|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Studiekring Girard > Theorie > Rivaliteit De
ander als model en obstakel Het
probleem dat zich voordoet wanneer je een ander tot model neemt voor je
verlangens, is dat er rivaliteit ontstaat. Iemand op een bedrijf doet het goed
als manager: hij kan prima organiseren, bedenkt creatieve oplossingen en is
geliefd bij zijn medewerkers. Deze man wordt tot een voorbeeld voor iemand
anders, die zich er, misschien onbewust, op toelegt net zo te zijn. Deze
navolger neemt woorden en uitdrukkingen van zijn model over, gaat dezelfde
dassen dragen en zoekt dezelfde vakantiebestemming. Hij vervangt de manager als
deze een week ziek is en begint zich af te vragen: waarom zou ik zijn
baan niet kunnen doen? Op dat moment is het model tot obstakel geworden. Dubbele imitatie: verschillen vallen
weg Er is sprake van
mimetische rivaliteit als wij ons model het begeerde object willen ontnemen.
Deze rivaliteit kan heftige vormen aannemen en tot intense jaloezie leiden.
Dubbele imitatie ontstaat als het model op zijn beurt de navolger gaat imiteren,
waardoor de rollen onderling verwisselbaar worden: hoe meer gelijkenis, hoe meer
identiteit en hoe meer verschillen tussen rivalen wegvallen. Imitatie is
gevaarlijk, omdat wij slechts tot op zekere hoogte
kunnen begeren wat een ander begeert. Voorbeeld:
Stendhal Op de eerste bladzijden
van Het rood en het zwart is te lezen
dat monsieur de Rênal iemand tot
gouverneur van zijn kinderen wil maken. Maar niet uit bezorgdheid om hen; zijn
begeerte is niet spontaan opgekomen. Het gesprek tussen hem en zijn vrouw brengt
het mechanisme al snel aan het licht: 'Die Valenod heeft geen gouverneur voor
zijn kinderen'. 'Hij zou ons best eens een slag voor kunnen zijn'. Valenod is,
na monsieur de Rênal zelf, de rijkste en invloedrijkste man van het dorp en Rênal
draagt het beeld van zijn rivaal met zich mee wanneer hij gaat onderhandelen. De
steeds stijgende prijs die Rénal bereid is voor de diensten van de beoogde
gouverneur te betalen, kan worden afgemeten aan wat hij denkt dat Valenod zou
willen betalen. Waarde Vanuit dergelijke
observaties stelt Girard dat meer in het algemeen niet de schaarste aan aardse
goederen bron is van conflicten tussen mensen, maar het feit dat mensen willen
hebben wat voor anderen als begeerlijk geldt. De waarde van hetgeen begeerd
wordt, is een sociaal, economisch of politiek gegeven en zij neemt toe naarmate
de rivaliteit heviger is of het begeerde goed ondeelbaar is. De inzet van de
strijd kan materieel zijn, maar ook aanzien en macht betreffen, of de liefde van
een bepaalde persoon. Traditie Plato en Aristoteles
hadden volgens Girard in hun beschouwingen over het fundamentele belang van
imitatie in menselijk gedrag geen oog voor de mimetische rivaliteit. Plato
ontwierp een ontologie van imitatie, maar was er bang voor, zonder uit te
spreken waarom. Aristoteles stelde dat wij op niets zo dol zijn als imitatie,
maar hij zag er de bron van geweld niet in. De romantische en moderne filosofie
minacht imitatie, in de loop der tijd steeds meer. Veel denkers zien er een
verloochening van 'ware individualiteit' in. De haat tegen conformisme en het
ultra-individualisme kennen echter evenzeer imitatie en vormen de wanhopige
loochening van een mimetische begeerte die ieder van ons tracht te onderdrukken:
een negatief conformisme, dat in onze dagen meer te duchten is dan ander
conformisme. Verbod
op imitatie Zogenoemde 'primitieve'
samenlevingen kennen vaak een verbod op imitatief gedrag. Men mag de gebaren van
een ander lid van de gemeenschap niet nadoen en ook zijn woorden niet herhalen.
Er is soms ook angst voor spiegels omdat het spiegelbeeld met de duivel
geassocieerd wordt; tweelingen gelden als gevaarlijk. In sommige riten
daarentegen zien we juist het omgekeerde: nabootsing wordt er met nadruk
uitgebeeld. Intuïtief weten mensen dat imitatie tot een rivaliteit en
conflicten kan leiden die niet meer te beheersen zijn. Sociale
conventies En in onze samenleving? Ook hier bestaan op dit punt strikte regels, hoewel men dat niet zo snel vermoedt. Bij cadeaus bijvoorbeeld trachten de gevers de eis tot wederkerigheid en gelijkheid te verzoenen met die van verschil. Zo ontstaat imitatie 'met een air van spontaniteit'. Stel dat iemand een ander een mooie vulpen geeft en deze ander schenkt even later exact hetzelfde model terug. Dat doen wij niet. En een die in kwaliteit net iets beter is? Zou kritiek kunnen inhouden Men moet in onze wereld altijd laveren tussen de Charybdis van het te kleine verschil en de Scylla van het overdreven verschil. Als de regels niet in acht genomen worden, kan wat een bron van harmonie en vrede is, onbepaalde irritatie wekken en tot brouille leiden.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| english | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||