Vrije Universiteit Amsterdam > Blaise Pascal Instituut > Studiekring René Girard > Online teksten
Terreurdaden
zijn laf en moeten bestreden worden dat is helder. Maar het werkt niet
wanneer landen op eigen houtje de war on terrorism aangaan, schrijft Gied
ten Berge. Een herbezinning op de christelijke waarden kan volgens hem een
uitweg bieden uit de cirkelgang van het telkens maar weer nabootsen van elkaars
geweld.
Terreur
minacht en vernietigt mensen. Terreur is laf, vermijdt een open confrontatie en
al helemaal een dialoog. Terreur koestert de dwaling dat door geweld en het
aanjagen van angst een betere wereld kan worden afgedwongen. Terroristische
organisaties bedienen zich niet zelden van politieke of religieuze idealen. Uit
louter opportunisme of omdat ze de weg al jaren kwijt zijn.
Maar
ook geweld in internationale verhoudingen is sinds 1945 verboden, tenzij er
sprake is van zelfverdediging of tenzij de Veiligheidsraad ertoe besluit. Ook
staten die menen dat de verschrikking van terreur hun een vrijbrief geeft tot
eigenrichting, hebben een verkeerde afslag genomen.
Juridische
definities van terrorisme zijn gericht op systematische geweldsaanwending door
leden van bepaalde georganiseerde groepen of partijen, die hun politieke doelen
trachten te bereiken in confrontatie met de staat of groepen van staten.
Internationale
codes ter voorkoming van oorlog gaan uit van het zorgvuldig handhaven van het
internationale rechtssysteem. Het op eigen houtje oorlog voeren tegen andere
staten, ook al zijn ze verdacht sponsors van terrorisme te zijn, is binnen
dit uitgangspunt ontoelaatbaar.
Hoe verdorven het
groepsterrorisme ook is, het is politiek gevaarlijk en het getuigt van morele
arrogantie om telkens maar te herhalen, dat het met alle middelen moet worden
uitgeroeid. De ethicus prof. dr Hannes de Graaf schreef 25 jaar geleden: Wie
de democratische rechtsstaat onkwetsbaar voor ieder terrorisme wil maken,
zal hem geleidelijk in een dictatuur zien veranderen. Onmiddellijk na de
aanslagen op 11 september heeft Bush de burgerrechten fors ingeperkt. Alle
niet-Amerikanen die nu worden verdacht van terrorisme of van het helpen van
terroristen, kunnen worden berecht door geheime tribunalen, waar pers en publiek
geen toegang toe hebben. Verdachten mogen geen eigen advocaat kiezen en hebben
geen inzage in hun eigen dossiers. Een justitiële travestie, noemt de New
York Times het. En het is de vraag hoeveel Amerikanen die in Irak het
oorlogsrecht hebben geschonden, bijvoorbeeld door Iraakse gevangen te
mishandelen en te vernederen, de rechtszaal ooit zullen betreden.
Er
valt veel te zeggen voor een basale, morele definitie van terreur, die elk
geweld tegen weerloze burgers verdoemt, of dat nu van groepen of van staten
afkomt.
De War on
terrorism heeft het aanzien van het toch al broze internationaal recht in de
wereld geen goed gedaan. Na de maandenlange minachting van de VN door de
Amerikanen, vormde de aanslag door het Irakese verzet op het hoofdkwartier van
de VN in Bagdad waarbij Viero de Mello omkwam, een vreselijk dieptepunt.
VN-bemiddelaar Brahimi mag nu aan een plan sleutelen dat voorziet in een
waarnemende regering. Die zal na overleg met de VS en Iraakse leiders worden
benoemd door de VN, maar de VS houden controle over de geldstromen in Irak en
over de Iraakse veiligheidstroepen. En Paul Bremer vertrekt dan wel op 30 juni,
maar het leger van de VS blijft in Irak. Te vrezen valt dat de VN zo tussen de
twee heftige vuren blijft in geklemd.
De
kwetsbaarheid van de VN wordt ook weerspiegeld door uitersten in het
filosofische discours over de internationale rechtsorde. Aan de ene kant zien we
bijvoorbeeld John Gray, die in zijn bestseller Al Qaida en de moderne tijd bijna
cynisch ieder idee van een universele beschaving onmogelijk verklaart. Op meer
dan de natiestaat hoeven we van hem niet te hopen. Aan de andere kant maken
Habermas en Derrida in hun debat over terrorisme (vervat in Philosophy in a time
of terror van Giovanni Borradori; Nederlandse vertaling verschijnt in juni) een
vlucht naar voren met een irreëel klinkend pleidooi voor een kosmopolitische
orde.
In
zijn Nieuwjaarsboodschap van dit jaar herinnert paus Johannes Paulus II aan een
nuchter adagium: Serva ordinem et ordo servabit te! (Bewaar de orde en de orde
zal u bewaren!) Hij zoekt een weg in de versterking en consequente toepassing
van het bestaande internationale recht. ,,Het internationale recht moet ervoor
zorgen dat niet het recht van de sterkste prevaleert, aldus de kerkleider,
die zou willen dat het internationale recht de kracht van de wapens vervangt
door de morele kracht van de wet. De paus schreef verder dat de strijd tegen het
terrorisme niet beperkt mag blijven tot repressie en strafexpedities, maar
altijd vergezeld moet gaan van een eerlijke en heldere analyse van de redenen
achter de terroristische aanslagen.
Drie punten keren
telkens terug in de discussies over de achterliggende oorzaken van terrorisme:
Karen
Armstrong heeft in De Strijd om God scherp laten zien welke gevaarlijke wonden
repressie kan slaan in de ziel van degenen die de westerse secularisatie niet
ervaren als een bevrijding, maar als een vernederend en agressief proces.
Oud
EU-commissaris Frans Andriessen sprak op 21 maart in het programma Buitenhof
over het schandaal dat we leven in een wereld waar 80 procent van de
wereldbevolking ongeveer 20 procent van het wereldinkomen geniet en dat die
kloof zich nog verdiept. Andriessen was niet verbaasd dat zon wereld zoveel
zinloos geweld baart.
Bovendien
worden zogenaamde failing states met een gemarginaliseerd staatsgezag steeds
vaker aangemerkt als de échte broedplaatsen van terroristen, en niet een
totalitaire schurkenstaat als Irak. Bush werd weliswaar door Irak
gebiologeerd, maar na een jaar bezetting heeft hij er niet veel meer van gemaakt
dan een failing state, waar de VN straks medeverantwoordelijkheid voor mag
dragen.
Discussies
over de voedingsbodem van het terrorisme, roepen ook weerstand op. Je zou
er slachtoffers en hun nabestaanden mee op het tweede plan zetten, en ze zouden
legitimerend werken voor vreselijke misdaden. Op zichzelf een begrijpelijke,
emotionele reflex. Maar juist de slachtoffers die dagelijks blijven vallen door
uitbuiting en verwaarlozing, door politieke misrekening en arrogantie, door
terreur en tegen-terreur vragen om een houding die blijft doorvragen naar de
diepere oorzaken van hun lijden.
In een rapport
van het Instituut voor vredesstudies van de University of Notre Dame in Indiana
(VS), wordt een vierledig alternatief beleid voor de War on terrorism
voorgesteld. Een pleidooi voor de uitbreiding van het VN-mandaat voor
terrorismebestrijding gaat in het rapport hand in hand met voorstellen voor het
verminderen van de dreiging van terrorisme door internationale politionele
samenwerking.
Voor
een structurele aanpak op lange termijn van terrorisme en machtsmisbruik wordt
de Amerikaanse Alleingang afgewezen. In plaats daarvan moeten de oude
diplomatieke mores om internationaal conflicten op te lossen door volhardende
dialoogprocessen in ere worden hersteld.
De
rapporteurs vinden dat na de oorlog in Irak de échte jacht op
massavernietigingswapens eindelijk moet beginnen, maar nu om de internationale
beloftes voor wereldwijde ontwapening van massavernietigingswapens in te lossen.
Waarom niet begonnen in het Midden- Oosten, waar Israël eenzijdig een
uitdagende kernmacht heeft opgebouwd?
Het
kan als een belediging van arme mensen worden uitgelegd om te zeggen dat armoede
een voedingsbodem voor terrorisme is. En het zijn vaak jongeren uit hogere
maatschappelijke lagen, die in een staat van radicale vervreemding zulke
dwaalwegen gaan. Dat neemt niet weg, dat de wetenschappers van Notre Dame
toch ook pleiten voor grootschalige economische ontwikkeling, die democratische
processen in rechtsstaten in ontwikkeling moet ondersteunen.
Daden van terreur
mogen nooit rekenen op begrip, maar moeten wel degelijk begrepen worden in
hun ontstaansgeschiedenis en in hun aantrekkingskracht. Alleen zo kunnen er
antiterrorismeprogrammas ontwikkeld worden, die vertrekken vanuit de
wetenschap dat terrorisme opduikt in alle tijden van crisis en botsingen van
waarden, van frustratie en repressie, van arrogantie van de macht en
vernedering van de onderliggende partij. Er is bijna geen politieke of
religieuze beweging en geen natie die er niet ooit door is besmet geweest.
Het
ligt iedere politicus in de mond bestorven dat met terroristen niet wordt
onderhandeld. Is er naast deze luide principieel-moralistische positie, ook een
stille politiek-pragmatische benadering denkbaar? Misdaden moeten worden
gestraft, maar willen we echt alles doen om aanslagen te vermijden, dan mogen
politieke gesprekken en onderhandelingen nooit op voorhand taboe zijn.
,,Moge de
verleiding om wraak te zoeken, wijken voor de moed om te vergeven. Moge de
cultuur van de liefde de logica van de dood zinloos maken, aldus Johannes
Paulus II in zijn toespraak met Pasen dit jaar. Voor de rechtse Italiaanse
politicus Calderoli bleek deze indringende bede onverdraaglijk: ,,Mooie woorden
helpen ons niet verder in de strijd tegen terrorisme. We moeten terugslaan met
de stok. De christelijke impuls om te vergeven is niet effectief wanneer
christenen worden geconfronteerd met islamitische fanatici. Maar de Franse
psychiater en criticus van de geweldscultuur René Girard waarschuwt: ,,Hoe
duidelijker de tegenstanders zich van elkaar willen onderscheiden, hoe meer ze
op elkaar gaan lijken. Wat hun verschillen ook zijn, ook Bush en Bin Laden
bootsen elkaar steeds meer na: in hun geweldsvertoon tegen onschuldige burgers,
in hun minachting voor de internationale rechtsorde, in hun beroep op religie en
- sinds kort - ook in hun pogingen om Europa te verdelen in een meewerkend en
een tegenwerkend deel. Wie zich identificeert met de christelijke waarden,
ontkomt er niet aan telkens opnieuw een weg uit de cirkelgang van de nabootsing
van het geweld te willen zoeken.
Drs Gied ten Berge (tenberge@paxchristi.nl)
is stafmedewerker van Pax Christi
Nederland.
Weekkrant Het goede leven: www.hetgoedeleven.com
Terrorismepagina Pax Christi Nederland : www.paxchristi.nl
> themas