|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Studiekring Girard > Theorie > Startpagina | SITEMAP Kernbegrippen De zogenoemde 'mimetische
theorie' van Girard kent enkele begrippen die als een rode draad door zijn
hele werk lopen: mimesis,
begeerte, rivaliteit,
conflict,
crisis, zondebok,
religie. Ze vormen ze de
bouwstenen voor een cultuurscenario, dat de geschiedenis van mythen, riten,
offers en geweld wil begrijpen, in een poging verhalen en gebeurtenissen van
de nieuwe tijd te verklaren. De theorie is niet in één discipline te vangen
en koppelt bijvoorbeeld analyses van literaire werken aan gegevens uit de
antropologie, vergelijkt passages uit de evangeliën met Azteekse mythen en
brengt het koningschap in verband met zondebokrituelen. De
stichtingsmoord Een confrontatie
tussen twee verhalen over broedermoord (Romulus doodt Remus, Kaïn doodt Abel)
laat zien waar het in de mimetische theorie met name om gaat: het aanbrengen
van een optiek in verhalen en gebeurtenissen die de rol van rivaliteit en geweld doet
uitkomen en waarin recht wordt gedaan aan slachtoffers. (1) Toen Romulus en
Remus opgegroeid waren, besloten zij een stad te stichten, het latere Rome.
Raadpleging van vogeltekens wees Romulus aan als naamgever van de nieuwe
stichting. De teleurgestelde Remus, zo gaat één van de versies van het
verhaal, hoonde de lage muren ervan door eroverheen te springen. Romulus werd
boos en in de twist die daarop volgde, doodde hij Remus. (2) Kaïn en zijn
broer Abel brengen God een offer. Kaïn offert de vruchten van de grond, Abel
de eerstgeborene van zijn beste schapen. De Eeuwige ziet genadig neer op Abel
en zijn offer, maar op Kaïn en diens offer slaat hij geen acht. Kaïn wordt
woedend en slaat zijn broer Abel dood. Maar tot Kaïn zei Hij: waar is uw
broer Abel? En hij zei: Ik weet het niet, ben ik mijns broeders hoeder? En Hij
zei: "Wat hebt gij gedaan? Er is eene stem van het bloed uws broeders,
dat tot Mij roept van den aardbodem." (Gen. 4: 10, tekst Statenvertaling,
NBV) Wisseling van
perspectief In het Romeinse
verhaal wordt de moord van Romulus voorgesteld als een daad die misschien te
betreuren valt, maar gerechtvaardigd wordt door de overtreding van het
slachtoffer. Remus heeft de 'grens' van de stad niet gerespecteerd. Kaïn
wordt in het joodse verhaal heel anders voorgesteld: hij is in deze tekst een
ordinaire moordenaar. Al brengt ook deze eerste moord de culturele
ontwikkeling van de mensheid op gang, de moordenaar is niet van schuld
ontheven. Vergelijking van deze verhalen laat een wisseling van perspectief
zien die van eminent belang is, maar waar men gewoonlijk slechts weinig oog
voor heeft (zie bijvoorbeeld in encyclopedieën bij 'broedermoord'). Offerritueel Waarom wordt er in tal
van culturen geofferd en is het offer in onze samenleving als metafoor zo
krachtig aanwezig? Girards interpretatie hieromtrent raakt de kern van zijn
hypothese over het ontstaan van menselijke cultuur. Een belangrijke functie
van het offer is rust in de gemeenschap te brengen; veel riten eindigen ermee, nadat
ze eerst de gemoederen hebben opgezweept. Offers zijn in oorsprong
mensenoffers en gaan terug op een gemeenschappelijk bedreven moord (ook nu nog
zijn er lynchpartijen), gepleegd door een massa die daarmee een uitweg zocht
voor de mimetische crisis waarin ze zich bevond. Mythe Menselijke culturen
dragen het bewustzijn van mimesis en rivaliteit, die in de loop der
geschiedenis tot conflicten en gewelddadige praktijken hebben geleid, met zich
mee. Hun mythen zijn niet zo maar te beschouwen als verzinsels, maar als
teksten die gemodelleerd zijn naar het geloof van de vervolgers in de schuld
van hun slachtoffer, inclusief het geloof in diens goddelijkheid. In mythen is
de optiek vervat van de gemeenschap die door de collectieve moord verzoend
werd en er unaniem van overtuigd is dat het ging om een geheiligde daad.
Mythen camoufleren een oorspronkelijke moord. De stap van de verhullende
lezing van mythen naar de onthullende lezing ervan is volgens Girard een
belangrijke stap in de intellectuele geschiedenis. Voorbeeld: Ojibwa indianen In een mythe van de
Ojibwa indianen, zoals opgetekend door Lévi-Strauss, is sprake van een
bovennatuurlijk wezen met een buitengewoon krachtige blik in de ogen, dat bij
zijn bezoek aan de mensen met die blik in één klap iemand doodde. Daarop
werd hij gedwongen terug te keren naar de diepten der zee. Aan dergelijke
verhalen ligt reëel geweld ten grondslag, schrijft
Girard: het slachtoffer uit dit verhaal wordt verdronken. Volgens hem
is hier geen sprake van alleen culturele of representatieve betekenis (zoals
wel gesteld is), maar van reëel geweld. Het menselijk denken is in zijn
oorsprong niet schuldeloos.
> Zie voor een helder
overzicht van de ontwikkeling van Girards theorie in de afgelopen veertig
jaar: Chris Fleming, (in de serie Key Contemporary Thinkers) René
Girard. Violence and mimesis (Cambridge: Polity
Press, 2004). |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| english | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||