Hoe
was je dag lief? Goed, maar ben wel moe, en jij? Ook goed maar ook
moe. Zaterdagavond gaan we culinair koken hè, en samen genieten? Dus we gaan
zaterdagavond iets lekkers koken. Het plan is om op tijd op te staan zodat het
nog niet zo druk is in de winkels. Toch wat langer geslapen, en een uitgebreid
ontbijt is tenslotte een goede voorbereiding op die speciale avondmaaltijd. Ik
heb ook wel eens recht op een dagje dat er niets moet
alleen de boodschappen
nog. Maar eerst een uurtje baantjes zwemmen want ik zal fit blijven. Anderhalf
uur later stap ik op vermoeide benen de supermarkt binnen. Mijn lijstje toch
kwijtgeraakt dus moet ik improviseren. Het is net het drukste moment want ook
andere mensen slapen eerst uit en gaan sporten of wat dan ook voordat ze
boodschappen halen. Mijn vrolijkheid begint langzaamaan te verdwijnen en als ik
op de fiets richting huis zit bieden mijn trappers wel erg veel tegenkracht.
Zware tassen aan mijn stuur, slappe spieren van het zwemmen en het verkeer is
druk. Ik moet nog een eindje want ik was naar de biologische supermarkt gegaan.
Ik wil snel naar huis, net als de automobilisten van wie ik geen voorrang krijg
en de voetgangers die zonder op of om te kijken vlak voor me oversteken.
Rakelings langs elkaar maar geen contact. Geen tijd voor een verontschuldiging
of een groet en als er al tijd was heb ik er geen zin meer in. Want ik heb
haast.
Wie
ben ik? Mijn ouders, noch mijn klasse of de samenleving als geheel hebben
me verteld wat ik later zou moeten worden. Sinds mijn tienerjaren kijk ik naar
binnen om te ontdekken wat mijn verlangens zijn en hoe ik gelukkig kan worden.
Op basis van die verlangens stel ik eisen aan mezelf, want ik moet een heleboel
doen en heb heel wat aan mijn hoofd voordat ik ben wat ik wil zijn. Het is nogal
een verlanglijstje. En dan wil de omgeving natuurlijk net zo goed nog steeds
wat. Het idee om geen enkele kans te laten liggen heb ik waarschijnlijk niet
zelf verzonnen. Dus ren ik van mijn werk naar ontspannende bezigheden, van de
verlate trein naar de bijeenkomst die goed staat op mijn cv en van het
uitgebreide ontbijt naar de supermarkt die beter is voor de wereld. Onderweg wil
ik niet tien minuten in de rij voor een knipje in mijn zwemkaart maar ben ik
sneller bij de tweede kassa dan degene die eerst voor me stond.
Natuurlijk
zijn mijn ouders of de samenleving niet verantwoordelijk voor mijn gedrag of
voor mijn motivaties. Mijn ouders niet omdat zij ook kinderen van de tijdgeest
zijn en de samenleving niet omdat die me genoeg vrijheid biedt om niet mee te
doen. Om me niet vol te smeren met Loreal omdat ik het waard ben. Om niet
meteen vast te zitten aan een hypotheek omdat het anders weggegooid geld is. Om
niet allebei fulltime te werken en om daarbij ook nog kinderen te krijgen. Om
niet de psychologische onderzoeken naar communicatie en relaties te laten
bepalen hoe ik mijn vriend en anderen benader. Om niet een perfect vormgegeven
individu te zijn. Mijn strijd voor meer normen en waarden is vooral een strijd
om minder eisen te stellen. Aan mezelf en aan de mensen om me heen. Dus juist
meer individuele vrijheid, de zondebok in het huidige debat.
Een positief antwoord op de roep naar meer normen en waarden ligt terug in de tijd. Niet naar de jaren vijftig alsjeblieft, maar terug naar de roep om te onthaasten. Deze keer geen new age en andere zweverigheid, maar minder ambities en minder maakbare individuen. Minder teleurstelling en overgevoeligheid als het niet allemaal lukt. De wereld is niet perfect, jij bent geen supermens. We zijn allemaal stervelingen die met zo min mogelijk kleerscheuren van geboorte naar dood moeten gaan. Stel je verwachtingen bij, dat zeiden sommige van die ouwe Grieken ook al.