen hem
vasthielden, viel er een haar uit zijn baard en zijn gebrul was op 800 mijl te
horen. De profeet zei: "Doe hem in een loden pot, met verzegeling"
[
] Toen, na drie dagen wilde men een vers ei zoeken voor een zieke. Maar in
heel Israël was geen ei te vinden.'[1]
Veel van wat ik over de jetser hara weet, ontleen ik
aan de lessen van Dodo van Uden in een studiegroep over dit onderwerp.[2]
Zij heeft een boek van Erich Fromm vertaald, Gij zult zijn als goden, dat
in 1980 mijn eerste kennismaking was met de begrippen jetser hara en jetser
tov. Het laatste staat voor 'de goede neiging'. Het Hebreeuwse woord jetser
is afgeleid van van de wortel J-TS-R, wat 'vormen' betekent - zoals een
pottenbakker een pot vormt uit klei. Het zelfstandig naamwoord jetser
betekent 'vorm', 'gestalte', 'opzet', en met betrekking tot de geest
'voorstelling', 'verbeelding', 'overlegging', 'gezindheid', 'geneigdheid'.[3]
Uit de jetser tov komt de wil voort om naar Gods geboden te leven, uit de
jetser hara de wens je daartegen te verzetten.[4]
In de rabbijnse discussie daarover gaat het echter niet om een dualisme tussen
goed en kwaad, want de jetser hara is een centrale hartstocht van de
mens, "het instinctieve leven dat in ons aller vitaliteit voelbaar is, in
onze lusten en begeerten." [5]
We kunnen er niet buiten. De kwade neiging dreigt de mens weliswaar van God af
te houden, maar is tevens de bron van creativiteit en van de seksuele drift. Hij
is alleen maar kwaad als hij niet beteugeld wordt.
De midrasj bespreekt verschillende plaatsen in de bijbel
waarop de discussies over de beide aandriften voortborduren. Zo is in Beresjiet
Rabba een uitspraak te vinden over Genesis 1:31 waar God nadat hij de mens
heeft geschapen alles overziet wat hij gemaakt heeft. Er staat dan: "En
ziet, het was zeer goed." Waarom zeer goed en niet gewoon goed
(zoals eerder in dit scheppingsverhaal telkens staat geschreven), zou men zich
kunnen afvragen. De verklaring luidt dat dit vers een dubbele verwijzing heeft,
eenmaal naar de goede neiging en eenmaal naar de kwade neiging. Zonder de kwade
neiging zouden mensen geen huizen bouwen, kinderen krijgen of handel drijven.[6]
Het gaat er om het leven met hartstocht te leven.
De Talmoed legt expliciet een verband tussen het woord jetser
en het werkwoord jatsar naar aanleiding van Genesis 2:7, een van de
verzen uit het tweede scheppingsverhaal, "toen vormde de Eeuwige God de
mens uit stof van de aardbodem en blies in zijn neus levensadem." Levinas
bespreekt de Talmoedische discussie (vanuit een andere optiek) in de paragraaf
"Les deux penchants" van zijn leçon "Et Dieu créa la
femme".[7]
In het Hebreeuws staat er wajjitser, 'vormde, schiep', hier met twee keer
de letter jod geschreven in plaats van eenmaal.[8]
Dat is in de rabbijnse opvatting natuurlijk niet zonder betekenis en ook hier
duiden die twee jods op de twee neigingen, die beide door God zijn
geschapen.[9]
En dan is er nog een veel aangehaald vers uit Deuteronomium 6:5: "Gij zult de Eeuwige uw God beminnen met heel uw hart". Er staat in plaats van lev 'hart': levav met tweemaal de letter beth geschreven. Ook hier de dubbelheid. De belangrijke commentator Rasji (1040-1105) verwijst naar Sifree,[10] een midrasjverzameling op (o.a.) Deuteronomium als hij opmerkt: "Met geheel uw hart, met uwe beide neigingen [de goede en de kwade]."[11] Met moet God dus liefhebben met beide.
Hoe is de slechte drijfveer ten goede aan te wenden? Ido
Abram schrijft in zijn dissertatie Joodse traditie als permanent leren naar
aanleiding van de discussie over de jetser hara en de jetser tov,
dat je ook Hitler of Stalin kunt dienen met beide impulsen:[12]
met moed, intelligentie en zelfcontrole stort je je helemaal op een slechte
zaak. Maar daarvoor hebben we de Tora. "God schiep de jetser ha-ra, maar
hij schiep ook de Thora als tegengif [lett.: kruiden]".[13]
Het is de taak van de mens om met behulp van zijn goede aandrift en de studie
van de Tora de onstuimige jetser hara dagelijks als het ware op te
voeden. Sublimering zou men kunnen zeggen. Door iedere dag te lernen
kunnen we te weten komen hoe de slechte drijfveer ten goede aan te wenden.
Aangezien de strijd daartegen ons hele leven duurt, moeten we permanent leren en
het geleerde voortdurend in de praktijk toetsen. De joodse traditie leert dat
leren een hartstocht kan zijn en hartstochten kan reguleren. Het is een
religieuze waarde.
Dit getuigt van optimisme, want de jetser hara
is van jongsaf aanwezig, volgens sommigen verschijnt hij al bij de geboorte en
volgens weer anderen al bij de conceptie.[14]
De goede drijfveer, de jetser tov, komt veel later tot ontwikkeling,
tijdens de puberteit, als het verstand tot rijping komt en in staat is goed van
slecht te onderscheiden. En dan is het ook nog zo dat de jetser hara
dagelijks wordt vernieuwd, wat een reden zou kunnen zijn voor pessimisme. Ter
illustratie een verhaal dat Aryeh Kaplan navertelt in zijn Jewish Meditation.
Rabbi Israël Meir ha-Kohen (1838-1933), beter bekend als de 'Chafetz Chaim',
zei dat hij eens op een koude winterochtend opstond om zijn gebeden te zeggen. "The
Evil Urge said to him: 'How can you get up so early? You are already an old man,
and it's so cold outside.' The Chafetz Chaim replied to the Evil Urge, 'You are
a lot older than me, and you're up already.'[15]
Dit illustreert tevens, zegt Kaplan, dat je met het kwaad moet rivaliseren
in plaats van eraan te bezwijken.
Die opvatting lijkt paradoxaal: valt rivaliseren nu juist
niet bij uitstek onder de jetser hara? Hiermee kom ik bij de mimetische
rivaliteit zoals die in het werk van René Girard een centrale plaats heeft. Hij
heeft dit begrip vanuit de humaniora uitgebouwd, maar er zijn interessante
parallellen met de talmoedische inzichten, die ten slotte ook van doen hebben
met het onbewuste, met motivaties, verlangens en conflicten. In de woorden van
Levinas: ze verbinden "in een ogenschijnlijk kinderlijke taal" een
"ontontwarbare ingewikkeldheid met een ontwapenende naïveteit."[16]
Mimesis en begeerte bij René Girard
Rivaliteit speelt ook een rol in de midrasj[17]
waarin God over de schepping zegt
"Zie het was zeer goed". Beresjiet Rabba (IX: 7) verwijst hier
naar een vers uit Prediker (4:4) waar de ik-persoon al het harde werk van mensen
ziet en hun bedrevenheid daarin constateert. En dat is bij monde van Rabbi
Nachman de rivaliteit van iemand met zijn naaste. In het Hebreeuws gaat het om
het woord qinah, dat ook wel wordt vertaald als 'naijver, wedijver,
afgunst' of (in de Statenvertaling) 'nijd'. Het woord is via het Jiddisch
het Nederlands binnengekomen in het woord kinnesinne, letterlijk 'afgunst
en haat'.
Vanuit de woorden qinah
en jetser hara is het semantisch veld te verhelderen waar de
Frans-Amerikaanse denker Girard[18]
op doelt met het eerste stadium van het cultuurscenario dat hij nu zo'n veertig
jaar in tal van boeken vormgeeft, dat van de mimetische begeerte. Hieronder geef
ik de hoofdlijnen van zijn theorie met behulp van de samenvatting die hij zelf
gaf aan degenen die hem interviewden voor Les origines de la culture.[19]
Girard heeft zijn cultuurscenario vormgegeven in de sequentie begeerte
- rivaliteit - crisis zondebok sacrificiële praktijk. Te beginnen
dus met de begeerte, de désir mimétique
- anders dan het biologische appétit
'behoefte, trek, lust'. Zin in seks en behoefte aan voedsel zijn nog geen
begeerten: dat worden ze pas door imitatie van een model. Voor onbewuste
imitatie gebruikt Girard het begrip mimesis, dat hij niet, zoals
gebruikelijk is, min of meer gelijkgestelt met representatie, maar opvat
als een mechanisme dat patronen van actie en interactie genereert. Mimesis vormt
de persoonlijkheid en is van invloed op geloofsvoorstellingen, attitude,
symbolische vormen, culturele praktijken en instituties.
Centraal is de nauwe band tussen mimesis en le désir
'begeerte, verlangen': mensen ontwikkelen hun begeerten doordat zij via de
begeerte van een ander (het model) hun zinnen ergens op zetten. Dat model kan
buiten de wereld van het subject liggen - iemand doet Madonna, Elvis Presley of
Jan Wolkers na maar er is ook zogeheten 'interne
bemiddeling': als subject en model in dezelfde omgeving verkeren en rivalen
kunnen worden. Dan kan zelfs wederzijdse imitatie ontstaan, zodat rivalen dubbels
worden, die hun interesse in een extern object kunnen vergeten en er slechts
door geobsedeerd zijn elkaar te verslaan. Als de hele samenleving door dergelijk
gedrag wordt besmet, hebben we een mimetische crisis, gekenmerkt door
ongedifferentieerdheid - rijp voor scapegoating.
De mimetische begeerte
staat dus tussen instincten en sociaal milieu in, is typisch menselijk en heeft
eerder van doen met de vrijheid om een model
te kiezen dan een object. Girard gaat daarmee lijnrecht in tegen wat onze
moderne wereld voorschrijft: wees authentiek, origineel, blijf jezelf.[20]
Begeerte is evenwel niet strikt individueel en uniek, een inzicht dat schaamte
oproept, ook bij iemand die zijn begeerte niet baseert op wat hem aangereikt
wordt in de modellen van Coca Cola of Louis Vuitton, maar Dostojewski leest. Wat
doet hij bij de ontdekking dat de verteller in Witte Nachten
aangetrokken wordt door Nastenka omdat
ze verloofd is met een ander als hij zich realiseert, zelf verliefd te zijn
geworden op een vrouw doordat zijn beste vriend op haar viel?
Dat het concept van de
mimetische begeerte geen luchtkasteel of literaire fantasie is, maar empirisch
gefundeerd, is de laatste jaren verrassenderwijs aan het licht gekomen door
onderzoek naar spiegelneuronen,[21]
hersencellen die niet alleen geactiveerd zijn wanneer een subject een
bepaalde beweging uitvoert, maar ook als hij diezelfde beweging bij iemand
anders observeert.
Lernen
als remedie
Op de simpele vraag 'Hoe slecht is dat nu eigenlijk, die
mimetische begeerte?' is misschien een antwoord te geven met behulp van een
passage over de decaloog die Girard behandelt in zijn boek Ik zie Satan
vallen als een bliksem.[22]
Daar is een parallel te trekken met de discussies over de jetser hara.
Het gaat vooral om het tiende woord - misschien is de theorie over mimetische
begeerte wel als een voetnoot daarbij te beschouwen. "Gij zult niet begeren
het huis van uw naaste. Gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn
knecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets wat uw
naaste toebehoort." (Exodus 20:14).
Girard vraagt zich bij dit langste van alle geboden van de
tweede tafel eerst af: valt ook dit niet
"onder die bedillerige angel van het 'gij zult niet', onder die redeloze
haat tegen de vrijheid waarvan de moderne denkers het godsdienstige in het
algemeen en de joods-christelijke traditie in het bijzonder beschuldigen?"[23]
Nee, is zijn antwoord. Het doel van de Tora is vrede tussen de mensen en als je
conflicten wil vermijden, moet je beginnen het een en ander te verbieden, want
de naaste maakt objecten voor ons begerenswaard. Toch is het mimetisch verlangen
(net als de jetser hara) niet verkeerd: zonder dat zouden wij geen vrije mensen kunnen zijn.
Als de competitiezucht echter niet wordt ingetoomd, is er een bedreiging voor de
saamhorigheid en zelfs het overleven van elke gemeenschap. Het gaat erom
de oorlog van allen tegen allen te voorkomen.
De remedie van de talmoed, dat wij onze begeerte richten op
het bestuderen van de Tora, is een uitweg lijkt me, uit de objectgerichte
begeerte van rivalen. Traditioneel wordt van de Tora immers gezegd dat deze zo
groot is dat niemand hem kan toe-eigenen. De bedoeling is dus jezelf in dat lernen
te hervinden. Niemand kan hetzelfde pad bewandelen om dat éne leerdoel,
"het worden van een gaaf mens", te bereiken. In de woorden van Ido
Abram: elke traditie kent daar voorbeelden van, maar ze zijn niet om te
imiteren, maar om ervan te leren.[24]
Iedereen heeft zijn eigen weg, die er in ieder geval niet uit bestaat nog eens
over te doen wat een ander reeds met succes gedaan heeft. Om een bekende
uitspraak van Rabbi Soesja van Anipol te citeren: "In het toekomende Rijk
zal me niet gevraagd worden: 'Waarom zijt gij niet Moses geweest?' Mij zal
gevraagd worden: 'Waarom zijt gij niet Soesja geweest?'[25]
Er is een lijn te trekken naar een passage uit het
evangelie van Lucas (hoofdstuk 4), waar Jesus na veertig dagen vasten in de
woestijn door de duivel op de proef gesteld wordt. Op geen enkele verlokking
gaat hij echter in. Hij kiest voor het niet-begeren, d.w.z. voor het doen van de
wil van zijn hemelse vader. Met betrekking tot de 'navolging van Christus'
schrijft Girard dat Jesus ons niet narcistisch uitnodigt om in zijn voetstappen
te treden,[26]
maar dat hij zulks doet om ons van de mimetische naijver af te helpen: het gaat
er niet om 'jezelf te zijn', maar om beeld te worden van God. Dit in
tegenstelling tot de moderne goeroes, valse modellen van zelfgenoegzaamheid en
onkwetsbaarheid, die hun leerlingen aanzetten in hen de grote mens na te volgen
die niemand navolgt. Ook in de imitatio Christi dus een paradox: volgen
wij het belangeloos goddelijke na, dan zal het afglijden in de competitiegeest
ons bespaard blijven.
--------------------
LITTERATUUR
Abram, Ido
Joodse traditie als permanent leren (Kampen: Kok,
1986).
Avot
de Rabbi Natan
The
Fathers According to Rabbi Nathan. Translated by Judah Goldin (Yale University Press, 1990)
Cooper,
Rabbi David A.
God
is a verb. Kabbalah and the Practice of Mystical Judaism
(New York: Riverhead Books, 1997). Nederlandse vertaling (met een
inleiding van Willem Zuidema) God is een werkwoord. Een mystieke visie op de
kabbalá (Deventer: Ankh Hermes, 1998).
Fromm,
Erich
You
shall be as gods (New
York: Holt, Rinehart & Winston, 1966). Nederlandse vertaling door
Dodo van Uden Gij zult zijn als goden. Een
radicaal humanistische interpretatie van het Oude Testament en zijn traditie
(Utrecht: Bijleveld, 19772, herziene editie 2006).
Garrels,
Scott R.
"Imitation,
Mirror Neurons, & Mimetic desire", www.girardianlectionary.net
(2004).
Girard, René
Des choses
cachées depuis la fondation du monde. Recherches avec Jean-Michel Oughourlian et Guy Lefort (Paris: Grasset,
1978). Engelse
vertaling Things Hidden since the Foundation of the World (Stanford CA:
Stanford University Press 1987). Nederlandse vertaling Wat vanaf het
begin der tijden verborgen was (Kampen: Kok Agora; Kapellen: Pelckmans,
1990).
--,
Je vois Satan tomber comme l'éclair
(Paris: Grasset, 1999). Nederlandse vertaling (door Robert Lemm) Ik
zie Satan vallen als een bliksem (Kampen/Kapellen: Kok/Agora, 2000) Engelse
vertaling I See Satan Fall Like Lightning (New York: Orbis Books,
2001).
--,
Les origines de la culture
(Paris: Desclée de Brouwer, 2004). Engelse
vertaling Evolution and Conversion: Dialogues on the Origins of Culture (Continuum
Intl Pub Group, te verschijnen in 2008).
Kaplan,
Aryeh
Jewish
Meditation. A Practical guide
(New York: Schocken Books, 1985).
Kaufmann, Walter
Without
Guilt and Justice. From Decidophobia to Autonomy
(New York: 1973)
Kruijf Th. C. de en M.J.H.M Poorthuis
Abinoe. Onze Vader.
Over de joodse achtergronden van het Onze Vader (1-2-1 reeks 7) (Utrecht: RKK 1985, 19936).
Levinas, Emmanuel
"Une
religion d'adultes", in: Difficile liberté (Paris: Albin Michel,
1963). In het Nederlands vertaald als "Een godsdienst van
volwassenen", in: Het menselijk gelaat (Baarn: Ambo, 1969, 19846),
34-49.
--,
"Et Dieu créa la femme", in: Du
Sacré au Saint. Cinq nouvelles lectures talmudiques (Paris: Minuit,
1977), 126-50. Engelse
vertaling "And God Created Woman", in Nine Talmudic Readings (Bloomington:
1994), 161-77.
Marx, Tsvi
"Een
tijd om te beminnen", in: "De levensscyclus" 4 (2004): 3-20, Tenachon
(Hilversum: B. Folkertsma Stichting voor Talmudica, 1987→).
Midrash
Rabbah, Genesis
Vertaald door
H. Freedman and Maurice Simon, Vols. 12. London: Soncino Press, 1939.
Onderwijzer, A.S.
Nederlandsche vertaling van den Pentateuch, benevens
eene Nederlandsche vertaling van Rahie's Pentateuch-commentaar (Amsterdam:
Van Creveld, 5661-1901).
[1] B. Yoma 69b; b. Sanh. 64a; geciteerd uit De Kruijf & Poorthuis (1993: 42).
[2] Dalfsen, najaar 2006, Stichting LeV (www.stichtinglev.nl).
[3]
Fromm (1977: 116).
[4]
In deze korte verkenning ga ik niet op de vraag hoe de jetser hara
zich verhoudt tot het christelijke begrip van 'zonde'.
[5]
Marx (2004): 5.
[6]
Midrash Rabbah, Bereshit IX, 7.
[7]
Levinas (1977): 127 e.v., waar hij, de traditie volgend, over "les deux
penchants" spreekt , zij het met de kanttekening: "Le mot [yetzer]
signifie en réalité créature."
[8]
Zoals in Gen. 2: 19.
[9]
Babylonische Talmoed, Berachot 61a; vgl. ook Midrash Rabba, Bereshit
XIV.
[10]
Berachot 54a.
[11]
Uit Onderwijzer (1901).
[12]
Hij citeert Kaufmann (1973): 181.
[13]
Baba Batra 16a.
Geciteerd uit Fromm (1977): 117.
[14]
Vgl. Avot de Rabbi Natan (The Fathers According to Rabbi Nathan)
16.
[15] Kaplan (1985): 123-24.
[16] Levinas (1984): 43..
[17] Om bij Levinas te blijven: apologie.
[18] Voor informatie over zijn persoon en werk zie www.girard.nl.
[19] Girard (2004). Dit boek is het meest recente dat zijn hele theorie omvat; een Engelse vertaling verschijnt in maart 2008.
[20] " maar drink daarom net als anderen Coca Cola!" Volgens Girard (1978: 315) gaat het hier om de double bind van de nabootsing, die zich tegen de nabootsers keert, terwijl de hele cultuur juist zegt dat vooral wel te doen. De inzichten van Gregory Bateson over double bind heeft Girard verwerkt in boek III, "Psychologie interdividuelle", van zijn hoofdwerk Des chosese cachées depuis la fondation du monde, met name in hoofdstuk I, D en E (pp. 315 e.v.).
[21]
Garrells (2004).
[22] Girard (1999, 2000).
[23] Vertaling door Robert Lemm; Girard (2000: 18).
[24] Abram (1986): 224.
[25] Cooper (1998): 128.
[26] Girard (1999): 32 e.v.