Studiekring René Girard > Online teksten  

Verslag conferentie Cambridge
Joachim Duyndam

Op 16 en 17 oktober 2009 vond in Cambridge, UK, de tweedaagse conferentie plaats over Girard en Darwin:  From Animal to Human: Rethinking the Evolutionary Interface. In het prachtige St. John’s College in hartje Cambridge verzamelden zich zo’n 80 wetenschappers, voornamelijk uit Europa en de Verenigde Staten, om verbanden te exploreren en te bediscussiëren tussen mimetische theorie en evolutietheorie. Vanuit Nederland waren er vijf deelnemers: Thérèse Onderdenwijngaard en haar partner de sterrenkundige Romke Bontekoe, Michael Elias, Simon Simonse (die eigenlijk uit Kenia kwam) en Joachim Duyndam.

Het was een bijzonder interessante conferentie. Er waren lezingen en discussiebijdragen van o.a. William Hurlburt (Standord), Melvin Konner (Emory), John Polkinghorne (Cambridge), Roger Scruton (Oxford), Jean-Pierre Dupuy (Parijs/Stanford), Paul Dumouchel (Kyoto), William Durham (Stanford), Sarah Coakley (Cambridge), en Bob Hamerton-Kelly (Stanford/Imitatio). Het volledige overzicht is te vinden op www.girarddarwin.com. Omdat mijn verslag op deze plaats niet volledig kan zijn, en toch een indruk wil geven, licht ik er twee bijdragen uit.

In de eerste plaats is dat de prachtige lezing van Jean-Pierre Dupuy, waarin hij de verbanden tussen mimetische theorie en evolutietheorie onderzocht vanuit een derde bron: The Theory of Moral Sentiments van Adam Smith uit 1759, precies honderd jaar ouder dan On the Origin of Species. Zo’n driehoek – uiteraard een mimetisch symbool! – werkt zeer verhelderend voor de interpretatie, zoals ik zelf ook heb ontdekt ten aanzien van Levinas, Heidegger en Girard. In het geval van Adam Smith komt daar nog bij dat zijn Theory of Moral Sentiments zelf helemaal triangulair is opgebouwd. Deze theorie draait om de impartial spectator, die zich ‘sympathisch’ verhoudt tot de twee antagonisten in een moreel conflict, waarover juist hij of zij vanuit deze onpartijdige maar meelevende positie kan oordelen, aldus Smith. Dupuy ontwaarde in de Smithiaanse driehoek (verborgen) mimetische elementen. Eerlijk gezegd vind ik dat laatste discutabel , maar dat betekent dus ook: bediscussieerbaar. De echte voorloper van Girard lijkt mij Thomas Hobbes (1588-1679) te zijn, die zijn politieke opvattingen in belangrijke mate stoelde op de menselijke wedijver en afgunst.

De tweede bijdrage die ik hier wil vermelden is die van William Durham, bekend van zijn opvatting over co-evolutie (1991), waarin hij parallel aan de evolutie der genen en de natuurlijke selectie een evolutie van culturele elementen en culturele selectieprocessen ziet. In zijn razendsnelle en met powerpoint beelden ondersteunde voordracht nam hij de betekenis van (moeder)melk als uitgangspunt. Hierdoor werden algemene evolutionaire en mimetische schema’s opeens prachtig  concreet. Via het offeren van melkgevende dieren bij o.a. de Grieken en Romeinen legde hij linken met de opvattingen van Girard over het offer. Deze invalshoek zou echter ook een mooie vergelijking kunnen opleveren met potlatch praktijken zoals Marcel Mauss deze in zijn beroemde Essai sur le don heeft beschreven. In de potlatch worden grote hoeveelheden eerste levensbehoeften vernietigd, ter verhoging van het eigen prestige van de groep, en in rivaliteit met naburige stammen. Zover ging Durham echter niet. Maar zijn voordracht demonstreerde schitterend hoe je vanuit één concreet iets – in dit geval (moeder)melk – de hele cultuur kunt begrijpen. Niet dat zo’n fenomenologische werkwijze volledig of uitputtend zou zijn – integendeel, er zijn altijd talloze andere concrete invalshoeken mogelijk – maar het is mijn diepe overtuiging dat je alleen zo tot echt begrip kunt komen van de wereld waarin we leven, en van onszelf.