Bij de bijeenkomst van 13 november
Amerikaans en Nederlands patriottisme
Misschien zijn wat patriottisme betreft er wel geen grotere tegenstellingen te vinden dan Nederland en Amerika. Amerikanen zijn trots op hun land en laten dat vooral blijken door de alomtegenwoordigheid van de vlag in allerlei formaten en uitmonsteringen op koffiemokken, T-shirts, frisbees enzovoort en door de respectvolle manier waarop de vlag wordt benaderd en behandeld. Het Amerikaanse patriottisme is ook heel nadrukkelijk religieus ingekaderd. Amerikanen zijn ongeacht hun ras, etniciteit of cultuur allereerst Amerikanen. Herbert Croly, de oprichter van het linkse weekblad The New Republic, schreef in zijn The Promise of American Life (1909):
De Amerikanen geloven op een religieuze manier in hun land, zo niet wat intensiteit betreft, dan toch in het bijna absolute en universele gezag ervan ( ). Als kinderen krijgen wij het mee van onze ouders, die er impliciet dan wel expliciet over praatten. Elke fase van onze educatie voegt bewijzen toe ( ). We mogen dan veel dingen wantrouwen en afkeuren die in naam van ons land zijn gedaan; maar ons land zelf, het democratische systeem, en de veelbelovende toekomst ervan staan boven elke verdenking.
Ik denk dat wat Croly schreef over het Amerika van het begin van de 20ste eeuw ook nog geldt voor het Amerika van nu. Nederlanders daarentegen zijn wars van vaderlandsliefde en vlagvertoon. De tijd van God, Nederland en Oranje ligt voor de meeste van ons ver achter ons. Sommigen van ons willen misschien nog wel geloven in de onverbrekelijke band tussen Nederland en Oranje, maar geloven in een band tussen God en Nederland is taboe. Niet alleen voor agnosten en atheïsten, maar ook voor de meeste gelovige christenen. Moeten wij ons gebrek aan vaderlandsliefde betreuren? Moeten we ons spiegelen aan de Amerikanen? Verwijst ons gebrek aan patriottisme naar afwezigheid van nationale saamhorigheid, de afwezigheid van een gevoel meer te zijn dan een verzameling van mensen die toevallig in dezelfde tijd dezelfde ruimte bevolken? Is met het verdwijnen van het geloof in God ook de mogelijkheid verdwenen te geloven in wat ons in tijd en ruimte overstijgt? Of moeten we blij zijn met het verdwijnen van vaderlandsliefde omdat we in de geschiedenis maar ook in onze tijd al te veel destructieve gevolgen daarvan gezien hebben? Denk aan de buitenlandse agressie van Nazi-Duitsland. Denk aan de ethnocidale neigingen in het nationalisme van de voormalige Joegoslavische deelrepublieken. Ja en nee. Ik pleit voor een seculier patriottisme, een liefde voor Nederland als land dat idealen in eigen land en daarbuiten hoog probeert te houden, voor trots op wie we zijn, wat we bereikt hebben en wat we nog proberen te verwezenlijken. We moeten vaderlandsliefde niet overlaten aan conservatieven die de toekomst door de bril van het verleden bezien. Ik denk dat een dergelijke vaderlandsliefde spoort met de beste tradities van het Amerikaanse patriottisme.
Laat ik eerst proberen een moreel verdedigbare versie van patriottisme te ontwikkelen. De grote Russische schrijver en denker Leo Tolstoi wiens boek Oorlog en Vrede blijvend tot de wereldliteratuur behoort, heeft in het opstel Patriottisme en Staat (1900) een eenduidig nee gezegd tegen patriottisme. Hij omschrijft patriottisme als "het gevoel van uitsluitende liefde voor zijn eigen volk en als leer van den moed om met zijn eigen rust, eigendom en leven de zwakken te beschermen tegen den doodslag en het geweld van hun vijanden".1 Volgens Tolstoi is patriottisme onverbrekelijk verbonden met oorlog. De wortel van oorlog is het exclusieve verlangen naar het welzijn voor het eigen volk. Dat verlangen is in zijn ogen de kern van patriottisme. Wie in de superioriteit van de eigen natie gelooft en meent dat haar welzijn boven alles moet gaan, is bereid om ten strijde te trekken tegen een ieder die dat welzijn bedreigt of de verhoging daarvan in de weg staat. Volgens Tolstoi is patriottisme dom en immoreel. Dom, omdat het wel moet impliceren dat ieder land zich superieur voelt. Immoreel, omdat het de bereidheid impliceert het eigen welzijn te bevorderen ten koste van dat van andere landen. Dit patriottisme is te vergelijken met de exclusieve liefde van ouders voor hun kinderen die nooit iets fout doen en voor wie alleen het beste goed genoeg is. Het impliceert partijdigheid en uitsluiting. Dit patriottisme is ook te vergelijken met de onvoorwaardelijke loyaliteit die althans vroeger van kinderen ten opzichte van hun ouders gevraagd werd omdat zij hen voortgebracht en grootgebracht hadden. Tolstoi is een kosmopoliet die vindt dat nationale staten moeten verdwijnen. Machthebbers die belang hebben bij het voortbestaan van staten, beijveren zich ook voor de instandhouding van patriottisme
Zijn geloof in superioriteit, loyaliteit en exclusieve aandacht voor het welzijn van het eigen volk essentiële bestanddelen van patriottisme? Als dat zo zou zijn, dan zouden we alle reden hebben om met Tolstoi het patriottisme met alle kracht af te wijzen. De geschiedenis biedt ons voldoende voorbeelden om het gelijk van Tolstoi te staven. Er zijn maar weinig landen die zich niet in een bepaalde periode van hun geschiedenis aan een dergelijke vorm van patriottisme schuldig hebben gemaakt. Het is een vorm van patriottisme die is gebaseerd op een bloed-en-bodem nationalisme, een nationalisme gevoed door het geloof in de bijzondere band tussen een land en zijn oorspronkelijke bewoners of hen die menen dat het land hen onder uitsluiting van anderen beloofd is.
Ik heb ooit een Amerikaan horen beweren dat Europeanen geneigd zijn het Amerikaanse patriottisme af te keuren omdat ze het door de bril bekijken van het patriottisme zoals ze dat uit de Europese geschiedenis kennen. Ik denk dat deze persoon gelijk heeft. Amerika kent geen bloed-en-bodem ideologie. Het herbergt mensen van allerlei ethniciteiten die zelf of van wie de voorouders naar het land geëmigreerd zijn om religieuze of politieke onderdrukking, of om armoede en uitzichtloosheid te ontvluchten. Amerikanen zien hun land als een land van vrijheid en democratie waarin iedereen gelijke kansen heeft om op zijn eigen wijze gelukkig te worden. Voor mij is de enig verdedigbare vorm van patriottisme liefde voor een land dat in zijn instituties en in zijn binnenlandse en buitenlandse politiek hoge, universele ethische en politieke idealen belichaamt. Ik noem dat ethisch patriottisme, in onderscheid tot nationalistisch patriottisme.
Gezien zijn geschiedenis heeft het Amerikaanse volk de mogelijkheid om patriottisch te zijn in de zin van het ethisch patriottisme. Maar aan het ethisch patriottisme kleeft een groot en gevaarlijk risico. En dat is dat het uitmondt in een geloof in de eigen morele superioriteit dat als rechtvaardiging gebruikt wordt voor militair-politieke en economische superioriteit. Dat leidt tot het idee dat het terécht is dat Amerika een sterk en rijk land is, dat het dat verdient. Het is een patriottisme waarbij niet meer de hoge politieke en ethische idealen centraal staan maar het eigen volk dat daarvan de vruchten mag plukken. Beter gezegd: dat deel van het volk dat daarvan de vruchten plukt. Die idealen worden dan misbruikt om eigen, exclusief nationale belangen te rechtvaardigen. De verdediging van democratische idealen verwordt dan tot de verdediging van de belangen van een particuliere democratie. De idealen worden zo van hun universele, kosmopolitische intentie ontdaan en gereduceerd tot nationalistische slogans. Ze worden nationalistisch toegeëigend. De wolf van het nationalistische patriottisme gaat zich hullen in de kleren van het ethische patriottisme.
Linkse kosmopolitische Amerikanen zien in deze ontwikkeling een reden om het patriottisme af te zweren. Het idee dat de waarden van vrijheid volledig en exclusief verwezenlijkt zijn in Amerika maakt Amerikanen blind voor zelfkritiek op de Amerikaanse buitenlandse politiek, maar sluit hun ogen ook voor de reëel bestaande onvolmaaktheden in eigen land. De echte les van 11 september, zegt de Amerikaanse hoogleraar in de journalistiek Robert Jensen, is dat, als we (de Amerikanen dus) willen overleven als een vrij volk, als een fatsoenlijk volk dat oprecht de idealen wil claimen waarvoor we staan, dan moeten we het patriottisme vaarwel zeggen. In plaats van te zeggen dat Amerika de meest grootse natie ter wereld is, zouden we er beter aan doen te zeggen: "Ik leef in Verenigde Staten en heb diepe emotionele banden met volk, land en idealen van deze plek. Vanwege deze gevoelens wil ik het positieve voor het voetlicht brengen terwijl ik ondertussen mn best doe te veranderen wat er verkeerd is."
De formulering die Jensen geeft aan zn gevoelens voor zn
vaderland is nuchter en bescheiden. Hij drukt precies uit wat ik voor Nederland
voel. Tegelijkertijd denk ik dat het te weinig is. Ze inspireert niet. Opnieuw
een citaat, nu van de bekende Amerikaanse pragmatistische filosoof Richard Rorty
uit De voltooiing van Amerika (1998, p. 9):
Nationale trots is voor een volk wat zelfrespect is voor een individu: een noodzakelijke voorwaarde voor zelfverbetering.Te veel nationale trots kan leiden tot oorlogszucht en imperialisme, zoals te veel zelfrespect kan leiden tot arrogantie. Maar net zoals gebrek aan zelfrespect het moeilijk maakt om morele moed te tonen, maakt een gebrek aan nationale trots het onwaarschijnlijk dat er een effectief beleid totstandkomt.2
Rorty laat zich inspireren door het seculiere patriottisme van de vader van het Amerikaanse pragmatisme, de filosoof John Dewey en van de dichter Walt Whitman, bij wie nationale trots en reformistisch linkse sociale politiek hand in hand gingen. Hij verwijt de dominante groep onder de hedendaagse linkse Amerikaanse intellectuelen een afstandelijke houding van spot en walging over de Amerikaanse politiek die ontstaan is tijdens de Vietnamoorlog. In zijn ogen sluiten nationale trots en zelfkritiek elkaar niet uit. Trots vanwege de hoge idealen en wat al bereikt is; kritiek op de onvolmaaktheden in het eigen land en op de fouten in de Amerikaanse politiek. Een trots die niet blind maakt, maar de drijfveer vormt om te gaan werken aan wat verkeerd is. Een land dat geen geloof in zichzelf meer heeft, mist de kracht om te veranderen.
Ik denk dat patriottisme bij een machtig en succesvol land onvermijdelijk is. Wie in Amerika niet meer doet dan het reëel bestaande patriottisme ontmaskeren als een nationalistisch patriottisme loopt het gevaar door de publieke opinie buiten spel geplaatst te worden. Zeker na 11 september. Het enige alternatief is om zijn of haat landgenoten te herinneren aan de oorspronkelijke ethische kern, aan de universele, kosmopolitische intentie van hun hoge idealen. Het echte Amerikaanse ethisch patriottisme is de overtuiging dat de Verenigde Staten van Amerika model kunnen staan voor een Verenigde Staten van de wereld. Daarbij past het constructief meewerken aan de opbouw van internationale politieke en juridische instituties, voluit en niet voorzover dienstig aan de particuliere belangen van het land, hoe ideaal en democratisch het zich ook mag vinden.
Is mijn pleidooi voor een ethisch patriottisme niet naïef omdat het voorbij ziet aan de neiging tot exclusiviteit die even inherent is aan vaderlandsliefde als aan ouderliefde? Hoort het eigen volk eerst niet wezenlijk bij patriottisme? Ouders die hun eigen kinderen verwaarlozen omdat ze voortdurend bezig zijn met het lot van andere kinderen zijn slechte ouders. Ouders die zich alleen bekommeren om hun eigen kinderen zijn slechte mensen. Ouders die van hun kinderen houden om wie ze zijn en niet omdat ze van hen zijn, kunnen hun ogen niet sluiten voor het lot van andere kinderen. Dat geldt ook voor naties. Naties die oog hebben voor hun burgers als mensen kunnen hun ogen niet sluiten voor die mensen die toevallig buiten hun landsgrenzen wonen.
Nederland is een klein en al eeuwenlang niet meer machtig land. Het mist daarom de natuurlijke voedingsbodem voor patriottisme. Het zal daarom niet snel meer een nationalistische vorm van patriottisme ontwikkelen dat omgebogen moet worden tot ethisch patriottisme om te voorkomen dat er brokken vallen. Maar heeft Nederland dan geen reden om trots op zichzelf te zijn? Nederland staat graag voorop als er vredesmissies onder de vlag van de Verenigde Naties of Europese instellingen georganiseerd moeten worden. Nederland valt op door het hoge percentage van het nationale inkomen dat het aan ontwikkelingssamenwerking geeft. Nederland is beter: wil een tolerant land zijn. Nederland zorgt vergelijkenderwijs goed voor zijn zwakkeren en ouderen. Nederland poogt poogde? althans een fatsoenlijke multiculturele samenleving te zijn. Dat zijn allemaal idealen die nu door de spreekbuizen van de stem van het volk als pretenties worden ontmaskerd. Het is goed om de feitelijke situatie voortdurend af te meten aan de idealen. Het is ook goed om bedacht te zijn op onbedoelde neveneffecten van het streven naar bepaalde idealen. Maar laten we in vredesnaam niet wegglijden naar de positie van de nieuwrechtse politiek-realisten die dan wel de ogen openen voor wat er mis is in onze samenleving, maar de ogen en de deuren sluiten voor het leed buiten onze grenzen. Laat er kritiek zijn op de geslotenheid en de zelfgenoegzaamheid van de linkse kerk; laat dat niet leiden tot verlies aan geloof in de politieke en ethische idealen van christendom, de Verlichting en de Franse Revolutie waarvoor de vaders van de linkse kerk maar niet alleen zij stonden. Wij Nederlanders hebben alle reden om trots op ons land te zijn. We moeten ons die idealen niet door nieuw-rechts laten afnemen. Nieuw-rechts heeft geen idealen. Het gedachtegoed van eigen volk eerst heeft met patriottisme, met het willen behouden van zaken die onze nationale trots uitmaken, heel weinig te maken.
Patriottisme verbindt en verenigt. Een religieus ingekaderd patriottisme verbindt en verenigt dubbel. Het Amerikaanse patriottisme is religieus ingekaderd. In American Society in the Age of Terrorism, een onderzoeksrapport in september van dit jaar uitgebracht door Amitai Etzioni vanuit The Communitarian Network3 lezen we dat Amerikanen na 9/11 een hoger niveau van patriottisme laten zien dan daarvoor. Meer dan de helft van de Amerikanen identificeert zich allereerst met my fellow Americans, 30% met the people who live around me, 14% met the people who share my faith, en 5% met the people who share my political ideas. "One nation, under attack, indivisible." Dat is Etzionis conclusie. Ook zijn de Amerikanen na 9/11 spiritueler en godsdienstiger geworden, hoewel dat niet tot uitdrukking komt in toename van kerkbezoek. Of er een correlatie is tussen toename van patriottisme en toename van religiositeit, weet ik niet. Moeten we jaloers zijn op de Amerikanen bij wie de vlag nog tegen de achtergrond van een hemels baldakijn staat? Misschien kan godsdienst sociale cohesie versterken. Misschien is er geen betere sociale lijm dan de twee-componentenlijm van vaderlandsliefde en civil religion. Als we God hier ter sprake willen brengen, dan in verband met de hoge ethische en politieke idealen waaraan ons land zich moet oriënteren. Als God ergens staat, dan aan de kant van recht, gerechtigheid en mensenrechten. Niet aan de kant van een partij of land. God bless America is een vloek, en vloeken mag niet.
Noten
1. Leo N. Tolstoi, Patriotisme en Staat. Pierogówa, 10 mei 1900. Uit het Russisch vertaald door Z.S. (Zonder plaats en uitgever).
2. Richard Rorty, De voltooiing van Amerika, Amsterdam (Boom) 1998, p. 9.
3. http://www.gwu.edu/~ccps/pop_AmericanSociety.html