|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Studiekring Girard > Persoon en werk > Startpagina | SITEMAP KORTE BIOGRAFIE René
Noël Girard (1923) werd geboren in Avignon. Na zijn Baccalauréat
de Philosophie studeerde hij paleografie en middeleeuwse geschiedenis aan de
École Nationale des Chartes. Zijn
promotie (1947) had als onderwerp La vie
privée à Avignon dans la seconde moitié du XVe siècle. In
de Verenigde Staten werd hij docent Frans aan Indiana University. Daar verdiepte
hij zich in de letteren. In 1950 verscheen zijn tweede dissertatie, American
Opinion of France (1940-43). In
1951 huwde hij met de Amerikaanse Martha McCullough. Zij hebben drie kinderen; Je
vois Satan tomber comme l'éclair (1999) is opgedragen aan hun negen kleinkinderen. Studies
over literatuur In
de jaren vijftig werkte Girard aan verschillende Amerikaanse universiteiten en
publiceerde hij voornamelijk over
literaire onderwerpen: Malraux, Kafka, Saint-Simon, Voltaire, Tocqueville,
Stendhal. In 1961 werd hij aan Johns Hopkins University in Baltimore hoogleraar.
Dat is ook het jaar waarin zijn eerste belangrijke boek verscheen, Mensonge romantique et vérité romanesque (Nederlandse vertaling De
romantische leugen en de romaneske waarheid). Daarin liet hij zien dat
literaire meesterwerken onthullen hoe de begeerten van mensen zich modelleren
naar die van anderen. Enkele jaren later, in 1963, verscheen een studie over
Dostojevski, waarin deze gedachtegang een vervolg kreeg. Girard was inmiddels
redacteur van het tijdschrift Modern
Language Notes en organiseerde in 1966 het congres "The Languages of
Criticism and The Sciences of Man", waaraan werd deelgenomen door bekende
wetenschappers uit Frankrijk als Roland Barthes, Jacques Derrida, Lucien
Goldmann, Jacques Lacan, Tzvetan Todorov et Jean-Pierre Vernant. Antropologie
Toen hij aan de State University of New York in Buffalo werkte (1968-76), publiceerde
hij zijn tweede grote werk, La
violence et le sacré (1972, Nederlandse vertaling God en geweld). Daarin
verbond hij de begrippen mimesis en
zondebok met inzichten uit de antropologie in een zoektocht naar de fundamenten
van menselijke cultuur. Vooral de rol van het religieuze is daarbij van
essentieel belang. Het boek bevat verder een scherpe aanval
op Freuds Oedipousbegrip. De Académie française bekroonde het in mei 1973.
Girard begon bekendheid te krijgen en zijn werk kreeg zowel in positieve als
negatieve zin veel aandacht. Het tijdschrift Esprit
wijdde verschillende afleveringen aan zijn theorie. Bijbelinterpretatie Tijdens een nieuwe periode aan Johns Hopkins University, verscheen Des
choses cachées depuis la fondation du monde (1978, Nederlandse vertaling Wat
vanaf het begin der tijden verborgen was...). Daarin onderbouwt hij zijn
literair-antropologische werk met analyses van de Hebreeuwse bijbel
en de evangeliën. Ook de ideeën van Gregory Bateson over communicatie en interactie hebben dan
in zijn theorie een plaats gekregen. Hij gebruikt de transparantie van een aantal bijbelverhalen om het imitatiegedrag van mensen, de oorzaak van
hun conflicten en
het principe van verzoening in kaart te brengen. De joodse en christelijke
geschriften beelden volgens
hem uit wat de mythen beheerst: het slachtoffermechanisme. Mythen hebben hun
wortels in werkelijk geweld tegen werkelijke slachtoffers. Des
choses cachées heeft de vorm van een trialoog, met de psychiaters
Jean-Michel Oughourlian en Guy Lefort als gesprekspartners. Uitwerking
theorie Van 1981 tot zijn emeritaat in 1995 doceerde Girard aan Stanford University, waar hij Andrew B. Hammond Professor of French Language, Literature and Civilization was. In 1983 vond in Frankrijk het Colloque de Cérisy "Autour de René Girard" plaats, waar zijn cultuurbenadering vanuit verschillende disciplines bediscussieerd werd. Zelf organiseerde hij in Stanford verschillende internationale congressen: "Disorder and Order" (1981), "Violent Origins" (1983). De boeken die na 1980 verschijnen, diepen zijn inzichten uit en verbreden het toepassingsgebied van de mimetische theorie. Sinds 1990 staat zijn theorie centraal in de interdisciplinaire vereniging COV&R (Conference on Violence and Religion). Zie receptie en kritiek. Mythe en geschiedenis
Voor Girard is er in de geschiedenis van de cultuur een evolutie zichtbaar van mythen naar vervolgingsteksten tot post-mythische verhalen en historische documenten. Die thematiek behandelt Le bouc émissaire (1982, De zondebok), waarin Girard tevens zijn critici van repliek dient. La route antique des hommes pervers (1985, De aloude weg der boosdoeners) is een verhandeling over de bijbelse Job, die als zondebok geprofileerd wordt tegenover vergelijkbare figuren uit de Griekse mythologie. In 1991 publiceerde Girard een studie in het Engels, over Shakespeare, uitgekomen bij de Oxford University Press onder de titel A Theater of Envy (Nederlandse vertaling Het schouwspel van de afgunst). Daarmee was Girard terug bij de studie van literatuur die hij dertig jaar eerder met Mensonge was begonnen was. Met dit boek richtte hij zijn aandacht op de rivaliteiten in Shakespeares drama's. Het werd bekroond met de Medicis-prijs voor het literaire essay. Politiek en cultuurwetenschap De gespreksvorm van Des choses cachées kent een vervolg in een lang interview met Michel Treguer (1994), waarin vooral de betekenis van de mimetische theorie voor de actualiteit, na de val van de Berlijnse muur, aandacht krijgt. Daarbij ging Girard uitgebreid in op de dominante ideologieën van de twintigste eeuw. Na zijn emeritaat is hij college blijven geven en publiceren, getuige Je vois Satan tomber comme l'éclair (1999), inmiddels in het Engels, Duits en Nederlands (Ik zie Satan vallen als een bliksem) vertaald, en Celui par qui le scandale arrive (2001, Degene door wie het schandaal komt). Ook deze boeken geven blijk van de continuïteit in zijn denken, evenals het onlangs verschenen Les origines de la culture (2004). Leven en werk Mededelingen omtrent de samenhang van
leven en werk zijn bij Girard schaars. Toen zijn theorie rond 1955 vorm begon te
krijgen, zo staat in een interview met Richard Golsan, was hij zich nog niet
bewust was waar deze toe zou leiden. Hij was in die tijd agnost, bewonderaar van het
werk van Nietzsche en hij verklaart in dat interview teruggekeerd te zijn tot
het christendom door het verder ontwikkelen van zijn theorie. Op een vraag,
gesteld tijdens een lezing die de Faculteit der Letteren van de VU in 1985
organiseerde, naar het verband tussen zijn leven en zijn werk, antwoordde hij:
'Ik verschuil mij steeds meer achter bijbelse verhalen'. Meer
over René Girard. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| english | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||