vrije Universiteit amsterdam
english
bereikbaarheid
e-mail
horizon
bezinningscentrum
Leerhuis en Viering: doelstellingen

Het project richt zich op het verstaan en doorvertellen van het bijbelse verhaal. In het leerhuis gaat het om de geldigheid van het verhaal voor de normering en vormgeving van het menselijk bestaan. De betrokkenheid van de deelnemers die daarmee bewerkt wordt, wordt verdiept in de vieringen.

Het ontwikkelen van nieuwe vieringsvormen is een zeer belangrijk onderdeel van het project. Daaraan ligt de overtuiging ten grondslag dat de traditionele liturgie veelal te rationeel van karakter is en te weinig mogelijkheden biedt om tot werkelijke ervaring te worden. Via de artistieke vormgeving proberen wij de taal der verbeelding te laten spreken, waardoor de deelnemers zich voelen opgenomen in het verhaal. Verbeelding en ervaring zijn de kernbegrippen die bij onze liturgische experimenten steeds op de achtergrond staan. Concreet betekent het dat er in de vieringen vrijwel altijd moderne poëzie en elementen van dans en beweging zijn te vinden, en er speciale aandacht is voor het gebruik en de indeling van de ruimte. Waar mogelijk en zinvol wordt gezocht naar nonverbale symbooltaal en rituelen.

Behalve het zelf experimenteren wordt gepoogd de doelstelling nog op andere wijze te realiseren. Er is begonnen met een Documentatiecentrum Liturgievernieuwing dat nieuw liturgisch materiaal verzamelt, categoriseert en toegankelijk maakt voor derden. Het streven is dit centrum ook via internet operationeel te maken.

Ontwikkelde vormen

Beweging

Het is gebleken dat verschillende factoren maken dat een bewegingsvorm toegankelijk is voor mensen met weinig bewegingservaring en in een situatie waarin betrekkelijk weinig tijd is om een beweging in te studeren. De hier weergegeven bevindingen betreffen met name die bewegingen waaraan ieder die dat wil kan meedoen. Als een groep dansers iets verbeeldt, moet de beweging in samenhang met eventueel muziek, kostuums, en licht, voor zichzelf spreken. Ervaring daarbij is wel dat bewegingen die gebaseerd zijn op lichaamstaal en emotie toegankelijker zijn dan meer symbolisch of abstracte bewegingen. Ook geeft het inbedden van de dans in een tekst mensen een sleutel tot het verstaan ervan.

- Het is goed van tevoren te zeggen dat bewegen niet verplicht is, dat wie niet wil mee bewegen rustig kan blijven zitten/staan. Dit schept krediet ook bij verstokte tegenstanders. Men kan suggereren in zo'n geval de beweging innerlijk mee te doen of in ieder geval stil te staan bij waar het in de beweging om gaat, of wanneer het een lied betreft, wel mee te zingen. Mensen die slecht ter been zijn, stelt men voor de beweging zittend mee te doen. Verder zijn er ook vormen te bedenken waarbij wie niet mee beweegt een andere rol heeft, bijvoorbeeld in het zingen, of in het aangeven van ritmes of klanken.

- Een toelichting vooraf over de bedoeling helpt mensen het geheel te overzien, geeft ze enig innerlijk houvast. Dit geldt met name van vormen waarin de beweging een functie vervult in de opbouw van de viering als geheel. In andere gevallen is het gevaar niet denkbeeldig dat de beweging niet meer voor zichzelf kan spreken, al te veel wordt ingevuld.

- Enkele welgekozen woorden in beeldende, evocatieve taal, vlak voor of tijdens de beweging. Dit geldt met name voor de bewegingsvormen bij liederen, zowel bij vastgelegde, als geïmproviseerde bewegingen.

- De muziek kan daarbij een belangrijke ondersteuning zijn. Belangrijkste functie is een sfeer aan te geven, overgangen in beweging aan te geven. Precieze telling is van minder belang, blijkt in een aantal gevallen mensen juist te hinderen in de beweging mee te gaan. Men is dan meestal meer bezig met 'het goed te doen'.

- In veel gevallen is een 'voordanser', iemand die (of een klein groepje dat) voorgaat in de beweging (voor- en nadoen na elkaar of juist tegelijkertijd) behulpzaam. In sommige gevallen, met name bij bewegingen waarbij inkeer belangrijk is, is het nodig als voordansers weer terug te treden, om te voorkomen dat men naar buiten gekeerd blijft. Bij heel expressieve dansen kan de voordanser juist de expressie en het bewegingsplezier van de deelnemers stimuleren.

- Wat betreft het bewegingsvocabulaire zijn bewegingen gebaseerd op lichaamstaal, gevoel of conventies het meest toegankelijk. Ook kan men kiezen voor eenvoudige beelden.

Een ander element dat kan bevorderen dat mensen 'mee gaan in de beweging' is de adem in de opbouw van de viering. Het is niet voldoende oog te hebben voor een thematisch/inhoudelijk logische opbouw. Een punt van aandacht is ook de 'adem' van de liturgie: de afwisseling van naar binnen gekeerde of meer uitbundige momenten, individuele en gezamenlijke momenten, meer beschouwende, gevoelige of speelse momenten én de overgangen daartussen. Hierin is de samenwerking tussen de verschillende voorgangers (sprekers, dirigent, koorleden, dansers, musici) van het grootste belang. Door bijvoorbeeld een eenvoudig intro kan een pianist de overgang van zitten naar staan, van stilstand tot beweging tot een logisch moment maken. Bij het voorbereiden van de viering is het dus goed te kijken wat de rol van de beweging juist op dit moment kan zijn: een hulp om naar binnen te keren? Een ontlading van spanning? Dit geldt in sterke mate voor vieringen die elk hun eigen opbouw hebben, maar ook voor vieringen met een vaste structuur als bijvoorbeeld een vesper.

In de loop der tijd is het ook mogelijk geworden andere onderscheidingen te ontwaren. Zo kan dans, zowel die getoond en bekeken wordt, als die waar iedereen aan meedoet een tekstgerichte functie hebben of een ervaringsgerichte functie. In het eerste geval is de beweging een middel om zich in te leven in de tekst, een voorstelling te krijgen bij aspecten ervan, beelden eruit. In het tweede geval is de beweging een middel om mensen in contact te brengen met hun eigen ervaring en gevoel en een vorm aan te reiken waarmee men daaraan uitdrukking kan geven. De ene vorm zal men vooral aantreffen bij dansen naar aanleiding van teksten, het tweede bij liederen en gebeden. Het een sluit het ander echter niet uit. Voorstellingen raken aan gevoelens en ervaringen, gevoelens en ervaringen zijn aan teksten gerelateerd.

Een andere onderscheiding die men kan maken is die tussen speelse of meditatieve beweging. Onder speelse beweging versta ik de meer naar buiten gerichte beweging, die een individueel, maar in het kader van een viering toch vooral gemeenschappelijk karakter heeft. Een speelse viering met speelse beweging heeft een meer naar buiten gekeerd, licht karakter, waarin improvisatietalent en humor gevraagd wordt van deelnemers en voorgangers. Chaos en mislukken van geopperde mogelijkheden horen erbij. Een bijzondere vorm van speelse viering is die waarin een bijbelverhaal a.h.w. met elkaar wordt uitgespeeld, al spelend wordt geactualiseerd. Een meditatieve viering met meditatieve beweging heeft een meer naar binnen gekeerd, meer geconcentreerd karakter. De aandacht ligt meer bij de individuele ervaring en beleving van de deelnemers en minder bij het 'samendoen'. De gemeenschap is echter van groot belang: juist het samenzijn geeft een bedding en kader aan de individuele concentratie. Dit onderscheid heeft overigens niet te maken met het al of niet vast leggen van beweging. In een speelse viering kunnen vastgelegde bewegingen een onderdeel vormen, in een meditatieve viering kan juist een geïmproviseerde beweging helpen bij de individuele ervaring te komen.

(Riëtte Beurmanjer)

Poëzie

Er zijn verschillende manieren waarop poëzie in de liturgie ingezet is. Moderne, seculiere gedichten kunnen functioneren om een bepaald aspect van het verhaal speciaal te belichten en herkenbaar te maken en zo dichterbij te brengen. Dat kan het gemakkelijkste bij thema's waarin menselijke ervaringen en relaties een belangrijke plaats innemen, zoals in de series over de aartsvaders, de aartsmoeders en David. Namen bij wie voor dit genre gezocht kan worden zijn Hanny Michaëlis, Rutger Kopland, Pierre Dubois, Neeltje Maria Min, Ida Gerhardt. Soms is er ook plaats voor gedichten met een politieke of maatschappij-kritische strekking. Hier valt te denken aan dichters als Lucebert, of Pablo Neruda en andere vertaalde poëzie, en in een luchtiger toon cabaretachtige teksten van bijv. Willem Wilmink.

Gedichten die wel een religieuze achtergrond hebben, maar niet het geijkte vrome jargon bezigen of al te getuigend van toon zijn, kunnen op een heel natuurlijke manier ingepast worden. Ze kunnen op dezelfde manier als seculiere gedichten functioneren (de herkenbaarheid vergroten), maar ook een meer dragend onderdeel van de gang van de liturgie vormen, bijvoorbeeld als probleemstelling of als begin of deel van een antwoord. Het is mogelijk dat bij wijze van probleemstelling een duidelijke tegenstem tegen (de strekking van) het bijbelverhaal klinkt. Dichters van dit genre zijn Guillaume van der Graft, Gabriël Smit, J.W. Schulte Nordholt, Huub Oosterhuis, Inge Lievaart, maar ook weer Hans Andreus en Ida Gerhardt.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de mogelijkheden van poëzie verwijs ik naar de desbetreffende paragraaf in "De weg van de liturgie" (red. Paul Oskamp en Niek Schuman) Zoetermeer: Meinema, 1998, p.384-386.

Muziek

Voor het muzikale aandeel van de vieringen werd gebruik gemaakt van bestaand materiaal. De beperkte mogelijkheden van de zanggroep (met slechts één uur repetitie voorafgaand aan de viering) betekenden dat we 'voorzichtig' moesten programmeren. Het bleek een voordeel te zijn wanneer de dirigent aanwezig kon zijn bij de voorbereiding.

Slechts in 1998-1999 hebben we, dank zij geld dat ons door de Van Woensel Kooij Stichting ter beschikking was gesteld, ook met nieuw materiaal gewerkt, dat in opdracht gecomponeerd was. De ervaringen daarbij zijn niet onverdeeld gunstig. De muziek van Willem Blonk, die een vaste plaats in de vieringen van de Apocalyps-serie was toebedacht, is weliswaar het duidelijkst vernieuwend, maar bleek een graad te moeilijk te zijn, waardoor de muziek niet goed tot haar recht kon komen.

Rituelen, symbolische handelingen

Qua symboliek is vooral met licht geëxperimenteerd. Het moment en de wijze waarop een of meerdere kaarsen ontstoken werden, kreeg speciale aandacht, waardoor het vaak meer en 'zwaarder' functioneerde dan een geijkt en afgesleten openingsritueel. Ook met het licht/donker van de hele zaal werd gespeeld. Het effect werkte over het algemeen sterk, maar de toerusting van de zaal betekende een beperking van de mogelijkheden op dit gebied.

In de loop van de bijeenkomsten is het invoegen van stilte-momenten een belangrijker plaats gaan innemen. Het is een vorm die van de deelnemers een zekere gewenning vraagt, maar dan ook zinvol toegepast kan worden.

Sommige vieringen hadden als geheel een ritueel karakter (zoals de viering van de omkeer in de David-serie). Soms werd een spelvorm gehanteerd, die de herkenning, het zelf ervaren van het verhaal wilde bewerkstelligen. Wát we wilden met een viering, een ritueel ter transformatie, dat dus verandering bij de deelnemers wil bewerkstelligen, of een spelvorm ter herkenning, hing af van het verhaal of thema dat aan de orde was.

Beeldende kunst

Bij alle series heeft een kunstwerk of een reeks kunstwerken gefunctioneerd. Alleen die bij de Aartsvaders is in opdracht gemaakt, door Geertrui Charpentier; bij de andere werd bestaand materiaal gezocht of door derden aangeboden. Voor de serie over Aartsmoeders konden we gebruik maken van een reeks schilderijen van Roeli Willekes, die ook op veel andere plaatsen in Nederland is geëxposeerd; bij de serie over Job hing een groot schilderij van Jaap Schreurs; bij de serie over David en een dag over de psalmen opnieuw reeksen van Roeli Willekes, en bij de serie over de Apocalypse een deel van een grote reeks van Phil Vermeer. Van een psalmenserie van Roeli Willekes en de Apocalypsserie van Phil Vermeer zijn setjes ansichtkaarten gemaakt. Hoewel het kunstwerk slechts zelden een eigen, apart aandeel in de viering had, werd de aanwezigheid ervan door de aanwezigen over het algemeen als een verrijking ervaren. Het werk functioneert in zijn stille aanwezigheid als een aandachtspunt dat de concentratie kan steunen en de eenheid tussen lezing en viering mede tot uitdrukking brengt.

Het zoeken naar mogelijkheden voor meer activiteit met het kunstwerk, zou nog een aandachtspunt kunnen zijn, waarbij vooral ook aan andere (kunst)vormen, zoals een beeld of een voorwerp, gedacht kan worden. Ook een licht- of diaspel biedt mogelijkheden.



 
  algemeen  
  activiteiten  
  links/elders  
  doelstellingen  
  publicaties  
    english