Studiekring René Girard > Online teksten  

Van Genesis tot Eminem

 

Interview met Erik Buys, auteur van Vrouwen, Jezus en rock-‘n-roll

 

 

Berry Vorstenbosch

 

Als ik Erik Buys op CS Antwerpen de hand schud zie ik een jonge, vriendelijke man voor me, die voor we ons goed en wel achter een kop koffie in een café aan de Keyserlei hebben gezet, een verhaal begint over ‘existentiële bekommernis’. Hij heeft het een en ander voorbereid en leest voor uit de aantekeningen die hij onderweg hier naar toe gemaakt heeft. ‘Ik heb een meer dan alleen maar intellectuele belangstelling voor het werk van René Girard en James Alison,’ zegt hij. Het wereldleed komt al snel binnen en ik hoor cijfers over het grote aantal zelfmoorden en zelfmoordpogingen per jaar in België en Nederland. Ik ben verrast door deze zwaarte aan het begin van een gesprek met iemand die zijn boek de zo lichte en pakkende titel Vrouwen, Jezus en rock-‘n-roll heeft meegegeven.

Waarom Erik Buys zo diep moet nadenken op mijn vraag of hij religieus is opgevoed begrijp ik niet helemaal. Voor hij zijn antwoord kan formuleren stel ik hem enkele praktische vraagjes: ‘Ik bedoel, heb je al die dingen meegemaakt, zondags naar de kerk, ter communie, liederen zingen, de preek en zo…?’ Per slot van rekening zijn er ook mensen die socialistisch, humanistisch of met helemaal niets zijn opgevoed.  ‘O ja, natuurlijk,’ zegt hij, ‘gewoon een traditioneel katholieke opvoeding, dat zeker wel. Toch is een echte betrokkenheid op het christelijke verhaal pas later gekomen.’

Al die kerkgang, die hele keurig traditionele opvoeding en alles wat je daarin terloops van de Bijbel te weten komt, valt in het niet bij wat je kunt ontvangen van waarlijk christelijk geïnspireerde mensen. Buys onderkent in zijn leven twee belangrijke bronnen die hem op de weg hebben gebracht waar hij nu zit. De eerste is de in 2008 overleden E.H. Michaël Ghijs, bijna 50 jaar lang onvermoeibaar leider en begeesteraar van het koor Schola Cantorum Cantate Domino te Aalst, waar Buys vanaf zijn vroege jeugd deel van uitgemaakt heeft. Aan deze priester is Vrouwen, Jezus en rock-‘n-roll  opgedragen. De tweede bron is de mimetische theorie, waar hij mee in aanraking kwam in de tijd dat hij te Leuven godsdienstwetenschappen studeerde.

 

Eerwaarde

 

School van Zangers:  Zing voor de Heer. Zo zou je Schola Cantorum Cantate Domino kunnen  vertalen. En dat, drukt Erik Buys me op het hart, was ook het daadwerkelijke streven van Michaël Ghijs, die binnen het koor altijd ‘Eerwaarde’ werd genoemd, zo consistent dat het bijna als zijn eigennaam ging functioneren. ‘We waren niet louter bezig met hoe mooi de muziek was, we waren bezig met hoe muziek kon bijdragen aan een religieus besef. We zongen Mendelssohn, Bach, Händel – en als een componist een piano of een forte voorschreef, dan ging Eerwaarde aan de hand van de bijbeltekst uitleggen waaróm de componist juist op die plaats een piano of forte had voorgeschreven.’

De leiding van Eerwaarde hield ook in dat er hard en frequent gerepeteerd moest worden. Voor de jongens die op school zaten begon elke schooldag met een vaste repetitie tussen 7:30 en 8:30. Daarbij waren er iedere dag de repetities in de middagpauze van ruim een half uur en eenmaal  per week, aan het einde van de schooldag, was er dan nog een uur repetitie voor de afzonderlijke zangstemmen. Op zaterdag werd er dan nog gerepeteerd met de koorleden die niet meer op school zaten. Tel het allemaal maar bij elkaar op, deze enorme discipline waarmee Ghijs bijna 50 jaar een koor heeft weten te begeesteren.

En natuurlijk, daarnaast waren er de uitvoeringen: ‘We hadden gemiddeld één uitvoering per week. Soms was het gewoon een huwelijksmis of requiem in Aalst. Maar we traden ook op in binnen- en buitenland: van Malta tot Quebecq, van Zuid-Afrika tot Zuid-Korea…  te veel om op te noemen. Eerwaarde zorgde er vaak voor – en dat hoorde ook helemaal bij het koor – dat mensen die er in financieel  opzicht niet zo warm bijzaten, toch mee konden gaan op deze reizen.’

Dit koor, deze Schola Cantorum Cantate Domino, was een van de belangrijkste invloeden in Buys’ vorming. ‘De meeste jongens komen net als ik ergens op hun 10de of 11de  levensjaar bij het koor binnen. Je begint als sopraan – het koor bestaat uit louter mannen – en gaandeweg ontwikkel je je tot bas, tenor, of zoals in mijn geval, contratenor/alt. Opgroeiend binnen dat koor nemen ook je verantwoordelijkheden toe en krijg je, zeker rondom die buitenlandse reizen, iets als een ‘hoedetaak’. Doordat er jongeren bij blijven komen, word je steeds opnieuw geconfronteerd met de onbevangenheid van die kinderen.  Zelf behoorde ik al snel tot de solisten – met alle concurrentiestrijd en kleine en grotere intriges waarin je dan verzeild kan raken. Ik moet toegeven dat ik mij op een bepaald moment misschien teveel liet meeslepen door die liefde voor mijn status als solist.’

 

Godsdienstwetenschappen

 

Dit woord ‘status’ brengt ons bij Buys’ andere belangrijke inspiratiebron: de mimetische theorie. De boeken van René Girard, haar grondlegger, en de boeken van James Alison, wiens werk vooral een theologische uitwerking is van Girards kerngedachten, hebben diepe sporen in de ontwikkeling van Buys nagelaten. ‘Ik heb een brede belangstelling, voor muziek, literatuur, cultuur in het algemeen en ik besefte dat het christendom een cruciale rol heeft gespeeld in de Westerse  geschiedenis. Ik wilde daar meer van weten, en vanuit een dergelijke, eigenlijk vooral intellectuele instelling ben ik aan de studie Godsdienstwetenschappen in Leuven begonnen, hoewel het voorbeeld van Eerwaarde natuurlijk een existentiële snaar had geraakt. Intellect en existentie, om het zo te noemen, ontmoetten elkaar toen ik in aanraking kwam met het werk van René Girard. Toen pas kwam het bij me op de Bijbel zelf open te slaan, en die teksten de aandacht te geven die ze verdienen.’

Kun je zeggen welk boek van Girard daarin een sleutelrol heeft vervuld?

‘Het echte sleutelboek was niet een boek van René Girard, maar van James Alison. Het heet Knowing Jesus. Ik heb het indertijd in de Nederlandse vertaling, Kennis van Jezus, gelezen en het heeft mij heel diep geraakt. Naderhand heb ik het ook aan Eerwaarde laten lezen, en ook hij was er erg door getroffen. Het is via dit boek dat ik op het spoor van het werk van Girard ben gekomen. Mijn docent, met wie ik hierover sprak, raadde me aan me verder in het werk van Girard te verdiepen. Ik dacht op dat moment nog heel eclectisch en voelde er weinig voor me helemaal op het oeuvre van één denker te storten. Maar uiteindelijk is dit toch gebeurd en, ik moet zeggen, ik ben blij dat het zo gelopen is.’

Was de kennismaking met de mimetische theorie een keerpunt in je leven?

‘Het bijzondere aan de mimetische theorie, het bijzondere aan de schrijfselen van Girard of Alison, is dat ze je helpen belangrijke vragen te stellen over jezelf.  Als ik iets belangrijk vind, wie of wat imiteer ik daarbij? Waar is het mij om te doen? – ben ik een snob, die geprezen wil worden om zijn kennis van de geschiedenis van de religie in het algemeen en die van het christendom in het bijzonder? - of ben ik iemand die met heel zijn wezen contact heeft met een aantal religieuze kernthema’s zoals het beheersen van of ontkomen aan bruut geweld? Waarom bleef ik me zo inzetten voor Schola Cantorum Cantate Domino? Was het om de status die ik daar als solist verworven had? Het mimetische denkgoed hielp me dergelijke vragen, soms heel persoonlijke vragen, te stellen.’

Je gebruikt vaak het woord status, een woord dat Girard lijkt te vermijden.

‘In mijn boek Vrouwen, Jezus en rock-‘n- roll  neem ik het begrippenkader van Girard als zodanig niet over. Ik probeer de ideeën te vertalen naar wat anderen, met name jongeren, bezighoudt en kom dan automatisch uit bij woorden als ‘status’ en ‘prestige’. En dit zijn woorden die jongeren uitstekend begrijpen.’

 

Existentiële bekommernis

 

Een ander woord dat je vaak noemt is ‘snobisme’. Waaraan denk je dan?

‘Bijvoorbeeld aan het snobisme van sommige opera-bezoekers jegens de popcultuur, aan hoe geleerde  godsdienstwetenschappers soms denken over de bijbelvaste, kerkgaande christenen zelf, of aan mensen die alles van Dostojevsky weten, maar geen enkele belangstelling kunnen opbrengen voor wat omgaat in de hoofden van de jongeren in hun omgeving. De mimetische theorie biedt een uitweg uit dit intellectuele snobisme en behalve het onderzoeken van je eigen motivatie, brengt ze je bij vraagstukken die er werkelijk toe doen. Soms zijn dat vormen van geestelijke ontreddering. Ik zie een verband tussen de neiging tot bepaalde vormen van imitatie en bepaalde psychische problemen. Als men zich spiegelt aan iemand anders – en onze reclamewereld is vol van te imiteren supersterren – neemt men soms geen vrede meer met de eigen identiteit in de eigen situatie. De frustraties die ontstaan doordat men in het imiteren van iemand anders eigenlijk de positie en status van die ander verlangt, kunnen aanleiding geven tot verregaande gevoelens van onzekerheid en zelfhaat. Het is in deze contekst dat de cijfers over zelfmoordpogingen mij interesseren. Daarnaast krijg je in de mimetische theorie te maken met vragen naar de oorsprong van het geweld, de werking van rivaliteit en de rol van het zondebokmechanisme. Mimetische processen genereren slachtoffers in verschillende contexten – dat kan de wanhoop van een individu zijn, maar ook een burgeroorlog en alles wat daar aan leed uit voortkomt. Het sluit aan bij wat Edward Schillebeeckx contrastervaring noemt.’

Contrastervaring?

‘Met dit woord duidde Schillebeeckx op de spontane neiging van verzet tegen en onvrede over het lijden dat we zelf mede veroorzaken of in stand houden. Je kunt hierbij denken aan de armoede die maar voort blijft bestaan, aan de uitbuiting van de natuur, maar ook aan de emotionele ravage die het adoreren van de sterren uit Hollywood of uit de rapcultuur kunnen aanrichten – thema’s die in films en raps zelf weer aan de orde komen. De contrastervaring kan onze werkelijkheidszin aanscherpen en onze verbondenheid doen groeien in het opnemen van een gedeelde verantwoordelijkheid. Het christendom is existentieel subversief, in de manier waarop het steeds aan allure en status voorbijgaat en op zoek blijft gaan naar waarheid.’

 

Voor wie?

 

Voor wie heb je Vrouwen, Jezus & rock’n roll eigenlijk geschreven?

‘Het boek is meer een pastoraal boek dan een academisch boek. Of alle academici de manier waarop ik begrippen met elkaar in verbinding breng steeds kunnen billijken, durf ik niet zeggen, maar ik hoop wel dat zelfs doorgewinterde wetenschappers de moeite nemen met mijn gedachtenlijn mee te gaan. Meer dan de louter intellectueel geïnteresseerde lezer, heb ik bij het schrijven van dit boek collega-godsdienstleraren op het oog gehad. Ik leg uit hoe ik bijbelteksten in mijn lessen opneem en hoe die teksten moeiteloos aansluiten bij teksten waar jongeren zich mee bezig houden.’

In je boek zag ik schema’s staan waarbij ik het gevoel kreeg dat ze op een schoolbord hadden gestaan.

‘Zeker is er heel wat lesmateriaal dat ik in de klas gebruikt heb in mijn boek terechtgekomen. Maar het is geen lesboek, en ik hoop er ook ouderen mee te interesseren in de populaire cultuur. Ik wilde wel heel graag aansluiten bij de belevingswereld van jongeren in deze tijd.’

 Jij hebt er voor gekozen vrijelijk over seksualiteit en homoseksualiteit te schrijven.

‘Het is wel met opzet dat ik het thema homoseksualiteit in mijn boek heb willen aanroeren. Tegenwoordig hoor je vaak dat alles moet kunnen en mogen, dat homoseksualiteit eigenlijk ook voor niemand meer een probleem hoeft te zijn, maar als je werkelijk met homoseksuele jongeren te maken hebt, dan weet je dat de tijd van het grote worstelen met je seksuele geaardheid nog lang niet voorbij is. Tijdens een van mijn reizen met Schola Cantorum Cantate Domino heb ik meegemaakt dat twee jongens, die jarenlang goede vrienden en kamergenoten waren, al die tijd geen van beiden van elkaar wisten dat ze homoseksueel waren .’

 

Vrouwen en Popmuziek

 

Met het opnemen van het woord ‘vrouwen’ in de titel van je boek heb je een speciaal accent gelegd. Kun je daar iets meer over zeggen?

‘Ik heb in mijn boek een aantal archetypen willen behandelen. Een van de belangrijkste archetypen die ik bespreek is het archetype van de overspelige of vrijgevochten vrouw binnen een typische mannenmaatschappij. Ik bekijk hoe dat archetype aan bod komt in de Bijbel en kom dan uit bij het verhaal van de wachters uit het Hooglied, waarin het meisje, op zoek naar haar minnaar, verkracht wordt: ‘ze rukten mij de sluier af, de wachters van de muren...’ (Hooglied 5,2a. 7). Daarnaast is er het fragment in Matteüs, waarin Jezus op een bepaald moment zegt dat hoeren eerder het Rijk Gods zullen binnengaan dan de hogepriesters en de oudsten van het volk (Mt.21,28-32). Maar ook al helemaal aan het begin van het Matteüs-evangelie, in de zogenaamde afstamming van Jezus, worden in een lijst die verder gedomineerd wordt door mannen naast Maria slechts vier andere vrouwen vermeld. Als je er het Oude Testament op naslaat, ontdek je dat die vier vrouwen als prostituee, overspelig of vrijgevochten bekend staan. Verder spelen vrouwen ook een fundamentele rol in wat bekend staat als ‘het verrijzenisgebeuren’. Jezus gaat niet mee met de patriarchale maatschappij en verzet zich tegen de manier waarop deze juist van vrijgevochten vrouwen haar slachtoffers maakt. In het Johannes-evangelie staat hoe Jezus met een overspelige vrouw omgaat die op het punt staat gestenigd te worden. Hoe Jezus deze vrouw behandelt, is, vanuit Girards stelling dat het christelijk verhaal het zondebokmechanisme fundamenteel ontmaskert, enorm veelzeggend.’

Een ander verhaal dat als een rode draad door je boek loopt is het verhaal van Kaïn en Abel.

‘Ja, ook dit is een archetype en keert in allerlei vormen en gedaanten binnen en buiten de Bijbel terug. En ook in de popcultuur keren dezelfde patronen terug, zoals in de tekst van Eminems wereldhit Stan. In mijn boek leg ik de tekst van Eminem en de tekst van Genesis naast elkaar, en stel vast dat daar heel vergelijkbare dingen gebeuren. In het verhaal van Stan en Slim is er, net zoals in het verhaal van Kaïn en Abel, een verschil in de mate waarin de personen erkenning krijgen. Slim is een gevierde rapper, die aanvankelijk zeer bewonderd wordt door Stan. Stan identificeert zich met Slim, denkt als Slim, kleedt zich als Slim. Hij schrijft brieven aan zijn idool en als hij maar niets terughoort verandert zijn bewondering in frustratie en woede. Hij begint zich te kort gedaan te voelen, en in plaats van dat hij zich van Slim afwendt raakt hij alleen maar meer door hem geobsedeerd. Net als in het verhaal van Kaïn en Abel eindigt het met de dood: Stan pleegt zelfmoord en sleurt zijn zwangere vriendin daarin mee. De vraag of een kind al dan niet geboren kan worden, kent ook weer Bijbelse resonanties.’

Maar die God in Genesis is dan toch oneerlijk? Het is toch niet fair een van je twee zonen zo voor te trekken?

‘Als ik aan het verhaal van Kaïn en Abel denk, moet ik ook altijd terugdenken aan een scène in mijn jeugd. Ook als ouders heel fair tegenover hun kinderen willen zijn en echt niemand willen voortrekken, lukt dat soms niet. Ik had een keer een tekening gemaakt en die aan mijn moeder laten zien en mijn moeder zei: ’Wat een mooie tekening!’ Een paar weken later kwam mijn jongere broertje óók met een tekening bij mijn moeder, en ze zei enthousiast: ’Wat een mooie tekening! Zullen we hem hier op de muur ophangen?’ Mijn moeder was niet bezig mij te benadelen of mijn broer te bevoordelen maar reageerde eenvoudigweg spontaan. Het was ík die daar heel veel moeite mee had. ‘Waarom ben je zo nukkig?’ vroeg mijn moeder na verloop van een paar dagen – en ik was niet in staat haar uit te leggen dat ik afgunstig was. Ik verlangde naar haar aandacht, kreeg die ook ten volle, maar in die afgunst meende ik me te moeten verbergen.  Deze treurnis zie je terug in het verhaal van Kaïn en Abel. ‘Wat is er met je aan de hand?’ vraagt God – Kaïn krijgt in wezen veel meer aandacht dan Abel, maar de weg om op deze vraag een eerlijk antwoord te geven wordt door zijn afgunst geblokkeerd.’

En krijgt Stan zoveel lieve aandacht van zijn idool Slim?

‘Ja, op een bepaalde manier wel. Uit de laatste brief, die Slim aan Stan terugschrijft, spreekt een eenvoudige empathie. Slim had Stan al veel langer terug willen schrijven, maar nu pas komt hij daar aan toe. Hij dankt hem, en zegt hem goed te zijn voor zijn zwangere vriendin en daarmee gaat de brief de deur uit. Intussen heeft de fascinatie van Stan voor zijn idool een fatale wending genomen, is zijn bewondering omgeslagen in haat – projecties die niets te maken hebben met de houding van Slim zelf.’

Nog een andere vraag over de popcultuur. Maarten ’t Hart heeft ooit eens gezegd, dat er, anders dan in bijvoorbeeld de jazz, muzikaal niets interessants gebeurt in de popmuziek, en dat deze qua harmonie  te vergelijken is met de muziek uit de 17de eeuw?

‘Als koorlid kén ik natuurlijk de nodige muziek uit de 17de eeuw, een eeuw die eindigt met de geboorte van de grote barokcomponisten uit de eerste helft van de 18de eeuw – Bach en Händel, beiden geboren in 1685. Misschien moeten we niet voortdurend proberen de verschillende soorten muziek met elkaar te vergelijken. Alles heeft zijn tijd en plaats en de werkelijke kunst is, mijns inziens, om die tijd en plaats te leren respecteren. Als musicus hield Eerwaarde enorm veel van J.S. Bach, maar als priester ook van eenvoudige Taizé-liederen, van het Gregoriaans, de polyfonie uit de Renaissance, maar ook van het werk van Britten en Arvo Pärt of Gorecki. Als je muziek ook, of in de eerste plaats als ‘gebed’ benadert, spreekt de eenvoudigste muziek misschien nog het meest van God. En de eenvoudigste ‘muziek’ blijft de stilte. Als je aan Eerwaarde vroeg van welke muziek hij het meest genoot, was zijn antwoord precies: ‘de stilte’. In die optiek durfde hij zelfs zeggen dat de muziek hem alleen interesseerde omdat ze  ‘sprak’ van God.’

Dit soort muziekbeleving bracht hij op een of andere manier toch op velen van zijn zangers over. Die zangers zijn natuurlijk niet anders dan andere jongeren van deze tijd. Maar, terwijl voor veel jongeren de muziek waarnaar je luistert vaak uitmaakt tot welke groep je behoort – en klassieke muziek in dat opzicht meestal 'not done' , want 'niet cool' is – kenden wij zulke overwegingen minder. Alle muziek kan troost en vreugde schenken, of, om Eerwaarde te citeren kan ‘van en voor God zingen’. Tijdens een van onze reizen, in de auto op weg naar het hotel, hebben we de autoramen en de volumeknop opengedraaid, en in plaats van dance-muziek Palestrina over de straten laten galmen.

In rock-’n-roll worden allerlei fenomenen waar jongeren mee te maken hebben uitvergroot en levensecht neergezet. In die zin geeft rock-'n-roll aanleiding tot een vorm van gebed of bezinning zoals die zich vaak voordoet bij monniken. Een Benedictijner monnik uit de Abdij Keizersberg in Leuven – waar ik als student ‘op kot’ zat – vertelde mij eens hoe hij meestal gedachteloos de dagelijkse gebeden zong. Hij had ze al zoveel jaren gezongen dat hij ze quasi ‘van buiten’ kon reciteren. En toch gebeurde het, vertelde hij, dat sommige versleten woorden en zinnen opnieuw een diepe betekenis konden krijgen en een licht wierpen op bepaalde actuele omstandigheden en ervaringen. De verhouding tussen jongeren en hun popmuziek is nogal eens van dezelfde aard. Dikwijls zingen ze eerder gedachteloos en argeloos hun favoriete liedjes, maar bij ingrijpende ervaringen van vreugde en verdriet in hun leven, geeft die muziek juist uitdrukking en perspectief aan hun beleving. Als je de jongeren en hun beleving ernstig neemt, maakt het niet uit of hun muziek ‘harmonisch interessant’ is. Feit is dat de beleving van jongeren zich voornamelijk situeert in wat ‘de populaire cultuur’ heet. Zij ervaren de uitwerking van wat Girard mimetische processen noemt meestal al aan den lijve. De stem van de reflectie is uiteraard van cruciaal belang, maar ze wordt niet gehoord als ze niet geënt is op de concrete ervaring. Dat heb ik van de jezuïeten geleerd, en natuurlijk niet omdat ik toevallig werkzaam ben op het Sint-Jozefscollege van Aalst. Er blijft een verschil tussen hoe bijvoorbeeld een onderzoeker en een ex-verslaafde over drugsproblematiek praten. Wat de soms desastreuze gevolgen van de mimetische begeerte betreft, kun je popzangers en Hollywood-actrices beschouwen als echte ervaringsdeskundigen.’

 

 

Uitgeverij: Averbode
Titel: Vrouwen, Jezus en rock-‘n-roll
Omvang: 172 blz
Verschenen: oktober 2009
ISBN: 978-90-317-2871-8
Prijs: 17,50 euro

 

Voor de videoclip van Eminems Stan kijk op: http://www.youtube.com/watch?v=kGQADSJPx0E

De website van Schola Cantorum Cantate Domino: http://75.125.62.2/~cantated/index.php/  

Email: erik_buys@yahoo.com