Het Schone Streven, het Bittere Leven
Foto's en vertelsels over een reis naar Java, Bali (en via een brancard Singapore)
Onverwacht deed zich in november 2002 de mogelijkheid voor om me aan te sluiten bij een groepsreis naar Java en Bali. De reis wordt georganiseerd door touroperator Het Schone Streven, één van de grootste Indonesië-reis organisatoren. De Stichting subsidieert via donaties en winsten op reizen goede doelen in Indonesië, zoals weeshuizen, scholen, opvang voor kansloze jongeren etc. Mijn laatste groepsreis was eigenlijk niet zo'n succes. Maar ik heb dit keer hoge verwachtingen, mijn zus en zwager reizen ook mee, we hebben samen al verschillende zeer geslaagde reizen gemaakt. Indonesië heeft eigenlijk nooit heel hoog op mijn prioriteitenlijstje gestaan. Aan de vakantie gaat ook een drukke periode op mijn werk vooraf, met weinig tijd om me goed in te lezen. Maar dat heeft ongetwijfeld ook zijn voordelen. Van de Afrika-reis is me al duidelijk geworden dat je bij reizen naar verre bestemmingen moet proberen zo onbevangen mogelijk alles op je in te laten werken. En natuurlijk ook je nederlands-westerse bril proberen thuis te laten. Als je alles vanuit je eigen cultuurpatroon bekijkt kan een reis alleen maar teleurstellingen opleveren.
Het reisprogramma ziet er alsvolgt uit: op 28 januari vliegen we met Malaysian Airlines naar Jakarta. Het grootste deel van de reis voltrekt zich in Java, daarna 4 dagen naar Bali. Aansluitend hebben we nog een week verlengd om op bezoek te gaan bij vrienden van mijn zus en zwager. Een weekje na-relaxen om het zo maar eens te zeggen.
De foto's zijn chronologisch gerangschikt.
De vlucht vertrekt rond twaalf uur. Om half tien moeten we op het vliegveld zijn. Daar zullen we onze reisgenoten ontmoeten. Een vertegenwoordiger van Het Schone Streven zal ons behulpzaam zijn bij het inchecken. We hebben flink wat overgewicht, omdat we ongeveer 35 kilo aan kinderkleren en andere spullen voor een weeshuis hebben meegenomen. Met Malaysian Airlines is echter geregeld dat we 10 kilo extra per persoon mogen meenemen. Het vergt enig heen en weer gebel voordat dat aan de balie is geregeld.
De zitruimte in het vliegtuig valt mee. Mijn ervaring met slapen in vliegtuigen is echter niet positief. Het zal dit keer ook wel niks worden. Rond kwart voor één kiezen we het luchtruim. In grove lijnen gaat de vlucht over Duitsland/München, Oostenrijk/Wenen, Hongarije, Bulgarije, Turkije (zo'n 1400 km van west naar oost), Iran (Teheran/Qom/Isfahan), Pakistan (Karachi), dwars over India, de Andemanen, Malaysia, Singapore, Indonesië).
Een voorspoedige vlucht van 11 uur en 40 minuten brengt ons voor een tussenlanding op de luchthaven van Kuala Lumpur (Malaysia) ( http://www.kiat.net/klia/ : informatieve site, http://www.klia.com.my/ : officiële site).
Een bijzonder indrukwekkende architectuur van een fascinerende luchthaven begroet ons. Na zo'n 12 uur vliegen heb je helaas niet de puf om daar voluit van te genieten.
De tussenlanding vergt zo'n twee uur. We gaan weer aan boord van een ander Malaysian Airlines vliegtuig om de vlucht naar Jakarta te vervolgen.
Rond elf uur 's ochtends plaatselijke tijd (7 uur tijdverschil met Nederland) arriveren we op het Soekarno-Hatta vliegveld in Jakarta. We hebben al van te voren vernomen dat Indonesiërs altijd in zijn om wat geld te verdienen met diensten die ze aanbieden. Een mooi staaltje daarvan ervaren we al meteen als we bij de douane een aantal koffers door de x-ray moeten laten gaan. De douanemedewerkers blijken tegelijkertijd bagagedragers. We zijn dus meteen voorzien van een tweetal assistenten die ongevraagd onze bagagekarretjes voortduwen. Koortsachtig doorzoeken we onze portemonnee voor wat kleingeld, maar we zijn helaas nog niet aan een pinautomaat toegekomen. Gelukkig worden we een eindje verder door ene Leo van het Schone Streven verwelkomd, die met zijn assistent de regie overneemt. We worden op een plek in de aankomsthal gedeponeerd, en de rest van de groep wordt verzameld. De twee douanemedewerkers proberen ons nog te overreden om toch vooral genereus over de brug te komen voor de bewezen diensten. Maar Leo en de zijnen lossen het probleem gelukkig op.
Hertelling blijkt een totaal aantal groepsleden van 16 op te leveren. De potentiële oorlog met Irak en de bomaanslag in Bali blijken een hoge tol te eisen voor het toerisme naar Indonesië. Met minder aanbod van toeristen, en des te meer aanbod van diensten zal de pressie van de dienstverleners ook wat hoger zijn dan normaal, zoals we in de loop van de reis zullen ervaren. We hebben een fullsize bus voor de gehele reis tot onze beschikking. Dat is dus heel positief. Iedereen heeft een bank voor zichzelf, everybody windowseat om het zo maar eens te zeggen.
Onze reisleider heet Donny. Gedurende de reis wordt hij vergezeld door een toekomstig reisleidster voor het Schone Streven, ene Anneke. Donny spreekt aardig Nederlands. Hier en daar wat archaïsch, maar dat is alleen maar leuk en verlevendigt het geheel. Zo blijkt het woordje 'zodoende' een stopwoordje van hem te zijn. En ook de aanhef 'beste mensen' (beste ménsen) wordt al snel een vertrouwd geluid. Donny verzekert ons dat we met onze Java-Bali reis één van de mooiste Indonesië reizen hebben gekozen. En dat de locaties die we zullen aandoen kunnen worden gerekend tot de hoogtepunten van het Indonesisch toeristisch aanbod.
Inmiddels is de bus op weg naar ons eerste hotel. Dat is niet in Jakarta (het vroegere Batavia), maar in Bogor (het koloniale Buitenzorg) gelegen. Jakarta en Bogor liggen in West-Java. In Bogor is het klimaat aangenamer dan in Jakarta: minder heet. Naar later zal blijken overigens ook vochtiger. Als Nederlands presentje aan Indonesië blijken we regenbuien te hebben meegenomen, die gezellig met onze groep meereizen. Overal waar we komen was het zonnig en droog, met onze komst zijn er in de middaguren meestal (hevige) regenbuien. Gedurende de trip naar Bogor voorziet Donny ons al van praktische informatie.
Rond 1 uur 's middags arriveren bij het New Mirah Hotel in Bogor. Oude maar nog niet geheel vergane glorie wacht ons hier. De lunch in de vorm van een uitgebreide Indonesische rijsttafel staat al voor ons klaar. Maar er zijn maar weinig groepsleden die na een reis van 16 uur en diverse maaltijden in het vliegtuig opnieuw staan te springen voor een uitvoerig maal. Dus de meesten (inclusief ikzelf) spoeden ons naar onze kamer. Een heel ruime kamer met een lits-jumeauxbed en overigens van alle gemakken voorzien.
Een paar uur rust is als eerste soelaas voor de jetlag een goede oplossing. Rond zeven uur dienen we weer te verschijnen voor de volgende maaltijd. We maken nog een korte wandeling naar het dichtsbijzijnde supermarktje. Onderweg zien we een indrukwekkend spinnenweb tussen twee grote bomen. De bewoner van het web blijkt aanwezig. Het is toch beter om dit soort beesten buiten te houden lijkt ons. In de meeste hotelkamers zitten Tsjetsjaks (de spelling is waarschijnlijk niet geheel juist). Kleine hagedisjes die zich te goed doen aan kleine insecten inclusief muggen. De Tsjetsjaks zijn bijna even groot als de spin die we onderweg hebben gespot. De een mag buitenblijven, de ander mag best wel blijven logeren wat ons betreft.
Vandaag het eerste programmaonderdeel: een bezoek aan het paleis van de president (het Istana Bogor). Ooit hier gebouwd door één van de eerste koloniale Nederlandse regenten. Gouverneur-generaal Van Imhoff heeft het in 1745 laten bouwen. Enkele hectaren lommerrijke omgeving omringen het gebouw. Vroeger werd deze plek Buitenzorg genoemd. In 1811 werd het gebouw voor het eerst gebruikt als paleis door de Britse Stamford Raffles. Gedurende het Britse bewind en ook daarna werd Bogor de officiële hoofdstad van Indonesië.Van 1870 tot 1942 de officiële residentie van de Nederlandse gouverneur generaal. Ook Soekarno heeft nog van hieruit geregeerd. Op dit moment functioneert het enkel nog voor officiële ontvangsten en ceremoniële bijeenkomsten. De neoclassicistische vormgeving kan me niet echt bekoren. En de vele naakten die Soekarno hier heeft neer laten zetten (hij schijnt een doorgeschoten vrouwengek te zijn geweest) zijn ook niet van een kwaliteit waar je lang wakker van ligt. De omgeving is mooi, maar die zullen we vanmiddag nog kunnen verkennen wanneer we de aangrenzende botanische tuin gaan bezoeken.
Begeleid door de gids bezoeken we aansluitend op deze excursie een bank en een postkantoor. Geld omwisselen in een bank is hier een hele exercitie. Bij het omwisselen zijn circa 5 medewerkers betrokken voor check en double check. Om er in één keer vanaf te zijn wisselen mijn zus en ik meteen maar een fors geldbedrag. Het zal voor mijzelf voldoende blijken voor de gehele reis.
Rond elf uur worden we bij de ingang van de botanische tuinen van Bogor afgeleverd. Kebon Raya is de Indonesische naam. Ze bestrijken ongeveer 87 hectare en bestaan al 170 jaar. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Bogor rond de tuinen is gebouwd. Stamford Rafles heeft de tuinen in 1811 gesticht, maar de Nederlandse gouverneur generaal Van der Capellen heeft er de huidige vorm aan gegeven. De locale gids verzorgt de honneurs om ons rond te leiden. Tijdens de wandeling ontpopt deze gids zich tot een grappig en vermakelijk ventje, die niet te beroerd is om ons met kwinkslagen en tarzanachtige zwaaipartijen door te bomen te vermaken. Wat we onder andere zien is veel bamboebomen. De gids vertelt ons over de talrijke gebruiksmogelijkheden van bamboe. Op de foto's kun je er een aantal zien. Ook hier weer een interessant spin-specimen: de zogenaamde Tijger-spin. Ongevaarlijk volgens de gids. Maar de omvang is weer indrukwekkend. Op het terrein ligt ook nog een Nederlandse begraafplaats uit de vroeg 19e eeuw. Een ontroerend grafschrift op één van de stenen.
Vroeg in de middag breekt een enorme regenhoos los. Het zal de eerste zijn van hevige regenbuien die meestal in de middaguren ons verblijf in Indonesië 'opfrissen'. Binnen een mum van tijd staat de straat blank en zie je de locals tot hun knieën door het water hozen. In de middag gaan we met minibusjes naar Curug Cigamea, een waterval op zo'n dertig kilometer afstand van Bogor. Naarmate de reis vordert wordt de regen minder, en we komen gelukkig droog aan. Vanaf de ingang is het zo'n vijftien minuten lopen naar de watervallen zelf. We passeren prachtige bloemen en planten. Op de terugweg drinken we nog een kopje thee in het theehuis. Het panorama vanuit het theehuis is verblindend mooi!
Als toetje krijgen we nog een bezoek aan een authentiek Wajang poppen atelier aangeboden. Het atelier ligt midden in een kampong vlakbij het hotel in Bogor. Via een smal houten loopbrugje komen we in de kampong terecht. Het bezoek aan het atelier (een uitzonderlijk mooi etablissement binnen de kampong) laat een gemengd gevoel bij me achter. Te meer omdat het bezoek eigenlijk enkel een verkoopbezoek blijkt te zijn. De baas, ene Dase Spartacus, laat wat van zijn producten zien, en laat ons enige lovende artikelen in diverse reishandboeken over zijn toko lezen. Ik vrees dat iemands aanwezigheid in een reisboek de authenticiteit niet altijd ten goede komt. Maar het bezoek voegt in ieder geval weinig toe aan onze kennis van de wajangpoppen fabricage.
Een dagexcursie naar Jakarta staat de volgende dag op ons programma. We zullen eerst een bezoek brengen aan de Sunda Kelapa, de oude visserhaven. Daarna een bustocht door de Kota, het centrum, die ons bij het nationaal monument en het presidentieel paleis moet brengen. Vervolgens bezoeken we de Taman Mini Indonesia. Een soort openluchtmuseum waar alle grote eilanden van de archipel zijn vertegenwoordigd. De Sunda haven blijkt toch vooral vergane glorie (hetgeen overigens ook al in de twee reisgidsen staat die ik heb meegenomen). De filerit door de stad naar het nationaal monument is ook niet echt je van het. Ik had veel liever de grote moskee bezocht, of de kathedraal of het nationaal museum. Allemaal fraaie staaltjes van architectuur. Maar helaas: dit zijn zo de nadelen van een groepsreis.
De Taman Mini Indonesia is een amusementspark, het is 120 hectare groot, en zoals een reisgids meldt 'is het een venster op de gecompliceerdheid van Indonesië's cultuur en milieu'. Met name madame Suharto heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het park. Het resultaat is soms een aardige kijk op de eigenheid van de eilanden, maar ook veel toeristische rotzooi. De IMAX film Indonesia Indam is leuk, een patriottisch product dat een prachtig en (door de IMAX ook fascinerende-) blik op het Indonesisch natuurschoon biedt.
's Avonds worden we na het eten in het hotel getracteerd op een dansvoorstelling van een aantal locale coryfeeën. Prachtige kostuums en heel sierlijk en mooi om te zien. Aan het slot van de dans wordt nog een echtpaar naar voren geroepen dat tijdens de reis 40 jaar getrouwd is. Er zullen nog meer momenten volgen dat zij in de bloemetjes worden gezet.
Dag 5: een lange reis van Bogor naar Bandung, onze tweede bestemming in Java. Met onderweg een bezoek aan de theeplantage en dito fabriek Gunung Mas. De weg naar Bandung gaat via de Puncak pas, het is weekend. Veel Javanen reizen naar dit gebied vanwege het natuurschoon en het klimaat. Het is dus druk op de weg. Gunung Mas is indrukwekkend, dat wil zeggen de plantage is indrukwekkend. De fabriek ligt grotendeels stil tijdens ons bezoek. Donny vertelt het een en ander over het productieproces van thee en de verschillende soorten/kwaliteiten. Aansluitend op de rondleiding kunnen we een kopje van de beste thee proeven bij het theehuis van de plantage. Ook hier weer diverse handelaren die hun goederen proberen te slijten. Soms wordt je er heel erg moe van. Mijn zus geeft het voorbeeld bij het afdingen van een aantal sieraden van Hematiet of hoe het verder heten moge. Het kortingspercentage dat ik uiteindelijk bereik ligt natuurlijk beduidend lager dan dat van mijn zus, maar à la. Een leuk kettinkje en armband voor mijn moeder zijn in ieder geval het resultaat.
Het hotel in Bandung ligt een flink eind van het centrum verwijderd, en het is een heel gedoe om er via een aantal steile tussenstraatjes te komen. Ons wacht een zeer vriendelijke ontvangst van een cordon kinderen, die bloemetjes gooien op de trappen van het hotel. Vervolgens krijgen we een muzikale en dansvoorstelling.
Een verblijf in Indonesië zonder diarree of maag en darmellende schijnt niet mogelijk te zijn. Mijn aandeel daarvan krijg ik hier te verduren. Maar gelukkig kan ik met twee dagen vasten en enkel thee en witte rijst mijn darmkrampen alweer vaarwel zeggen. Het uitzicht vanuit mijn hotelkamer is prachtig. Je kunt er echt een uur lang van genieten vanaf het balkon. Dat doe ik dan maar ook. Zie de volgende kiekjes.
De Tangkuban Perahu Krater staat vandaag op ons programma. Donny spreekt zijn twijfels uit over de haalbaarheid van dit programmaonderdeel. De vele regenval van de afgelopen dagen zou het pad naar de krater wel eens onbereikbaar kunnen hebben gemaakt. De verhalen die ik in mijn reisboeken heb gelezen over deze krater zijn echter dermate lovend dat ik toch wel heel graag de krater wil afdalen. Het weer blijkt tijdens onze tocht er naar toe aardig op vooruit gegaan. Een heerlijk zonnetje. Bij de krater aangekomen worden we aangeklampt door zo'n dertig gidsen die ons allemaal behulpzaam willen zijn. En dat terwijl we aan één gids voldoende hebben. Donny kiest er eentje uit en vraagt wie er naar beneden wil. Aanvankelijk willen enkel mijn zus, zwager en ikzelf. Maar uiteindelijk en na veel getwijfel blijkt het clubje 12 mensen te tellen. De gids gaat ons voor, maar vijftien anderen vergezellen hem en zijn ons gedurende de wandeling tot onze vertwijfeling 'ten dienste': bij elke stap worden we van drie kanten ondersteund, en iedereen geeft toelichting op de omgeving: look nice tree, look bird over there, see the apes .... Je wordt er compleet krankjorum van en krijgt regelmatig de opwelling op fuck-off uit te schreeuwen. Door Stoïcijns voor je te kijken en af te toe een koele afwijzende blik op de overactieve helpers lukt het toch om ongeschonden beneden te komen. Bij normale toeristische omstandigheden stikt het hier van de bezoekers. Ook bij deze krater merk je de funeste gevolgen van de bomaanslag in Bali en de onzekerheid over de oorlog met Irak. Het toerisme is bijna stilgevallen hier. Prettig voor ons natuurlijk, maar afschuwelijk voor het land. De economie van Indonesië drijft voor een deel op het toerisme. De armoede en economische onzekerheid wordt er alleen maar groter van.
De krater zelf is zeer de moeite waard. Fascinerend gezicht al die opborrelende geisers. En ook hier is het uitzicht weer uniek. De terugtocht blijkt beduidend minder bezwaarlijk als de steile afdaling. Al met al een van de hoogtepunten van de reis tot op dit moment.
Pak Ujo staat vanmiddag op het programma. De beroemde Angklung school van Bandung. (Angklung is een bamboe-instrument.) Alle toeristische bezoeken aan Bandung houden ook het bijwonen van een programma in deze school in. Het begint met een korte Wajangpoppen voorstelling, gevolgd door een presentatie van de Angklung door een grote groep kleine kinderen. Daarna een aantal muziekstukken door een volwassen gezelschap. Onderdeel van de presentatie is ook dat het publiek zelf meedoet met de muziek. Een docent heeft een zeer makkelijke methode bedacht om de aanwezigen de beginselen van het Angklung spelen aan te leren. Al met al slagen we er dus aardig in om een paar deuntjes met ons instant orkest te produceren. Tenslotte is er nog het familiarising: we moeten samen met de kinderen op de dansvloer om wat danspasjes ten beste te geven. Met mijn kritische NL-verstand zou ik bij het geheel nogal wat kunnen aantekenen. Ik doe dat maar liever niet. Ondanks het geregisseerde totaal en de gesmeerde commerciële organisatie heb ik er uiteindelijk een goed gevoel bij.
Vandaag hebben we een facultatief vrije dag. We kunnen ons tegen een nogal aanzienlijk prijsje door de bus naar de stad laten vervoeren om daar een paar uur te slenteren langs het winkelcentrum en een aantal andere bezienswaardigheden. Maar misschien net zo leuk is om een taxi te nemen en zelf een route uit te stippelen. De stad Bandung is met name bekend vanwege de fameuze conferentie van de Niet-Gebonden Landen die hier op initiatief van Soekarno voor de eerste keer plaatsvond (1955). (Toevallig vindt de actuele conferentie plaats gedurende onze reis in Kuala Lumpur). Heel wat gebouwen in de stad staan nog in het teken van deze conferentie. Zoals de Gedung Merdeka, het gebouw van de vrijheid, waar de conferentie plaatsvond. Er is een tentoonstelling ingericht en de zaal waar de conferentie werd gehouden is nog geheel in tact (inclusief wassen beelden). En daar tegenover het Savoy Homann hotel, een prachtig art-deco gebouw, waar alle staatshoofden tijdens de conferentie verbleven. Daarnaast is er nog een gezellige markt in Bandung, en één van de mooiste gebouwen van heel Indonesië: het saté gebouw (Gedung Sate), een bijzonder staaltje van architectuur, waarvan de top de vorm heeft van een satéstokje. We maken er een relaxed winkel en slenterdagje van. Bezoeken de conferentie-tentoonstelling en het hotel, lopen door de stromende regen naar de Gedung Sate, en gaan via de zogenaamde Jeans Street (Jalan Cihampelas) weer terug naar het hotel.
Dag 8: weer een reisdag, dit keer naar de kustplaats Pangandaran. Onderweg hebben we wel een leuke excursie, namelijk naar de oudste Hindoe tempel op Java. We gaan daar naar toe via een zogenaamde Dogkar (een afkorting van het oorspronkelijke 'dokters-kar', de huisartsen maakten gebruik van een kar met paard om hun visites af te leggen). Aansluitend op de tocht met de Dogkar gaan we op een bamboevlot naar het kleine eilandje met de hindoetempel. De Dogkar voert ons door een schitterend gebied. En ook de korte vaart met het bamboevlot is zeer de moeite waard. We kunnen op het eilandje een aantal voorbeeldhuizen bezoeken. Maar het komt allemaal wat gekunsteld over. De tempel is echter zeer de moeite waard. Al met al een welkome onderbreking van de lange reisdag.
Lunchen doen we bij een discutabele Chinees in de stad Garut. De stad is een hartstikke gezellige markt rijk. Op één van de marktkramen met textiel zie ik een kinder-t-shirt waarvan ik meteen weet dat ik het wil hebben. Tijdens rellen van Islamitische studenten die op de televisie waren na de bomaanslag in Bali had ik een t-shirt met het hoofd van Osama Bin Laden gespot. Ik geloof met een tekst als 'Osama is my hero'. Dat is echt een hebbedingetje voor mijn rariteitenkabinet, dus ik had dat boven op mijn aankooplijstje gezet. Maar nergens heb ik zo'n t-shirt gezien. Wie schetst dus mijn verbazing dat ik op de markt van Garut een kinder t-shirt met dezelfde afbeelding aantref, en verdomd, op de pijpen van het broekje dat erbij zit staat inderdaad de tekst 'my hero'. Ik ben zo gefixeerd dat ik helemaal vergeet af te dingen. Dus voor de lieve somma van 30.000 rpi (circa 3,5 euro) verwisselt het t-shirt van eigenaar. Misschien iets voor de 'hedendaags Indonesië' afdeling van het Tropen Museum???
Onderweg stoppen we nog een keer voor een foto-shoot. Het Indonesisch landschap is vaak betoverend mooi. Met name de plateaus van de rijstvelden zijn prachtig.
Inmiddels zijn we dus bij de kustplaats Pangandaran aanbeland. Tot op dit moment eigenlijk wel het mooiste hotel dat we op deze reis zijn tegengekomen. Dit hotel heeft twee grote voordelen: allereerst is het eten er echt voortreffelijk. Hier wordt voor het eerst de echte exquise Indonesische keuken opgedist. En omdat we aan zee zitten, hebben we voor het eerst ook aardig wat vis op het menu. Bovendien is dat hotel een aantal masseuses rijk die voor de luttele somma van 40.000 rpi (5 euro) een uur lang een perfecte massage toedienen. Een genot voor lijf en leden! Gedurende onze dagen hier hebben we een aantal facultatieve excursies. We kunnen met bootjes de Green Canyon afvaren, en een andere mogelijkheid is om een Becak tour (fietstaxi) door de kampong te maken. De eerste dag staat de Green Canyon excursie op het programma en nagenoeg iedereen doet daaraan mee. Hoewel het weer ietwat regenachtig is, doet dat niet af aan de mooie natuur die we gedurende de boottocht kunnen waarnemen.
Na de Canyon tour bezoeken we nog een klein dorpje aan het strand voor een eventuele zwempartij. Helaas is het weer niet van dien aard dat je aangenaam kunt zwemmen op dit moment. We maken een korte wandeling langs het strand en lopen de plaatselijke kampong in. In een kledingzaakje schaf ik een aantal batik-hemden aan.
Teruggekeerd in het hotel vernemen we dat we rond vier uur in de hal worden verwacht voor een 'verrassing'. De verrassing blijkt uit een verkleedpartij te bestaan. We krijgen allemaal een traditioneel Javaans kostuum aangemeten. En een fotograaf komt foto's maken van ons in die mooie uitdossing. De verkleedpartij neemt heel wat tijd in beslag. (En levert naast de officiële statiefoto's ook nog heel wat kiekjes op, zoals je hier beneden kunt zien.)
Op het strand speelt zich in de namiddag altijd een minder luchtig tafereel af. Vanuit het natuurreservaat komt tegen zonsondergang altijd een grote zwerm vliegende honden over het strand, die zich in de richting van het binnenland spoeden om daar de nacht door te brengen. Bepaalde lichaamsdelen van deze mooie beesten hebben in de plaatselijke folklore een vermeende genezende werking (met name tegen astma). De vliegende honden brengen op de zwarte markt veel op. Locale pubers hebben een methode bedacht om de vleermuizen 'uit de lucht te vissen'. Er worden vliegers opgeladen, aan het touw van de vlieger en aan de vlieger zelf worden grote vishaken bevestigd. En met de vliegers worden de vleermuizen uit de lucht gehaald. Zodra ze op het strand zijn geland worden ze leven en wel met de vleugels uit elkaar in het zand begraven. Wanneer de oogst van de dag binnen is worden de beesten afgemaakt en tegen een fors bedrag aan handelaren verkocht. Hoewel de praktijk verboden is grijpt de plaatselijke politie niet in.
De volgende dag vindt de becak-excursie plaats. Weinig groepsleden blijken geïnteresseerd in deelname. Slechts vijf personen nemen daarom deel aan de excursie. Met mijn zus en zwager heb ik wat fietsen gehuurd. We fietsen eerst richting plaatselijke Pasar (markt) en vervolgens anderhalf uur door eindeloze kampongs. Met name het tweede levert een prachtige fietstocht op. Je bent al snel geneigd om het leven hier te idealiseren als je door deze prachtige omgeving fietst.
's Middags staat nog een excursie naar het natuurreservaat Cagar Alam op het programma. In het bos zitten tamme apen die gewend zijn om door toeristen gevoerd te worden. We zullen tevens een grot bezoeken, waarin wat vleermuizen en een stekelvarken zitten. Na de boswandeling kunnen we via het strand terugslenteren naar het hotel. Inmiddels is echter de bewolking dermate bedreigend geworden, dat de meeste liever voor een veilige bustocht kiezen om terug in het hotel te belanden. Na opnieuw een overheerlijke avondmaaltijd en een aantal frisse Bintangs (het locale bier dat feitelijke in licentie van Heineken wordt gebrouwen) gaan we bedwaarts. Morgen staat een lange bustocht op het programma naar Yogyakarta.
Op dag 11 inderdaad de langste bustocht tot nog toe. Behalve voor een klein aantal sanitaire stoppen, lunch en een kort bezoek aan een rubberplantage zijn er geen stoppen. De foto-opbrengst van deze dag is dus gering. (Eén foto om precies te zijn.)
Het hotel in Yogyakarta is het 'chiqueste' tot nu toe. Mooie kamers en allerlei extra voorzieningen, zoals een groot zwembad, fitness ruimte, internetfaciliteiten etc. etc. De dagen in Yogya zullen de drukste worden van de hele reis, omdat we behalve het programma ook een bezoek willen brengen aan het tehuis voor wezen, daklozen en hulpbehoevende kinderen van Ibu Lestari. We zijn daarom genoodzaakt om één programmaonderdeel te laten vallen. Het zal waarschijnlijk het bezoek aan de Prambanan tempel worden. De eerste dag staat een bezoek aan het Paleis van de Sultan op het programma. Gevolgd door een aantal 'koop-bezoeken' aan een kunstatelier (batikkunst), zilverfabriek, leeratelier en batikatelier. Niet echt de toeristische hoogtepunten dus. Maar ik neem aan dat de toeroperator een deal heeft gesloten met een aantal fabrieken, en ook een vergoeding krijgt voor aankopen die door ons worden gedaan. Het bezoek aan het Paleis blijkt een groot succes, en dan met name door toedoen van de gids. Een nogal droog figuur, die echter in elke zin minstens een droge grap vervlecht. Zo krijgen we in het fotoatelier van de dochters van de sultan te horen: 'vijf dochters, middelste dik, te veel snoep en bezoek aan Mac Donalds'. Ook het gedeelte van het paleis waar allerlei gebruiksvoorwerpen zijn geëtaleerd wordt voorzien van een komische noot: 'sultan in Leiden gestudeerd, houdt van erwtensoep, stamppot hutspot met worst, aan muur keukengerei om deze maaltijden te bereiden'.
's Middags dus zoals gezegd een bezoek aan diverse fabrieken en ateliers. Mijn zwager krijgt in de zilverfabriek de mogelijkheden zijn kennis als edelsmid ten toon te spreiden wanneer er toelichting moet worden gegeven op het productieproces van de zilveren sieraden. Als laatste staat een bezoek aan een batikatelier op het programma. De kosten van de handmade-batik zijn hoog. Daar staat tegenover dat een kleermaker aanwezig is die van een lap batik stof een kostuum op-maat kan maken voor een zacht prijsje. Ik laat me een mooie sarong en een hemd aanmeten.
's Avonds is er facultatief een diner en Ramayanavoorstelling. We krijgen van te voren gelukkig een Nederlandse synopsis aangereikt van de dansvoorstelling. De dans is mooi en indrukwekkend. Opnieuw worden we overigens geconfronteerd met de trieste gevolgen van de oorlog met Irak en de bomaanslag in Bali, want waar normaal zo'n 300 mensen een Ramayana-dansvoorstelling bijwonen, zijn er vanavond naast onszelf slechts maar vijf toeschouwers (een totaal gezelschap van twintig mensen dus).
Vandaag staat een bezoek aan de Borobudur en de Prambanan tempel op het programma. Ik heb veel over de Borobudur gelezen, en zo'n twintig jaar geleden ook een grote tentoonstelling in Nederland bijgewoond rond de renovatie van de tempel. In alle reisgidsen wordt juichend en uiterst positieve toonaard over dit wereldwonder gesproken. Je zou dus zeggen dat het alleen maar kan tegenvallen. Maar dat blijkt dus absoluut niet het geval. Het enige dat misschien wat afdoet aan een bezoek aan de tempel is de grote schare - soms agressieve - verkopers van prullaria die zich hier gevestigd heeft. Maar dat valt in het niet bij de imponerende schoonheid en grootsheid van dit monument uit de 9e eeuw. Veel foto's dus van deze excursie.
In plaats van een bezoek aan de Prambanan zullen we vanmiddag een bezoek brengen aan de weeshuizen van Ibu Lestari. We hebben gisteren telefonisch contact gehad en afgesproken dat we rond twee uur zullen arriveren. Terwijl we nog aan het nadenken zijn hoe we er het gemakkelijkst met een taxi komen worden we verrast door het feit dat Ibu Lestari ons zelf met een busje en een aantal kinderen komt afhalen. Onderweg komen we nog langs een evenement met 'modelbruiloften'. Een gelegenheid om snel nog wat kiekjes te maken.
De ontvangst in de drie huizen van Ibu Lestari is hartverwarmend. De sfeer in de huizen is opgewekt. Je zou haast vergeten welk een ellende alle kinderen die hier wonen hebben doorgemaakt, alvorens ze hier zijn terechtgekomen. Na een bezoek aan twee van de drie huizen worden we nog getrakteerd op een dansvoorstelling van de kinderen. Aan de rand van het centrum worden op dit moment drie nieuwe huizen gebouwd. De huizen worden met name gefinancierd met giften uit Nederland. We hebben een zeer voldaan gevoel over het bezoek aan de weeshuizen.
(Foto's Jef Wishaupt:)
Ons verblijf in Yogyakarta is ten einde. We gaan op dag 14 op weg naar onze volgende bestemming: het plaatsje Batu (dichtbij Malang). We bezoeken een klein rijstfabriekje onderweg. En gelukkig hebben we nog een paar fotostops. Het landschapsschoon blijft ons verwonderen.
Het Agro Wisata Hotel ligt in een streek waar appels en aardbeien worden geteeld. We kijken van onze kamer uit op een vulkanisch gebergte. Met name in de ochtenduren wanneer rond de berg de nevel begint op te trekken, hebben we fenomenaal uitzicht.
Vandaag staat een winkeldag in Malang op het programma. We kijken onze ogen uit in de overdekte markt van Malang. En aansluitend maken we een wandeling langs de vogeltjesmarkt. De meest opvallende bezienswaardigheden zijn daar ongetwijfeld grote kisten met kakkerlakken, en kuikentjes die als paaseieren zijn geschilderd.
Aanvankelijk zou een facultatieve excursie naar de Bromo Vulkaan met vertrektijd middernacht op het programma staan. Het middernachtelijk tijdstip is de meeste groepsleden toch te hoog gegrepen. We willen wel allemaal naar de Bromo, maar dan op een sympathieker tijdstip. De gids regelt voor ons dat we dan 8 uur 's ochtends zullen vertrekken. De volgende 7 foto's zijn meteen de laatste foto's die ikzelf heb gemaakt tijdens deze reis. Mijn zus heeft de camera overgenomen. De tocht naar de Bromo is één van onze mooiste tochten op Java. Via een smalle weg strekt zich een lange route door de bergen uit totdat een bergketen in zicht komt, waarvan de Bromo vulkaan de meest gewilde toeristische attractie is. Met een minibusje kun je tot vlakbij de berg komen, aan de voet van de berg staan paarden met begeleiders gereed om de toeristen honderd meter hogerop te brengen. Dan zijn er enkel nog 100 treden van een houten trap te nemen, totdat je aan de rand van de vulkaan staat.
We zijn de enige toeristen die zich op dit tijdstip tot aan de Bromo wagen. Zo'n veertig paarden-eigenaren bestormen ons met het aanbod hun paard te gebruiken voor het laatste stuk de heuvel op. Onze gids verdeelt naamkaartjes van paarden. Elke naam correspondeert met een paard. Ik heb de pech om het meest scharminkelachtige paard toegewezen te krijgen. Met flink duw en trekwerk krijgt de begeleider van het paard het voor elkaar dat het paard zijn zware last (mijn persoontje) boven krijgt. Het paard is echter schichtig en op het moment dat ik afstap maakt het paard een aantal passen vooruit. Mijn linkervoet blijft in de stijgbeugel hangen, en het lukt me niet om mijn rechtervoet recht op de grond te krijgen. Ik maak dus een zijdelingse val en voel een stekende pijn in mijn heup. Nogal ontstemd en vloekend probeer ik overeind te krabbelen. Ik wil zeker niet het uitzicht over de krater missen, dus even stil zitten op een rots en mijn been heen en weer bewegen lijkt me voldoende om (zij het met enige pijn) de treden nog te nemen.
De pijn wordt echter heftiger in plaats van minder. En ik besluit om mijn camera maar aan mijn zus mee te geven die de volgende kiekjes van de rand van de vulkaan heeft gemaakt. Eén van de begeleiders is bereid om mijn been enigszins te masseren, zodat ik zonder problemen de terugtocht kan aanvaarden wanneer de bezichtiging van de vulkaan ten einde is. Maar met de massage neemt de pijn alleen maar toe.
De terugtocht vanaf de berg naar het plateau wordt eveneens een pijnlijke aangelegenheid. Op de rug van een paard is absoluut uitgesloten. Eén van de reisgenoten biedt aan om me samen met een van de gidsen onder de schouders naar beneden te dragen. Elke stap veroorzaakt steken in mijn heupstreek. Het is noodzakelijk om regelmatig te rusten. Over de eerste 20 meter doen we zo'n vijftien minuten, het blijkt niet de meest aangelegen manier om beneden te komen. Blijkbaar is er in deze contreien geen brancard aanwezig. Een van de gidsen bedenkt een oplossing: er is beneden iemand aanwezig met een motor, die laveert door het steile zandpad naar boven. Ik wordt op de achterzit van de motor gehesen en op die manier geraak ik vrij vlot beneden. Het blijkt onmogelijk om enige druk op het been uit te oefenen en er wordt overlegd hoe we zou pijnloos mogelijk de twee en een half uur durende terugtocht kunnen maken. Gelukkig heeft één van de groepsleden een strip paracetamol bij zich. Met die pijnstiller en half liggend/zittend op een bank in het minibusje rijden we terug naar het hotel. Onderweg hebben we nog contact met de gids of we rechtstreeks naar een ziekenhuis zouden gaan, of eerst naar het hotel en daar een arts waarschuwen, en eventueel morgen naar een ziekenhuis. Besloten wordt voor het tweede. Bij het hotel staat een rolstoel klaar. Met enige moeite word ik daarin gehesen.
De algehele stemming bij de gidsen, groepsleden en onszelf is dat er waarschijnlijk sprake is van een gescheurde spier. De huisarts die na enige tijd arriveert komt na een aantal vragen die hij mij stelt over de pijn, tot de zelfde voorlopige conclusie. Een onderzoek of bekijken van de heup acht hij vooralsnog onnodig. Hij is wel van mening dat ik morgenochtend een aantal foto's bij een röntgenlaboratorium zou moeten laten maken om helemaal zeker te zijn van het feit dat er sprake is van een spierprobleem. Om de natuurlijke genezing alvast enigszins te stimuleren krijg ik een vijftal soorten pillen van hem en een injectie die de eerste pijn moet verminderen. Bij het geven van de injectie merkt hij nog op dat deze pijnstiller bij een spierprobleem ongetwijfeld voor een forse vermindering van de pijn zal leiden. Het resultaat van de injectie en van de middelen blijkt in de loop van de avond en nacht absoluut geen pijnvermindering, maar wel dat ik elk uur naar het toilet moet. Inmiddels ben ik totaal geïmmobiliseerd en doet elke beweging - hoe klein ook - pijn. Mijn zus en zwager moeten in de loop van de nacht zeven keer opdraven om mij naar het toilet te dragen. Voor het overige kan ik alleen maar kreunen en steunen gedurende de nacht, want de pijn duurt onverminderd voort.
De volgende ochtend wordt een archaïsch type ambulance gehaald om me naar het röntgenlaboratorium te brengen. Inmiddels blijkt ook dat er onoverkomelijke problemen bestaan met mijn reisverzekering, de AMEV. Twee dagen voor het vertrek had ik nog telefonisch contact gehad met de verzekeraar om te checken of ik inderdaad voldoende verzekerd ben voor deze reis. 'Mijnheer, u bent prima verzekerd' vertelde de medewerker die ik aan de lijn had. Tijdens de reis blijkt mijn verzekering grote deficiënties te vertonen. Enkel directe medische kosten worden vergoed. Allerlei indirecte kosten, en ook eventuele repatriëring mocht dat noodzakelijk zijn, vallen buiten de verzekering. Om dat alleen al te weten te komen moeten we ongeveer een half uur met de verzekeringsmaatschappij bellen (kosten 30x5 euro). De ANWB alarmcentrale die het contact tussen ons en de verzekering in Nederland regelt, deelt ons regelmatig mee dat ze zelden zo'n rigide houding bij een verzekeringsmaatschappij hebben ontmoet.
In het röntgenlaboratorium treffen we twee jonge meisjes met hoofddoek die niet van veel vakmanschap getuigen bij het maken van de foto's. Omdat ik in mijn onderbroek zit houden ze iedere keer een hand voor hun ogen als ze hun blik op me richten. Daardoor kunnen ze niet goed zien wat ze nu precies fotograferen. Op onze vraag of de foto's gelukt zijn antwoorden ze dat ze denken van wel. We begrijpen dat ze denken dat de specialist wel een diagnose zal kunnen stellen op basis van de foto's. We kunnen terug naar het hotel. Een uur later zal de arts contact met ons opnemen om het resultaat van de foto's te laten weten. Twee uur later komt een telefoontje van het röntgenlab dat de foto's helaas zijn mislukt, en dat ze nog een keer over moeten. De moed zinkt me haast in de schoenen, omdat de eerste sessie al een uiterst pijnlijke was. Maar we hebben helaas geen keus. Dus opnieuw moet de ambulance worden gehuurd en betaald, opnieuw moeten foto's worden gemaakt en betaald, en opnieuw moeten we wachten op het resultaat. Dit keer is de röntgenspecialist zelf aanwezig. Hij laat weten dat hij binnen een half uur bij het hotel zal verschijnen om de foto's toe te lichten. Vier uur later, wanneer de specialist zich nog steeds niet heeft vertoond, besluit de gids de foto's maar af te laten halen. Aan de foto's is een kattebelletje van de röntgenspecialist toegevoegd waar op staat dat er geen sprake is van een fractuur, maar dat op de foto's wel een oude fractuur is gedetecteerd. De specialist zelf laat zich niet meer zien. Van een oude fractuur is mijzelf helemaal niks bekend, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit, dus ...
Dat er geen sprake is van een fractuur is voor mij een weinig troostvolle gedachte. De pijnstillers hebben nog steeds geen enkel effect. De eigenaar van het hotel heeft echter in samenspraak met de gids die is achtergebleven in het hotel een geniale gedachte gekregen: vlak in de buurt woont een soort wonder-masseur. Het is één van de beste sportmasseurs van Indonesië, die behalve de juiste handgrepen ook tal van spreuken en heilige woorden kent om elke spierkwaal fluks te genezen. Hij heeft deze persoon voor me gecharterd. Morgen zal hij meteen met zijn genezend werk beginnen. Na opnieuw een helse nacht met veel gekreun en geschreeuw van mijn kant zie ik de komst van de wondermasseur met hoge verwachtingen tegemoet. De man heeft via de hoteleigenaar en de gids de resultaten van het röntgenonderzoek medegedeeld gekregen: het gaat enkel om een eenvoudige spierverrekking. Hij weet me ook meteen te melden dat hij ervoor zal zorgen dat ik binnen twee dagen zal lopen. Vervolgens begint hij met zijn genezend werk. Dat houdt onder andere in dat hij flink aan mijn been sjort, aan het been trekt, het been draait, en vooral ... spieren losmaakt en de bloedsomloop aan de gang krijgt. Hij weet me te vertellen dat het probleem zit in een spiertje dat dwars over een andere spier heen zit, en die spier heeft zowel met mijn benen, mijn rug, als mijn nek te maken. Dus als hij die los krijgt, dan ben ik echt een ander mens.
Al het gesjor en gedraai leveren een dermate heftige pijnstimulans op dat ik aan een stuk door schreeuw en kreun van ellende. De gids en hoteleigenaar zijn gekomen om me aan te moedigen. Iedereen wijst erop dat ik nog even moet doorbijten en dat ik vooral op het been moet gaan staan, want dan ben ik ervan verzekerd dat ik de volgende dag weer kan lopen.
Na vier uur gesjor, en getrek vanwege de masseur, en vier uur gekreun en geschreeuw mijnerzijds, besluit de masseur even te pauzeren: ik kom morgenochtend terug om de klus af te maken, zegt hij. En nogmaals verzekert hij dat ik overmorgen weer kan lopen en rennen. De gehele massage heeft me zo meegenomen dat er de rest van de dag geen lol meer aan is. Inmiddels is met de gids geregeld dat we morgen de groep achterna gaan reizen. In Bali heb je betere artsen dan in Java. De reis morgen zal via een minibus van één van de gidsen verlopen (à raison van 800.000 rpi) en een vliegreis van Surabaya naar Denpassar. Pas op de avond van vertrek vernemen we dat het wel de bedoeling is dat wij alle kosten van de masseur en gids voor onze rekening nemen, dus niet alleen de hotel- en maaltijdkosten, maar ook de vluchtkosten etc. Door de ellende met de reisverzekering zien we ons voor steeds hogere extra kosten geplaatst. Mijn zus is al twee maal naar een pinautomaat moeten reizen om extra cash in te slaan. En mijn creditcard zal voor het verblijf in het hotel ook extra zwaar worden belast.
De volgende ochtend verschijnt de kwelgeest, excuseer de masseur, om 8 uur stipt om de klus af te maken. Opnieuw word ik onderworpen aan een massage die mijn pijngrenzen dermate tart dat ik verschillende keren van de wereld dreig te gaan. En opnieuw staat een team aanmoedigers gereed om mij toch vooral over te halen om eindelijk volledige druk uit te oefenen op het rechterbeen. Na drie uur kan ik niet meer en smeek ik de masseur om op te houden. Zwaar teleurgesteld omdat hij het karwei niet af heeft kunnen maken laat hij na een half uur los. Ook de gids en hoteleigenaar kijken me verwijtend aan. Wanneer ik niet zo kleinzielig was geweest kon ik nu springend en rennend de tocht naar Surabaya kunnen aanvaarden. En nu moeten ze me weer in een minibusje hijsen om de twee en een half uur naar het vliegtuig te rijden. De tocht verloopt pijnlijk doch voorspoedig. Alleen merkt onze gids dat op de tickets een tijdstip staat dat twee uur eerder is dan zij had gedacht. Dus aangekomen bij het vliegveld blijkt er opnieuw een probleem. Maar een aanvullende financiering onzerzijds voor kosten van een medisch attest en enige andere onkosten maakt het toch mogelijk dat we binnen anderhalf uur het luchtruim kiezen. Dit keer met de vliegmaatschappij Bouraq, een dochtermaatschappij van Garuda. Met rolstoel en al word ik de vliegtuigtrap opgedragen. Bouraq heeft ons met het oog op mijn medische gesteldheid bussiness seats aangeboden.
Na een voorspoedige reis arriveren we in Denpassar en worden door medewerkers van het hotel afgehaald. In stromende regen arriveren we daar. Mijn kamer blijkt de zijn voorzien van allerlei drempels en andere obstakels. Maar de vermoeidheid heeft dermate heftig toegeslagen dat we al die teleurstellingen maar even laten voor wat het is, en om 20.00 uur de nachtrust aanvangen. Opnieuw een slapeloze nacht vanwege de pijn.
De volgende ochtend verschijnt de arts waar onze gidsen alle hoop op hebben gevestigd. Na mijn verhaal over het ongeluk en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen constateert hij twee zaken: 4 dagen snerpende pijn bij een spierprobleem is wel heel raar, en een oude fractuur die ik me niet kan herinneren is helemaal bizar. Dr. Harry heeft gelukkig zijn ambulance bij zich en vervoert me meteen naar een privé ziekenhuis. Aldaar aangekomen worden meteen nieuwe foto's gemaakt, en eveneens wordt een ct-scan van het bovenbeen en de heup gemaakt: de diagnose is snel duidelijk: er is sprake van een duidelijke fractuur bij de verbinding tussen het bovenbeen de heupkom. Absolute rust en 'immobilisatie' van het been zijn noodzakelijk. Ik word aan een infuus gelegd dat pijnstillers rechtstreeks mijn bloedbaan inleidt. Eindelijk ben ik zonder pijn. Er maakt zich een enorme opluchting van me meester.
(Foto's Jef Wishaupt:)
Inmiddels heeft de ANWB-alarmcentrale de ellende met mijn reisverzekering opgelost. Mijn ziektekostenverzekering heeft zich bereid verklaard het dossier over te nemen. En van het ene op het andere moment worden concrete stappen ondernomen om zo efficiënt mogelijk het probleem van de fractuur aan te pakken. Er zijn twee mogelijkheden: 16-18 weken absolute rust of op afzienbare termijn een operatie. Het eerste wordt niet echt realistisch geacht. Bij het tweede is er het probleem dat repatriëring naar Nederland een vertraging van de operatie van circa 10-12 dagen zal opleveren. Ohra, mijn ziektekostenverzekering, kiest er daarom in samenspraak met de specialisten in Bali voor om me naar Singapore te vervoeren, om daar de operatie plaats te laten vinden. Een en ander houdt in dat ik 'geïmmobiliseerd' via de SOS vervoerd zal worden naar Singapore. In het ziekenhuis word ik als het ware verpakt in een pakket op een brancard, dat in het vliegtuig bovenop zes stoelen zal worden geplaatst. Het is een heel gedoe om dat pakketje door de smalle gangetjes van het vliegtuig te wurmen, maar uiteindelijk lig ik toch in mijn pakketje, met een gordijntje ervoor, en een arts en verpleegster van de SOS erbij. Klaar voor de vlucht naar Singapore. De vlucht verloopt voorspoedig, en regelmatig wordt mijn bloeddruk en hartslag opgenomen. Hoewel de infuusfles is afgekoppeld zit de naald met aansluitpunt nog steeds in mijn arm. Dus als het te bar wordt kunnen de pijnstillers weer snel worden toegediend. Het is een korte vlucht, en het vliegtuig landt veilig en wel op de luchthaven van Singapore. Nadat iedereen is uitgestapt wordt mijn brancard weer met veel moeite losgehaald van de stoelen. Ik heb bewondering voor de drie SOS-medewerkers die het grote gewicht van de brancard en mezelf uit een heel moeilijke positie op de lift krijgen. Ik word in een ambulance geschoven die me naar het Mt. Elisabeth ziekenhuis zal vervoeren. Mijn zus en zwager en hun bagage worden inmiddels naar een hotel vervoerd dat vlakbij het ziekenhuis is gelegen. Rond vijf uur arriveer ik in het ziekenhuis, half zes lig ik op mijn ziekenhuiskamer. Een uur later arriveren mijn zus en zwager. Half zeven krijgen we de chirurg op bezoek die mij komt vertellen hoe de operatie eruit zal zien. Hij zal een dynamic hipscrew aanbrengen: een grote schroef met een ijzeren plaatje. Als ik vertel over de hartproblemen die ik heb gehad tijdens een operatie op mijn 18e vertelt hij dat hij ervoor zal zorgen dat ik een volledig hartonderzoek zal krijgen, inclusief een hartecho. Vanwege het tromboserisico zal er ook een beenecho worden gemaakt. Tevens worden nog nieuwe foto's gemaakt, om aan de hand van de actuele situatie de beste operatietechniek vast te stellen... De narcotiseur zal een aantal gesprekken met me voeren in verband met de mogelijke narcoseproblemen die er waren bij de hartstilstand op mijn 18e. De chirurg zegt dat hij niets aan het toeval zal overlaten. Dat ik dus gerust kan zijn over de risico's van de operatie. Om mijn been in een rechte stand te houden wordt er een zogenaamde 'tractie' aangebracht met diverse gewichten. En zo ga ik inderdaad een avond en een dag in met een totaal van 9 uur onderzoek en gesprekken. Mijn operatie zal op de volgende dag plaatsvinden, rond half zeven 's avonds. Uit alle onderzoeken komt een goede conditie van hart, vaten etc. naar voren. De narcosespecialist deelt mee dat hij een speciale narcose zal toepassen, zodat ik bij eventualiteiten meteen uit de narcose kan worden gehaald. Ik kan me vagelijk nog de spanning en onrust herinneren die ik vroeger had voor de operaties. In Singapore blijk ik voor de operatie vrij relaxed te zijn. Zelfs als er door het operatiepersoneel wat gestunteld wordt met de tractie en de infuus waar de narcose in moet. De infuusnaald gaat immers pas bij de derde poging op een goede manier in de arm.
Vijf over zeven krijg ik een injectie. En dan niets meer ... Vijf over tien word ik wakker in de recovery-zaal. De speciale narcose houdt in ieder geval in dat ik meteen de wond in volle hevigheid voel. Een en ander leidt tot een aanval van hyperventilatie die door de verpleegster wordt geattaqueerd met vijf extra dekens. Terug op de kamer krijg ik een injectie met pijnstiller en word ik aan het infuus gelegd. De nacht breng ik vrij pijnloos, maar tegelijkertijd vrij slapeloos door. 's Ochtends merk ik dat er aan de wond ook nog een drain is bevestigd voor overtollig bloed. Dat blijkt heel erg mee te vallen. Rond 9 uur 's ochtends komt de chirurg langs, en vraagt de verpleegster om de drain meteen te verwijderen. Ook de infuus met pijnstiller acht hij niet meer nodig. Misschien kan ik 's middags al een eerste poging ondernemen om met een looprek een paar meter te wandelen.
De genezing blijkt zeer voorspoedig te verlopen. Geen koorts, bloeddruk blijft prima. En voor het overige voel ik me ook goed. Slapen is problematisch: ik ben geen rugslaper. De rughouding bezorgt me toch forse slaapproblemen. De verpleegster heeft aangegeven dat ik gerust om pijnstillers en slaapmiddel mag vragen. Maar ik heb het niet zo op die chemicalia.
Mijn zus en zwager verschijnen trouw een paar uur in de ochtend, en een paar uur 's middags. De temperatuur in Singapore (waar ik dankzij de airco niks van merk) stijgt 's middags tot circa 35 graden. Het is een heel vochtige hitte. Het klimaat valt mijn zwager uitermate zwaar. Zijn maag en darmen zijn voortdurend van streek en hij slaapt slecht. Ook de periode vóór mijn overbrenging naar Singapore heeft zijn tol geëist: het was een enorme fysieke krachtinspanning voor hen. Ik zou niet weten hoe ik het zonder Marlies en Jef zou hebben geklaard. Ik begin daarom al vrij vroeg aan de chirurg te vragen wanneer ik naar huis kan. Hij houdt het op vijf dagen na de operatie. Maar na herhaald aandringen wil hij ook wel akkoord gaan met vier dagen, als er tenminste voldoende voorzieningen in het vliegtuig en thuis worden getroffen. In het dagelijks contact met de medewerkers van de Ohra-alarmcentrale krijg ik te horen dat het is gelukt om een terugvlucht op maandag 23 februari te regelen, via Singapore airlines. We zullen twee bussiness-seats krijgen voor mezelf en mijn zus of zwager, en een gewone stoel. Het toilet is nog een probleem, op de dag van vertrek komt de fysiotherapeute ons mededelen dat het haar is gelukt om een verhoogd toilet aan te schaffen. Het laatste obstakel voor de terugvlucht is genomen.
De laatste twee dagen word ik nog verplaatst naar een zaal met twee bedden. De kamer die ik tot op dit moment had was eigenlijk boven mijn verzekeringsstand. Ik heb pech. Want de andere patiënt blijkt een oude man te zijn bij wie recent een niertransplantatie heeft plaatsgevonden. En er zijn forse complicaties. Zijn familie is dag en nacht bij hem. Daardoor is er gedurende de twee dagen dat ik nog op die kamer lig voortdurend leven, lawaai en licht naast mij. Maar voor twee en halve dag is dat wel vol te houden. Maandagavond om 9 uur verschijnen de medewerkers van de SOS-Singapore om me te vervoeren naar het vliegveld. Mijn zus en zwager zijn er al aangekomen. We mogen nog twee uur bivakkeren in de bussiness-lounge van het vliegveld (bah, bah, driewerf bah). Om 0.15 vertrekt de vlucht richting Amsterdam.
Om zo veel mogelijk onnodige bewegingen te vermijden en dus ook minimaal gebruik te hoeven maken van het toilet heb ik me voorgenomen om zo weinig mogelijk te eten en te drinken tijdens de vlucht. Maar helaas ... Meteen nadat we plaats hebben genomen komt een stewardess ons een glas champagne aanbieden, beter gezegd we kunnen kiezen uit drie soort champagne waarvan de Dom Perignot de meest aantrekkelijke is. De goede voornemens om helemaal niks te nuttigen worden snel vergeten. Maar ik zal in ieder geval geen gebruik maken van de maaltijden. Helaas verandert ook dat voornemen wanneer de menu-kaart verschijnt waarop ik naast Kreeft-gerechten en andere culinaire hoogstandjes ook nog een aantal wijnen aantref die ik eigenlijk alleen ken van wijnboeken: een Pauillac uit 1963, een Chateau Margaux uit 1970 en een Chateau Cheval Blanc uit 1973. Het worden dus uiteindelijk toch drie bezoeken aan het toilet, hetgeen een complete volksverhuizing impliceert omdat ik allerlei hulpmiddelen in in de kleine toiletcabine moet activeren.
De wond is nog te vers om relaxed te kunnen slapen. Maar al met al is het een comfortabele vlucht. Om 6.45 uur plaatselijke tijd ben ik weer terug in Amsterdam, thuis.... Omdat dit is een reisverslag is heb ik de wonderbaarlijke (en bizarre) eerste dag in mijn eigen huis maar even buiten beschouwing gelaten.
Nogmaals mijn hartelijke dank aan mijn ziektekostenverzekering en de medewerkers van de Ohra-alarmcentrale. Je weet pas wat hulp kan betekenen, als je hulp nodig hebt ...
(Foto's van Jef en Marlies van Singapore:)
© Wim Haan, 2003