Eten en gegeten worden

 

Judith de Putter

 

 

‘Hoe was je dag lief?’ ‘Goed, maar ben wel moe, en jij?’ ‘Ook goed maar ook moe. Zaterdagavond gaan we culinair koken hè, en samen genieten?’ Dus we gaan zaterdagavond iets lekkers koken. Het plan is om op tijd op te staan zodat het nog niet zo druk is in de winkels. Toch wat langer geslapen, en een uitgebreid ontbijt is tenslotte een goede voorbereiding op die speciale avondmaaltijd. Ik heb ook wel eens recht op een dagje dat er niets moet … alleen de boodschappen nog. Maar eerst een uurtje baantjes zwemmen want ik zal fit blijven. Anderhalf uur later stap ik op vermoeide benen de supermarkt binnen. Mijn lijstje toch kwijtgeraakt dus moet ik improviseren. Het is net het drukste moment want ook andere mensen slapen eerst uit en gaan sporten of wat dan ook voordat ze boodschappen halen. Mijn vrolijkheid begint langzaamaan te verdwijnen en als ik op de fiets richting huis zit bieden mijn trappers wel erg veel tegenkracht. Zware tassen aan mijn stuur, slappe spieren van het zwemmen en het verkeer is druk. Ik moet nog een eindje want ik was naar de biologische supermarkt gegaan. Ik wil snel naar huis, net als de automobilisten van wie ik geen voorrang krijg en de voetgangers die zonder op of om te kijken vlak voor me oversteken. Rakelings langs elkaar maar geen contact. Geen tijd voor een verontschuldiging of een groet en als er al tijd was heb ik er geen zin meer in. Want ik heb haast. 

Wie ben ik? Mijn ouders, noch mijn ‘klasse’ of de samenleving als geheel hebben me verteld wat ik later zou moeten worden. Sinds mijn tienerjaren kijk ik naar binnen om te ontdekken wat mijn verlangens zijn en hoe ik gelukkig kan worden. Op basis van die verlangens stel ik eisen aan mezelf, want ik moet een heleboel doen en heb heel wat aan mijn hoofd voordat ik ben wat ik wil zijn. Het is nogal een verlanglijstje. En dan wil de omgeving natuurlijk net zo goed nog steeds wat. Het idee om geen enkele kans te laten liggen heb ik waarschijnlijk niet zelf verzonnen. Dus ren ik van mijn werk naar ontspannende bezigheden, van de verlate trein naar de bijeenkomst die goed staat op mijn cv en van het uitgebreide ontbijt naar de supermarkt die beter is voor de wereld. Onderweg wil ik niet tien minuten in de rij voor een knipje in mijn zwemkaart maar ben ik sneller bij de tweede kassa dan degene die eerst voor me stond. 

Natuurlijk zijn mijn ouders of de samenleving niet verantwoordelijk voor mijn gedrag of voor mijn motivaties. Mijn ouders niet omdat zij ook kinderen van de tijdgeest zijn en de samenleving niet omdat die me genoeg vrijheid biedt om niet mee te doen. Om me niet vol te smeren met L’oreal omdat ik het waard ben. Om niet meteen vast te zitten aan een hypotheek omdat het anders weggegooid geld is. Om niet allebei fulltime te werken en om daarbij ook nog kinderen te krijgen. Om niet de psychologische onderzoeken naar communicatie en relaties te laten bepalen hoe ik mijn vriend en anderen benader. Om niet een perfect vormgegeven individu te zijn. Mijn strijd voor meer normen en waarden is vooral een strijd om minder eisen te stellen. Aan mezelf en aan de mensen om me heen. Dus juist meer individuele vrijheid, de zondebok in het huidige debat.

Een positief antwoord op de roep naar meer normen en waarden ligt terug in de tijd. Niet naar de jaren vijftig alsjeblieft, maar terug naar de roep om te onthaasten. Deze keer geen new age en andere zweverigheid, maar minder ambities en minder maakbare individuen. Minder teleurstelling en overgevoeligheid als het niet allemaal lukt. De wereld is niet perfect, jij bent geen supermens. We zijn allemaal stervelingen die met zo min mogelijk kleerscheuren van geboorte naar dood moeten gaan. Stel je verwachtingen bij, dat zeiden sommige van die ouwe Grieken ook al.