VU Blaise Pascal Instituut > Studiekring René Girard > Online teksten 

Michael Elias, Rechterraadsels of De twee gezichten van de zondebok

Neck-riddles (AT 927): the two faces of the scapegoat    Summary in English

Dissertatie Universiteit Utrecht 1998 (Maastricht: Shaker Publishing, 1998). ISBN 90-423-0040-X.   

SAMENVATTING.. 1

Wat zijn rechterraadsels?. 1

Raadsels als vorm van taalgebruik. 2

Raadselverhalen, halsraadsels en rechterraadsels. 2

Het Nederlandse rechterraadsel 3

Wisselwerking van tradities. 4

Bronnen, motieven, varianten. 5

Structuur en anti-structuur 5

De betekenis van het juridisch kader 6

BIBLIOGRAFIE. 10

SAMENVATTING

Wat zijn rechterraadsels?

Rechterraadsels over verhalen waarin ter dood veroordeelden vrijkomen door hun rechter een raadsel op te geven dat deze niet op kan lossen. In Nederland is over dit onderwerp, dat op het kruispunt van verschillende disciplines ligt, weinig onderzoek verricht; in enkele volkskundige publicaties staan dergelijke raadselvertellingen te boek als rechterraadsels (verhaaltype AT 927) Het onderzoek ernaar kwam medio vorige eeuw in Duitsland op gang, toen men ontdekte dat Europese vertellers raadsels die al een lange traditie hadden, in een juridisch kader hadden gezet. Ze werden eerst Verbrecher-Räthsel genoemd, later Halslösungsrätsel. Al snel riep het onderzoek tal van vragen op.

Een in het oog springende eigenschap van de raadsels die veroordeelden opgaven, is dat ze niet te raden zijn. Dat komt doordat de oplossing berust op wederwaardigheden die alleen de veroordeelde heeft meegemaakt. Een voorbeeld van zo'n raadsel:

Toen ik henen­ging en ik wederkwam,

vijf levend uit een een dode nam,

de vijfde maakte de zesde vrij,

komt raad het eens en zegt het mij.

 De veroordeelde, die van de rechter drie dagen de tijd had ge­kregen om een raadsel te bedenken, had langs de weg het geraamte gezien van een paardenkop, waarin een nest was gebouwd met jonge vogeltjes. Dat leverde hem de stof op voor een raadsel.

 Er zijn onderzoekers die rechterraadsels niet als 'echte raadsels' beschouwen; anderen beweren juist dat ze wezenlijk voor het genre zijn. Niet alleen in de onraadbaarheid ligt een verschil met de wijze waarop wij tegen raadsels aankijken. In onze cultuur zijn raadsels kinderspel, terwijl het rechterraadsel een sfeer van ernst laat zien.

Raadsels als vorm van taalgebruik

Om het rechterraadsel beter te kunnen plaatsen, ben ik eerst nagegaan hoe ons begrip van raadsel zich verhoudt tot dat in andere culturen en tijden (hoofdstuk 2). Een raadsel kan als taalhandeling op zichzelf staan, al dan niet binnen een bepaalde speech event die een ander karakter draagt, maar het is ook mogelijk dat er zoveel raadsels worden opgegeven en opgelost dat men van een 'raadselsessie' kan spreken. De georganiseerde raadselsessie als tijdverpozing voor een bepaalde avond is in onze cultuur verdwenen. Een raadsel kan bij iemand als vanzelf opkomen in een alledaags gesprek, door een associatie, soms worden er enkele raadsels uitgewisseld en keert de conversatie terug naar het punt waar ze gebleven was.

Iemand moet tot op zekere hoogte zijn ingevoerd in de taalgebruiksregels van een gemeenschap om te kunnen weten wanneer een bepaalde taalhandeling geldt als raadsel. Een taaluiting kan zodanig zijn dat ze niet als een gecodeerde opgave wordt opgevat. Mensen hebben dan niet in de gaten dat ze worden uitgedaagd om een raadsel op te lossen. Lang niet alle raadsels hebben immers de vorm van een vraag of kennen een toevoeging als 'Ik weet een raadsel', 'Zullen we raadsels gaan opgeven?' of 'Rara wat is dat?' Binnen een bepaald samenlevingsverband behoren bepaalde raadsels met specifieke oplossingen tot de kennis die de eenheid van de groep constitueert. Kennis van de culturele is context onontbeerlijk om een raadsel te kunnen oplossen. Bij het definiëren van het genre raadsel moeten we ons er dus voor hoeden het eigen raadsel­begrip tot uitgangspunt te nemen: historische beschouwing leert dat 'duistere raadsels' in de geschiedenis heel normaal waren en nog tot op het eind van de vorige eeuw in de taal­gemeenschap acceptabel waren. De oude raadselwedstrijden die in verschillende verhaaltra­dities te vinden zijn, laten zien dat onraadbaarheid een geaccepteerde eigenschap van het raadsel was.  

De betekenis van het woord blijkt inmiddels gesplitst: wij kennen het raadsel enerzijds als min of meer synoniem met mysterie, paradox en geheim, anderzijds heeft het een plaats in de taalgebruikssituatie waarin iemand een gesprekspartner uitdaagt tot het vinden van een oplossing. In de tweede betekenis is het verder te specificeren tegenover de informatieve en examen­vraag. In dit hoofdstuk van mijn proefschrift heb ik verder een overzicht gegeven van raadselgebruiken, waarbij de vertel­situatie wordt onderzocht in de onderzoekstraditie van de 'ethnography of speaking'. Vergelijking met gegevens uit andere culturen en tradities laat zien dat de gang van zaken zoals gepresenteerd in het rechterraadsel minder vreemd is dan op het eerste gezicht lijkt.  

Raadselverhalen, halsraadsels en rechterraadsels

 In een vertelsituatie kan het opgeven van raadsels afwisselen met het uitwisselen van moppen, roddelen, het vertellen van sterke verhalen, practical jokes, sprookjes en zo meer. Rechterraadsels liggen bij uitstek op de grens van twee genres: raadsel en verhaal. In hoofdstuk 3, dat helderheid tracht te brengen in de terminologie, heb ik eerst het verschil tussen ‘raadsels in verhalen’ en ‘raadselverhalen’ besproken. Rechterraadsels (een afkorting van rechterraadselverhalen) behoren tot de laatste categorie. In mijn optiek is het van belang ze als een subvorm te beschouwen van halsraadsels, vertellingen waarin een raadsel de inzet vormt van het leven.

 Beide definieer ik in eerste instantie op grond van het vertelkader: dat wil zeggen of ze voorkomen in een juridische context of niet. De verhalen uit het Turandot-complex beschouw ik daarom wel als halsraadsels, maar niet als rechterraadsels. Daarmee wordt de verwarring vermeden die is opgetreden bij het Duitse Hals(lösungs)rätsel en het Engelse neck-riddle, die beide bovendien in gebruik zijn voor alle raadsels waarvan de oplossing gebaseerd is op buitengewone ervaringen. Bij niet elk raadsel van die categorie is echter sprake van het leven als inzet. Verder onderscheidt het rechterraadsel zich binnen halsraadsels doordat het raadsel van de veroordeelde altijd levensreddend is.

 Het Nederlandse rechterraadsel

 In hoofdstuk 4 ben ik nagegaan in hoeverre er bij het rechterraadsel van een Nederlandse traditie gesproken kan worden. Daartoe geef ik een overzicht van wat onderzoekers en verzamelaars aan Nederlands materiaal bijeen hebben gebracht. Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik tot mijn verrassing dat er op het Meertens Instituut een uitgebreide collectie rechterraadsels aanwezig was, aangelegd in 1968 maar nog onbekend in eerder onderzoek. De typen uit het internationale corpus, die ik bespreek onder de namen Levenden in de dode (hierboven vermeld), Ilo, Zogende Vrouw en Ongeboren zijn hier in wisselende mate gevonden.

 Het meest frequent kwam het tweede type voor:  

Op Eli ga ik,

op Eli sta ik,

op Eli ben ik welgemoed,

waarop ik mijn man verlossen moet.

 Ilo is een verbastering van my love, in Nederland vaak tot Eli geworden; deze naam blijkt in de oplossing van dit raadsel te verwijzen naar een hondje dat de vrouw van de veroordeelde heeft gedood; van het vel zijn schoenen gemaakt waarop ze gaat en staat.

 In het type van de "Zogende vrouw" houdt een dochter haar tot de hongerdood veroordeelde vader in leven. Daartoe geeft ze hem de borst door een gat in de gevangenismuur:

            Een stenen muur, die schaafde ik,

Een dorstig hart, dat laafde ik,

Eerst was ik dochter en daarna de moer

Raad eens hoe het verder voer.

 Het type 'Ongeboren' is in ons land weinig genoteerd, maar er is een mooie versie van op de band gezet uit de Liemers (Gelderland):

             Vroger toe was ter een wet gewes, atter één veur de dood veroordeeld wier, dan kon der iemand kommen en geven den heer een raodsel op en dan kon den heer den dri'j daag oaver raoje. Raoje hi'j 't, dan mos den veroordeelde aan de galg, mao vespölle hi'j 't, dan was de moordenaar vri'j.

            Een man zat veur de dood veroordeeld. Zien zoon doch: "Wach ik gao nao de rechters en zet een raodsel op. Kumpe bi'j de rechters en zeit datte eur een raodsel op wol geve. "'s Goed", had een rechter gezeid, "dan moj mor is vetelle wat veur raodsel."

            De zoon zei: "Pas goed op, rechters. Ik het geète linge, ongebore dinge; hoog ien 'n boom, zeuven vuut ien de eerde; zo velos ik mien olde vader." De rechter har 't opgeschreve. Den dadden dag had de zoon weerum motte komme. Mao zi'j harre niet gewette wat 't gewes was. Toe had de jong 't uut motte legge. Hi'j had gezeid: "Asse slachten een bees met een kalf ter ien, dan is die niet gebore. En ien de boom daor hek twee brette gemaak. Hoog een bret, en één een bitje lèger. Op de boavenste plank hek zeuven vuut eerd gebroch en toe zun'k op den anderen gegaon. Dus ik zat hoog ien den boom en zeuven vuut onder de eerd. En zo hek velos mien olde vader." En hi'j had gewonne.

 Specifiek voor ons land was verder de hoge frequentie waarin een raadsel van het volgende type voorkomt:  

Hoop-en-vrees zat op den wagen;

hij zag tweebeen vierbeen dragen.

Heeren raadt en zegt het mij;

als ge 't niet raadt dan ben ik vrij.

 Een ter dood veroordeelde die op een kar naar de galg werd gereden, zag hoog in de lucht een ooievaar met een kikker in zijn bek.  

Wisselwerking van tradities

 Om de vraag te kunnen behandelen of het rechterraadsel op werkelijke gebeurtenissen berust, onderscheid ik in hoofdstuk 5 verschillende lagen in het materiaal: de vertelsituatie, de juridische praktijk (vertelde gebeurtenissen) en de bronverhalen. Tussen deze lagen is sprake van een wisselwerking: vertellers stemmen mondelinge verhalen gewoonlijk af op twee tradities, waardoor gebeurtenissen die zich voordoen in het hier en nu van invloed zijn op verhaalmateriaal uit oudere lagen. De vertelsituatie van het rechterraadsel is historisch: sinds anderhalve eeuw vertellen mensen dit verhaal. Daarbij hebben ze uit een betrekkelijk klein arsenaal van raadsels geput die eerder in andere verhalen voorkwamen. Raadsels en verhalen dragen de sporen van grensvervaging, rivaliteit en geweld. De Europese vertellers lieten de raadsels min of meer intact, maar beperkten hun aantal bij het transformeren van de setting van de verhalen. Zo werd het typerend voor het rechterraadsel dat het in alle gevallen de veroordeelde is, die de rechter een raadsel opgeeft. De situatie is nooit andersom zoals in andere verhalen, waar bijvoorbeeld een koning raadsels opgeeft aan onderdanen. De sociaal lagere toetst in het rechterraadsel als het ware de hogere; participanten aan de vertel- of raadselsessie kregen daarmee de kans zich te identificeren met de arme veroordeelde die de rechter te slim af is.

 Wat de juridische praktijk betreft: er blijken weliswaar casus te zijn geweest met een verwante thematiek (zoals de invrijheidstelling van een ter dood veroordeelde bij de galg als een vrouw hem wilde huwen), maar de conclusie lijkt toch te zijn dat het rechterraadsel niet historisch is en betrekking heeft op een gewenste of geloofde werkelijkheid. Het berust op dezelfde denkwijze die eens het legitieme rechtsgebruik van de halslossing voortbracht. Ten opzichte van vergelijkbare raadselvertellingen heeft het rechterraadsel een kenmerk dat ik als wezenlijk beschouw, maar dat in de literatuur onderbelicht is gebleven: de transforma­tie van geweld tot een juridisch kader waarin het raadsel altijd levensreddend werd. Het as­pect grensvervaging bleef, maar rivaliteit en geweld werden omgevormd. De oplossing van het raadsel stoelt altijd op unieke ervaringen van de raadselopgever, waarin deze handelend optreedt.  

Bronnen, motieven, varianten

Hoewel vertellers ze presenteren alsof de veroordeelden in het juridisch kader der­gelijke ervaringen zo hebben meegemaakt, recontextualiseren ze eeuwenoud materiaal: de bronverhalen van het halsraadselcomplex. Een prototype is het raadsel van Simson "Uit de etende komt te eten en uit een sterke komt zoet" (Ri 14: 14), dat verwijst naar de honing van de bijen in het karkas van de leeuw die Simson heeft gedood; de gelijkenis met het raadsel van de vogeltjes in de paardenschedel ligt voor de hand. Het Ilo-raadsel gaat terug op het motief van de vermoorde geliefde: de minnaar van een koningin, vaak een slaaf, wordt vermoord door haar echtgenoot of zoon. De koningin neemt bezit van het lijk, maakt daar verschillende gebruiksvoorwerpen van en daagt de moordenaar uit met een raadsel. Als deze de oplossing raadt, zal zij sterven; kan hij dat niet, dan moet hij het met de dood bekopen. De bron voor het raadsel van de Zogende vrouw ligt in het verhaal van de trouwe dochter uit de late Oudheid: zij redt het leven van haar gevangen en tot de hongerdood veroordeelde vader door hem de borst te geven (de geschiedenis van Cimon en Pero). Dit verhaal kent het motief van de omkering van generaties. De raadselvertelling van de Ongeborene is gebaseerd op oude Oriëntaalse stof, waarvan ook Shakespeare bijvoorbeeld gebruikt maakt (in Macbeth). Het typisch Nederlandse Hoop-en-vrees-raadsel gaat terug op een wijdverbreid type verraadseling waarin mensen en dieren in termen van benen of poten benoemd worden. Het raadsel dat de sfinx aan Oedipus opgeeft, is eveneens van dit type.

Deze onderling vaak met elkaar verbonden bronnen kunnen onze kennis van raadsels verdiepen doordat ze een belangrijke eigenschap van het raadsel expliciet in beeld brengen: het overbruggen van tegenstellingen. Of, negatief geformuleerd: in deze uitzonderlijke verhalen wordt de natuurlijke en culturele orde aangetast en een chaotische situatie gepresenteerd. De grens tussen leven en dood vervaagt, tegenstellingen tussen mens en dier, man en vrouw worden opgeheven, verboden seksuele betrekkingen (tussen vader en dochter, tussen moeder en zoon), overspel en sporen van kannibalisme komen aan het licht; de grenzen van het lichaam vervagen. In de loop der tijd is dit verhaalmateriaal in cultureel aanvaardbare banen geleid. In het zesde hoofdstuk wordt ingegaan op deze bronnen. Daarbij analyseer ik uitgebreid het raadsel van Simson, waardoor licht wordt geworpen op de ingewikkelde taalgebruiksaspecten die raadsels kunnen hebben.  

Structuur en anti-structuur

De kernvraag die ik wilde beantwoorden luidt: wat heeft de grensoverschrijding (een kenmerk van het raadsel) van doen met het juridisch kader (de omlijstende vertelling)? Daarover gaat hoofdstuk 7. In de onderzoekstraditie is de kwestie van de gecompliceerde verhouding tussen raadsel en kader niet bevredigend opgelost. Recent is geopperd de ervaringen die in het halsraadselcomplex beschreven worden, in verband te brengen met de traditie van het groteske, waarin grensoverschrijdingen als momenten van vrijheidsbeleving worden beschouwd. Deze aanpak miskent echter de rol van het geweld in het verhaalmateriaal en kan daarmee geen licht werpen op de vernieuwing in de verhaaltraditie die het rechterraadsel vormt. Met behulp van inzichten uit het werk van René Girard heb ik getracht de gecompliceerde verhouding tussen raadsel en kader een interpretatie te geven die daar wel toe in staat is. Het wegvallen van verschillen in de verhalen die ten grondslag liggen aan het rechterraadsel, kunnen in zijn theorie worden opgevat als uitingsvormen van een 'mimetische crisis'. Zo'n crisis is het gevolg van een onbeheersbaar geworden rivaliteit in de samenleving, die in de raadselverhalen waar het hier om gaat, bijvoorbeeld gestalte krijgt in de vrijers die te hoop lopen om het raadsel van de onbereikbare prinses op te lossen. In het cultuurhistorische scenario dat Girard ons schetst, wordt zo'n crisis opgelost door het aanwijzen en uitdrijven van een zondebok, die de ongedifferentieerde massa voor enige tijd verenigt, waardoor de gemoederen tot bedaren kunnen komen. Zo loopt de fase waarin een uitweg wordt gevonden uit de mimetische crisis uit op wat later een offer zal worden genoemd, maar wat in oorsprong een gemeenschappelijk bedreven moord is.

Deze gedachte sluit aan bij de observatie dat raadsels van oudsher een plaats hebben op crisismomenten; de grensoverschrijdingen zijn een uitdrukking van de misdaden die men de zondebok toedicht om uitdrijving of moord te rechtvaardigen. Daarin wordt de spanning ontladen en de rust hersteld: het vormt het stichtend geweld dat volgens Girard aan de oorsprong van onze cultuur ligt. Zoals mythen laten zien, vindt daarna een opmerkelijk proces plaats: de zondebok krijgt de schuld van de crisis en de gemeenschap vergeet dat hij of zij juist het product daarvan is. Tegelijk echter wordt hij na afloop beschouwd als de oorzaak van de herwonnen eenheid. Deze wending is voor de gemeenschap noodzakelijk om de eigen rol in het uitoefenen van geweld niet onder ogen te hoeven zien. Enerzijds krijgt de zondebok daardoor in de mythologie de trekken van een hoog verheven god, anderzijds moeten hem - om de uitdrijving te rechtvaardigen - allerlei misdaden, overtredingen en taboeschendingen worden toegedicht, waardoor hij het karakter van een duivel krijgt. De unieke ervaringen die op de grens van leven en dood verraadseld worden, hebben een plaats in dit scenario. Ze weerspiegelen zo de geïsoleerde positie van de raadselopgever: het raadsel kan als een substituut worden beschouwd voor het sacrificiële einde van de crisis.

De betekenis van het juridisch kader [volledige tekst van dit hoofdstuk]

In de rechterraadselvertelling (AaTh 927) is echter een nieuwe ontwikkeling te onderkennen, die aansluit bij moderne rechtsopvattingen, waarin men in staat is geweld als verzelfstandigd te ervaren. Dat wij een gewelddaad apart kunnen stellen, er een misdaad in zien die op zichzelf staat, komt door de doelmatigheid van de rechtsinstellingen, die boven alle antagonisme uitreikt. Aan deze 'juridische transcendentie' zijn wij inmiddels gewend, maar in samenlevingen waar deze ontbreekt, vindt men direct weer het nabootsende en herhalende karakter van het geweld terug. Door een inefficiënt juridisch proces kan de geweldscyclus nauwelijks gestopt worden. De bloedwraak is daar een voorbeeld van: de zich eindeloos herhalende imitatie van een eerdere moord brengt generaties later nog mensen tegen elkaar in het geweer. Men kan een gerechtelijk proces beschouwen als een gestolde vorm van rivaliteit: er is een vreedzame beslechting, waardoor er een einde komt aan bloedwraak en geweld. Door het rechtssysteem hoeft men de veroordeelde niet meer als 'offer' te zien; de jurisdictie transformeert het mimetisch geweld tot gerechte straf.  

Van dit inzicht lijken de negentiende-eeuwse vertellers blijk te geven als zij het oude raadselmateriaal in een nieuw betekenisveld gaan plaatsen. Rechter en veroordeelde hebben ze als gelijkwaardig tegenover elkaar gesteld, en met het verhaal dat 'het gewone volk' slimmer kan zijn dan een hogergeplaatste sluiten ze aan bij een bekend thema in volksverhalen: het publiek mag er even van genieten dat de wereld er heel anders uitziet. Maar belangrijker is dat ze daarmee verhalenderwijs de willekeur tot uitdrukking hebben gebracht die elke veroordeling principieel in zich draagt: met het rechterraadsel oefenen vertellers kritiek uit op de beperktheden en wisselvalligheden in de rechtspraak.

Als het vonnis uitgesproken is, behoren de veroordeelden in wezen al tot het rijk der doden, maar door een raadsel op te geven waarin ze hun hoogstpersoonlijke en bizarre ervaringen verraadselen, keren ze terug onder de levenden. Daarmee zijn ze in zekere zin te vergelijken met degenen die beweren 'aan de overkant' te zijn geweest: zij hebben de grens tussen leven en dood overschreden, waardoor ze bijzondere inzichten hebben gekregen en als herrezenen te beschouwen zijn. Dit thema is bekend uit tal van verhalen en rituelen, waarin personages iets 'zien' en dan weer terugkomen. Een bekend voorbeeld is dat van de bijbelse figuur Jakob, die voorbij de Jabbok vecht met een man, tot het aanbreken van de dageraad, waarna hij aan één zijde verminkt wordt. De veroordeelden bewijzen zich als superieur door de rechter te confronteren met kennis uit een wereld 'van de overzijde'.  

In het ambt van rechter heeft nu juist de kennis van dergelijke ervaringen institutioneel vorm gekregen, wanneer men zijn po­sitie opvat als afgeleid van die van de goddelijke koning, voorwaardelijk ten offer bestemd. Deze koning heeft de januskop van de zondebok, zowel boosaardig als weldadig, corresponderend met respectievelijk de overtredingen die zouden zijn begaan (desintegratie) en de heilzame werking (unificering) van de uitdrijving. Daarmee is hij in staat om rivaliteit en wraak binnen een samenleving in goede banen te leiden. Een dergelijke interpretatie wordt gerechtvaardigd door het trekken van een parallel met intronisatieriten, zoals die met name in Afrika onderzocht zijn. Net als de veroordeelde heeft ook de rechter twee gezichten, waardoor er een wisselwerking kan plaatsvinden die tot vrijspraak leidt. De rechterraadselvertelling sluit daarin aan op ideeëngoed waarin het uitvoe­ren van de doodstraf als verwerpelijk wordt gezien.  

BIBLIOGRAFIE

WOORDENBOEKEN EN ENCYCLOPEDIEËN  

Encyclopaedia Judaica. 16 vols. Cecil Roth & Geoffrey Wigoder (eds.) (Jerusalem: Keter/New York: Macmillan, 1971-1972).

Encyclopaedia of Religion and Ethics. James Hastings (ed.) (Edinburgh: Clark, 1908-21).

Encyclopedia of Religion. Mircea Eliade (ed.) (New York: Macmillan, 1987).

Encyclopédie philosophique universelle. Publié sous la direction d'André Jacob (Paris: PUF, 1989®).

Enzyklopädie des Märchens (EdM). Kurt Ranke (Hrsg.) (Berlin/New York: Walter de Gruyter, 1977®).  

A Greek-English Lexicon. Henry George Liddell & Robert Scott. Revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones, with the assistence of Roderick McKenzie (Oxford: Clarendon Press, 1985).  

Grote Winkler Prins Encyclopedie. R.C. van Caenegem e.a. (red.) (Amsterdam/Brussel: Elsevier, 1979-84).  

Jewish Encyclopedia: a Descriptive Record of the History, Literature, and Customs of the Jewish People from the Earliest Times to the Present Day. Cyrus Adler and Isidore Singer (eds.) 12 vols. (New York/London: Funk and Wagnall, 1901-06).  

Medieval Scandinavia Encyclopedia. Phillip Pulsano (ed.) (New York: Garland, 1993).  

Nederlands Etymologisch Woordenboek. Jan de Vries, m.m.v. F. de Tollenaere (Leiden: Brill, 1971).  

Paulys Real-Encyclopädie der Classischen Altertumswissenschaft. Neue Bearbeitung von Georg Wissowa u.a. (Stuttgart: Metzler, 1894-1978).  

Woordenboek der Nederlandsche Taal (= WNT) (’s-Gravenhage en Leiden: Nijhoff, Sijthoff en Stemberg, 1882®, Sdu).  

OVERIGE WERKEN  

AARNE, Antti A.

1918-  Vergleichende Rätselforschungen I-III (= Folklore Fellows Communications 26-28)

1920    (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).  

AARNE Antti A. & Stith THOMPSON

1987    The Types of the Folk-tale (= Folklore Fellows Communications 184) Herziene versie van Antti Aarne, Verzeichnis der Märchentypen (1910) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica, 1961, 19874).  

ABRAHAMS, Israel

1896    Jewish Life in the Middle Ages (New York). Nederlandse vertaling Joods leven in de Middeleeuwen (Den Haag: BZZTHôH, 1991).  

ABRAHAMS, Roger D.

1972    "The Literary Study of the Riddle", Texas Studies in Literature and Language 14: 177-97.

1977    "The Riddle of the Poisoned Animals", Western Folklore 36: 163-68.

1980    Between the Living and the Dead (= Folklore Fellows Communications 225) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).

1985    "A Note on Neck-Riddles in the West Indies as They Comment on Emergent Genre Theory", Journal of American Folklore 98 (387): 85-94.

1989    "Bakhtin, the Critics, and Folklore", Journal of American Folklore 102: 202-06.

-- & Alan DUNDES

1972    "Riddles", in: Dorson (1972), 129-43.

 

ADLER, Cyrus and Isidore SINGER (eds.) zie Woordenboeken en encyclopedieën

ADORNO, Theodor W.

1970    Ästhetische Theorie. In: Gesammelte Schriften 7 (Frankfurt a/M: Suhrkamp).

AMADES, Joan

1960    "Les Contes-devinettes de Catalogne", Fabula 3: 199-223.

ANDERSON, Walter

1923    Kaiser und Abt. Die Geschichte eines Schwankes (= Folklore Fellows Communications 42) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).

APPEL, René, Gerard HUBERS & Guus MEIJER

1976    Sociolinguïstiek (Utrecht/Antwerpen: Spectrum).

ARCHIBALD, Elizabeth

1991    Apollonius of Tyre. Medieval and Renaissance Themes and Variations. Including the text of the Historia Apollonii regis Tyri with an English translation (Cambridge: Brewer).

ARISTOTELES

De arte poetica liber, bezorgd door R. Kassel (Oxford University Press, 1965). Nederlandse vertaling door N. van der Ben & J.M. Bremer (Amsterdam: Atheneum/Polak & Van Gennep, 1986).

ATHENAEUS

Deipnosiphistae. With an English translation by Charles Burton Gulick. 7 vols. (London: Heinemann & New York: Putnam, 1930).

AUGUSTINUS, Aurelius

De catechezandibus rudibus. In: Œvres de Saint Augustin 11/1. Texte citique du CCL. Introduction, traduction et notes par Goulven Madec (Études Augustiniennes, 1991).

AUSTIN, J.L.

1962    How to do things with words (Oxford: Clarendon Press).

BACHTIN, Michail Michailovitsj

1968    Rabelais and his World (Cambridge, Mass.: MIT Press). Uit het Russisch vertaald door Hélène Iswolsky.

1981    The Dialogic Imagination. Four essays by M.M. Bakhtin. Ed. Michael Holquist (Austin: University of Texas Press).

BAKKER, C. zie BOEKENOOGEN

BAL, Mieke

1988    Death and dissymmetry. The politics of Coherence in the Book of Judges (Chicago: University of Chicago Press).

BANDERA, Cesáreo

1994    The Sacred Game. The Role of the Sacred in the Genesis of Modern Literary Fiction (Pennsylvania: Pennsylvania State University Press).

BARLEY, Nigel F.

1974    "Structural Aspects of the Anglo-Saxon Riddle", Semiotica 10: 143-75.

BAUER, H.

1912    "Zu Simsons Rätsel in Richter Kapitel 14", Zeitschrift der Deutschen Morgenländischen Gesellschaft 66: 473-74.  

BAUGHMAN, Ernest W.

1966    Type and Motif-Index of the Folktales of England and North America (Den Haag: Mouton).  

BAUMAN, Richard

1986    Story, performance and event. Contextual studies of oral narrative (Cambridge: Cambridge University Press).

1992    "Icelandic legends of the kraftaskáld", in Duranti & Goodwin (1992), 125-45.

-- (ed.)

1992    Folklore, Cultural Performances and Popular Entertainment. A Communications-centered Handbook (Oxford/New York: Oxford University Press).  

BEATTIE, John

1964    Other Cultures. Aims, Methods and Achievements in Social Anthropology (London: Cohen & West).  

BECKWITH, Martha W.

1922    "Hawaiian Riddling", American Anthropologist 24: 311-31.  

BEEK, Wouter van (red.)

1988    Mimese en geweld. Beschouwingen over het werk van René Girard (Kampen: Kok Agora).  

BEEKMAN, K.

1983    "'Enkelvoudige vormen' en hun nawerking", Spektator 12 (5): 329-44.  

BENJAMIN, Walter

1936    "Der Erzähler", in: Über Literatur (Frankfurt a/M: 1969): 33-61.  

BERCKMOES, R.

1971    "Raadsels in de Gentse Almanakken van 1670 tot 1800", Oostvlaamse Zanten 46 (4): 158-164.

BIJBEL

Willibrordvertaling (Boxtel: Katholieke Bijbelstichting, 1978; geheel herziene uitgave 1995).

NBG-vertaling 1951 (Amsterdam: Nederlandsch Bijbelgenootschap, 1968). 

BLADEL, Louis van

1980    "Geweld, religie, cultuur en christendom volgens René Girard", in: Christelijk geloof en maatschappijkritiek (Antwerpen/Amsterdam: De Nederlandsche Boekhandel): 93-116.  

BLÉCOURT, Willem de

1980    Volksverhalen uit Noord-Brabant (Utrecht/Antwerpen: Spectrum).

1981    "De volksverhalen van J.R.W. Sinninghe", Volkskundig Bulletin 7 (2): 162-93.

BLOK, Anton

1984    "Openbare strafvoltrekkingen als rites de passage", Tijdschrift voor geschiedenis 97 (3): 470-81.  

BODAR, Antoine

1983    "Vorm en geestelijke occupatie", Forum der Letteren 24 (4): 260-76.

1987    De schoonheidsleer van André Jolles. Morfologische beschouwingen. Dissertatie Universiteit van Amsterdam.  

BØDKER, Laurits

1964    The Nordic Riddle. Terminology and Bibliography (Kopenhagen).  

BOEKENOOGEN, G.J.

1890→            Ms. Folklore verzameld door G.J. Boekenoogen

            A. Noord-Hollandsche Sprookjes, opgetekend door C. Bakker, 1897-1916.

            B. Sprookjes, voornamelijk uit NH, omstreeks 1890.

1901    "Raadsels en raadselsprookjes", Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (Leiden: Brill), 36-81. Apart uitgegeven (Leiden: Brill, 1901), 1-48. Herdrukt in Boekenoogen (1949): 131-68.

1949    Verspreide geschriften. Verzameld door A.A. van Rijnbach en uitgegeven vanwege de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (Leiden: Brill).  

BOGGS, Ralph Steele

1930    Index of Spanish Folktales (= Folklore Fellows Communications 90) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).  

BOLTE Johannes & Georg POLÍVKA

1913-  Anmerkungen zu den Kinder- und Hausmärchen der Brüder Grimm 5 delen (Leipzig:

1932    19372).  

BRAEKMAN, W.L.

1985    Een raadselboek uit de zestiende eeuw (= Scripta. Mediaeval and Renaissance Texts and Studies 15). (Brussel: UFSAL).  

BREMMER, Jan & Herman ROODENBURG (eds.)

1997    A Cultural History of Humour (Cambridge: Polity Press).  

BRINGÉUS, Nils-Arvid

1975    "Caritas Romana. In picture, print and folk tradition", Béaloideas 39/41: 79-94.  

BRYANT, Mark

1990    Dictionary of Riddles (London: Routledge).  

BÜHLER, Karl

1934    Sprachtheorie. Die Darstellungsfuktion der Sprache (Jena: Gustav Fischer).  

BURKERT, Walter

1987    "The Problem of Ritual Killing", in: Hamerton-Kelly (1987): 149-76.  

BURNS, Thomas A.

1976    "Riddling: Occasion to Act" Journal of American Folklore 89: 139-65.  

BUTSCH, A.

1876    Strassburger Rätselbuch. Die erste zu Strassburg ums Jahr 1505 gedruckte deutsche Rätselsammlung neu hrsg. von A. Butsch (Strassburg).  

CARLEN, Louis (Hrsg.)

1986    Forschungen zur Rechtsarchäologie und Rechtlichen Volkskunde 8 (Zürich: Schulthess Polygraphischer Verlag).  

CHAMBERS, Robert

1847    Popular Rhymes of Scotland (Edinburgh).

CHIARINI, G.

1983    "Esogamia e incesto nella Historia Apollonii Regis Tyri", Materiali e Discussioni per l'Analisi dei Testi Classici 10/11: 267-92.  

CHIMOMBO, S.

1987    "New Riddles for Old", Africa 57 (3). Also in: Malawian Oral Literature (Centre for Social Research, Malawi, 1988): IX, 217-54.  

CLERKX, Lily E.

1992    En ze leefden nog lang en gelukkig. Familieleven in sprookjes. Een historisch-sociologische benadering (Amsterdam: Bert Bakker).  

COCK, Alfons de

1906    "De Mammelokker te Gent", Volkskunde 18: 45-61.  

CRENSHAW, James L.

1974    "The Samson Saga: Filial Devotion or Erotic Attachment?", Zeitschrift für die alttestamentliche Wissenschaft 86: 470-504.

1978    Samson (Atlanta and London).  

DAALEN, Aleida Gertruida

1966    Simson. Een onderzoek naar de plaats, de opbouw en de functie van het Simsonverhaal in het kader van de oudtestamentische geschiedschrijving. Dissertatie UvA (Assen: Van Gorcum).  

DAVELAAR-van TONGEREN, V.H., N. KEIJZER & U. van de POL (red.)

1987    Strafrecht in perspectief (Arnhem: Gouda Quint).  

DÉGH, Linda

1995    Narrative in society: a performer centered study of narration (= Folklore Fellows Communications 255) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).  

DEGUY, Michel & Jean-Pierre DUPUY (red.)

1982    René Girard et le problème du Mal. (Paris: Grasset).  

DEKKER, Ton

1978    "150 jaar Nederlands volksverhaalonderzoek", Volkskundig Bulletin 4 (1): 1-15.

1992    "Op zoek naar de verteller van volksverhalen", Amsterdams Sociologisch Tijdschrift 19 (2): 60-84.

--,  Jurjen van der KOOI & Theo MEDER

1997    Van Aladdin tot Zwaan kleef aan. Lexicon van sprookjes: ontstaan, ontwikkeling, variaties (Nijmegen: SUN).  

DIJK, Teun A. van (ed.)

1985    Handbook of Discourse Analysis. 4 vols. (London: Academic Press).  

DONGEN, Els van

1994    Zwervers, knutselaars, strategen. Gesprekken met psychotische mensen. Dissertatie Utrecht (Amsterdam: Thesis).

DOORNBOSCH, Ate

1991    Onder de groene linde. Verhalende liederen uit de mondelinge overlevering, deel 3: Liederen over trouw en ontrouw in de liefde, verleiding en verlating. Verzameld door Ate Doornbosch. Van commentaar voorzien door Marie van Dijk. Ingeleid door Marie van Dijk en Ton Dekker (Abcoude: Uniepers).  

DORSON, Richard M. (ed.)

1972    Folklore and Folklife: An Introduction (Chicago: University of Chicago Press).  

DORST, John D.

1983    "Neck-riddle as a Dialogue of Genres. Applying Bakhtin's Genre Theory", Journal of American Folklore 96 (382), 413-33.  

DOUGLAS, Mary

1966    Purity and Danger. An Analysis of the Concepts of Pollution and Taboo (London: Routledge & Kegan Paul; Routledge Ark, 1989).

1975    Implicit Meanings. Essays in Anthropology (London: Routledge, 1991).  

DURANTI, Alessandro

1988    "Ethnography of Speaking: Toward a Linguistics of the Praxis", in Newmeyer (1988): 210-228.

1997    Linguistic Anthropology (Cambridge: Cambridge University Press).

-- & Charles GOODWIN (eds.)

1992    Rethinking context. Language as an interactive phenomenon (= Studies in the social and cultural foundations of language 11) (Cambridge: Cambridge University Press).  

DYKSTRA, Waling & Tsjibbe Gearts van der MEULEN

1856    In doaze fol alde Snipsnaren (Frjentsjer).

1882    In doaze fol alde Snypsnaren by enoar samle troch... Oarde en folle (Frjentsjer: Telenga).  

EBBINGE WUBBEN, C.H.

1907    "Mededelingen over Staphorst-Rouwveen", Driemaandelijksche Bladen 6: 29-31.  

EDDA. Goden- en heldenliederen uit de Germaanse oudheid. Vertaald en van inleidingen voorzien door Jan de Vries, herzien door Aleid Boon-de Vries & J.A. Huisman (Amsterdam: Elsevier, 1938; Deventer: Ankh-Hermes, 19888).  

EHLERS, J.

1865    Schleswig-Holsteensch Räthselbok (Kiel).  

EHLICH, Konrad, Jochen REHBEIN

1993    Kennis, taal en handelen. Analyses van de communicatie in de klas. Red. Jan ten THIJE (Assen: Van Gorcum).  

EISMANN, Wolfgang & Peter GRZYBEK (Hrsg.)

1987    Semiotische Studien zum Rätsel. Simple Forms Reconsidered II (= Bochumer Beiträge zur Semiotik 7) (Bochum: Brockmeyer).  

EISSFELDT, O

1910    "Die Rätsel in Jdc 14", Zeitschrift für die alttestamentliche Wissenschaft 30: 132-35.  

ELDERINK, C.

1921    Oet et Laand van Aleer. Twenther Vertelsels (Enschede: v.d. Loeff; tweede druk 1924).  

ELIADE, Mircea zie Woordenboeken en encyclopedieën  

ELIAS, Michael

1977    Plat-Haags (= Publicaties van het Instituut voor  Algemene Taalwetenschap 15)  (Amsterdam: UvA).

1987    "René Girard", in: J. Sperna Weiland, J. de Visscher & H. Achterhuis, Kritisch Denkerslexicon, 1-15.

1992    "De metafoor van de zondebok", in: Lascaris en Weigand (1992): 21-32.

1995    "Neck-Riddles in Mimetic Theory", Contagion. Journal of Violence, Mimesis and Culture 2 (Spring): 189-202.

1996    "Wat blijft gissen en is toch geen vraag?", Psychologie 15 (maart): 24-27.

1997    Recensie van Das deutsche Rätsel im Mittelalter (Tomasek 1994), Volkskundig Bulletin 23 (1): 82-84.  

ESPINOSA, A.M.

1946-  Cuentos populares españoles. 3 vols. (Madrid: Instituto Antonio de Nebrija de

1947    filologia).  

EVANS, David

1976    "Riddling and the Structure of Context", Journal of American Folklore 89: 166-88.  

FERNANDEZ, James W.

1982    Bwiti. An Ethnography of the Religious Imagination in Africa (Princeton, N.J.: Princeton University Press).

1986    Persuasions and Performances. The Play of Tropes in Culture (Bloomington: Indiana University Press).  

FISCHER, Helmut

1988    "Rätsel, Scherzfrage, Witz. Epische Kleinformen im Gebrauch sechs- bis zehnjähriger Kinder", Fabula 29 (1/2): 73-95.  

FISHMAN, Joshua et al. (eds.)

1986    The Fergusonian Impact. I From Phonology to Society II Sociolinguistics and the Sociology of Language (Berlin/New York/Amsterdam: Mouton de Gruyter).  

FOUCAULT, Michel

1969    L'archéologie du savoir (Paris: Gallimard).  

FRAUENSTÄDT, Dr.

1897    "Das Begnadigungsrecht im Mittelalter", Zeitschrift für die gesamte Strafrechtswissenschaft 17: 887-910.  

FRAZER, James George

1911-  The Golden Bough: A Study in Magic and Religion, vol. 6 The scapegoat  (New York:

1915    Macmillan, 19513).

1922    The Golden Bough: A History of Myth and Religion abridged vol. (London: Macmillan; Chancellor Press, 1994).  

FREUD, Sigmund

1913    "Das Motiv der Kästchenwahl", Imago 2 (3): 257-66. In Studienausgabe X (Frankfurt a/M: Fischer, 1982),  Bildende Kunst und Literatur, 181-93.  

FRIEDREICH, J.B.

1860    Geschichte des Räthsels (Dresden) (Vaduz: Sändig Reprint Verlag, 1990).  

FRIJHOFF, Willem

1997    "Volkskunde en cultuurwetenschap: de ups en downs van een dialoog", Mededelingen van de Afdeling Letterkunde KNAW, Nieuwe Reeks 60 (3): 89-143.  

FRISCHBIER, H.

1885    "Verbrecher-Räthsel", Am Urds-Brunnen Heft 9, Jahrgang 4, Band II: 172-74.

1891    "Rätsel-Geschichten", Am Ur-Quell X Heft II B: 151-52, 166-67.  

FUCHS, J.M. & W.J. Simons

1970    Raadsels, rebussen, puzzels (Amsterdam: Strengholt).  

GEBAUER, Gunter & Christoph WULF

1992    Mimesis. Kultur - Kunst - Gesellschaft (Hamburg: Rowohlt).  

GELDOF, Willem

1947    "Wordt het volksraadsel vergeten?", Volkskunde 6: 165-72.

1949    "Hoe zullen wij volksraadsels verzamelen?", Volkskunde 8: 181-89.

1950    Het Zeeuwse volksraadsel (Middelburg: Den Boer).

1979    Volksverhalen uit Zeeland en de Zuidhollandse eilanden (Utrecht/Antwerpen: Spectrum).  

GENNEP, Arnold van

1909    Les rites de passage. Étude systématique des rites de la porte et du seuil, de l'hospitalité, de l'adoption, etc. (Paris: Émile Nourry).  

GEORGEAKIS, G. & Léon PINEAU

1894    Le Folk-lore de Lesbos (Paris: G.P. Maisonneuve & Larose). Fotografische herdruk 1968.  

GEORGES, Robert A. & Allan DUNDES

1963    "Toward a Structural Definition of the Riddle", Journal of American Folklore 76: 111-18.  

GEORGES, Robert A. & Michael Owen JONES

1995    Folkloristics. An Introduction (Bloomington & Indianapolis: Indiana University Press).  

GEZELLE, Guido

1884    "Kwelspreuken", Loquela 4 (15): 15-16.  

GINNEKEN, Jac. van

1924    "Raad en raden. Een semasiologische proeve", Tijdschrift voor taal en letteren 12: 1-12.  

GINZBURG, Carlo

1989    Storia notturna (Turijn: Giulio Einaudi). Nederlandse vertaling Extasen. Een ontcijfering van de heksensabbat (Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1993).  

GIRARD, René

1961    Mensonge romantique et vérité romanesque (Paris: Grasset). Engelse vertaling Deceit, Desire, and the Novel (Baltimore: Johns Hopkins University Press; London: Athlone Press, 1966). Nederlandse vertaling De romantische leugen en de romaneske waarheid (Kampen: Kok Agora; Kapellen: Pelckmans, 1986).

1972    La violence et le sacré (Paris: Grasset). Engelse vertaling Violence and the Sacred (Baltimore: Johns Hopkins University Press; London: Athlone Press, 1977). Nederlandse vertaling God en geweld (Tielt: Lannoo, 1994).

1976    Critiques dans un souterrain (Lausanne: L'age d'homme). Nederlandse vertaling Dubbels en demonen (Tielt: Lannoo/Mimesis, 1995).

1978a  Des choses cachées depuis la fondation du monde. Recherches avec Jean-Michel Oughourlian et Guy Lefort (Paris: Grasset). Engelse vertaling Things Hidden since the Foundation of the World (Stanford CA: Stanford University Press 1987). Nederlandse vertaling Wat vanaf het begin der tijden verborgen was (Kampen: Kok Agora; Kapellen: Pelckmans, 1990).

1978b  To Double Business Bound. Essays on Literature, Mimesis and Anthropology (Baltimore: Johns Hopkins University Press; London: Athlone Press).

1982    Le bouc émissaire (Paris: Grasset). Engelse vertaling The Scapegoat (Baltimore: Johns Hopkins University Press; London: Athlone Press, 1986). Nederlandse vertaling De zondebok (Kampen: Kok Agora, 1986).

1987    "Generative Scapegoating", in: Hamerton-Kelly (ed.) (1987), 73-148.

1991    A Theater of Envy. William Shakespeare (Oxford: Oxford University Press).  

GITTÉE, Aug.

1889    "Een raadselboek voor Vlaanderen", recensie van Joos (1888), Volkskunde 2: 34-38.  

GLAZIER, Jack & Phyllis Gorfain GLAZIER

1976    "Ambiguity and Exchange. The Double Dimension of Mbeere Riddles", Journal of American Folklore 89: 189-238.  

GLUCKMAN, M.

1954    Rituals of Rebellion in Sout-East Africa (Manchester: Manchester University Press).  

GOFFMAN, Erving

1974    Frame Analysis. An Essay on the Social Organization of Experience (New York: Harper & Row).  

GOLDBERG, Christine

1993    Turandot's Sisters. A Study of the Folktale AT 851 (New York and London: Garland).  

GOLDSTEIN, Kenneth S.

1963    "Riddling Traditions in Northeastern Scotland", Journal of American Folklore 76: 330-36.  

GOLSAN, Richard J.

1993    René Girard and Myth. An Introduction (London & New York: Garland).  

GOODHART, Sandor

1978    "Ληστας 'Eφασκε: Oedipus and Laius Many Murderers", Diacritics (March): 55-71.  

GORFAIN, Phyllis

1976    "Riddles and Tragic Structure in Macbeth", Mississippi Folklore Register 10: 187-209.  

GREEN, Thomas

1972    "Riddle", in Bauman (ed.) (1992): 134-38.  

GREGOR, Walther

1881    Notes on the Folk-lore of the North-east of Scotland (= Publications of the Folklore Society VII) (London).  

GRESSMANN, Hugo

1922    Die Anfänge Israels (Göttingen).  

GRIMM, Jacob und Wilhelm

1819    Kinder- und Hausmärchen (Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 199114).  

GROENEWALD, C. Fr.

1919    Rijmpies en raaisels. Bijdraë tot die suidafrikaanse volkskunde. Dissertatie Groningen.  

GRZYBEK, Peter

1987    "Überlegungen zur semiotischen Rätselforschung", in: Eismann & Grzybek (1987): 1-38.  

GUMPERZ, John & Dell HYMES (eds.)

1972    Directions in Sociolinguistics (New York: Holt, Rinehart and Winston).  

GUNKEL, H.

1913    "Simson",  in: Reden und Aufsätze (Göttingen): 38-64.  

GUREVICH, Aaron

1997    "Bakhtin and his Theory of Carnival", in: Bremmer & Roodenburg (eds.) (1997): 54-60.  

HAAN, Tjaard W.R. de

1974    Smeulend vuur. Groninger volksverhalen (Den Haag: Kruseman).  

HAGELAND, A. van

1952    "De Gentse 'Mammelokker' een importartikel?" Oostvlaamsche Zanten 27 (6): 135-41.  

HAIN, Mathilde

1966    Rätsel (Stuttgart: Metzler).  

HALPERT, Herbert

1941    "The Cante-Fable in Decay", Southern Folklore Quarterly 5: 191-200.  

HAMERTON-KELLY, G. (ed.)

1987    Violent Origins. Ritual Killing and Cultural Formation (Stanford: Stanford University Press).  

HASTINGS, James zie Woordenboeken en encyclopedieën  

HAYN, Hugo

1890    "Die deutsche Rätselliteratur. Bibliographie", in Centralblatt für Bibliothekswesen 7: 516-56.  

HENDERSON, William

1866    Notes on the Folk Lore of the Northern Counties of England and the Borders. With an Appendix on Household-Stories by S. Baring-Gould. (London: Longmans, Green, an Co.).  

HERDER, Johann Gottfried

1783    Vom Geist der ebräischen Poesie (Deßau), in: Sämtliche Werke. Bernhard Suphar (Hrsg.) (Berlin: 1880), XII (Repro Hildesheim/New York: Georg Olms/Weidmann).  

HERODOTUS

Historiae. Bezorgd door J.J.E. Hondius en J.A. Schuursma (Wolters: Groningen, 19586). Vertaling Historiën door Onno Damsté (Bussum: Fabula-Van Dishoeck, 1968, 19744).  

HERSKOVITS Melville Jean and Frances Shapiro HERSKOVITS

1936    Suriname Folklore (New York: Columbia UP).

1958    Dahomean Narrative. A cross-cultural analysis (Evanston: Northwestern University Press).  

HEUSCH, Luc de

1958    Essai sur le symbolisme de l'inceste royal en Afrique (Brussel: Vrije Universiteit). Herdrukt in Écrits sur la royauté sacrée (Bruxelles: Instituut de Sociologie, 1987).  

HEUSLER, Andreas

1901    "Die altnordische Rätsel", Zeitschrift des Vereins für Volkskunde 11: 117-49.  

Historia Apollonii regis Tyri. De wonderbaarlijke geschiedenis van Apollonius, koning van Tyrus. Zie Archibald (1991). Vertaald door George Kortekaas (Den Haag: Martinus Nijhoff, 1982).  

HUDSON, R.A.

1980    Sociolinguistics (Cambridge: Cambridge University Press). Nederlandse vertaling Sociolinguïstiek (Groningen: Wolters-Noordhoff, 1982).  

HUIZINGA, Johan

1933    "Over de Grenzen van spel en ernst in de cultuur", in: Huizinga (1950): V, 3-25.

1940    Homo Ludens. Proeve eener Bepaling van het Spel-element der cultuur, in Huizinga (1950): V, 26-246. Engelse vertaling Homo Ludens: a Study of the Play-Element in Culture (London: Routledge, 1949; Boston: Beacon, 1955).

1950    Verzamelde Werken. 9 delen. (Haarlem: Tjeenk Willink, 1950).   

HYMES, Dell

1974    Foundations in Sociolinguistics. An Ethnographic Approach (London: Tavistock).  

IERSEL, Bas van

1994    "In raadselen gehuld", Schrift 151: 16-20.  

JAARSMA, Adam Aukes

1965-  Ms. (Amsterdam: PJMI; Leeuwarden: Fryske Akademy).

1979

JACOBS, Joseph

1905    "Riddle", Jewish Encyclopedia X: 408-10.  

JAKOBSON, Roman

1957    "Shifters, Verbal Categories and the Russian Verb", herdrukt in R.J., Selected Writings II (Den Haag: Mouton, 1971): 130-47.  

JOLLES, André

1925    "Rätsel und Mythos", in: "Rätselforschungen", Germanica, Eduard Sievers zum 75. Geburtstag 25. November 1925 (Halle an der Saale), 632-45.

1930    Einfache Formen (Halle). (Tübingen: Max Niemeyer, 19826).  

JOOS, Amaat

1888    Raadsels voor het Vlaamsche volk, gerangschikt, vergeleken en verklaard (Gent: Leliaert, Siffer en Cie).

1928    Raadsels van het Vlaamsche volk 3 delen. (Brussel: Standaard).  

KAPTEIN, Roel

1997    Op zoek naar Zijn. Een antropologie (Belfast: Corrymeela Press).

-- & Pieter TIJMES

1986    De ander als model en obstakel (Kampen: Kok Agora).  

KEIJZER, Nico

1980    "De doodstraf" in: Davelaar-van Tongeren, Keijzer & van de Pol (1980): 81-97.  

KELSO, James A.

1918    "Riddle", in Hastings (1921): X, 765-70.  

KERNAN, Alvin, Peter BROOKS & Michael HOLQUIST (eds.)

1973    Man and His Fictions. An Introduction to Fiction-Making, its Forms and Verse (New York: Harcourt, Brace, Jovanovich).  

KLEE, Felix

1960    Paul Klee. Leben und Werk in Dokumenten, ausgewählt aus den nachgelassenen Aufzeichnungen und den unveröffentlichten Briefen (Zürich: Diogenes).  

KÖHLER, Reinhold

1878    "Das Rätselmärchen von dem ermordeten Geliebten", Rivista di Letteratura popolare 1 (3): 213-21. Herdrukt in Köhler (Hrsg. Bolte) (1898), 350-60.

1898    Kleinere Schriften zur Märchenforschung, hrsg. von Johannes Bolte (Weimar: Emil Felber, 1898-1900). 2 delen.  

KÖHLER-ZÜLCH, Ines

1997    "Who Are the Tellers? Statements by Collectors and Editors ", Fabula 38 (3/4): 199-209.

KOOI, Jurjen van der

1979    Volksverhalen uit Friesland (Utrecht/Antwerpen: Spectrum).

1984    Volksverhalen in Friesland. Lectuur en mondelinge overlevering. Een typencatalogus. Dissertatie Groningen. (= Nedersaksische Studies 6, = Rige Estrikken 6) (Groningen: Stiftung FFYRUG/Stichting Salland).

1997    "Rechterraadsels", in Dekker, Van der Kooi & Meder (1997).  

KRETSCHMER, Paul

1899    "Zur Geschichte von der ‘säugenden Tochter’", Zeitschrift für deutsches Altertum 43: 151-57.  

KRIKMANN, Arvo

1996    "The Main Riddles, Questions, Allegories and Tasks in AT 875, 920, 921, 922 and 927", in: Valk (1996): 55-79.  

LAAN, Klaas ter

1928    "Richterroadsels", Groningen 11 (8): 153-54.

1929    Nieuw Groninger Woordenboek (Groningen/Den Haag: Wolters).

1930    Groninger Overleveringen2. Deel 1 (Zutphen), deel 2 (Groningen).

1932    Nederlandsche Overleveringen. 2 delen (Zutphen: Thieme).

1949    Folkloristisch Woordenboek van Nederland en Vlaams-België ('s-Gravenhage/Batavia: Van Goor).  

LABOV, William

1972a  Sociolinguistic Patterns (Philadelphia: University of Pennsylvania Press).

1972b  Language in the Inner City. Studies in the Black English Vernacular (Philadelphia: University of Pennsylvania Press).  

LANGE, Frits de

1987    "Différence. Achtergronden bij René Girard", Gereformeerd Theologisch Tijdschrift 192-225.

LASCARIS, André F.

1984    "De medemens als model en obstakel", Tijdschrift voor Theologie 24: 115-37.

 -- & Hans WEIGAND (red.)

1992    Nabootsing. In discussie over René Girard (Kampen: Kok Agora).  

LAUSBERG, Heinrich

1963    Elemente der literarischen Rhetorik (München: Max Hueber, 19848).  

LEATHER, Ella Mary

1912    The Folk-lore of Herefordshire (London).  

LEGRAND, Emile

1881    Recueil de contes populaires grecs (Paris: E. Leroux).  

LEROY, Herbert

1968    Rätsel und Missverständnis. Ein Beitrag zur Formgeschichte des Johannesevangeliums (Bonn: Hanstein).  

LEVINSON, Stephen C.

1983    Pragmatics (Cambridge: Cambridge University Press).  

LIDDELL, Henry George, Robert SCOTT zie Woordenboeken en encyclopedieën  

LINDEN, Renaat van der

1981    Grootmoeders raadselboek (Antwerpen: Beckers).  

LIVINGSTON, Paisley

1992    Models of Desire. René Girard and the Psychology of Mimesis (Baltimore and London: Johns Hopkins University Press).  

LÜTHI, Max

1962    Märchen (Stuttgart: Metzler, 19969).  

LYONS, John

1977    Semantics.  2 vols. (Cambridge: Cambridge University Press).  

MAAS, Utz

1976    Kann man Sprache lehren? Für einen anderen Sprachunterricht (Frankfurt a.M.: Syndikat).  

MAK, J.J.

1935-  "Over Raadsels, in het bijzonder de Oud-Noorsche", Volkskunde XL: 25-41 en 82-97.

1936  

MALONE, Kemp

1928    "Rose and Cypress", Publications of the Modern Language Association 43: 397-446.  

MARANDA, Elli Köngäs

1971a  "The Logic of Riddles", in Maranda and Maranda (eds.) (1971a), 189-232.

1971b  "Theory and Practice of Riddle Analysis", Journal of American Folklore 84: 51-61.

1976    "Riddles and Riddling: an Introduction", Journal of American Folklore 89: 127-37.  

MARANDA, Pierre & Elli Köngäs MARANDA (eds.)

1971a  Structural Analysis of Oral Tradition (Philadelphia: University of Pennsylvania Press).

1971b  Structural Models in Folklore (Den Haag: Mouton).  

MARGALITH, Othniel

1986    "Samson's Riddle and Samson's Magic Locks", Vetus Testamentum 36 (2): 225-34.  

McDOWELL, John H.

1985    "Verbal Dueling", in Van Dijk (1985): 203-211.  

McKENNA, Andrew

1992    Violence and Difference. Girard, Derrida and Deconstruction (Urbana and Chicago: University of Illinois Press).  

McKINNELL, John

1994    Both One and Many: Essays on Change and Variety in Late Norse Heatherism. Philologia 1, a cura di Teresa Paroli 1 (Roma).  

MEER, Bob van der

1988    De zondebok in de klas (Den Bosch: KPC).  

MEERTENS, P.J.

1953    "Het raadsel", Handelingen van het 20ste Vlaams Philologencongres: 231-33.  

MEIER, John

1909    "Deutsche und niederländische Volkspoesie", in: Hermann Paul, Grundriss der germanischen Philologie (Strassburg: Trübner): II (i), 1281-90.  

MENESTRIER, C.F. s.j.

1694    La philosophie des images énigmatiques où il est traité des énigmes, hieroglyphes, etc. (Lyons).  

MEYER, Hansjörg

1967    Das Halslösungsrätsel. Inaugural-Dissertation, Würzburg.  

MEYER, Maurits de

1968    Le conte populaire flamand (= Folklore Fellows Communications 203) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).  

MONT, Pol de

1888    "Raadsels", Volkskunde I: 18-19, 205-6.  

MOORE, G.F.

1918    A critical and exegetical commentary on Judges ( ICC) (Edinburgh: Clark).  

MOORMAN VAN KAPPEN, Olav

1986    "Zur Geschichte der Bahrprobe in den Niederlanden", in Carlen (1986), deel 8: 79-96.  

MÜLLENHOFF, Karl Viktor

1845    Sagen, Märchen und Lieder der Herzogthümer Schleswig, Holstein und Lauenburg (Kiel); neue Ausgabe, besorgt von Otto Mensing (Schleswig: 1921); fotografische herdruk van (1921): Hildesheim/New York: Georg Olms Verlag (1976).

1855    "Nordische, englische und deutsche Räthsel", Zeitschrift für deutsche Mythologie und Sittenkunde 3 (1): 1-20.

1883    "Ein Räthsel", Am Urds-Brunnen Heft 2 Jahrgang 3 Band II, 37.  

MÜLLER, Hans-Peter

1970    "Der Begriff 'Rätsel' im Alten Testament", Vetus Testamentum 20: 465-89.  

NEL, Philip

1985    "The Riddle of Samson (Judg 14,14.18)", Biblica 66: 534-45.  

NEWMEYER, Frederick  J. (ed.)

1988    Linguistics. The Cambridge Survey 4, The socio-cultural context (Cambridge: Cambridge University Press).  

NN

1898    Recensie van Pitrè, Folk-Lore 9: 258-61.  

NOORDEWIER, M.J.

1853    Nederduitsche Regtsoudheden (Utrecht: Kemink en Zoon).  

NORTON, F.J.

1942    "Prisoner who Saved his Neck with a Riddle", Folk-Lore 53: 27-57.  

OHLERT, Konrad

1886    Rätsel und Gesellschaftsspiele der alten Griechen (Berlin). 2de bewerkte druk Rätsel und Rätselspiele (Berlin: Mayer & Müller, 1912).  

OUGHOURLIAN, Jean-Michel

1982    Un mime nommé désir. Hystérie, transe, possession, adorcisme (Paris: Grasset). In het Engels vertaald door Eugene Webb, The Puppet of Desire. The Psychology of Hysteria, Possession, and Hypnosis (Stanford: Stanford University Press, 1991).  

PANZER, Friedrich

1935    "Das Volksrätsel", in: Spamer (1935): 263-82.  

PARSONS, Elsie Clews

1917    "Notes on the Folklore of Guilford County, North Carolina", Journal of American Folk-lore 30: 201-07.  

PAULY & WISSOWA zie Woordenboeken en encyclopedieën  

PELCKMANS, Paul & Guido VANHEESWIJCK (red.)

1996    René Girard. Het labyrint van het verlangen (Kapellen: Pelckmans, Kampen: Kok Agora).  

PEPICELLO, W.J. & Thomas A. GREEN

1984    The Language of Riddles: New Perspectives (Columbus: Ohio State University Press).  

PÉTIS DE LA CROIX, François [et Alain-René Lesage]

1711-  Les Mille et un Jour. Contes Persans, traduits en François. 5 delen (Amsterdam:

1713    Pierre de Coup). Texte établi par Paul Sebag (Paris: Bourgois, cop. 1980). Nederlandse vertaling van C.F. van der Horst De Duizend en één dag (Hezârjek Roez) Perzische verhalen, 4 delen (Santpoort: C.A. Mees, 1927-28).  

PETSCH, Robert

1898    Studien über das Volksrätsel (Berlin). Herdrukt in Petsch (1899).

1899    Neue Beiträge zur Kenntnis des Volksrätsels in: Palaestra IV (Berlin: Mayer & Müller). Herdruk van Petsch (1898), met een Anhang: "Rockenbüchlein" en "Über die Herausgabe von Volksrätseln".

1917    Das deutsche Volksrätsel (Strassburg: Trübner).  

PEUCKERT, Will-Erich

1938    Deutsches Volkstum in Märchen und Sage, Schwank und Rätsel (Berlin: De Gruyter).  

PITRÈ, Giuseppe

1897    Indovinelli, dubbi, scioglilingua del popolo siciliano (= Biblioteca della Tradizioni Popolari Sicilane XX) (Torino-Palermo: Carlo Clausen).  

PLATO

Politeia. Livres iv-vii, in: Oeuvres Complètes, tome vii, 1re partie. Texte établi et traduit par Émile Chambry (Paris: Les Belles Lettres, 1956).  

POPULIER, Jan

1993    God heeft echt bestaan (Tielt: Mimesis).  

POS, Sonja

1988    "De thema's van bemiddelaar en zondebok in de roman De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans", in: Van Beek (1988), 155-171.  

POUILLON, Jean & Pierre MARANDA (eds.)

1970    Echanges et communications (Den Haag: Mouton).  

RADCLIFFE-BROWN, A.R.

1952    Structure and Function in Primitive Society (London: Cohen & West, 19614).  

RANDOLPH, Vance

1952    Who Blowed Up The Church House (New York).  

RANK, Otto

1912    Das Inzest-Motif in Dichtung und Sage. Grundzüge einer Psychologie des dichterischen Schaffens (Leipzig/Wenen: Deuticke, vermeerderde druk 19262, herdrukt Darmstadt, 1974).  

RANKE, Kurt zie Woordenboeken en encyclopedieën  

REIS, Ria

1990    "Vrouwen en wanorde", Antropologische Verkenningen 9 (2): 1-15.

1996a  Sporen van ziekte. Medische pluraliteit en epilepsie in Swaziland (Amsterdam: Het Spinhuis).

1996b  Inleiding themanummer Mary Douglas, Focaal 28: 7-16.  

RICKFORD, John R.

1986    "Riddling and Lying: Participation and Performance", in Fishman et al. (eds.) (1986): II, 89-106.  

RICOEUR, Paul 

1975    La métaphore vive (Paris: Seuil).  

RIJNAARTS, José

1987    Dochters van Lot (Amsterdam: Dekker; Rainbow Pockets 1989).  

ROBERTS, John M. & Michael L. FORMAN

1971    "Riddles: Expressive Models of Interrogation", in: Ethnology 10: 509-33. Ook in Gumperz & Hymes (1972), 180-209.  

RÓHEIM, Géza

1934    The Riddle of the Sphinx or Human Origins. Vertaald uit het Duits door R. Money-Kyrle (London: Hogarth Press; New York etc.: Harper & Row, 1974).  

RÖHRICH, L.

1956    Märchen und Wirklichkeit. Eine volkskundliche Untersuchung (Wiesbaden: Franz Steiner: 1974).  

ROTH, Cecil and Geoffrey WIGODER zie Woordenboeken en encyclopedieën  

SANTI, Aldo

1952    Bibliografia della enigmistica (Firenze: Sansoni).  

SASSEN, Aug.

±1890  Hs. Noord-Brabantsche Folklore (Tilburg: KUB, Brabantcollectie).  

SCHIPPER, Mineke

1990    Afrikaanse letterkunde (Baarn: Ambo; Den Haag: Novib).  

SCHITTEK, Claudia

1989    Flog ein Vogel federlos. Was uns die Rätsel sagen (München/Wien: Carl Hanser).  

SCHOFFELEERS, Jan-Mathijs

1977    "Particularisme en profanatie", openbare les (Amsterdam: VU).

1991    "Waarom God maar één been heeft. Naar een post-structuralistische antropologie van de religie", oratie RU Utrecht. In het Engels verschenen als "Twins and Unilateral Figures in Central and Southern Africa: Symmetry and Asymmetry in the Symblization of the Sacred", Journal of Religion in Africa 21 (4): 345-72.

1992    River of Blood. The Genesis of a Martyr Cult in Southern Malawi, c.A.D. 1600 (Madison: Wisconsin University Press).

-- & Adrian ROSCOE

1985    Land of Fire. Oral Literature from Malawi (Limbe: Popular Publications).

-- (ed.)

1979    Guardians of the land. Essays on Central African Territirial Cults. With a Foreword by T.O. Ranger (Gwelo: Mambo Press).  

SCHÖNFELDT, A.

1978    "Zur Analyse des Rätsels", Zeitschrift für deutsche Philologie 97: 60-73.  

SCHREUDER, J.G.

1915    Onderzoek naar het oude strafrechtsgebruik volgens hetwelk eenen veroordeelde kwijtschelding kon worden verleend wanneer eene vrouw hem wilde huwen. Dissertatie Universiteit van Amsterdam. (Amsterdam: A.H. Kruyt).  

SCHRIJNEN, Josef

1930-  Nederlandsche volkskunde2 (Zutphen), deel 2, "Raadsels en spreekwoorden", 97-156.

1933  

SCHULTZ, Wolfgang

1909-  Rätsel aus dem hellenischen Kulturkreise. Erster Teil: Die Rätselüberlieferung (1909).

1912    Zweiter Teil: Erläuterungen zur Rätselüberlieferung" (1912)  (Leipzig: J.C. Hinrichs).

1913    "Rätsel", in: Pauly/Wissowa, cols. 62-125.  

SCOTT, James C.

1976    The Moral Economy of the Peasant. Rebellion and Subsistence in Southeast Asia (New Haven and London: Yale University Press).  

SEAFORD, Richard

1994    Reciprocity and Ritual. Homer and Tragedy in the Developing City-State (Oxford: Clarendon Press).  

SEARLE, John R.

1968    Speech Acts. An Essay in the Philosophy of Language (Cambridge: Cambridge University Press).  

SHAKESPEARE, William

Macbeth. Ed. by Kenneth Muir (= The Arden Edition of the Works of William Shakespeare) (London: Methuen & Co., 1955).

Pericles. Ed. by F.F. Hoeniger (= The Arden Edition of the Works of William Shakespeare) (London: Methuen & Co., 1963).  

SIMONS, Anton

1990    Het groteske van taal. Over het werk van Michail Bachtin (Amsterdam: SUA).  

SIMONSE, Simon

1988    "De slaperigheid van koning Fadyet. Regicide en het zondebokmechanisme in de Nilotische Soedan", in: Van Beek (1988): 172-208.

1992    Kings of Disaster. Dualism, Centralism and the Scapegoat King in Southeastern Sudan (Leiden: Brill).  

SIMROCK, K.

1850    Das deutsche Räthselbuch (Frankfurt a/M).  

SINNINGHE, Jacques R.W.

1936    Overijselsch Sagenboek (Zutphen).

1937    Oud-Hollandsche Raadsels (= Libellen - Serie no 116) (Baarn).

1942    Vijftig Nederlandse Sprookjes (Amsterdam: Elsevier).

1943    Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten (= Folklore Fellows Communications 132) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).  

SOGGIN, J. Alberto

1981    Judges. A Commentary. Uit het Italiaans vertaald door John Bowden (London: SCM Press, 19872).  

SPAMER, A. (Hrsg.)

1935    Die deutscheVolkskunde (Leipzig2).  

STANZEL, Franz Z.

1964    Typische Formens des Romans (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht).  

STERKENS, Remi & Paula STERKENS-CIETERS

1948    Inleiding tot de taalstudie ten dienste van Athenea, Colleges en Normaalscholen tweede deel4 (Brussel: De Boeck).  

STRUBBE, E.I 

1970    "De rechtelijke volkskunde", in: Jaarboek Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde, Vlaamse Afdeling 23: 111-31.  

TARDY, L.

1933    "Contributions à l’étude du folklore bantou. Les fables, devinettes et proverbes fang", Anthropos 28.  

TÄUBLER, E.

1958    Biblische Studien (Tübingen).  

TAYLOR, Archer

1938a  "Problems in the Study of Riddles", Southern Folklore Quarterly 2 (1): 1-9.

1938b  "Riddles Dealing with Family Relationships", Journal of American Folk-Lore 51 (199): 25-37.

1939    A Bibliography of Riddles (= Folklore Fellows Communications 126) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).

1943    "The Riddle", California Folklore Quarterly 2: 129-47.

1944    "The Riddle of the Morning Spring", Southern Folklore Quarterly 8: 23-25.

1948a  The Literary Riddle before 1600 (Berkeley: University of California Press).

1948b  "Straparola’s Riddle of Pero and Cimon and Its Parallels", Romance Philology 1 (4): 297-303.

1951    English Riddles from Oral Tradition (Berkeley en Los Angeles: University of California Press).  

THOMAS, Richard F.

1988    zie: VERGILIUS  

THOMPSON, Stith

1946    The Folktale (New York: Holt, Rinehart & Winston).

1955-  Motif Index of Folk-Literature. A Classification of Narrative Elements in Folktales,

1958    Ballads, Myths, Fables, Mediaeval Romances, Exempla, Fabliaux, Jest-Books and Local Legends. Revised and Enlarged Edition, 6 vols. (Copenhagen, 1955-58).  

TIJMES, Pieter

1985    "We zijn veroordeeld altoos te blijven twisten. Een vergelijking van Max Weber en René Girard", Mens en Maatschappij 4 (60): 376-89.  

TINNEVELD, A.

1976    Vertellers uit de Liemers (Wassenaar: Neerlands Volksleven).  

TODOROV, Tzvetan

1998    "I, Thou, Russia", recensie van Caryl Emerson, The First Hundred Years of Mikhail Bakhtin (Princeton University Press), Times Literary Supplement, March 13 (# 4954): 7-8.  

TOLKIEN, Christopher

1960    The Saga of King Heidrek the Wise (London: T. Nelson and Sons).  

TOMASEK, Tomas

1994    Das deutsche Rätsel im Mittelalter (Tübingen: Max Niemeyer Verlag).  

TORCZYNER, Harry (= Tur Sinai, N.H.)

1924    "The Riddle in the Bible", Hebrew Union College Annual 1: 125-49.  

TCHERKÉZOFF, Serge

1987    Dual Classification Reconsidered. Nyamwezi sacred kingship and other examples (Cambridge: Cambridge University Press). Oorspronkelijke titel Le roi Nyamwezi, la droite et la gauche: Révision comparative des classifications dualistes. Vertaald door Martin Thom.  

TUPPER, Frederick

1910    The Riddles of the Exeter Book (Boston: Ginn). (Herdruk Darmstadt: WBG, 1968).  

TURNER, Victor

1977    The Ritual Process. Structure and Anti-Structure (Ithaca, NY: Cornell University Press, 19896). Eerste editie 1969 (Aldine).  

TYBERG, Son

1995    Raadselpret op het toilet (Aartselaar: Deltas).  

UDE-KOELLER, Susanne

1990    "Halslöserätsel", in: Enzyklopädie des Märchens 6: 412-19.  

UTHER, H.-J.

1981    Behinderte in populären Erzählungen. Studien zur historischen und vergleichenden Erzählforschung (Berlijn/New York).  

VALERIUS MAXIMUS

Facta et dicta memorabilia. Tome 2, Livres iv-v. Texte établi et traduit par Robert Combès (Paris: Les Belles Lettres, 1997).  

VALK, Ülo (ed.)

1996    Studies in Folklore and Popular Religion 1. Papers delivered at the Symposium "Walter Anderson and Folklore Studies Today" (Tartu: Department of Estonian and Comparative Folklore, University of Tartu).  

VANSINA, Jan

1985    Oral Tradition as History (Madison: Wisconsin University Press).  

VERGILIUS

Georgica. Volume 2, Books III-IV. Edited by Richard F. Thomas (Cambridge: Cambridge University Press, 1988). Nederlandse vertaling Het boerenbedrijf door Ida G.M. Gerhardt (Den Haag/Amsterdam: Bert Bakker/Atheneum Polak & Van Gennep, 1969).  

VERNANT, Jean-Pierre

1970    "Ambiguïté et renversement: sur la structure énigmatique d'Oedipe Roi", in: Pouillon & Maranda (1970): 1253-79.  

VERVLIET, J.B.

1889    "Raadsels", Ons Volksleven 1: 78-80.  

VLOTEN, J. van

1872    Nederlandsche Baker- en Kinderrijmen II (Leiden: Sijthoff).  

VOIGT, Vilmos

1992    "Ung. MESE '?'", in: Festschrift Károly Rédei (Wien/Budapest).  

VRIES, Jan P.M.C. de

1928    Die Märchen von klugen Rätsellösern. Eine vergleichende Untersuchung (= Folklore Fellows Communications 73) (Helsinki: Academia Scientiarum Fennica).  

WÄHLER, Martin

1940    "Das Leben des Volksrätsels im Volke", Zeitschrift für Volkskunde 49: 260-73.  

WEBB, Eugene

1993    The Self Between. From Freud to the New Social Psychology of France (Seattle and London: University of Washington Press).  

WHITE, Allon

1993    Carnival, Hysteria and Writing. Collected Essays and Autobiography (Oxford: Clarendon Press).  

WILLIAMS, James G.

1994    "History-Writing as Protest: Kingship and the Beginning of Historical Narrative", Contagion 1 (Spring): 91-110.  

WINKLER, Johan

1883    "Het meiske en de rütersman", in: Korrespondenzblatt des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung 8: 82.  

WITTGENSTEIN, Ludwig

1953    Philosophische Untersuchungen (Frankfurt: Suhrkamp, 1971)  

WOLF, J.W. (Hrsg.)

1843    Niederländische Sagen (Leipzig: Brockhaus).  

WOLFENSTEIN, Martha

1954    Children's Humor. A Psychological Analysis (Glencoe, Ill.: Free Press).  

WOSSIDLO, Richard

1897    Mecklenburgische Volksüberlieferungen. Erster Band: Rätsel (Wismar: Hinstorff'sche Hofbuchhandlung Verlagsconto).  

WÜNSCHE, August

1883    Die Räthselweisheit bei den Hebräern, mit Hinblick auf andere alte Völker dargestellt (Leipzig: Otto Schulze).  

YUSA, Michiko

1987    "Paradox and Riddles", in: Eliade, Encyclopedia of Religion: 11, 189-95.  

E-mail adres auteur: elias@blaisepascal.nl

 

   SITEMAP Girard Studiekring