|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tijdschrift In de Marge; jaargang 2000
Een heel jaar lang heeft het Bezinningscentrum van de VU zich beziggehouden met alle-daags kwaad. Symposia, lezingen, feestelijkheden, een speciale website, zelfs twee soorten VU-bier (Bitter en Sweet), een likeur (Hemeltje) en een bitter (Helletje), dat alles, en nog veel meer, was het resultaat van pogingen om dichter bij het begrip - en soms ook de werkelijkheid - van het alledaagse kwaad te komen, nu eens ingespannen serieus, dan weer ontspannen spottend. Het begon allemaal eind december vorig jaar, met het uitkomen van een themanummer van dit blad: Het Kwade Nummer (1999, nr. 4). En het eindigt met wat u nu voor u hebt: nóg een themanummer van In de Marge. Nu met vijf bijdragen van sociale wetenschappers, die niet zozeer vanuit de theorie maar eerder vanuit de praktijk van alledag vragen stellen bij de werkelijkheid van alledaags kwaad, de praktijk die altijd veel complexer en genuanceer-der blijkt te zijn dan welke theorie ook kan aanduiden. Waarom zijn we tegenwoordig eigenlijk zo bezorgd om kwaad, zo bezorgd dat we het zelfs over de alledaagse variant ervan hebben? Paul Kapteyn, socioloog bij de Universiteit van Amsterdam, opent dit nummer met een schets van de wording van morele gevoelighe-den in onze samenleving. De auteurs van de drie volgende bijdragen blijken rekening te houden met een aanwij-zing die theologen en filosofen weliswaar vaak geven, maar die dezen zelden volgen: over het kwaad kan men eigenlijk niet filosoferen, zeker niet systematiseren, omdat het kwaad zich niet (be)grijpen laat. Het kan alleen maar concreet getoond worden, zo concreet dat het zelfs de vraag wordt of het nog wel zin heeft om van zon abstract begrip gebruik te maken. Ida Sabelis, onderzoeker en docent aan de afdeling Cultuur, Organisatie en Management van de faculteit Sociaal-culturele wetenschappen van de VU, maakt dat duidelijk met be-hulp van een verhaal. Het is een verhaal over de nauwelijks bewust gemaakte en nauwelijks weegbare motieven van een manager die bij een fusieproces in het bedrijfsleven collegas wil laten ontslaan. Elke functie binnen een organisatie heeft zijn materiële en immateriële voordeeltjes. Maar wanneer worden er bij het incasseren van die voordeeltjes grenzen overschreden? Wanneer wordt het werknemerscriminaliteit? En hoe kijken werknemers, managers en de samenleving daar tegenaan? Dat blijken vragen te zijn die alleen in en via de concrete prak-tijk van de cultuur van een concrete organisatie te beantwoorden zijn. Dat demonstreert Carl Grooteboer in zijn bijdrage; hij is socioloog en medewerker bij de regiopolitie Am-sterdam- Amstelland. Lees meer in het laatste nummer van 2000: De VU reikt binnenkort vier eredoctoraten uit. In dit nummer worden deze vier bijzondere geleerden geïntroduceerd. Waarna tot slot van dit nummer de lezer kennis kan nemen van een keur aan boeken en activiteiten, alle vanuit en rond het Bezinningscentrum van de VU. Inmiddels is het tweede nummer van de jaargang 2000 verschenen. Een extra lange In de Marge met bijdragen van o.a. Jan Peter Balkenende, Maurice Schouten en Herman Langeveld. Anton van Harskamp levert een laatste bijdrage in een serie over eindtijdgeloof. Wim Haan schrijft over de beleving van tijd in het kloosterleven. (In deze acrobat-versie zijn de afbeeldingen in kleur opgenomen) Het eerste nummer van de 2000 jaargang begint met een artikel over de levensbeschouwing van Johan Cruijff. Daarnaast nog o.a. artikelen over 'Geloven in een technologische cultuur', een godsdienstpsychologische beschouwing over godsdienst en een tweetal beschouwingen over een recent verschenen dissertatie van Wim de Haas. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| english | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||